Foto: Monica Bellucci doet als als tovenares Veronica enge dingen in The Sorcerer's Apprentice
Magisch denken is een normale fase in de ontwikkeling van een kind. Omdat een kind nog niet wetenschappelijk weet hoe de wereld en het leven in elkaar steken en omdat hij met zijn hele wezen denkt en niet alleen met zijn hersens, ziet de wereld er voor een kind anders uit dan voor de volwassene. Alles is nieuw en vreemd en vaak bizar. In zo’n wereld is alles mogelijk, niets is te vreemd, alles kan. Sinterklaas, de Paashaas en de Tandenfee. Een kersenboom in je buik als je een kersenpit doorslikt. Tovenaars en heksen, elfjes en dwergen, trollen en reuzen en alle ideeën die in je hoofd opkomen. En als je iets hardop zegt wordt het waar. Kinderen, die een verhaal vertellen of het waar gebeurd is, liegen niet, maar vertellen een potentiële werkelijkheid. Deze fase gaat over en kinderen krijgen stilaan een meer reëel beeld van de werkelijkheid. Alleen beroepsvertellers blijven de magie van het woord beheersen.
Ook in de mensheidsontwikkeling zou kunnen worden gezien als de ontwikkeling van het kind en ook daarin is een fase van magisch denken te onderscheiden. Vóór de ontwikkeling van de wetenschap gaven mensen heel andere verklaringen aan natuurlijke en biologische fenomenen. Zoveel van wat een mens aan het draaien houdt gebeurt onzichtbaar, net zo onzichtbaar als de aansturing van de bewegingen van de hemellichamen, de dagelijkse carrousel van dag en nacht en de verschrikkingen van storm, onweer en aardbevingen. Stellig en vast gelovend in de magie van het woord, bedachten de angstige mensen dat er wel een soort van heel machtige tovenaars moesten zijn die al dat soort wonderbaarlijks en verschrikkelijks konden veroorzaken. Ze bedachten ook dat je dat soort tovenaars maar beter te vriend kunt zien te houden. Met offergaven en rituelen.
Vrouwen waren trouwens ook min of meer enge wezens met magische krachten. Ze konden immers keer op keer bloeden zonder wonden en zonder dood te gaan. En ze konden zo maar een nieuw mens in en uit hun lijf toveren. Wie weet wat ze verder nog aan enge dingen konden doen. Je kon als man maar beter zorgen dat je die andere grote, onzichtbare tovenaars te vriend en die enge vrouwen onder de duim hield. Gelukkig was de magie van vrouwen meestal niet sterk genoeg om puur bruut geweld te weerstaan. Naarmate de mens meer nadacht en ontdekte werd de wereld met zijn natuurlijke en biologische fenomenen minder eng. Dat gaat nu eenmaal zo als je weet hoe iets werkt. Dat geldt ook voor die enge vrouwelijke magische krachten: dat blijkt gewoon biologie te zijn en net zo te werken als bij alle vrouwelijke zoogdieren. Wat een opluchting.
Niet voor iedereen. Voor sommigen is het loslaten van het magische denken nog enger dan het magische denken zelf. En het loslaten van de dominantie over vrouwen misschien nog enger. Ze klampen zich vast aan hun magische wereldbeeld, hun offers en rituelen. En zo kan het gebeuren dat er mensen zijn, met een ogenschijnlijk normaal werkend intellect, die de magische werkelijkheid geloven en uitdragen. Bijvoorbeeld dat de overdracht van seksueel overdraagbare ziektes wordt bevorderd door het gebruik van barrièremiddelen bij gemeenschap. Of dat het lichaam van een vrouw herkent of ze de gemeenschap die ze net had wilde of niet wilde en zich bij ongewilde seks kan afsluiten voor conceptie. Of dat dat vrouwenlichaam in staat is om vruchtbaar zaad uit gechloreerd zwembadwater op te nemen en zich daarmee te bezwangeren of door contact met een geest zwanger kan worden. Of dat borstvoeding geven iets is dat door enge heksen wordt gepromoot, maar dat er ook tovenaars zijn die ervoor kunnen zorgen dat jouw borsten dat niet willen; met andere woorden die geloven dat hun vrouwenlijf, wat toch al zo’n enge magische gevarenzone is, daarnaast ook nog eens het slagveld is van tovenaars en heksen met magische agenda’s.
Hoewel overduidelijk wonderbaarlijk in haar functioneren en voor velen een plezier om naar te kijken is er niets magisch aan het vrouwenlichaam. Het doet in de meeste gevallen precies dat waarvoor het gemaakt is, mits het wordt ingezet en onderhouden op de manier die daarvoor is voorzien. Geen HokusPokus en Tralala. Geen gezwaai met toverstokken en geen werpen met magische vuurballen. Geen magische drankjes en geen bezweringen, hooguit een enkele krachtterm als het werk zwaarder uitvalt dan verwacht.
Gewoon, simpele, saaie biologie.
Pagina's
Eurolac!
Een blog met (bijna) dagelijkse columns over borstvoeding, hoe het gaat, hoe het ook zou kunnen. Discussie, ironie, satire en parodie worden als stijlbloemen niet verguisd, naast gewone recht-toe recht-aan informatie.
Posts tonen met het label borstvoeding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label borstvoeding. Alle posts tonen
woensdag 29 augustus 2012
maandag 7 mei 2012
Voeding
Afbeelding: Een porseleinen baby-drinkschuitje van Wedgewoord, ca. 1820
Borstvoeding, flesvoeding, kunstvoeding, melkvoeding, moedermelkvoeding, zuigelingenvoeding, vingervoeding, … Er zijn nogal wat termen waarmee het eten geven aan baby’s wordt aangeduid. en ze betekenen allemaal net iets anders en worden door verschillende mensen op verschillende manieren gebruikt. In ‘’Waar heb je het over’’ heb ik het hier al eens eerder over gehad. Vandaag wilde ik ingaan op flesvoeding.
Met flesvoeding wordt meestal kunstvoeding bedoeld, maar flesvoeding betekent natuurlijk eigenlijk dat een baby wordt gevoed met behulp van een fles in plaats van aan de borst. Flesvoeding klinkt minder verontrustend dan kunstvoeding, vinden veel ouders. Kunstvoeding klinkt zo alsof je iets van namaak of iets kunstmatigs geeft. Ja, zo klinkt dat. En zo is dat ook. En zo mag je het ook noemen. Als ouders op basis van goede informatie en passend binnen hun specifieke situatie kiezen voor kunstvoeding dan is dat een goede keuze voor hen en kunnen ze gewoon het beestje bij de naam noemen.
Flesvoeding geven is minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt. Je moet eerst zorgen dat je melk hebt en vervolgens moet je dat op een veilige en zo natuurlijk mogelijke manier aan de baby geven. Over hoe je precies een fles klaarmaakt verschillen diverse deskundigen van mening. Over hoe je vervolgens die fles geeft nog meer. Moedermelk in de fles is het makkelijkst, wanneer het eenmaal geoogst is door kolven. Doe ongeveer een tiende deel van wat de baby per dag drinkt in een flesje en warm het op onder stromend heet water of in een kan heet water of au-bain-marie. De inhoud van de fles in beweging houden tijdens het verwarmen versnelt het proces en zorgt voor regelmatige verwarming. Het lost ook eventuele aankoeksels van vet aan de wand van de fles op en mengt de melk wanneer deze een beetje uiteengevallen is. (Dit uiteen vallen is geen schiften in de zin van zuur geworden of bedorven, het betekent alleen dat moedermelk een levende stof is.) De melk blijft liever iets koeler dan lichaamstemperatuur dan iets warmer, zo blijven de meeste beschermende stoffen bewaard. Tussen kamertemperatuur en lichaamstemperatuur vinden de meeste kinderen OK.
Kunstvoeding in de fles krijgen is een ander verhaal. De poedervormige melk is niet steriel en moet dus heel zorgvuldig worden verwerkt om besmetting met ziekmakers te voorkomen. Uit hygiënisch standpunt is het het beste om de WHO richtlijnen te volgen en water van minimaal 70 graden Celsius te gebruiken. Bij deze temperaturen klontert de melk wel makkelijker en er moet dus redelijk hard worden geschud om die klontjes er weer uit te krijgen. Dit vormt schuim en kan er dus de oorzaak van zijn dat een kind veel lucht mee drinkt. De melk even laten staan (ze moet toch ook even afkoelen) laat de lucht naar boven komen en de meeste luchtbelletjes verdwijnen dan vanzelf. Voor premature en zieke kinderen en kinderen tot 6 weken oud is het veiliger kant en klare kunstvoeding te gebruiken. Deze is wel steriel, maar ook een stuk duurder.
Wanneer er dan eindelijk een flesje melk gereed is voor gebruik begint het voeden. Dit zou zo veel mogelijk op borstvoeding moeten lijken, want dat is waar de baby voor is geprogrammeerd. Dit houdt in dat een baby die flesvoeding krijgt ook liever vaker kleinere voedingen krijgt, liever nooit meer dan 100-150ml per maaltijd. Deel de dagelijkse portie door acht tot tien en doe dat in een flesje. De speen moet de melk pas doorlaten als de baby er goed voor werkt. Als de fles op zijn kop wordt gehouden en de melk druppelt er vlot uit, is het gat te groot. Een groter kind hoeft geen groter gat in de speen (de tepeluitgangen blijven ook gelijk in doorsnede en aantal!) Om verslikken en luchtslikken zoveel mogelijk te voorkomen wordt de baby in een relatief verticale houding gevoed, met de fles zo veel mogelijk horizontaal, maar wel met de speen gevuld. Biedt dan de speen aan, zoal ook de borst wordt aangeboden en wacht op een wijd open mond om een grote hap te kunnen nemen. Zorg dat de speen zo ver in de mond is, dat de lipjes uitgekruld tegen de dop liggen. (Ja, dat klopt, net als bij de borst.) Laat het kind rustig drinken en respecteer zijn pauzes. Je legt immers zelf ook wel eens je vork neer als je aan het eten bent. Maak contact zoals ook een moeder dat doet die de borst geeft. Geef nooit de fles aan kind dat op zij rug ligt of dat in een wip- of autostoeltje zit. Gebruik geen constructies die de fles vasthouden. Dat is levensgevaarlijk bij verslikken.
WHO: How to Prepare Formula for Bottle-Feeding at Home
Formula is not sterile: FAO/WHO. 2007. Safe preparation, storage and handling of powdered infant formula: guidelines.
Aanwijzingen flesvoeding Voedingscentrum (niet aanbevolen!)
Borstvoeding, flesvoeding, kunstvoeding, melkvoeding, moedermelkvoeding, zuigelingenvoeding, vingervoeding, … Er zijn nogal wat termen waarmee het eten geven aan baby’s wordt aangeduid. en ze betekenen allemaal net iets anders en worden door verschillende mensen op verschillende manieren gebruikt. In ‘’Waar heb je het over’’ heb ik het hier al eens eerder over gehad. Vandaag wilde ik ingaan op flesvoeding.
Met flesvoeding wordt meestal kunstvoeding bedoeld, maar flesvoeding betekent natuurlijk eigenlijk dat een baby wordt gevoed met behulp van een fles in plaats van aan de borst. Flesvoeding klinkt minder verontrustend dan kunstvoeding, vinden veel ouders. Kunstvoeding klinkt zo alsof je iets van namaak of iets kunstmatigs geeft. Ja, zo klinkt dat. En zo is dat ook. En zo mag je het ook noemen. Als ouders op basis van goede informatie en passend binnen hun specifieke situatie kiezen voor kunstvoeding dan is dat een goede keuze voor hen en kunnen ze gewoon het beestje bij de naam noemen.
Flesvoeding geven is minder eenvoudig dan het op het eerste gezicht lijkt. Je moet eerst zorgen dat je melk hebt en vervolgens moet je dat op een veilige en zo natuurlijk mogelijke manier aan de baby geven. Over hoe je precies een fles klaarmaakt verschillen diverse deskundigen van mening. Over hoe je vervolgens die fles geeft nog meer. Moedermelk in de fles is het makkelijkst, wanneer het eenmaal geoogst is door kolven. Doe ongeveer een tiende deel van wat de baby per dag drinkt in een flesje en warm het op onder stromend heet water of in een kan heet water of au-bain-marie. De inhoud van de fles in beweging houden tijdens het verwarmen versnelt het proces en zorgt voor regelmatige verwarming. Het lost ook eventuele aankoeksels van vet aan de wand van de fles op en mengt de melk wanneer deze een beetje uiteengevallen is. (Dit uiteen vallen is geen schiften in de zin van zuur geworden of bedorven, het betekent alleen dat moedermelk een levende stof is.) De melk blijft liever iets koeler dan lichaamstemperatuur dan iets warmer, zo blijven de meeste beschermende stoffen bewaard. Tussen kamertemperatuur en lichaamstemperatuur vinden de meeste kinderen OK.
Kunstvoeding in de fles krijgen is een ander verhaal. De poedervormige melk is niet steriel en moet dus heel zorgvuldig worden verwerkt om besmetting met ziekmakers te voorkomen. Uit hygiënisch standpunt is het het beste om de WHO richtlijnen te volgen en water van minimaal 70 graden Celsius te gebruiken. Bij deze temperaturen klontert de melk wel makkelijker en er moet dus redelijk hard worden geschud om die klontjes er weer uit te krijgen. Dit vormt schuim en kan er dus de oorzaak van zijn dat een kind veel lucht mee drinkt. De melk even laten staan (ze moet toch ook even afkoelen) laat de lucht naar boven komen en de meeste luchtbelletjes verdwijnen dan vanzelf. Voor premature en zieke kinderen en kinderen tot 6 weken oud is het veiliger kant en klare kunstvoeding te gebruiken. Deze is wel steriel, maar ook een stuk duurder.
Wanneer er dan eindelijk een flesje melk gereed is voor gebruik begint het voeden. Dit zou zo veel mogelijk op borstvoeding moeten lijken, want dat is waar de baby voor is geprogrammeerd. Dit houdt in dat een baby die flesvoeding krijgt ook liever vaker kleinere voedingen krijgt, liever nooit meer dan 100-150ml per maaltijd. Deel de dagelijkse portie door acht tot tien en doe dat in een flesje. De speen moet de melk pas doorlaten als de baby er goed voor werkt. Als de fles op zijn kop wordt gehouden en de melk druppelt er vlot uit, is het gat te groot. Een groter kind hoeft geen groter gat in de speen (de tepeluitgangen blijven ook gelijk in doorsnede en aantal!) Om verslikken en luchtslikken zoveel mogelijk te voorkomen wordt de baby in een relatief verticale houding gevoed, met de fles zo veel mogelijk horizontaal, maar wel met de speen gevuld. Biedt dan de speen aan, zoal ook de borst wordt aangeboden en wacht op een wijd open mond om een grote hap te kunnen nemen. Zorg dat de speen zo ver in de mond is, dat de lipjes uitgekruld tegen de dop liggen. (Ja, dat klopt, net als bij de borst.) Laat het kind rustig drinken en respecteer zijn pauzes. Je legt immers zelf ook wel eens je vork neer als je aan het eten bent. Maak contact zoals ook een moeder dat doet die de borst geeft. Geef nooit de fles aan kind dat op zij rug ligt of dat in een wip- of autostoeltje zit. Gebruik geen constructies die de fles vasthouden. Dat is levensgevaarlijk bij verslikken.
WHO: How to Prepare Formula for Bottle-Feeding at Home
Formula is not sterile: FAO/WHO. 2007. Safe preparation, storage and handling of powdered infant formula: guidelines.
Aanwijzingen flesvoeding Voedingscentrum (niet aanbevolen!)
dinsdag 20 maart 2012
Voorwaarden
Foto: Brent Spiner als Lt. Commander Data in
In Theory (S4E25 van Star Trek: The Next Generation) waar de humanoide probeert normaal menselijk gedrag waarvoor hij niet geprogrammeerd is te oefenen. Met Michele Scarabelli als Lt. Jenna D'Sora.
Een vraag die ik vaak naar mijn hoofd geslingerd krijg als ik weer eens te keer ben gegaan over de gewoonheid en normaalheid van borstvoeding is waarom er dan toch zoveel vrouwen zijn die het niet voor elkaar krijgen om gewoon borstvoeding te geven. Want iets dat net zo gewoon is als ademen zou toch niet zoveel problemen moeten geven. En daar hebben de vraagstellers ook gewoon gelijk in. Het zou niet moeten, het zou niet hoeven en toch is het zo. Zijn vrouwen zo gedegenereerd dat ze een simpele lichamelijke functie niet meer kunnen uitvoeren zonder pijn en ellende? Nee, natuurlijk niet, zo snel gaat de evolutie niet. Het is meer dat we als samenleving niet meer weten hoe het werkt met borstvoeding en baby’s in het algemeen. We weten zelfs niet zo goed hoe ons eigen lijf werkt, laat staan dat van een baby. Vroeger wisten we dat ook niet bewust, maar toen hadden we nog instincten die ons vertelden wat goed was. Ging dat altijd perfect? Nee, natuurlijk niet, maar vaak toch wel of op zijn minst goed genoeg. Hebben we die instincten nu niet meer? Wel degelijk, alleen luisteren we er niet meer naar. We denken dat instincten primitief, dierlijk en onbetrouwbaar zijn. We denken dat wij dat als moderne mensen beter kunnen bedenken. En dus komen we met allerlei regeltjes, protocollen en voorschriften om de meest normale en natuurlijke zaken te regelen. Daar gaan we dan ook direct de fout mee in. Net als bij alle lichamelijke processen waar je ingrijpt zonder rekening te houden met het normale functioneren stijgt de kans op problemen. Onder normale omstandigheden –een gezonde op tijd geboren baby en een gezonde moeder- is het voldoende om moeder en kind direct na de geboorte huid-aan-huid bij elkaar te houden, veilig tegen vallen en vrij van verstoringen, om de borstvoeding goed van start te laten gaan. Dicht bij elkaar blijven daarna in houdingen die de baby handig toegang geven tot de borst zorgen voor het verstevigen van de basis voor een borstvoedingperiode met geen of weinig obstakels. Zo simpel, zo gewoon. De beste begeleiding is die die de moeder en haar kind niet in de weg zitten: zorgen voor goede omstandigheden (voorwaardenscheppend werken) in een rustige en veilige omgeving. En na die eerste dagen blijven moeder en kind nog een hele tijd zo veel mogelijk zo dicht mogelijk bij elkaar. Een draagdoek maakt dat makkelijker, omdat moeder zo haar handen vrij heeft voor andere dingen. Je kind de hele tijd bij je hebben kost namelijk helemaal niet meer tijd of moeite. Terwijl het kind zijn ding doet in die draagdoek, dicht tegen mama, kijkend, etend of slapend, doet moeder ook gewoon haar ding. Het spaart eigenlijk tijd, omdat er door de kwantiteit van het samenzijn geen extra kwaliteitstijd hoeft te worden toegevoegd. Zo wordt na de eerste kennismakingstijd en oefenperiode moederschap en borstvoeding geven zo gewoon dat je het er gewoon even bij doet. Moeders en kinderen zijn namelijk als het ware geprogrammeerd om zo samen te leven en elk hun ding te doen.
Natuurlijk zijn niet alle kinderen op tijd en gezond geboren kinderen en niet alle omstandigheden zijn ideaal en niet alle moeders zijn in top conditie of zelfs maar redelijk gezond. In al die situaties is borstvoeding nog steeds normaal en gewoon en over het algemeen ook goed mogelijk. Er is dan wel meer planning nodig en er kan meer fout gaan. Daarover later meer.
Over de basis voor gewone borstvoeding:
Van Veldhuizen-Staas, CGA: Borstvoeding Basis
Van Veldhuizen-Staas, CGA: Voeding en groei
In Theory (S4E25 van Star Trek: The Next Generation) waar de humanoide probeert normaal menselijk gedrag waarvoor hij niet geprogrammeerd is te oefenen. Met Michele Scarabelli als Lt. Jenna D'Sora.
Een vraag die ik vaak naar mijn hoofd geslingerd krijg als ik weer eens te keer ben gegaan over de gewoonheid en normaalheid van borstvoeding is waarom er dan toch zoveel vrouwen zijn die het niet voor elkaar krijgen om gewoon borstvoeding te geven. Want iets dat net zo gewoon is als ademen zou toch niet zoveel problemen moeten geven. En daar hebben de vraagstellers ook gewoon gelijk in. Het zou niet moeten, het zou niet hoeven en toch is het zo. Zijn vrouwen zo gedegenereerd dat ze een simpele lichamelijke functie niet meer kunnen uitvoeren zonder pijn en ellende? Nee, natuurlijk niet, zo snel gaat de evolutie niet. Het is meer dat we als samenleving niet meer weten hoe het werkt met borstvoeding en baby’s in het algemeen. We weten zelfs niet zo goed hoe ons eigen lijf werkt, laat staan dat van een baby. Vroeger wisten we dat ook niet bewust, maar toen hadden we nog instincten die ons vertelden wat goed was. Ging dat altijd perfect? Nee, natuurlijk niet, maar vaak toch wel of op zijn minst goed genoeg. Hebben we die instincten nu niet meer? Wel degelijk, alleen luisteren we er niet meer naar. We denken dat instincten primitief, dierlijk en onbetrouwbaar zijn. We denken dat wij dat als moderne mensen beter kunnen bedenken. En dus komen we met allerlei regeltjes, protocollen en voorschriften om de meest normale en natuurlijke zaken te regelen. Daar gaan we dan ook direct de fout mee in. Net als bij alle lichamelijke processen waar je ingrijpt zonder rekening te houden met het normale functioneren stijgt de kans op problemen. Onder normale omstandigheden –een gezonde op tijd geboren baby en een gezonde moeder- is het voldoende om moeder en kind direct na de geboorte huid-aan-huid bij elkaar te houden, veilig tegen vallen en vrij van verstoringen, om de borstvoeding goed van start te laten gaan. Dicht bij elkaar blijven daarna in houdingen die de baby handig toegang geven tot de borst zorgen voor het verstevigen van de basis voor een borstvoedingperiode met geen of weinig obstakels. Zo simpel, zo gewoon. De beste begeleiding is die die de moeder en haar kind niet in de weg zitten: zorgen voor goede omstandigheden (voorwaardenscheppend werken) in een rustige en veilige omgeving. En na die eerste dagen blijven moeder en kind nog een hele tijd zo veel mogelijk zo dicht mogelijk bij elkaar. Een draagdoek maakt dat makkelijker, omdat moeder zo haar handen vrij heeft voor andere dingen. Je kind de hele tijd bij je hebben kost namelijk helemaal niet meer tijd of moeite. Terwijl het kind zijn ding doet in die draagdoek, dicht tegen mama, kijkend, etend of slapend, doet moeder ook gewoon haar ding. Het spaart eigenlijk tijd, omdat er door de kwantiteit van het samenzijn geen extra kwaliteitstijd hoeft te worden toegevoegd. Zo wordt na de eerste kennismakingstijd en oefenperiode moederschap en borstvoeding geven zo gewoon dat je het er gewoon even bij doet. Moeders en kinderen zijn namelijk als het ware geprogrammeerd om zo samen te leven en elk hun ding te doen.
Natuurlijk zijn niet alle kinderen op tijd en gezond geboren kinderen en niet alle omstandigheden zijn ideaal en niet alle moeders zijn in top conditie of zelfs maar redelijk gezond. In al die situaties is borstvoeding nog steeds normaal en gewoon en over het algemeen ook goed mogelijk. Er is dan wel meer planning nodig en er kan meer fout gaan. Daarover later meer.
Over de basis voor gewone borstvoeding:
Van Veldhuizen-Staas, CGA: Borstvoeding Basis
Van Veldhuizen-Staas, CGA: Voeding en groei
maandag 12 maart 2012
In de contramine
Foto: Tyler Hawkins (Robert Pattinson), de zoon, die altijd in de contramine is, van rijke en succesvolle Newyorkse zakenman Charles Hawkins (Pierce Brosnan) in Remember Me (met Emilie de Ravin als Ally Craig).
Als het aan het kind lag koos hij borstvoeding. Een kind wordt namelijk geboren met in zijn hele blauwdruk, werkplan en fysieke verwachting dat hij zodra hij buiten het moederlichaam moet leven nog wel door dat moederlichaam zal worden onderhouden. Het is dus logisch te veronderstellen dat borstvoeding slechts hoogst zelden vanuit het perspectief van het kind niet de eerste keuze zou zijn. In de loop van de evolutie van de mens zouden die condities vrijwel zeker zo goed als uitsterven. Mensen hebben echter al vanaf een heel vroeg stadium omwegen gevonden rondom schijnbare onmogelijkheden en dus komen er nu en dan kinderen ter wereld voor wie borstvoeding inderdaad een ziekmakende of soms zelfs dodelijke voedingskeuze is. Het lijstje is gelukkig erg kort. Enkele aangeboren stofwisselingsziekten kunnen borstvoeding moeilijk (PKU, borstvoeding afwisselen met speciale kunstvoeding met aangepaste eiwitten, onder constante bewaking van bloedwaarden) of onmogelijk maken. Tot die laatste categorie behoort galactosemie, een aangeboren en onbehandelbaar onvermogen om lactose te verteren. Deze kinderen kunnen alleen overleven op een volstrekt lactosevrij dieet. Moeders die positief getest zijn voor humaan T-cel lymphotrophisch virus type I of II84 of onbehandelde brucellose85 kunnen beter geen borstvoeding geven of hun kind met hun afgekolfde melk voeden. Een moeder met actieve onbehandelde tuberculose geeft geen borstvoeding, net als een moeder met actieve herpes op haar borst. Ze akn wel afgekolfde melk geven, want de pathogenen die deze ziektes veroorzaken worden niet overgebracht van haar melk. de moeder met tuberculose kan na twee weken behandeling en testen hebben uitgewezen dat zij niet meer besmettelijk is weer gaan voeden en de moeder met herpes wacht tot de blaasjes zijn ingedroogd. Waterpokken opgedaan tussen 5 dagen voor en 2 dagen na de bevalling zijn een indicatie om moede en kind gescheiden te houden, maar de melk is niet besmettelijk en kan dus gekolfd en gegeven worden. Waterpokken, die bij grotere kinderen over het algemeen alleen maar heel erg akelig zijn, zijn voor een pasgeboren baby zeer gevaarlijk.
Moeders met een seropositieve HIV status geven liever geen borstvoeding als er een blijvend verkrijgbaar, betaalbaar en veilig klaar te maken alternatief is. Is zo’n alternatief er niet, dan is een combinatie van 6 maanden streng exclusief borstvoeding en retrovirale therapie aanbevolen. Cytomegalovirus (CMV) seropositieve moeders kunnen wel borstvoeding geven aan een gezonde voldragen zuigeling, maar er zijn aanwijzingen dat voor zeer kleine te vroeg geborenen mogelijk meer risico geeft van laat-beginnend sepsis-achtig syndroom. Als die verschijnselen optreden is antivirale therapie aangewezen.
Roken, drugs en alcohol zijn geen absolute contra-indicatie voor borstvoeding. Moeders die negatief getest zijn voor HIV en die een methadon programma volgen kunnen borstvoeding geven. PCP, cocaïne en cannabis gebruik is een risicovol gedrag voor een voedende moeder, omdat deze middelen bij de baby komen via de melk en de lange termijn neurologische ontwikkeling aantasten. Tabak roken is om allerlei bekende redenen voor de moeder zelf geen goed idee, maar is voor haar kind ook heel ongezond. De combinatie rokende ouders en kunstvoeding is echter een veel groter risico dan borstvoeding van een rokende moeder. Kinderen die opgroeien in een huis met rokende mensen hebben een sterk verhoogd wiegendood risico. Alcohol in incidentele kleine hoeveelheden is over het algemeen geen probleem en voor de zekerheid kan per alcoholische consumptie twee uur worden gewacht met voeden.
From the American Academy of Pediatrics, SECTION ON BREASTFEEDING: Policy Statement: Breastfeeding and the Use of Human Milk. Pediatrics 2012; 129:3 e827-e841; published ahead of print February 27, 2012, doi:10.1542/peds.2011-3552
Moeders met een seropositieve HIV status geven liever geen borstvoeding als er een blijvend verkrijgbaar, betaalbaar en veilig klaar te maken alternatief is. Is zo’n alternatief er niet, dan is een combinatie van 6 maanden streng exclusief borstvoeding en retrovirale therapie aanbevolen. Cytomegalovirus (CMV) seropositieve moeders kunnen wel borstvoeding geven aan een gezonde voldragen zuigeling, maar er zijn aanwijzingen dat voor zeer kleine te vroeg geborenen mogelijk meer risico geeft van laat-beginnend sepsis-achtig syndroom. Als die verschijnselen optreden is antivirale therapie aangewezen.
Roken, drugs en alcohol zijn geen absolute contra-indicatie voor borstvoeding. Moeders die negatief getest zijn voor HIV en die een methadon programma volgen kunnen borstvoeding geven. PCP, cocaïne en cannabis gebruik is een risicovol gedrag voor een voedende moeder, omdat deze middelen bij de baby komen via de melk en de lange termijn neurologische ontwikkeling aantasten. Tabak roken is om allerlei bekende redenen voor de moeder zelf geen goed idee, maar is voor haar kind ook heel ongezond. De combinatie rokende ouders en kunstvoeding is echter een veel groter risico dan borstvoeding van een rokende moeder. Kinderen die opgroeien in een huis met rokende mensen hebben een sterk verhoogd wiegendood risico. Alcohol in incidentele kleine hoeveelheden is over het algemeen geen probleem en voor de zekerheid kan per alcoholische consumptie twee uur worden gewacht met voeden.
From the American Academy of Pediatrics, SECTION ON BREASTFEEDING: Policy Statement: Breastfeeding and the Use of Human Milk. Pediatrics 2012; 129:3 e827-e841; published ahead of print February 27, 2012, doi:10.1542/peds.2011-3552
Labels:
borstvoeding,
CMV,
contra-indicatie,
HIV,
TBS,
waterpokken
vrijdag 17 februari 2012
Wereldvrede
Foto: Sandra Bullock als undercover agent Gracie Hart, die als onwaarschijnlijke schoonheidskoningin steeds vergeet dat wereldvrede is waar ze het meest naar snakt, in de film Miss Congeniality
In reactie op de laatste, zojuist rondgestuurde, Eurolac Nieuws kreeg ik een mailtje van een lezer (waarvoor mijn dank) die mij attendeerde op een (‘’voor jullie mogelijk interessant’’) onlangs verschenen onderzoek over gedragskenmerken van volwassenen die zijn terug te voeren op de voeding die zij als baby kregen (Marjonen et al, 2011). In een langlopende studie werden bijna 2000 mensen vanaf de geboorte bijna 25 jaar gevolgd. Mensen die als baby niet aan de borst waren gevoed vertoonde significant meer vijandigheid, boosheid en irritabiliteit als 24 jarige dan zij die wel borstvoeding kregen. De basis voor deze gedragskenmerken werd waarschijnlijk gelegd tijdens het eerste halve levensjaar, want langer borstvoeding gaf geen grotere verschillen. De onderzoekers stellen wel dat mogelijk ook andere factoren binnen het gezin kunnen meespelen bij deze uitkomsten. Zo zou het kunnen zijn dat ouders die ervoor kiezen hun kind minimaal een half jaar borstvoeding te geven ook op een andere manier opvoeden en zorgen. Dit kan ook invloed hebben op de latere gedragskenmerken van de gezinsleden. Toch komen ook in andere onderzoeken gedragsverschillen naar voren tussen kinderen die wel of geen borstvoeding kregen. Een deel van de Millennium Cohort Study (Heikkilä et al, 2011) keek naar gedrag van kinderen van vijf jaar in relatie tot hoe zij als baby warden gevoed. Het Millennium Cohort Onderzoek is een grote prospectieve, nationaal representatieve studie in het Verenigd Koninkrijk, waarin bijna 19.000 kinderen die in 2000-2002 werden geboren worden gevolgd vanaf de zwangerschap en gedurende de eerste levensjaren op diverse aspecten van gezondheid en leefomstandigheden. De uitkomsten toonden een duidelijk verband aan tussen gedragsstoornissen als vijfjarige voor kinderen die te vroeg waren geboren en voor kinderen die korter dan 4 maanden of geen borstvoeding hadden gehad. Hoe langer te vroeg geboren kinderen borstvoeding hadden gehad, hoe kleiner het risico leek te worden om gedragsproblemen te hebben als vijfjarige, maar deze relatie was niet zo significant als bij op tijd geboren kinderen. Wat in dit onderzoek opvalt is dat, hoewel het representatief voor de hele Britse samenleving heet te zijn, er een onevenredig grote vertegenwoordiging is van kinderen uit achterstand situaties. Dat gegeven geeft ruimte aan de aanname dat het toch voor een flink deel het borstvoeden op zich is dat het verschil maakt en niet het feit dat vooral beter gesitueerde moeders kiezen voor borstvoeding. Dit laatste is namelijk een vaak gehoorde kritiek op onderzoeken die geen borstvoeding krijgen linken aan minder gunstige scores voor gedrag en intellectuele ontwikkeling. Toch mogen we niet aan borstvoeding geven het etiket hangen van het middel om tot wereldvrede te komen. In culturen waar borstvoeding geven –vaak en lang- de norm is, komen zowel zeer oorlogszuchtige als zeer vredelievende samenlevingsvormen voor. Wat zou de wereld er toch anders uit kunnen zien als borstvoeding wel dé sleutel tot vrede in de hele wereld was.
Merjonen P, Jokela M, Laura Pulkki-Råback L, Hintsanen M, Raitakari OT, Viikari J, Keltikangas-Järvinen L: Breastfeeding and Offspring Hostility in Adulthood. Journal Psychotherapy and Psychosomatics; 2011, 80(6):371-373.
Heikkilä K, Sacker A, Kelly Y, Renfrew MJ, Quigley MA: Breast feeding and child behaviour in the Millennium Cohort Study. Arch Dis Child 2011;96:635-642.
In reactie op de laatste, zojuist rondgestuurde, Eurolac Nieuws kreeg ik een mailtje van een lezer (waarvoor mijn dank) die mij attendeerde op een (‘’voor jullie mogelijk interessant’’) onlangs verschenen onderzoek over gedragskenmerken van volwassenen die zijn terug te voeren op de voeding die zij als baby kregen (Marjonen et al, 2011). In een langlopende studie werden bijna 2000 mensen vanaf de geboorte bijna 25 jaar gevolgd. Mensen die als baby niet aan de borst waren gevoed vertoonde significant meer vijandigheid, boosheid en irritabiliteit als 24 jarige dan zij die wel borstvoeding kregen. De basis voor deze gedragskenmerken werd waarschijnlijk gelegd tijdens het eerste halve levensjaar, want langer borstvoeding gaf geen grotere verschillen. De onderzoekers stellen wel dat mogelijk ook andere factoren binnen het gezin kunnen meespelen bij deze uitkomsten. Zo zou het kunnen zijn dat ouders die ervoor kiezen hun kind minimaal een half jaar borstvoeding te geven ook op een andere manier opvoeden en zorgen. Dit kan ook invloed hebben op de latere gedragskenmerken van de gezinsleden. Toch komen ook in andere onderzoeken gedragsverschillen naar voren tussen kinderen die wel of geen borstvoeding kregen. Een deel van de Millennium Cohort Study (Heikkilä et al, 2011) keek naar gedrag van kinderen van vijf jaar in relatie tot hoe zij als baby warden gevoed. Het Millennium Cohort Onderzoek is een grote prospectieve, nationaal representatieve studie in het Verenigd Koninkrijk, waarin bijna 19.000 kinderen die in 2000-2002 werden geboren worden gevolgd vanaf de zwangerschap en gedurende de eerste levensjaren op diverse aspecten van gezondheid en leefomstandigheden. De uitkomsten toonden een duidelijk verband aan tussen gedragsstoornissen als vijfjarige voor kinderen die te vroeg waren geboren en voor kinderen die korter dan 4 maanden of geen borstvoeding hadden gehad. Hoe langer te vroeg geboren kinderen borstvoeding hadden gehad, hoe kleiner het risico leek te worden om gedragsproblemen te hebben als vijfjarige, maar deze relatie was niet zo significant als bij op tijd geboren kinderen. Wat in dit onderzoek opvalt is dat, hoewel het representatief voor de hele Britse samenleving heet te zijn, er een onevenredig grote vertegenwoordiging is van kinderen uit achterstand situaties. Dat gegeven geeft ruimte aan de aanname dat het toch voor een flink deel het borstvoeden op zich is dat het verschil maakt en niet het feit dat vooral beter gesitueerde moeders kiezen voor borstvoeding. Dit laatste is namelijk een vaak gehoorde kritiek op onderzoeken die geen borstvoeding krijgen linken aan minder gunstige scores voor gedrag en intellectuele ontwikkeling. Toch mogen we niet aan borstvoeding geven het etiket hangen van het middel om tot wereldvrede te komen. In culturen waar borstvoeding geven –vaak en lang- de norm is, komen zowel zeer oorlogszuchtige als zeer vredelievende samenlevingsvormen voor. Wat zou de wereld er toch anders uit kunnen zien als borstvoeding wel dé sleutel tot vrede in de hele wereld was.
Merjonen P, Jokela M, Laura Pulkki-Råback L, Hintsanen M, Raitakari OT, Viikari J, Keltikangas-Järvinen L: Breastfeeding and Offspring Hostility in Adulthood. Journal Psychotherapy and Psychosomatics; 2011, 80(6):371-373.
Heikkilä K, Sacker A, Kelly Y, Renfrew MJ, Quigley MA: Breast feeding and child behaviour in the Millennium Cohort Study. Arch Dis Child 2011;96:635-642.
Labels:
agressie,
borstvoeding,
cohortstudie,
gedrag,
risico,
wereldvrede
maandag 6 februari 2012
Vampierbaby's
Foto: Gary Oldman als Dracula in Bram Stoker’s Dracula, waarin hij onder andere in een vleermuis verandert.
Egeltjes doen het heel voorzichtig. Vrijen moet met zorg gebeuren om te voorkomen dat je elkaar lek prikt met al die stekels. En borstvoeding geven doe je ook voorzichtig als je als egelmoeder je kind niet aan je spiesjes wilt rijgen. Gelukkig zijn babyegelstekeltjes nog zacht, zodat zij hun moeder niet prikken tijdens het drinken. Vleermuismoeders voeden op zijn kop en voeden langdurig, omdat de jongen pas zelf voedsel kunnen zoeken als hun vleugels volgroeid zijn. Vampiervleermuizen drinken bloed van zoogdieren of vogels als ze volwassen zijn, toch zijn vampiervleermuismoeders niet bang dat hun jongen hen zullen bijten terwijl ze aan de borst drinken. Vampiervleermuisbaby’s willen namelijk melk drinken en geen bloed. Mensen zijn soms wel bang dat kindjes die tanden krijgen hun moeder zullen bijten als ze aan de borst gaan. Vampierbaby’s zijn er niet zo veel en als ze er zouden zijn, zouden ze niet het bloed van hun moeder willen drinken. Mensenbaby’s willen wel het ‘’witte bloed’’ van hun moeder drinken, maar dat kan alleen als ze niet bijten. Bijten en borstdrinken zijn dingen die niet tegelijk kunnen gebeuren. Een aan de borst drinkend kind gebruikt zijn kaken en tong op een heel andere manier dan een kind dat bijt. Bij een goed borstdrinkend kind ligt zijn tong over zijn eigen onderkaak heen onder de borst. Zou hij nu bijten, dan zou hij in zijn eigen tong bijten. Dat is niet handig, want dat zeer en er komt geen melk. Tanden krijgen is dus helemaal geen reden om aan te nemen dat de borstvoedingperiode daarmee beëindigd wordt. Integendeel zelfs. Alle zoogdierkinderen krijgen op een gegeven moment tanden en een poos later vallen die weer uit en krijgen ze andere tanden. De eerste ronde zijn het een soort oefentanden, net zoals kinderen die beginnen met schaatsen eerst oefenschaatsjes krijgen met dubbele ijzers. Je kan er niet zo veel mee, ze zijn niet snel en wendbaar, maar je kan er goed mee oefenen zonder al te veel te vallen. de melktanden, zoals dat eerste gebit zo toepasselijk heet, zijn om het bijten en kauwen te oefenen. Ze zijn nog klein en het zijn er nog niet zoveel, maar je kan er mee bijten en kauwen oefenen. Want dat is iets heel anders dan drinken. Het melkgebit hebben vrijwel alle zoogdieren in de periode tussen het eerste hapje vast of volwassen voedsel en het volledig stoppen met moedermelk drinken. De tanden die je hebt als je nog melk drinkt dus. Dat is toch weer mooi bedacht, zo’n oefengebit voor als je eigenlijk nog melk drinkt, maar vast oefent met volwassen eten. Soms is het wel eens verwarrend dat je de een keer drinkt en de andere keer bijt en kauwt en soms wil dat wel eens verwisseld worden. Dan kan je je zomaar verslikken als je je brood probeert te zuigen. En je kan per ongeluk je moeder bijten als je probeert de borst te kauwen. Net als met leren schaatsen; ondanks de krabbelijzertjes kun je toch nog wel eens met je voeten in de knoop raken en onderuit gaan*. En soms is er een ondeugend peutertje dat vampiertje gaat spelen en mama bijt terwijl ze met glimoogjes afwachtend mama’s reactie afwacht: dolkomisch, die geluiden die mama dan soms maakt. Vooral als ze tijdens het drinken met haar gedachten elders is. Maar dat is een spelletej, geen reden om te stoppen met borstvoeding. Want vampiermama’s bijten dan gewoon, speels en zachtjes, even terug. In dat koddige neusje, dat zo lief rimpelt bij het lachen.
*) Octaview Weblog: Het paradijs in het bos
Egeltjes doen het heel voorzichtig. Vrijen moet met zorg gebeuren om te voorkomen dat je elkaar lek prikt met al die stekels. En borstvoeding geven doe je ook voorzichtig als je als egelmoeder je kind niet aan je spiesjes wilt rijgen. Gelukkig zijn babyegelstekeltjes nog zacht, zodat zij hun moeder niet prikken tijdens het drinken. Vleermuismoeders voeden op zijn kop en voeden langdurig, omdat de jongen pas zelf voedsel kunnen zoeken als hun vleugels volgroeid zijn. Vampiervleermuizen drinken bloed van zoogdieren of vogels als ze volwassen zijn, toch zijn vampiervleermuismoeders niet bang dat hun jongen hen zullen bijten terwijl ze aan de borst drinken. Vampiervleermuisbaby’s willen namelijk melk drinken en geen bloed. Mensen zijn soms wel bang dat kindjes die tanden krijgen hun moeder zullen bijten als ze aan de borst gaan. Vampierbaby’s zijn er niet zo veel en als ze er zouden zijn, zouden ze niet het bloed van hun moeder willen drinken. Mensenbaby’s willen wel het ‘’witte bloed’’ van hun moeder drinken, maar dat kan alleen als ze niet bijten. Bijten en borstdrinken zijn dingen die niet tegelijk kunnen gebeuren. Een aan de borst drinkend kind gebruikt zijn kaken en tong op een heel andere manier dan een kind dat bijt. Bij een goed borstdrinkend kind ligt zijn tong over zijn eigen onderkaak heen onder de borst. Zou hij nu bijten, dan zou hij in zijn eigen tong bijten. Dat is niet handig, want dat zeer en er komt geen melk. Tanden krijgen is dus helemaal geen reden om aan te nemen dat de borstvoedingperiode daarmee beëindigd wordt. Integendeel zelfs. Alle zoogdierkinderen krijgen op een gegeven moment tanden en een poos later vallen die weer uit en krijgen ze andere tanden. De eerste ronde zijn het een soort oefentanden, net zoals kinderen die beginnen met schaatsen eerst oefenschaatsjes krijgen met dubbele ijzers. Je kan er niet zo veel mee, ze zijn niet snel en wendbaar, maar je kan er goed mee oefenen zonder al te veel te vallen. de melktanden, zoals dat eerste gebit zo toepasselijk heet, zijn om het bijten en kauwen te oefenen. Ze zijn nog klein en het zijn er nog niet zoveel, maar je kan er mee bijten en kauwen oefenen. Want dat is iets heel anders dan drinken. Het melkgebit hebben vrijwel alle zoogdieren in de periode tussen het eerste hapje vast of volwassen voedsel en het volledig stoppen met moedermelk drinken. De tanden die je hebt als je nog melk drinkt dus. Dat is toch weer mooi bedacht, zo’n oefengebit voor als je eigenlijk nog melk drinkt, maar vast oefent met volwassen eten. Soms is het wel eens verwarrend dat je de een keer drinkt en de andere keer bijt en kauwt en soms wil dat wel eens verwisseld worden. Dan kan je je zomaar verslikken als je je brood probeert te zuigen. En je kan per ongeluk je moeder bijten als je probeert de borst te kauwen. Net als met leren schaatsen; ondanks de krabbelijzertjes kun je toch nog wel eens met je voeten in de knoop raken en onderuit gaan*. En soms is er een ondeugend peutertje dat vampiertje gaat spelen en mama bijt terwijl ze met glimoogjes afwachtend mama’s reactie afwacht: dolkomisch, die geluiden die mama dan soms maakt. Vooral als ze tijdens het drinken met haar gedachten elders is. Maar dat is een spelletej, geen reden om te stoppen met borstvoeding. Want vampiermama’s bijten dan gewoon, speels en zachtjes, even terug. In dat koddige neusje, dat zo lief rimpelt bij het lachen.
*) Octaview Weblog: Het paradijs in het bos
zaterdag 4 februari 2012
Uit de kast
Foto: Daniel Radcliffe als Harry Potter in het eerste deel van de Harry Potter filmserie, waarin hij zijn slaapkamer in de kast onder de trap heeft.
De roep om transparantie en openheid groeit. Burgers moeten weten wat overheden doen; werknemers moeten weten wat bestuurders doen; kiezers moeten weten wie wat aan wie betaald. In een samenleving waar niets meer privé is en iedereen alles over iedereen weet kunnen overheden, bestuurders en verkiezingskandidaten zich niet meer permitteren onderhandse en bedekte spelletjes te spelen. Wie het toch probeert wordt openlijk te kijk gezet of door een dappere klokkenluider aan de paal genageld. Van burgers wordt verwacht dat zij met open vizier door de wereld gaan en niemand mag zich meer met bedekt gelaat in het openbaar vertonen. Met één uitzondering natuurlijk. Baby’s. En peuters. Etende baby’s en peuters wel te verstaan. Of liever gezegd drinkende baby’s en peuters, nog preciezer: aan de borst drinkende baby’s en peuters. Die moeten hun gelaat en de borst waaraan zij drinken bedekken. Men verblikt of verbloost in het maatschappelijk leven niet van een flinke portie appetijtelijk en minder appetijtelijk bloot, zelfs niet van zeer onappetijtelijk bloot dat boven een broeksband uitkomt. Vrijwel blote billen en borsten, geen punt. Outfits waarbij de opgesneden pijpjes en het decolleté elkaar in de buurt van de navel tegenkomen, prima. Broeken die zo laag hangen dat je blij bent dat de drager een ingebouwd kapstokje heeft om hem nog enigszins omhoog te houden, ach ja, mode hè. Maar een baby die aan een borst drinkt … A jakkie bah. Voedende moeders worden verwezen naar het toilet of een viezig achterkamertje of hen wordt aangeraden in ’t vervolg maar liever thuis te blijven. Meer vooruitstrevende toeschouwers vinden borstvoeding geweldig, maar ze vinden wel dat niemand hoeft te zien wat je als voedende moeder en baby doet. Doek erover dus. Er zijn gewone omslagdoeken, draagdoeken en speciale ingenieuze anderhalfpersoonstenten. Nog afgezien van het feit dat het ridicuul is om onder een doek te gaan zitten eten of voeden, vestigt zo’n doek alleen maar meer de aandacht op het bezig zijn van iets geheims, iets stiekems. Net als iemand die op het strand probeert onopvallend onder een handdoek zijn badkleding te verwisselen. Iedereen kijkt en kijkt en wacht tot de handdoek valt op het meest spectaculaire moment.
Punt is natuurlijk dat iedereen het zo raar vindt, omdat je het nooit ziet. Nieuw=vreemd=raar=eng. Maar als we het allemaal maar weg blijven stoppen zal het nooit een normaal beeld worden. Voedende moeders moeten gewoon uit de kast komen. Bij anderen, die zich vanwege hun ideeën of om wie ze waren, moesten verstoppen is dat ook gelukt. Toen Harry Potter uit zijn kast kwam werd hij een grote tovenaar die de wereld redde. Moeders die met hun baby’s uit de kast komen redden de wereld van de ondergang van borstvoeding. Zij laten de wereld genieten van een voedende moeder die magische melk aan haar kind geeft en een kind die vol overgave en zonder zich zorgen te maken over wat de mensen wel niet zullen denken doet wat hij moet doen. Borstvoedende moeders en hun kinderen laten de volgende generatie ouders zien hoe dat gaat, een kind aan de borst. Nu zijn kindertjes op het KDV er nog niet aan gewend* en maar ‘’waar je mee omgaat wordt je mee besmet’’ en als je iets vaak genoeg ziet wordt het vanzelf normaal. Beginnend-puberende jongens moeten kindjes aan de borst zien in het normale leven. Ook al giechelen ze nu bij het idee dat ze een borst zien, ooit zullen ze een jonge vader zijn en de moeder van hun kind moeten steunen bij borstvoeding geven. Het helpt niet echt als ze dan nog steeds alleen maar allerlei verwarrende ideeën in hun onderbuikhersenen krijgen bij het zien van een borst. Beginnend-puberende meisje moeten zien dat die gênante, scheef groeiende en pijnlijke bobbels ooit een mooie functie zullen hebben, ook als ze er niet uitzien als een gefotoshopt model.
@PuurSpeelGoed: k ben voor niet-discreet voeden in het openbaar. Geniet zo van het zien van drinkende kindjes
De roep om transparantie en openheid groeit. Burgers moeten weten wat overheden doen; werknemers moeten weten wat bestuurders doen; kiezers moeten weten wie wat aan wie betaald. In een samenleving waar niets meer privé is en iedereen alles over iedereen weet kunnen overheden, bestuurders en verkiezingskandidaten zich niet meer permitteren onderhandse en bedekte spelletjes te spelen. Wie het toch probeert wordt openlijk te kijk gezet of door een dappere klokkenluider aan de paal genageld. Van burgers wordt verwacht dat zij met open vizier door de wereld gaan en niemand mag zich meer met bedekt gelaat in het openbaar vertonen. Met één uitzondering natuurlijk. Baby’s. En peuters. Etende baby’s en peuters wel te verstaan. Of liever gezegd drinkende baby’s en peuters, nog preciezer: aan de borst drinkende baby’s en peuters. Die moeten hun gelaat en de borst waaraan zij drinken bedekken. Men verblikt of verbloost in het maatschappelijk leven niet van een flinke portie appetijtelijk en minder appetijtelijk bloot, zelfs niet van zeer onappetijtelijk bloot dat boven een broeksband uitkomt. Vrijwel blote billen en borsten, geen punt. Outfits waarbij de opgesneden pijpjes en het decolleté elkaar in de buurt van de navel tegenkomen, prima. Broeken die zo laag hangen dat je blij bent dat de drager een ingebouwd kapstokje heeft om hem nog enigszins omhoog te houden, ach ja, mode hè. Maar een baby die aan een borst drinkt … A jakkie bah. Voedende moeders worden verwezen naar het toilet of een viezig achterkamertje of hen wordt aangeraden in ’t vervolg maar liever thuis te blijven. Meer vooruitstrevende toeschouwers vinden borstvoeding geweldig, maar ze vinden wel dat niemand hoeft te zien wat je als voedende moeder en baby doet. Doek erover dus. Er zijn gewone omslagdoeken, draagdoeken en speciale ingenieuze anderhalfpersoonstenten. Nog afgezien van het feit dat het ridicuul is om onder een doek te gaan zitten eten of voeden, vestigt zo’n doek alleen maar meer de aandacht op het bezig zijn van iets geheims, iets stiekems. Net als iemand die op het strand probeert onopvallend onder een handdoek zijn badkleding te verwisselen. Iedereen kijkt en kijkt en wacht tot de handdoek valt op het meest spectaculaire moment.
Punt is natuurlijk dat iedereen het zo raar vindt, omdat je het nooit ziet. Nieuw=vreemd=raar=eng. Maar als we het allemaal maar weg blijven stoppen zal het nooit een normaal beeld worden. Voedende moeders moeten gewoon uit de kast komen. Bij anderen, die zich vanwege hun ideeën of om wie ze waren, moesten verstoppen is dat ook gelukt. Toen Harry Potter uit zijn kast kwam werd hij een grote tovenaar die de wereld redde. Moeders die met hun baby’s uit de kast komen redden de wereld van de ondergang van borstvoeding. Zij laten de wereld genieten van een voedende moeder die magische melk aan haar kind geeft en een kind die vol overgave en zonder zich zorgen te maken over wat de mensen wel niet zullen denken doet wat hij moet doen. Borstvoedende moeders en hun kinderen laten de volgende generatie ouders zien hoe dat gaat, een kind aan de borst. Nu zijn kindertjes op het KDV er nog niet aan gewend* en maar ‘’waar je mee omgaat wordt je mee besmet’’ en als je iets vaak genoeg ziet wordt het vanzelf normaal. Beginnend-puberende jongens moeten kindjes aan de borst zien in het normale leven. Ook al giechelen ze nu bij het idee dat ze een borst zien, ooit zullen ze een jonge vader zijn en de moeder van hun kind moeten steunen bij borstvoeding geven. Het helpt niet echt als ze dan nog steeds alleen maar allerlei verwarrende ideeën in hun onderbuikhersenen krijgen bij het zien van een borst. Beginnend-puberende meisje moeten zien dat die gênante, scheef groeiende en pijnlijke bobbels ooit een mooie functie zullen hebben, ook als ze er niet uitzien als een gefotoshopt model.
@PuurSpeelGoed: k ben voor niet-discreet voeden in het openbaar. Geniet zo van het zien van drinkende kindjes
*) @daanjelle: maar nog veel opvoedwerk te doen op KDV, hoe kunnen kinderen gewend raken aan langvoeden als ze het nergens zien?
Maartje: Universitair kantinevoeden bij Kenniscentrum Borstvoeding
Meer Eurolac Flits blogs met het thema openbaar voeden
Maartje: Universitair kantinevoeden bij Kenniscentrum Borstvoeding
Meer Eurolac Flits blogs met het thema openbaar voeden
vrijdag 3 februari 2012
Ridders en magiërs
Foto: Colin Morgan (L) en Bradley James (R) als respectievelijk een jonge Merlin en Arthur in Merlin, een interpretatie van de Arthur legendes, waarin nu-nog-Prins Arthur met hulp van zijn magiër-in-het-geheim Merlin zijn land moet beschermen tegen alle mogelijke aanvallers.
Ik blijf me telkens weer verbazen over hoe prachtig organismen zijn ontworpen en functioneren. In de loop van miljoenen generaties veranderen organismen zo dat ze optimaal functioneren binnen de loop van hun eigen ontwikkeling. Een tot megalomane proporties uitgegroeide U-Vraagt-Wij-Draaien-show die de oneindige diversiteit van species mogelijk maakt, uitbreidt en onderhoudt. Fascinerende stof. Neem nu de bescherming tegen boosdoeners die elk levend organisme heeft. Sommige beschermen zich door onaantrekkelijk of afschuwwekkend te zijn, andere bouwen een ondoordringbaar harnas; sommige gaan uit van het principe aanval is de beste verdediging en zijn giftig, andere eten de aanvallers gewoon op. Zoogdieren hebben allemaal dubbele en driedubbele systemen van bescherming en afweer. De bescherming tegen roofdieren en de elementen is overduidelijk, maar de bescherming tegen micro-organismen is hoewel voor het oog weinig zichtbaar, veel ingenieuzer. Eerst is er de linie van slotgrachten, hoge muren en valhekken om potentiele binnendringers af te schrikken. Dan zijn er de geharnaste ridders tussen de kantelen en achter de schietgaten om indringers die toch een poging wagen aan het mes of een speer te rijgen. Voor de doorzetters onder de indringers staat er een hele rits verrassingen te wachten, zoals vaten kokende olie, vallen en strikken en geheime wapens. De geheime wapens in het lichaam van een zoogdier, bijvoorbeeld de mens, zijn ingenieus van ontwerp, uitvoering en functie. Een grote verscheidenheid aan speurders, vangers en onschadelijk makers in alle soorten, kleuren en maten werken ieder voor zich en met elkaar aan meerdere taken. Ze macgyveren hier en daar een extra functie en ze slaan al hun ervaringen op in een archief voor latere referentie. De geheime wapens worden gemaakt door een team van magiërs die hun werkkamers in verschillende delen van het kasteel hebben. Bij jonge zoogdieren, ook bij mensenbaby’s, is een van die kamers de thymus (zwezerik), een orgaan achter het borstbeen. Bij volwassenen is de thymus verschrompeld, maar bij baby’s en jonge kinderen is het een heel belangrijk orgaan binnen de verdedigingslinie tegen ziekmakende indringers. De thymus zorgt voor speciale lymfocyten en reguleert hun werking, en produceert hormonen die het afweersysteem helpen opbouwen. Kinderen zonder thymus (in aanleg of door verwijdering) hebben een slechte algemene gezondheid, groeien slecht, hebben veel meer last van infecties en vertonen weinig infectie afwerende activiteiten in daarvoor bestemde organen. Niemand die bij zijn goede verstand is, zou het in zijn hoofd halen om zonder een heel goede reden (bijvoorbeeld als er een orgaan transplantaat nodig is dat niet mag worden afgestoten) de thymus bij een baby te verwijderen. Niemand? Nee, niet eruit snijden, maar heel veel mensen zorgen er wel voor dat bij heel veel baby’s de thymus een kwijnend bestaan leidt. Onderzoek, onder ander door Moore et al (2009), toont aan dat bij kinderen die weinig of geen exclusieve borstvoeding krijgen de thymus beduidend kleiner is. Borstvoeding is veel meer dan voeding, het beschermt een kind tegen allerlei aanvallen van buitenaf. En het zorgt ervoor dat het lichaam van het kind zelf ook in staat wordt zich aanvallers van het lijf te houden. Borstvoeding zorgt voor ridders en tovenaars in het kasteel van het kind. Probeer dat maar eens na te doen, dat lukt alleen in sprookjes en in films.
Moore, SE; Prentice, AM; Wagatsuma, Y; Fulford, AJC; Collinson, AC; Raqib, R; Vahter, M; Persson, LÅ; Arifeen, SE: Early-life nutritional and environmental determinants of thymic size in infants born in rural Bangladesh. Acta Pædiatrica, 2009, 98(7):1168-1175
Ik blijf me telkens weer verbazen over hoe prachtig organismen zijn ontworpen en functioneren. In de loop van miljoenen generaties veranderen organismen zo dat ze optimaal functioneren binnen de loop van hun eigen ontwikkeling. Een tot megalomane proporties uitgegroeide U-Vraagt-Wij-Draaien-show die de oneindige diversiteit van species mogelijk maakt, uitbreidt en onderhoudt. Fascinerende stof. Neem nu de bescherming tegen boosdoeners die elk levend organisme heeft. Sommige beschermen zich door onaantrekkelijk of afschuwwekkend te zijn, andere bouwen een ondoordringbaar harnas; sommige gaan uit van het principe aanval is de beste verdediging en zijn giftig, andere eten de aanvallers gewoon op. Zoogdieren hebben allemaal dubbele en driedubbele systemen van bescherming en afweer. De bescherming tegen roofdieren en de elementen is overduidelijk, maar de bescherming tegen micro-organismen is hoewel voor het oog weinig zichtbaar, veel ingenieuzer. Eerst is er de linie van slotgrachten, hoge muren en valhekken om potentiele binnendringers af te schrikken. Dan zijn er de geharnaste ridders tussen de kantelen en achter de schietgaten om indringers die toch een poging wagen aan het mes of een speer te rijgen. Voor de doorzetters onder de indringers staat er een hele rits verrassingen te wachten, zoals vaten kokende olie, vallen en strikken en geheime wapens. De geheime wapens in het lichaam van een zoogdier, bijvoorbeeld de mens, zijn ingenieus van ontwerp, uitvoering en functie. Een grote verscheidenheid aan speurders, vangers en onschadelijk makers in alle soorten, kleuren en maten werken ieder voor zich en met elkaar aan meerdere taken. Ze macgyveren hier en daar een extra functie en ze slaan al hun ervaringen op in een archief voor latere referentie. De geheime wapens worden gemaakt door een team van magiërs die hun werkkamers in verschillende delen van het kasteel hebben. Bij jonge zoogdieren, ook bij mensenbaby’s, is een van die kamers de thymus (zwezerik), een orgaan achter het borstbeen. Bij volwassenen is de thymus verschrompeld, maar bij baby’s en jonge kinderen is het een heel belangrijk orgaan binnen de verdedigingslinie tegen ziekmakende indringers. De thymus zorgt voor speciale lymfocyten en reguleert hun werking, en produceert hormonen die het afweersysteem helpen opbouwen. Kinderen zonder thymus (in aanleg of door verwijdering) hebben een slechte algemene gezondheid, groeien slecht, hebben veel meer last van infecties en vertonen weinig infectie afwerende activiteiten in daarvoor bestemde organen. Niemand die bij zijn goede verstand is, zou het in zijn hoofd halen om zonder een heel goede reden (bijvoorbeeld als er een orgaan transplantaat nodig is dat niet mag worden afgestoten) de thymus bij een baby te verwijderen. Niemand? Nee, niet eruit snijden, maar heel veel mensen zorgen er wel voor dat bij heel veel baby’s de thymus een kwijnend bestaan leidt. Onderzoek, onder ander door Moore et al (2009), toont aan dat bij kinderen die weinig of geen exclusieve borstvoeding krijgen de thymus beduidend kleiner is. Borstvoeding is veel meer dan voeding, het beschermt een kind tegen allerlei aanvallen van buitenaf. En het zorgt ervoor dat het lichaam van het kind zelf ook in staat wordt zich aanvallers van het lijf te houden. Borstvoeding zorgt voor ridders en tovenaars in het kasteel van het kind. Probeer dat maar eens na te doen, dat lukt alleen in sprookjes en in films.
Moore, SE; Prentice, AM; Wagatsuma, Y; Fulford, AJC; Collinson, AC; Raqib, R; Vahter, M; Persson, LÅ; Arifeen, SE: Early-life nutritional and environmental determinants of thymic size in infants born in rural Bangladesh. Acta Pædiatrica, 2009, 98(7):1168-1175
donderdag 2 februari 2012
Hartenvrouw
Foto: Helena Bonham Carter als Hartenvrouw in Alice in Wonderland (2010)
Stelde ik in een vorige stukje nog heel boud dat ademhaling, hartfunctie en bloedsomloop helemaal vanzelf gaan, vandaag kom ik daar een beetje op terug. Want ook die zeer automatische, simpele en vanzelfsprekende lichaamsfuncties kunnen worden beïnvloed door andere dingen die we doen. Sommige dingen veroorzaken een heel direct effect, andere dingen merk ja pas na jaren. de directe dingen zijn natuurlijk veel eenvoudiger waar te nemen en te duiden dan die welke een aantal jaren op zich alten wachten. In die laatste gevallen zijn allerlei andere factoren die ook een rol kunnen en zullen spelen. Toch is een team wetenschappers (Labayen et al, 2012) van een aantal Europese universiteiten (uit Estland, Zweden en Spanje) erin geslaagd de verschillende factoren te filteren en tot de conclusie te komen dat de zuigelingenvoeding een factor is bij het gehalte aan bloedstollende factoren in het bloed van adolescenten. Adolescenten die minimaal 3 maanden uitsluitend borstvoeding hadden gehad hadden minder fibrinogeen in hun bloed. Een hogere fibrinogeen concentratie maakt het bloed als het ware dik en dat verhoogt het risico van problemen met het hart en de bloedsomloop. Dit gunstige effect van exclusief borstvoeding voor meer dan 3 maanden bleef overeind na correctie voor factoren zoals leeftijd, geslacht, puberteitsstatus, land van herkomst, vetmassa (als berekend met huidplooimeting) en BMI, cholesterol en triglyceridespiegels, bloeddruk, fysiek activiteitsniveau, geboortegewicht en opleidingsniveau van de moeder. Het risiconiveau voor hart- en vaatziekten wordt dus al voor een flink deel bepaald door de voeding van een kind in zijn eerste levensmaanden. Dit is toch zeker een punt dat aandacht mag krijgen in de preventieprogramma’s van de overheid. Het is namelijk een gezondheid bevorderende maatregel waar de beleidsmakers zelf niets voor hoeven te doen en die ook nog eens niets kost voor de overheid. De enige die er armer van worden zijn de fabrikanten van die andere zuigelingenvoeding en de fabrikanten van speciale vetten voor gezonde harten en de fabrikanten van geneesmiddelen voor stroperig bloed en hartfunctiefalen.
Veel eenvoudiger om relaties te bepalen is wanneer het gaat om directe effecten. Het sterkste bewijs krijg je als er helemaal geen verwarrende factoren zijn. Kinderen die hun eigen controlegroep zijn, die dus worden geobserveerd en gemeten in de controlesituatie en in de testsituatie geven de mooiste statistische betrouwbare cijfertjes. Dat is precies wat Morgan, Horn en Bergman (2011) deden. Maternaal-neonaat separatie (MNS) in zoogdieren is een manier om de effecten van stress op de ontwikkeling van de functie in fysiologische systemen te bestuderen. Het wordt gezien als de meest directe en ‘’succesvolle’ manier om stress te induceren in een jong zoogdier, terwijl dit, vreemd genoeg, in de menselijke geïndustrialiseerde samenlevingen de medische standaard voor zorg is. Fysiologische stress reacties worden georkestreerd door het autonome zenuwstelsel. De variabiliteit in het hartritme is een indicatie voor deze acties van het autonome zenuwstelsel. Morgan c.s. observeerden baby’s van 12 dagen oud en registreerden hun hartritme via een ECG terwijl zij ofwel huid-op-huid bij hun moeder ofwel alleen sliepen. Na analyse van de gegevens bleken kinderen die alleen sliepen een met 178% verhoogde stress-activiteit in het autonome zenuwstelsel te vertonen en 86% minder tijd door te brengen in rustige slaap. De onderzoekers concluderen dat alleen zijn voor neonaten een zeer hoog niveau van stress veroorzaakt waarvoor zij waarschijnlijk niet goed zijn voorbereid om mee om te gaan en dat dat potentieel gevaarlijk is.
Moeder<hartje>kind moet, uitgaande van deze onderzoeken, vrij letterlijk worden genomen: moeder en kind horen hart-aan-hart te zijn en baby drinkt de gezondheid voor zijn hart letterlijk aan de boezem van zijn moeder in. Moeder, een hartelijke vrouw.
Labayen I; Ortega FB; Ruiz JR; Loit HM; Harro J; Villa I; Veidebaum T; Sjostrom M: Association of Exclusive Breastfeeding Duration and Fibrinogen Levels in Childhood and Adolescence: The European Youth Heart Study. Arch Pediatr Adolesc Med. 2012;166(1):56-61.
Morgan BE, Horn AR, Bergman NJ: Should Neonates Sleep Alone?
Biological psychiatry 1 November 2011 (volume 70 issue 9 Pages 817-825
Stelde ik in een vorige stukje nog heel boud dat ademhaling, hartfunctie en bloedsomloop helemaal vanzelf gaan, vandaag kom ik daar een beetje op terug. Want ook die zeer automatische, simpele en vanzelfsprekende lichaamsfuncties kunnen worden beïnvloed door andere dingen die we doen. Sommige dingen veroorzaken een heel direct effect, andere dingen merk ja pas na jaren. de directe dingen zijn natuurlijk veel eenvoudiger waar te nemen en te duiden dan die welke een aantal jaren op zich alten wachten. In die laatste gevallen zijn allerlei andere factoren die ook een rol kunnen en zullen spelen. Toch is een team wetenschappers (Labayen et al, 2012) van een aantal Europese universiteiten (uit Estland, Zweden en Spanje) erin geslaagd de verschillende factoren te filteren en tot de conclusie te komen dat de zuigelingenvoeding een factor is bij het gehalte aan bloedstollende factoren in het bloed van adolescenten. Adolescenten die minimaal 3 maanden uitsluitend borstvoeding hadden gehad hadden minder fibrinogeen in hun bloed. Een hogere fibrinogeen concentratie maakt het bloed als het ware dik en dat verhoogt het risico van problemen met het hart en de bloedsomloop. Dit gunstige effect van exclusief borstvoeding voor meer dan 3 maanden bleef overeind na correctie voor factoren zoals leeftijd, geslacht, puberteitsstatus, land van herkomst, vetmassa (als berekend met huidplooimeting) en BMI, cholesterol en triglyceridespiegels, bloeddruk, fysiek activiteitsniveau, geboortegewicht en opleidingsniveau van de moeder. Het risiconiveau voor hart- en vaatziekten wordt dus al voor een flink deel bepaald door de voeding van een kind in zijn eerste levensmaanden. Dit is toch zeker een punt dat aandacht mag krijgen in de preventieprogramma’s van de overheid. Het is namelijk een gezondheid bevorderende maatregel waar de beleidsmakers zelf niets voor hoeven te doen en die ook nog eens niets kost voor de overheid. De enige die er armer van worden zijn de fabrikanten van die andere zuigelingenvoeding en de fabrikanten van speciale vetten voor gezonde harten en de fabrikanten van geneesmiddelen voor stroperig bloed en hartfunctiefalen.
Veel eenvoudiger om relaties te bepalen is wanneer het gaat om directe effecten. Het sterkste bewijs krijg je als er helemaal geen verwarrende factoren zijn. Kinderen die hun eigen controlegroep zijn, die dus worden geobserveerd en gemeten in de controlesituatie en in de testsituatie geven de mooiste statistische betrouwbare cijfertjes. Dat is precies wat Morgan, Horn en Bergman (2011) deden. Maternaal-neonaat separatie (MNS) in zoogdieren is een manier om de effecten van stress op de ontwikkeling van de functie in fysiologische systemen te bestuderen. Het wordt gezien als de meest directe en ‘’succesvolle’ manier om stress te induceren in een jong zoogdier, terwijl dit, vreemd genoeg, in de menselijke geïndustrialiseerde samenlevingen de medische standaard voor zorg is. Fysiologische stress reacties worden georkestreerd door het autonome zenuwstelsel. De variabiliteit in het hartritme is een indicatie voor deze acties van het autonome zenuwstelsel. Morgan c.s. observeerden baby’s van 12 dagen oud en registreerden hun hartritme via een ECG terwijl zij ofwel huid-op-huid bij hun moeder ofwel alleen sliepen. Na analyse van de gegevens bleken kinderen die alleen sliepen een met 178% verhoogde stress-activiteit in het autonome zenuwstelsel te vertonen en 86% minder tijd door te brengen in rustige slaap. De onderzoekers concluderen dat alleen zijn voor neonaten een zeer hoog niveau van stress veroorzaakt waarvoor zij waarschijnlijk niet goed zijn voorbereid om mee om te gaan en dat dat potentieel gevaarlijk is.
Moeder<hartje>kind moet, uitgaande van deze onderzoeken, vrij letterlijk worden genomen: moeder en kind horen hart-aan-hart te zijn en baby drinkt de gezondheid voor zijn hart letterlijk aan de boezem van zijn moeder in. Moeder, een hartelijke vrouw.
Labayen I; Ortega FB; Ruiz JR; Loit HM; Harro J; Villa I; Veidebaum T; Sjostrom M: Association of Exclusive Breastfeeding Duration and Fibrinogen Levels in Childhood and Adolescence: The European Youth Heart Study. Arch Pediatr Adolesc Med. 2012;166(1):56-61.
Morgan BE, Horn AR, Bergman NJ: Should Neonates Sleep Alone?
Biological psychiatry 1 November 2011 (volume 70 issue 9 Pages 817-825
Labels:
bloedstolling,
borstvoeding,
exclusief,
hartfunctie,
huidcontact,
slaap,
stress
woensdag 1 februari 2012
Met vallen en opstaan.
Afbeelding: De valhoed, prent van boekillustratoren Jan en Casper Luyken (2e helft 17e eeuw)
‘’Zo eenvoudig als ademen’’ is een Engelse spreekwijze (‘’easy as breathing”) om aan te geven dat iets zo eenvoudig is dat het vanzelf gaat. Het zou ook kunnen zijn ‘’zo gemakkelijk als je hart laten slaan’’ of je bloed laten stromen of je pancreas insuline laten afscheiden, maar die lopen allemaal niet zo lekker als ‘’as easy as breathing’’. Waar het op neer komt is dat het allemaal gaat over normale lichamelijke functies die vanzelf gaan en waarover je niet hoeft na te denken; vanzelfsprekend eenvoudig. Niet dat er nooit iets fout gaat, maar in principe gaat het vanzelf. Andere natuurlijke lichaamsfuncties horen ook vanzelfsprekend en vanzelf te gaan, maar zijn makkelijker verstoorbaar, zoals bijvoorbeeld de spijsvertering, maar ook zwangerschap, baring en lactatie. Het lichaam is volledig toegerust om die functies naar behoren en vlot en vloeiend uit te voeren, mits de juiste stimuli worden geleverd. En daar wil het nog al eens aan mankeren. We eten er maar op los, of eten de verkeerde dingen of te veel of te weinig en de spijsvertering kan daar een harde dobber aan hebben. Soms zo erg dat ook de eerstgenoemde systemen daar functieproblemen van kunnen krijgen (met name de insuline, hart en bloedsomloop en de ontgiftende organen lever en nieren). Lacteren is ook zo’n natuurlijke functie in het vrouwenlichaam. Met de juiste stimuli zullen de borsten meer klier- en kanalenweefsel ontwikkelen tijdens een zwangerschap en er melk in gaan produceren die er na de geboorte van de placenta uit komt om het kind te voeden. Daar hoef je als vrouw niet iets bijzonders voor te doen, je moet het alleen niet tegenwerken. Zolang je zorgt dat de gemaakte melk de borst verlaat zal die borst melk blijven produceren en dus blijven lacteren. Net zo simpel en normaal en vanzelfsprekend als ademhalen.
En dan zijn er nog de lichamelijke functies die wel normaal en aangeboren zijn, maar die moeten worden geleerd, zoals lopen, spreken en je handen gebruiken en borstvoeding geven. Er zijn gevallen bekend van kinderen die opgroeiden in een omgeving waar niet tegen hen of zelfs om hen heen werd gesproken en die kinderen leerden dus niet spreken. Borstvoeding geven is ook zo’n aangeleerde vaardigheid op basis van een aangeboren vermogen. Ook mensapen kunnen het niet zonder het te hebben afgekeken van andere apen- of mensenmoeders. (In enkele dierentuinen zijn wel eens voedende moeders uitgenodigd om bij de kooi met een zwangere of pas bevallen gorillavrouw te voeden, zodat zij de kunst af kon kijken.) Mensenmoeders zijn in onze maatschappij soms net zo weinig blootgesteld aan het zicht op voedende moeders als gorilla’s in dierentuinen en het gehannes met voeden aan de borst is dus bijna net zo’n gedoe. Anders dan ademhalen en je bloed laten circuleren doe je borstvoeding geven in het begin niet zomaar terwijl je met andere dingen bezig bent. Het begint al met de houding. Wat we kennen zijn kinderen die de fles krijgen of schilderijen van oude meesters die hun interpretatie van moeder en kind gaven in Madonna schilderijen. Dat zijn allemaal beelden van houdingen die niet erg geschikt zijn om een pasgeboren baby borstvoeding te geven. Het zit niet lekker en baby kan er niet goed bij of zakt weg. En de meeste van deze houdingen zorgen ervoor dat de instincten en reflexen, die de baby heeft om hem te helpen bij drinken aan de borst, hem juist tegenwerken. In plaats van voedende moeders aan te vallen, weg te sturen naar toiletten of achterkamertjes of hen te verplichten zich onder doeken te verbergen zouden ze moeten worden toegejuicht en zouden opgroeiende meisjes naar ze toe gebracht moeten worden om te leren. Leren borstvoeding geven gaat met vallen en opstaan, maar onze maatschappij legt onnodig veel extra struikelblokken op het vlak waar dat vallen en opstaan wordt gedaan. Er wordt meer gevallen en het opstaan is lastiger dan nodig door de houding van onze maatschappij. En net als bij een kind dat leert lopen zijn aanmoediging en voordoen belangrijk, maar steun hier en daar en een ruimte zonder drempels, hobbels en obstakels maakt het proces een stuk makkelijker.
‘’Zo eenvoudig als ademen’’ is een Engelse spreekwijze (‘’easy as breathing”) om aan te geven dat iets zo eenvoudig is dat het vanzelf gaat. Het zou ook kunnen zijn ‘’zo gemakkelijk als je hart laten slaan’’ of je bloed laten stromen of je pancreas insuline laten afscheiden, maar die lopen allemaal niet zo lekker als ‘’as easy as breathing’’. Waar het op neer komt is dat het allemaal gaat over normale lichamelijke functies die vanzelf gaan en waarover je niet hoeft na te denken; vanzelfsprekend eenvoudig. Niet dat er nooit iets fout gaat, maar in principe gaat het vanzelf. Andere natuurlijke lichaamsfuncties horen ook vanzelfsprekend en vanzelf te gaan, maar zijn makkelijker verstoorbaar, zoals bijvoorbeeld de spijsvertering, maar ook zwangerschap, baring en lactatie. Het lichaam is volledig toegerust om die functies naar behoren en vlot en vloeiend uit te voeren, mits de juiste stimuli worden geleverd. En daar wil het nog al eens aan mankeren. We eten er maar op los, of eten de verkeerde dingen of te veel of te weinig en de spijsvertering kan daar een harde dobber aan hebben. Soms zo erg dat ook de eerstgenoemde systemen daar functieproblemen van kunnen krijgen (met name de insuline, hart en bloedsomloop en de ontgiftende organen lever en nieren). Lacteren is ook zo’n natuurlijke functie in het vrouwenlichaam. Met de juiste stimuli zullen de borsten meer klier- en kanalenweefsel ontwikkelen tijdens een zwangerschap en er melk in gaan produceren die er na de geboorte van de placenta uit komt om het kind te voeden. Daar hoef je als vrouw niet iets bijzonders voor te doen, je moet het alleen niet tegenwerken. Zolang je zorgt dat de gemaakte melk de borst verlaat zal die borst melk blijven produceren en dus blijven lacteren. Net zo simpel en normaal en vanzelfsprekend als ademhalen.
En dan zijn er nog de lichamelijke functies die wel normaal en aangeboren zijn, maar die moeten worden geleerd, zoals lopen, spreken en je handen gebruiken en borstvoeding geven. Er zijn gevallen bekend van kinderen die opgroeiden in een omgeving waar niet tegen hen of zelfs om hen heen werd gesproken en die kinderen leerden dus niet spreken. Borstvoeding geven is ook zo’n aangeleerde vaardigheid op basis van een aangeboren vermogen. Ook mensapen kunnen het niet zonder het te hebben afgekeken van andere apen- of mensenmoeders. (In enkele dierentuinen zijn wel eens voedende moeders uitgenodigd om bij de kooi met een zwangere of pas bevallen gorillavrouw te voeden, zodat zij de kunst af kon kijken.) Mensenmoeders zijn in onze maatschappij soms net zo weinig blootgesteld aan het zicht op voedende moeders als gorilla’s in dierentuinen en het gehannes met voeden aan de borst is dus bijna net zo’n gedoe. Anders dan ademhalen en je bloed laten circuleren doe je borstvoeding geven in het begin niet zomaar terwijl je met andere dingen bezig bent. Het begint al met de houding. Wat we kennen zijn kinderen die de fles krijgen of schilderijen van oude meesters die hun interpretatie van moeder en kind gaven in Madonna schilderijen. Dat zijn allemaal beelden van houdingen die niet erg geschikt zijn om een pasgeboren baby borstvoeding te geven. Het zit niet lekker en baby kan er niet goed bij of zakt weg. En de meeste van deze houdingen zorgen ervoor dat de instincten en reflexen, die de baby heeft om hem te helpen bij drinken aan de borst, hem juist tegenwerken. In plaats van voedende moeders aan te vallen, weg te sturen naar toiletten of achterkamertjes of hen te verplichten zich onder doeken te verbergen zouden ze moeten worden toegejuicht en zouden opgroeiende meisjes naar ze toe gebracht moeten worden om te leren. Leren borstvoeding geven gaat met vallen en opstaan, maar onze maatschappij legt onnodig veel extra struikelblokken op het vlak waar dat vallen en opstaan wordt gedaan. Er wordt meer gevallen en het opstaan is lastiger dan nodig door de houding van onze maatschappij. En net als bij een kind dat leert lopen zijn aanmoediging en voordoen belangrijk, maar steun hier en daar en een ruimte zonder drempels, hobbels en obstakels maakt het proces een stuk makkelijker.
Labels:
achterkamertjes,
attitude,
borstvoeding,
lactatie,
vallen
zaterdag 28 januari 2012
Voeding
Foto: Kirsten Stewart als Bella Swan en Robert Pattinson als Edward Cullen in Twilight Saga: New Moon. Overeenkomend boekcitaat: "No! This is about my soul, isn't it? [...] Carlisle told me about that, and I don't care Edward. I don't care! You can have my soul. I don't want it without you — it's yours already!" Bella Swan, p. 69**
Er is voeding en er is voeding. En dan is er ook nog voeding en voeding. In de meest gangbare betekenissen is voeding het eten, de maaltijd; maar het betekent ook dat wat gegeten wordt, het voedsel. Dat geldt zowel voor het hele organisme als voor de cellen waaruit dat organisme is opgebouwd. Voeding is ook een term uit de elektrotechniek en betekent daar het punt waar de elektrische stroom naar binnenkomt in een apparaat. Indien nodig wordt daar ook de soort stroom omgezet van het aanbod van de elektriciteitsaanbieder naar wat het betreffende apparaat nodig heeft of kan verwerken. Voeding is dus, samengevat, dat wat een apparaat of organisme nodig heeft om te zorgen voor energie (en bij organismen ook bouwstoffen) om te functioneren. Er is sprake van vraag en aanbod en van vertering of omzetting.
Er is voeding en er is voeding. En dan is er ook nog voeding en voeding. In de meest gangbare betekenissen is voeding het eten, de maaltijd; maar het betekent ook dat wat gegeten wordt, het voedsel. Dat geldt zowel voor het hele organisme als voor de cellen waaruit dat organisme is opgebouwd. Voeding is ook een term uit de elektrotechniek en betekent daar het punt waar de elektrische stroom naar binnenkomt in een apparaat. Indien nodig wordt daar ook de soort stroom omgezet van het aanbod van de elektriciteitsaanbieder naar wat het betreffende apparaat nodig heeft of kan verwerken. Voeding is dus, samengevat, dat wat een apparaat of organisme nodig heeft om te zorgen voor energie (en bij organismen ook bouwstoffen) om te functioneren. Er is sprake van vraag en aanbod en van vertering of omzetting.
Bij voeding voro mensen is er allerlei onderscheid te maken, zeker bij voeding voor de allerjongsten. Borstvoeding is niet voeding voor de borst, maar voeding door de borst; zuigelingenvoeding daarentegen is voeding voor zuigelingen, maar ook voeding die door zuigelingen wordt opgenomen. Die twee zijn niet volledig uitwisselbaar. Er zijn namelijk ook allerlei zuigelingenvoedingen die absoluut geen borstvoeding zijn, maar kunstvoeding. Kunstvoeding is dan weer niet voeding voor kunst of voeding door kunst, maar kunstmatig nagemaakte voeding voor zuigelingen. Kunstvoeding kan van alles zijn, maar is nooit borstvoeding. Borstvoeding is dan ook veel meer dan zuigelingenvoeding, het is voeding uit de borst van de moeder voor het onderhoud, de groei en ontwikkeling van alle aspecten van een kind. Andere zuigelingenvoedingen zijn alleen ergens vandaar komend, min of meer geschikt voedsel voor de lichamelijk groei en ontwikkeling van een kind. Borstvoeding zorgt naast de bouw- en brandstoffen voor het lichaam van het kind ook voor brand- en bouwstoffen voor de groei en ontwikkeling en het functioneren van zijn hersenen en daarbovenop nog eens voor voedsel voor zijn ziel. [Vrees niet, beste lezer, dit wordt geen levensbeschouwelijke verhandeling over het al dan niet bestaan van de ziel en waar die is gesitueerd en wat ermee gebeurt als het lichaam ophoudt te bestaan. Ziel in deze context staat symbool voor dat deel van het wezen wat niet fysiek-lichamelijk is en ook niet geestelijk in de zin van product van hersenactiviteit. De ziel is in dit verband de zetel van het nog minder grijpbare dan wat het brein produceert: liefde, emotie, relaties, en dergelijke zweverige, maar voor menselijk functioneren toch wel belangrijke zaken. Sommigen zouden zeggen dat de ziel-in-deze-betekenis woont in de ene hersenhelft en de geest in de andere.] Die tweede en derde betekenis van borstvoeding zijn voor een kind vaak nog belangrijker dan die eerste. Toch wordt over het algemeen door de meeste mensen vooral de eerste voeding, die voor het lijf, bedoeld als men het over borstvoeding heeft. Door moeders en door zorgverleners. En dat kan, onbedoeld, leiden tot misverstanden tussen moeders en hun kinderen. Omdat borstvoeding drie verschillende soorten voeding in zich verzamelt, heeft een kind het veel en vaak nodig. De ene keer voedt hij zijn lichaam, de volgende keer zijn geest en de derde keer zijn ziel. En misschien nog een vierde keer opnieuw voor de ziel. Zielen zijn vreemde dingen. Vooral omdat ze moeilijk te lokaliseren zijn en omdat ze zoveel aandacht en voedsel vragen. Als ze die aandacht en voedsel niet krijgen, kwijnen ze weg en lijken ze te verdwijnen. Verdwijnende zielen hebben de neiging een deel van het brein met zich mee te nemen, waardoor uiteindelijk het hele functioneren en de persoonlijkheidsstructuur van de betroffen persoon veranderen.*
Kindertjes die dus heel vaak aan de borst willen, hebben dus inderdaad honger, veel honger. Maar lang niet altijd honger naar de voeding die hun moeder of de zorgverlener denkt; niet de voeding voor het lijf, maar de voeding voor de ziel. Moeders van kindjes die heel vaak willen drinken, zouden zich geen zorgen moeten maken of hun melk wel voldoet, maar zouden zich moeten verheugen in alle voeding die zij hun kind geven om zijn ziel-honger te stillen. Met hun melk geven zij als het ware steeds beetjes van hun eigen ziel aan die van hun kind, zodat dat beginnende zieltje kan groeien en gedijen. En net als de melk uit haar borsten steeds wordt aangevuld naarmate er van gebruikt is, wordt ook de ziel van de vrijelijk delende moeder steeds weer aangevuld. Een typisch gevalletje van ‘’delen verdubbeld’’.
*) Het begrijpen van effecten van mishandeling op de vroege ontwikkeling van hersenen. Oorspronkelijk artikel: In Focus © Administration for Children and Families
Oktober 2001 US Department of Health and Human Services. Vertaling: Emma van Weringh - augustus 2003
Kindertjes die dus heel vaak aan de borst willen, hebben dus inderdaad honger, veel honger. Maar lang niet altijd honger naar de voeding die hun moeder of de zorgverlener denkt; niet de voeding voor het lijf, maar de voeding voor de ziel. Moeders van kindjes die heel vaak willen drinken, zouden zich geen zorgen moeten maken of hun melk wel voldoet, maar zouden zich moeten verheugen in alle voeding die zij hun kind geven om zijn ziel-honger te stillen. Met hun melk geven zij als het ware steeds beetjes van hun eigen ziel aan die van hun kind, zodat dat beginnende zieltje kan groeien en gedijen. En net als de melk uit haar borsten steeds wordt aangevuld naarmate er van gebruikt is, wordt ook de ziel van de vrijelijk delende moeder steeds weer aangevuld. Een typisch gevalletje van ‘’delen verdubbeld’’.
*) Het begrijpen van effecten van mishandeling op de vroege ontwikkeling van hersenen. Oorspronkelijk artikel: In Focus © Administration for Children and Families
Oktober 2001 US Department of Health and Human Services. Vertaling: Emma van Weringh - augustus 2003
**) Natuurlijk is mijn keuze van deze foto deels bepaald door mijn ietwat adolescente enthousiasme voor deze boeken en films, maar ook wel degelijk omdat in dit deel van de series een mooie metafoor wordt geboden voor het lichamelijk en geestelijk wegkwijnen wanneer een ziel verkommert. Ik had natuurlijk ook de alarmerende foto's van verwrongen ontwikkelde hersenen van verwaarloosde kinderen uit het hierboven genoemde artikel kunnen gebruiken ...
vrijdag 27 januari 2012
Advocaat
Vanwege de stemloosheid van het kind zal ik ten alle tijde optreden als de stem voor dit kind en zijn/haar welzijn de hoogste prioriteit geven. De zorg voor het welzijn van de moeder en andere gezinsleden wordt door mij natuurlijk niet vergeten.
In de voortplantingscyclus van de mens gaat de zorg altijd naar het jongste leven, want hoe jonger het leven, hoe minder in staat zich te laten horen en voor zichzelf te zorgen. Moeders worden meestal na een vorig kind pas weer zwanger als ze nog maar weinig borstvoeding geven en als de voedingstatus goed is. Dat zijn voorwaarden voor voldoende voeding voor het groeien en ontwikkelen van nieuw leven. Vrijwel gelijk wanneer een voedende moeder opnieuw leven ontvangt zal haar melkproductie afnemen en gaat de aandacht en de voeding van het moederlichaam naar het nieuwe kind. Het oudere kindje kan wel blijven drinken (en zal dat vaak ook blijven doen), maar zal genoegen moeten nemen met een teruglopende hoeveelheid melk en een uiteindelijk volledig stoppen van de melkstroom. Moeders kunnen onaangename gevoelens krijgen van een drinkende peuter tijdens de zwangerschap, alsof hun lichaam het dubbele gebruik afwijst. Dit is een heel normaal gevoel en het is prima om dit gevoel toe te geven en te bespreken met het kind. Als een kind nog erg jong is als moeder opnieuw zwanger wordt is er een probleem: hij is nog volledig afhankelijk van melk, maar het lichaam van de moeder geeft daarvan onvoldoende, omdat het zich richt op het jongste, meest kwetsbare leven. Voor een moeder kan het moeilijk zijn het gevoel te krijgen dat zij tussen haar twee kinderen moet kiezen. Het ene zo vreselijk kwetsbare kind, waar ze al veel van houdt maar dat zij nog niet kent, óf haar kind-aan-de-borst die haar ook zo vreselijk nodig heeft, die haar lief is en die ze al kent? Gelukkig betekent kiezen voor de een niet automatisch de ander afwijzen. Het grotere kind kan voor troost blijven drinken en kan andere melk krijgen voor voeding. De keuzemogelijkheden daarbij zijn melk van een andere moeder of melk uit de winkel. Met de stem van het kind zou ik kiezen voor melk van een andere moeder.
Een pasgeboren kind heet hulpeloos te zijn, maar is dat niet helemaal. Hij heeft een heel arsenaal aan gereedschappen en technieken om zijn voeding, koestering en bescherming veilig te stellen. Maar hij moet wel de mogelijkheid krijgen die ook te gebruiken. Hulpeloos is een pasgeboren kind wel in de zin dat hij nog niet met zijn stem en zijn woorden kan praten. Daarom wil ik zijn stem zijn en zijn woorden spreken. Ik zal zijn verhaal vertellen; spreken over zijn mogelijkheden en behoeften aan hen die daaraan moeten meewerken en gehoor geven. Als advocaat van het kind ben ik geen advocaat van de duivel voor de moeder. Het is geen verraad en geen aanklacht, maar opent voor haar een weg naar beter begrip voor haar kind en zijn behoeften. Op die manier kan zij beter reageren op die behoeften en zal hun relatie een beter begin krijgen of een tweede kans krijgen. Het kan haar helpen begrijpen van sommige problemen de zij heeft en haar oplossingen laten zien.
Een pasgeboren kind heet hulpeloos te zijn, maar is dat niet helemaal. Hij heeft een heel arsenaal aan gereedschappen en technieken om zijn voeding, koestering en bescherming veilig te stellen. Maar hij moet wel de mogelijkheid krijgen die ook te gebruiken. Hulpeloos is een pasgeboren kind wel in de zin dat hij nog niet met zijn stem en zijn woorden kan praten. Daarom wil ik zijn stem zijn en zijn woorden spreken. Ik zal zijn verhaal vertellen; spreken over zijn mogelijkheden en behoeften aan hen die daaraan moeten meewerken en gehoor geven. Als advocaat van het kind ben ik geen advocaat van de duivel voor de moeder. Het is geen verraad en geen aanklacht, maar opent voor haar een weg naar beter begrip voor haar kind en zijn behoeften. Op die manier kan zij beter reageren op die behoeften en zal hun relatie een beter begin krijgen of een tweede kans krijgen. Het kan haar helpen begrijpen van sommige problemen de zij heeft en haar oplossingen laten zien.
Deel 4 in een reeks van vier
donderdag 26 januari 2012
Blauwdruk reparatiedienst
Afbeelding: bekliederde blauwdruk
Als lactatiekundige zal ik me op deze twee-eenheid richten, helen wat verbroken is en de unificerende krachten van de borstvoeding zelf de kans geven te werken.
Na het halleluja-verhaal in de vorige aflevering nu de rauwe werkelijkheid. Want de theorie komt niet altijd overeen met de praktijk. O, de theorie van de baby klopt vrijwel altijd, die heeft zijn blauwdruk en houdt zich eraan, enkele aanlegfoutjes daargelaten. Maar de blauwdruk van de moeder is al zo vaak open- en weer opgevouwen dat die wat sleets is geworden. Niet meer zo goed leesbaar hier en wat gevlekt daar; een plakbandje zus en een bijgetekend lijntje zo. En zo kan het gebeuren dat er van die twee-eenheid en het samengaan niet veel terecht komt. Gelukkig is er een blauwdruk reparatiedienst, die de kreukels kan gladstrijken, ontbrekende delen invullen en de blauwdrukken op elkaar laten aansluiten. Problemen met borstvoeding zijn zelden op zichzelf staande grootheden. Het zijn eerder syndromen met allerlei wisselende symptomen en componenten. En er zijn altijd twee delen van de entiteit moeder-kind bij betrokken. Als holistisch werkende lactatiekundige probeer ik altijd al die symptomen, factoren en facetten in ogenschouw te nemen en te betrekken bij mijn onderzoek. Dat is soms niet makkelijk, omdat ik geneigd ben meteen op het meest in het oog springende probleem te duiken. Daarom houd ik me meestal aan een vast patroon, om er zeker van te zijn dat alles aan de orde komt. Als eerste laat ik moeder praten. De meeste zorgverleners werken in een krap tijdschema en hebben daar weinig tijd voor. Moeders hebben het nodig hun verhaal te doen, zonder interruptie en zonder interpretatie van de toehoorder. Ik vraag graag door naar ervaringen en gevoelens, want daarmee komt het meeste los. Dan wil ik eens graag met de baby praten als ze wakker is. Ik neem haar zo op de arm dat zij en ik elkaar echt kunnen aankijken. Ik kijk baby aan en bekijk gelijk haar voorkomen. Ik kijk naar symmetrie en spierspanning, de kleur van de huid en de helderheid van de oogjes. Wat ik zie vertel ik al kijkend aan de baby en de moeder. Dan vraag ik aan moeder en aan de baby of ik in haar mondje mag kijken en voelen. Ik wil graag weten of de bouw van haar mond gunstig is voor borstvoeding of dat ze variaties heeft die problemen kunnen geven. Dat geldt ook voor het zuigen aan de vinger. Vrágen aan de baby, vraagt u? Jazeker, je schuift toch je botte vinger toch niet zomaar bij een ander mens in de mond? Ik vraag dus aan de baby of ik in het mondje mag kijken en tegelijk raak ik zachtjes met mijn vingertop de lipjes aan en het filtrum (de ruimte tussen de bovenlip en de neus). Of ik duw zachtjes tegen het kinnetje om haar te vragen of zij haar mondje wil opendoen. Met een klein lampje schijn ik naar binnen en vaak gebruik ik mijn loep om beter te kijken. Als mijn uitnodiging om mijn vinger te accepteren wordt aangenomen breng ik deze voorzichtig met het kussentje ervan langs het gehemelte naar binnen. Ik hoop op die manier het hele gehemelte te kunnen voelen en de baby tot zuigen uit te lokken om te voelen wat ze daarbij doet. Als ze voortijdig aangeeft het niet te willen, door de mond te sluiten of te kokhalzen, staak ik mijn onderzoek en probeer de gegevens op een andere manier te achterhalen. Baby gaat weer terug naar moeder en dan volgt het bekijken van de moeder-babydans bij het aanleggen en voeden aan de borst. Als ik de kans heb werp ik een snelle blik op het uiterlijk van de borst en de tepels. Soms is het nodig daar later nog eens beter naar te kijken. Na het bekijken van het voeden en een eventuele nadere inspectie van de toestand van de borsten is het plaatje compleet. Ik maak samen met moeder een samenvatting van wat we hebben gezien en wat moeder heeft verteld, neem daarin haar gemoedstoestand mee, en wat baby met haar uiterlijk en gedrag heeft verteld. Ik leg dingen die me opgevallen zijn uit, leg verbanden en probeer oorzaken te duiden. Op dat moment is het vaak ook duidelijk wat de opties voor verder handelen zijn. Vaak is een verschuiving in de houding van moeder en kind bij aanleggen en voeden al voldoende, soms is meer oefening nodig, soms een hulpmiddel en soms is een medische behandeling nodig waarvoor moeder en kind moeten worden doorverwezen. Aan het eind van het bezoek is het probleem vaak nog niet of niet volledig opgelost, maar de blauwdrukken zijn gladgestreken en bijgewerkt. Moeder heeft uitleg gekregen over hoe je zo’n blauwdruk leest en duidt en heeft een plan van aanpak om mee verder te gaan. Moeder en kind zijn bij elkaar gebleven en kunnen er samen verder aan gaan werken. De eenheid is behouden of hersteld en waar mogelijk versterkt.
Deel 2 Magische moederliefde
Deel 3 in een reeks van vier
Deel 2 Magische moederliefde
Labels:
blauwdruk,
borstvoeding,
handelplan,
holistisch,
onderzoek
woensdag 25 januari 2012
Magische moederliefde
Foto: Geraldine Sommerville als Lily Potter, die door haar opofferende liefde haar zoon nog na haar dood beschermde in de Harry Potter boekenreeks van J.K. Rowling. Gewone moederliefde offert zich gelukkig niet op, maar is wel een sterke, soms bijna magische kracht.
Deel 2 in een reeks van vier
Borstvoeding is meer dan de verbinding van een melkproducerend klierstelsel met een spijsverteringsstelsel; het niet alleen nutritief, het is ook unificatief, eenmakend. Borstvoeding is een relatie tussen twee mensen die elkaar aanvullen en complementeren.
Dit is nu eens een onderwerp waarmee je mij op mijn praatstoel krijgt. Verbindingen, relaties, eenheden, communicatie, alles kan erbij. Dit blijkt een problematisch thema in een samenleving met een sterke tendens naar het op de voorgrond zetten van ‘’Me, myself and I’’. Een vlugge search op Wikipedia geeft een verbijsterende lijst van songs, films en een boek met deze woorden als titel. Billy Holliday begon ermee in de jaren ’30 van de vorige eeuw (de man was, zeg maar, zijn tijd vooruit), maar vanaf de latere jaren ’80 begon een bijna ononderbroken stroom tot na de eeuwwisseling. In de opvoeding, de opleiding, de beroepswereld en de media wordt een sterke nadruk gelegd op het belang van het individu en de individuele ontwikkeling. Dit gaat zover dat we kinderen al zo vroeg mogelijk een zelfstandig individu willen laten zijn. En daar gaat het dan fout. Het pasgeboren kind heeft namelijk nog niet bloot gestaan aan die maatschappelijke beïnvloeding en weet nog niet over ik en jij en dat ‘’ik’’ voor ‘’jij’’ gaat. Voor een pasgeboren baby betekent geboren worden alleen dat het patroon van het wij zo is veranderd dat een deel dat eerst in een ander deel zat er nu buiten zit, maar het zijn nog steeds delen van dezelfde eenheid. Na de geboorte wordt de fysieke eenheid losser; de onderdelen blijken uit elkaar gehaald te kunnen worden. Voor het kind is dat een uitermate nare en beangstigende ervaring. Stel je maar eens voor dat er een stuk van jezelf wordt afgebroken en ergens anders neergelegd. En dat jij dat stuk bent dat niet zelfstandig kan bewegen. Moeders lijken er minder last van te hebben. Dat komt omdat zij al langer een eigen eenheid waren en er nu een stukje bijgekregen hebben. Voor moeders kan dat in het begin net zo makkelijk een afneembaar deel zijn. Zij is immers het deel dat zelf kan bewegen en het deel dat het bewustzijn heeft dat losse delen ook weer aan elkaar gezet kunnen worden. Toch voelen moeders zich zonder hun afkoppelbare onderdeel zich vreemd. Hun lichaam, dat niet zelfstandig kan redeneren en verklaren, voelt het missende deel en rouwt daarom, net als de baby rouwt wanneer hij losgekoppeld is van de hele eenheid. Borstvoeding geven, en de directe lichamelijke nabijheid die daarbij hoort, zorgt ervoor dat de eenheid wordt versterkt, dat er een gevoel komt dat de wereld goed is. Borstvoeding geven en krijgen zorgt ook voor de afgifte van hormonen bij moeder en kind die die gevoelens van eenheid versterken. Daaraan toegeven is niet iets opgeven, maar iets omarmen. Je geeft er niets mee weg, maar krijgt er iets voor terug. Mijn wijze oude Grootmoe zei het al: Gedeelde smart is halve smart, gedeelde vreugd’ is dubbele vreugd’. Hoe meer borstvoeding je als moeder geeft, hoe meer je het wilt geven en hoe meer je dicht bij je kind bent, hoe meer je dicht bij hem wilt zijn. Ondertussen verbinden de melkproducerende klierstelsels en het melkverterende systeem zich ook met elkaar en krijgt baby naast al die liefde ook nog voeding en bescherming. Het leven ís goed.
dinsdag 24 januari 2012
Puzzelen
Afbeelding: Ikea handleiding
Borstvoeding is de natuurlijke manier om baby's te voorzien van goede voeding, bescherming en koestering, maar het gaat niet altijd vanzelf. De meeste problemen zijn echter met goede informatie vooraf te voorkomen of met deskundige hulp op te lossen.
Borstvoeding is voeding, koestering en bescherming. Niet alleen is borstvoeding een optie voor de vraag welke voeding een zuigeling moet krijgen, maar ook een optie voor verzorging en koestering. Verzorging en koestering zijn de basis voor opvoeding en daardoor wordt borstvoeding geven ook een opvoedingskeuze. En borstvoeding is bescherming. Borstvoeding beschermt een kind op een manier die op geen enkele andere manier te verkrijgen is: met levende cellen uit het bloed van zijn moeder. De manier waarop borstvoeding kan zorgen voor voedsel, zorg en koestering is ook een bescherming tegen verlies en diefstal, want het maakt dichte nabijheid tussen moeder en kind nodig. Afgezien van het feit dat borstvoeding de van nature zo bedoelde manier van voeden, verzorgen, koesteren en beschermen is, is het ook de meest voor de hand liggende en meest effectieve manier. Toch kiezen nog altijd twee van elke tien Nederlandse vrouwen er van te voren al voor om geen borstvoeding te geven en haken van de overgebleven acht er in de eerste weken nog eens vier teleurgesteld af. Want natuurlijk? ja; voor de hand liggend? ja; maar vanzelf – nou, nee, bij veel vrouwen niet. Niet alle natuurlijke lichamelijke functies doen het ook gelijk als je ze aanzet. Sommige functies zijn echt van plug&play: stekker erin en de ademhaling zoeft, de spijsvertering start op, het hart rammelt er lustig op los en het hormonencircus slaat zijn tenten op (hoewel sommige van die artiesten voorlopig nog achter de schermen blijven voor een later optreden met extra spotlights). Andere functies zijn in principe wel aanwezig en bereid om aan de slag te gaan, maar die hebben een gebruiksaanwijzing bij zich. Nu weet iedereen die wel eens een Ikeakastje heeft gekocht dat handleidingen en gebruiksaanwijzingen niet altijd even makkelijk te lezen en op te volgen zijn. Voor veel mensen gaat het ook een stuk makkelijker als iemand die al eens een kast in elkaar heeft gezet erbij is om je te helpen en uit te leggen hoe je de gebruiksaanwijzing kunt lezen. Voor sommige mensen is het nodig er een expert bij te halen. Borstvoeding geven werkt eigenlijk net zo. Sommige moeders voelen instinctief aan hoe dat werkt met zo’n kind en die borsten, anderen hebben het wel eens zien doen en doen dat na. Sommigen hebben van te voren al goed gekeken hoe alles in elkaar zit en de gebruiksaanwijzing bestudeerd door boeken te lezen en films te bekijken bijvoorbeeld. Sommigen beginnen er niet aan als er geen hulp in de buurt is en sommigen beginnen vol goede moed, maar beseffen later dat ze een expert nodig hebben. Maar in principe zou het bij al die moeders (op een enkele na bij wie onvoldoende klierweefsel is aangelegd bijvoorbeeld) uiteindelijk moeten lukken om borstvoeding te geven. Het is geen schande hulp te vragen, net zo min als het een schande is om toe te geven dat je de Ikea gebruiksaanwijzing niet begrijpt. Zorg er wel voor dat je om te beginnen de goede gebruiksaanwijzing hebt die bij jouw product hoort. Als je hulp inroept: doe het op tijd, vóór alle schroeven lam gedraaid zijn en zorg dat je hulp vraagt aan iemand die weet hoe Ikea kastjes in elkaar zitten en niet iemand van een concurrerend merk.
dinsdag 17 januari 2012
Rookgordijn
Borstvoeding geven is een normale, aangeboren lichaamsfunctie, die net als sommige andere normale functies even moet worden geoefend om het goed onder de knie te krijgen. Niet dat die borst letterlijk onder de knie moet komen, dat zou het maar onnodig moeilijk maken en dat willen we niet. Borstvoeding willen we niet extra moeilijk maken. Toch? ’t Is voor veel moeders al moeilijk genoeg. Toch? Feit is dat borstvoeding voor veel moeders met de beste bedoelingen (daar ga ik dan toch maar van uit) onnodig en soms onmogelijk moeilijk wordt gemaakt. Ergens, ooit heeft zich te publieke mening in het openbare bewustzijn genesteld dat Borstvoeding Iets Heel Bijzonders is. En ook nog Iets Heel Moeilijks. We beginnen met te doen alsof borstvoeding geven en krijgen heel erg privé en intiem is. Iets wat je niet in het openbaar doet, iets dat absoluut niet salonfähig is. Maar daar ga ik het nu niet meer over hebben, dat werd eerder al behandeld. Er zijn nog veel meer zaken die worden gebruikt om borstvoeding moeilijk te maken. Gebrekkige (ontoereikende, onvolledige en onjuiste) informatie is het beginpunt, want hoe minder betrouwbare informatie een moeder heeft wanneer zij met borstvoeding begint, hoe moeilijker het wordt. Over hoe het zit met de informatie die ouders van zorgverleners horen en verwachten te krijgen werd besproken in Professioneel. Slinkser en met haast nog meer impact op de moeilijkheidsgraad zijn de dit-mag-niet’s en dit-moet’s die circuleren in kringen van moeders en begeleiders. Er zijn nogal wat dingen die een voedende moeder volgens de dat-weet-iedereen-regeltjes perse moet en absoluut niet mag. Wanneer we die regeltjes eens degelijk bestuderen blijkt dat het gros ervan op drijfzand is gebouwd. Dat drijfzand bestaat uit aannames, onbegrip en rookgordijnen. Laten we er eens een paar onder de loep nemen.
''Als je borstvoeding geeft mag je niet afvallen, want dan komen de in je vet opgeslagen afvalstoffen via je melk bij de baby.'' Het lijkt op het eerste gezicht logisch, want inderdaad worden veel afvalstoffen in lichaamsvet opgeslagen. In moedermelk zit vet dat uit de opgeslagen vetreserves van de moeder komt. Maar krijgt het kind dan die afvalstoffen niet juist als de moeder niet afvalt? Of zien die afvalstoffen de afdrijving aankomen en verstoppen ze zich snel in het vet dat naar de melk gaat? Afvalstoffen die vrij komen als er vet wordt afgebroken zullen in het systeem van de moeder komen en via de normale afvalverwerkingsroutes worden verwerkt. Moedermelk productie en uitscheiding is geen afvalverwerkingsroute. Er is dan ook geen enkel wetenschappelijk bewijs te vinden voor het verbod op afvallen als je borstvoeding geeft. Gewoon gezond eten en lekker bewegen en maximaal 500 gram per week afvallen, net als elk gewoon mens.
''Als je borstvoeding geeft moet je extra gezond eten.'' Deze is tricky, maar toch niet waar. Een moeder van jonge kinderen moet zo gezond mogelijk eten om voldoende energie en weerstand te hebben om goed voor haar kinderen te kunnen zorgen. Een voedende moeder hoeft maar een klein beetje meer te eten en voor de kwaliteit en hoeveelheid van haar melk maakt de kwaliteit van haar voedsel niet zo heel veel uit. Het huidige dieet van een moeder heeft wel enige invloed op de samenstelling van haar melk, maar dat verschil is marginaal.
''Als je borstvoeding geeft mag je allerlei eten niet eten en drinken niet drinken.'' In principe kan een voedende moeder net als elk normaal mens eten en drinken wat zij wil. De meeste darmproblemen van baby’s worden niet veroorzaakt door wat de moeder eet en drinkt, maar door de manier waarop de baby wordt gevoed. Het kan gebeuren dat een kind allergisch reageert op dingen die zijn moeder heeft gegeten. De moeder kan dan op dieet gaan en waarschijnlijk zal zij merken dat allerlei vage klachten die zij zelf had ook verbeteren. Moeders op voorhand al restricties opleggen in haar dagelijkse menu maakt het moederschap en borstvoeding geven onnodig moeilijk.
''Als je borstvoeding geeft mag je niet roken of drinken.'' Voor velen zal het een verrassing zijn dat ik deze ook bij de moeilijk makende fabels zet en toch zet ik ze erbij. Roken is voor niemand gezond, ook niet voor een voedende moeder. Roken in een huis waar een baby woont, welk voedsel die baby ook verder krijgt is risicoverhogend gedrag. Voor een kind kan dat leiden tot meer luchtwegproblemen en het verhoogt de wiegendoodkans. Kinderen die wonen in een huis waar wordt gerookt en ook kunstvoeding krijgen lopen dubbel risico. De risico’s van meeroken zijn groter dan die van moedermelk met nicotine. Alcohol komt in moedermelk in exact dezelfde hoeveelheid als in het bloed van de moeder. Hoewel een jong kind alcohol slechter kan verwerken dan een volwassene is er heel erg veel melk met alcohol van een matig drinkende moeder nodig om tot effect te leiden. En om haar melk een gevaarlijk hoog alcoholgehalte te geven moet moeder zich zo dronken drinken dat haar rijbewijs direct zou worden ingenomen bij controle. In dat geval is zij, welke voeding ze ook geeft, sowieso niet tot verantwoord moederschap in staat.
Borstvoeding geven op zich kan al moeilijk genoeg zijn, laten we geen rookgordijnen optrekken, waardoor zij haar borst en haar kind niet meer bij elkaar kan brengen.
''Als je borstvoeding geeft mag je niet afvallen, want dan komen de in je vet opgeslagen afvalstoffen via je melk bij de baby.'' Het lijkt op het eerste gezicht logisch, want inderdaad worden veel afvalstoffen in lichaamsvet opgeslagen. In moedermelk zit vet dat uit de opgeslagen vetreserves van de moeder komt. Maar krijgt het kind dan die afvalstoffen niet juist als de moeder niet afvalt? Of zien die afvalstoffen de afdrijving aankomen en verstoppen ze zich snel in het vet dat naar de melk gaat? Afvalstoffen die vrij komen als er vet wordt afgebroken zullen in het systeem van de moeder komen en via de normale afvalverwerkingsroutes worden verwerkt. Moedermelk productie en uitscheiding is geen afvalverwerkingsroute. Er is dan ook geen enkel wetenschappelijk bewijs te vinden voor het verbod op afvallen als je borstvoeding geeft. Gewoon gezond eten en lekker bewegen en maximaal 500 gram per week afvallen, net als elk gewoon mens.
''Als je borstvoeding geeft moet je extra gezond eten.'' Deze is tricky, maar toch niet waar. Een moeder van jonge kinderen moet zo gezond mogelijk eten om voldoende energie en weerstand te hebben om goed voor haar kinderen te kunnen zorgen. Een voedende moeder hoeft maar een klein beetje meer te eten en voor de kwaliteit en hoeveelheid van haar melk maakt de kwaliteit van haar voedsel niet zo heel veel uit. Het huidige dieet van een moeder heeft wel enige invloed op de samenstelling van haar melk, maar dat verschil is marginaal.
''Als je borstvoeding geeft mag je allerlei eten niet eten en drinken niet drinken.'' In principe kan een voedende moeder net als elk normaal mens eten en drinken wat zij wil. De meeste darmproblemen van baby’s worden niet veroorzaakt door wat de moeder eet en drinkt, maar door de manier waarop de baby wordt gevoed. Het kan gebeuren dat een kind allergisch reageert op dingen die zijn moeder heeft gegeten. De moeder kan dan op dieet gaan en waarschijnlijk zal zij merken dat allerlei vage klachten die zij zelf had ook verbeteren. Moeders op voorhand al restricties opleggen in haar dagelijkse menu maakt het moederschap en borstvoeding geven onnodig moeilijk.
''Als je borstvoeding geeft mag je niet roken of drinken.'' Voor velen zal het een verrassing zijn dat ik deze ook bij de moeilijk makende fabels zet en toch zet ik ze erbij. Roken is voor niemand gezond, ook niet voor een voedende moeder. Roken in een huis waar een baby woont, welk voedsel die baby ook verder krijgt is risicoverhogend gedrag. Voor een kind kan dat leiden tot meer luchtwegproblemen en het verhoogt de wiegendoodkans. Kinderen die wonen in een huis waar wordt gerookt en ook kunstvoeding krijgen lopen dubbel risico. De risico’s van meeroken zijn groter dan die van moedermelk met nicotine. Alcohol komt in moedermelk in exact dezelfde hoeveelheid als in het bloed van de moeder. Hoewel een jong kind alcohol slechter kan verwerken dan een volwassene is er heel erg veel melk met alcohol van een matig drinkende moeder nodig om tot effect te leiden. En om haar melk een gevaarlijk hoog alcoholgehalte te geven moet moeder zich zo dronken drinken dat haar rijbewijs direct zou worden ingenomen bij controle. In dat geval is zij, welke voeding ze ook geeft, sowieso niet tot verantwoord moederschap in staat.
Borstvoeding geven op zich kan al moeilijk genoeg zijn, laten we geen rookgordijnen optrekken, waardoor zij haar borst en haar kind niet meer bij elkaar kan brengen.
Labels:
afvallen,
alcohol,
borstvoeding,
fabeltjes,
informatie,
roken,
wetenschap
zondag 15 januari 2012
Intimiderende intimiteit
Foto: Josephine Tewson als buurvrouw Elisabeth, die koffie drinken bij Hyacinth Bucket erg intimiderend vond in de Britse TVserie Keeping up appearences.
Woorden spreken. Ja, duhhuh, logisch zult u denken. Maar echt, woorden spreken net als mensen en ze kunnen net zoveel verschillende waarheden brengen. Woorden hebben betekenissen en gevoelswaarde. Geen van die twee ligt vast en geen van beide is altijd uniek. Sommige woorden hebben een vrij stabiele en redelijk eenduidige betekenis – boom, bloem, paard. Andere woorden hebben meerdere betekenissen - ‘want’ is een kledingstuk en het gelijkklinkende ‘wand’ is een muur. De gevoelswaarde die bij een woord hoort kan soms sterker veranderen dat de betekenis. Woorden kunnen worden op-of afgewaardeerd. En daarmee ook dat wat ze betekenen of vertegenwoordigen. En sommige woorden verwarren. Neem de woorden intiem en intimideren. Op het eerste gezicht zou je denken dat die iets met elkaar te maken hebben: dat intimideren iets als intiem maken zou kunnen betekenen. Niets is minde waar. De oorsprong van intimideren ligt in het Latijn ‘in’ (= naar) en ‘timidus’ (timide, vreesachtig) van ‘timor’ (vrees) en intiem komt van het eveneens Latijnse ‘intimus’ wat ‘meest vertrouwde’ of ‘binnenste’ betekent (overtreffende trap van intus=van binnen) en verwant aan het woord interior, de vergrotende trap van intus.
Nu zou je kunnen redeneren dat intimidatie mensen dwingt zich in zichzelf te keren en dat dus intimideren intiem maken is: je gaat naar binnen in jezelf. Taalkundige geen speld tussen te krijgen. En ook in het echte leven wordt het soms toegepast. Vrouwen die hun kind borstvoeding geven op plaatsen waar andere mensen dat kunnen zien (openbaar voeden heet dat dan) kunnen worden geïntimideerd door mensen die zich ongemakkelijk voelen bij het zien van een kind aan de borst. Die mensen vinden borstvoeding een intieme activiteit, net zoals sommige andere lichamelijke functies, bijvoorbeeld het je ontdoen van afvalstoffen, of seks. Overigens is je bepaling of je dit intieme handelingen vindt volledig cultureel bepaald, lang niet altijd en overal was of is jezelf ontlasten een privé aangelegenheid en huiselijke omstandigheden zijn en waren ook niet overal ter wereld en in de hele geschiedenis geschikt om seks te beperken tot momenten van volledige privacy, noch vindt iedereen het een punt om je druk over te maken. Maar voor zover ik heb kunnen achterhalen is en was eten, eten geven en eten krijgen nergens en nooit een aangelegenheid die in afzondering wordt genoten. Integendeel, eten is eerder gelegenheid tot socialiseren en het aangaan van relaties. Gezellig samen eten maakt banden hecht en een diner bevestigt overeenkomsten. Een werkontbijt verenigt het nuttige met het aangename en een lunchoverleg laat de onderhandelingen soepeler verlopen. Alleen moeten eten kan daarentegen als straf worden ingezet. Eten en samen een maaltijd nuttigen is dus verre van intiem en intimideren is er met name geen doel van. Samen eten is in vele visies ook gezonder en aan stiekem, in het verborgene, eten riekt naar een eetstoornis.
Al met al lijkt het een goed idee om moeders die hun kind eten geven te verwelkomen in beschaafd gezelschap, ze niet uit te jouwen en tot stiekemheid te dwingen. Schuif liever mee aan, neem een lekker kopje koffie en socialiseer met moeder en kind. Laten we gewoon een nieuwe culturele gewoonte maken: gezellig samen eten, overal, altijd.
Woorden spreken. Ja, duhhuh, logisch zult u denken. Maar echt, woorden spreken net als mensen en ze kunnen net zoveel verschillende waarheden brengen. Woorden hebben betekenissen en gevoelswaarde. Geen van die twee ligt vast en geen van beide is altijd uniek. Sommige woorden hebben een vrij stabiele en redelijk eenduidige betekenis – boom, bloem, paard. Andere woorden hebben meerdere betekenissen - ‘want’ is een kledingstuk en het gelijkklinkende ‘wand’ is een muur. De gevoelswaarde die bij een woord hoort kan soms sterker veranderen dat de betekenis. Woorden kunnen worden op-of afgewaardeerd. En daarmee ook dat wat ze betekenen of vertegenwoordigen. En sommige woorden verwarren. Neem de woorden intiem en intimideren. Op het eerste gezicht zou je denken dat die iets met elkaar te maken hebben: dat intimideren iets als intiem maken zou kunnen betekenen. Niets is minde waar. De oorsprong van intimideren ligt in het Latijn ‘in’ (= naar) en ‘timidus’ (timide, vreesachtig) van ‘timor’ (vrees) en intiem komt van het eveneens Latijnse ‘intimus’ wat ‘meest vertrouwde’ of ‘binnenste’ betekent (overtreffende trap van intus=van binnen) en verwant aan het woord interior, de vergrotende trap van intus.
Nu zou je kunnen redeneren dat intimidatie mensen dwingt zich in zichzelf te keren en dat dus intimideren intiem maken is: je gaat naar binnen in jezelf. Taalkundige geen speld tussen te krijgen. En ook in het echte leven wordt het soms toegepast. Vrouwen die hun kind borstvoeding geven op plaatsen waar andere mensen dat kunnen zien (openbaar voeden heet dat dan) kunnen worden geïntimideerd door mensen die zich ongemakkelijk voelen bij het zien van een kind aan de borst. Die mensen vinden borstvoeding een intieme activiteit, net zoals sommige andere lichamelijke functies, bijvoorbeeld het je ontdoen van afvalstoffen, of seks. Overigens is je bepaling of je dit intieme handelingen vindt volledig cultureel bepaald, lang niet altijd en overal was of is jezelf ontlasten een privé aangelegenheid en huiselijke omstandigheden zijn en waren ook niet overal ter wereld en in de hele geschiedenis geschikt om seks te beperken tot momenten van volledige privacy, noch vindt iedereen het een punt om je druk over te maken. Maar voor zover ik heb kunnen achterhalen is en was eten, eten geven en eten krijgen nergens en nooit een aangelegenheid die in afzondering wordt genoten. Integendeel, eten is eerder gelegenheid tot socialiseren en het aangaan van relaties. Gezellig samen eten maakt banden hecht en een diner bevestigt overeenkomsten. Een werkontbijt verenigt het nuttige met het aangename en een lunchoverleg laat de onderhandelingen soepeler verlopen. Alleen moeten eten kan daarentegen als straf worden ingezet. Eten en samen een maaltijd nuttigen is dus verre van intiem en intimideren is er met name geen doel van. Samen eten is in vele visies ook gezonder en aan stiekem, in het verborgene, eten riekt naar een eetstoornis.
Al met al lijkt het een goed idee om moeders die hun kind eten geven te verwelkomen in beschaafd gezelschap, ze niet uit te jouwen en tot stiekemheid te dwingen. Schuif liever mee aan, neem een lekker kopje koffie en socialiseer met moeder en kind. Laten we gewoon een nieuwe culturele gewoonte maken: gezellig samen eten, overal, altijd.
maandag 26 december 2011
leestip: Waarom zou je borstvoeding geven
Borstvoeding is heel anders dan kunstvoeding en beide soorten voeding en beide manieren van voeden hebben een heel andere invloed op jou en op je baby.
Omdat een kind gemaakt is om borstvoeding te krijgen
• het hele systeem van het pasgeboren kind verwacht dat het met de melk van de moeder zal worden gevoed
• de spijsvertering en de behoefte aan bepaalde voeding en afweerstoffen van de baby wordt weerspiegeld in de manier van melkaanmaak en de samenstelling van moedermelk
• de melk van een moeder is heel precies afgestemd op wat haar kind op dit specifieke moment nodig heeft voor een gezonde groei en ontwikkeling
• een te vroeg geboren kind krijgt speciale melk, die goed aansluit op wat hij eigenlijk nog via de placenta had moeten krijgen
Omdat borsten gemaakt zijn om borstvoeding te geven
• vanaf de puberteit beginnen de borsten zich voor te bereiden op hun latere taak
• tijdens elke cyclus groeit het klierweefsel een beetje
• al vroeg in de zwangerschap begint het klierweefsel te groeien en te ontwikkelen en melk te maken
• direct na de geboorte van het kind geven de borsten melk
Omdat een kind bescherming nodig heeft tegen aanvallen van ziektekiemen
• moedermelk bevat bescherming tegen ziektekiemen in het algemeen
• moedermelk bevat specifieke afweerstoffen tegen alle infecties waarmee de moeder in aanraking komt
• de baby besmet zijn moeder met ziektekiemen die hij bij zich draagt en krijgt daarvoor specifieke bescherming terug
Omdat vrouwen die geen borstvoeding geven meer gezondheidsklachten kunnen ontwikkelen
• vrouwen die nooit borstvoeding hebben gegeven hebben een zwakkere botstructuur
• vrouwen die nooit borstvoeding hebben gegeven hebben een verhoogd risico van borstkanker en baarmoederhalskanker
Omdat borstvoeding een baby voorbereidt op ander eten later
• moedermelk smaakt naar het voedsel van de moeder, zo leert de baby de smaken van het gezinsmenu al kennen
• drinken aan de borst oefent alle spieren van de mond en aan de kaken en de tong leert ingewikkelde bewegingen maken
Omdat borstvoeding geven moeder en kind bij elkaar houdt
• het huidcontact dat vanzelf bij borstvoeding meekomt versterkt de band tussen moeder en kind
• moeders die borstvoeding geven vinden het moeder zijn vaak makkelijker omdat hormonen ze helpen zich op hun kind te richten
dinsdag 20 december 2011
Goed – beter – best
Foto: Mijn Grootmoe Anna Vink met haar verloofde Carel Staas.
Al die misantropische bloggers en columnisten die hardnekkig blijven schrijven, zeggen, roepen dat borstvoeding helemaal niet het beste is hebben eigenlijk volkomen gelijk. Borstvoeding is niet het beste, borstvoeding is gewoon wat het moet zijn. Borstvoeding is voedsel, bescherming, koestering en basisschool voor intermenselijke relaties voor elk pasgeboren kind, baby, dreumes, peuter. Kinderen die borstvoeding krijgen zijn in geen enkel opzicht beter dan andere kinderen: ze zijn precies wat ze zijn moeten of worden wat ze in zich hebben. Kinderen die geen borstvoeding krijgen, moeten het maar zien te rooien met een imitatievoeding zonder bescherming en zonder hormonale ondersteuning bij moeder en kind voor de koestering en basisschool intermenselijke relaties.de meeste komen er ook wel, hoor, en over het algemeen ook best redelijk gezond. Maar de risico’s om met problemen groot te worden of te groot te worden (te groot als in overgewicht) of om net niet zo slim te zijn als je had kunnen zijn is een stuk groter wanneer je je leven niet met borstvoeding begint. De keuze voor zuigelingenvoeding is er dus niet zo zeer één van goed-beter-best, maar van goed-minder-minst. ‘’Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg,’’ zei mijn Grootmoe graag. Je hoeft niet beter of best te zijn, gewoon is goed genoeg.
Wetenschappelijke onderzoekers hebben die link nog niet gelegd en blijven roepen dat de uitkomsten bij wel borstvoeding zoveel beter zijn dan bij geen borstvoeding. Mooi dat ze het onderzoeken, maar het zou zo fijn zijn als ze de uitkomsten in realistische taal zouden weergeven. Het zou de boodschap zoveel sterker maken. Twee recente voorbeelden. Milnes (2011): ‘’Borstvoeding duur gelinkt aan minder voorkomen kruisbeet’’ is een minder sterke boodschap dan: ‘’Kortere borstvoedingduur verhoogt de kans op het ontwikkelen van een kruisbeet’’. Quigley et al (2012) stelt in de titel van het onderzoek dat kinderen die borstvoeding kregen een betere cognitieve ontwikkeling doormaken. Welbeschouwd bedoelt hij natuurlijk dat kinderen die geen borstvoeding krijgen een minder goede cognitieve ontwikkeling doormaken. Borstvoeding is geen bonus, geen extraatje bovenop de norm, borstvoeding is gewoon dat wat de bedoeling was. Gewoon, goed genoeg.
Milnes AR: Breastfeeding Duration may be Related to Lower Prevalence for Posterior Crossbite in the Deciduous Dentition. The journal of evidence-based dental practice, 2011, 11(1):67-68
Quigley MA, Hockle C, Carson C, Kelly Y, Renfrew MJ, Sacker A: Breastfeeding is Associated with Improved Child Cognitive Development: A Population-Based Cohort Study. The Journal of pediatrics, 2012, 160(1):25-32
Al die misantropische bloggers en columnisten die hardnekkig blijven schrijven, zeggen, roepen dat borstvoeding helemaal niet het beste is hebben eigenlijk volkomen gelijk. Borstvoeding is niet het beste, borstvoeding is gewoon wat het moet zijn. Borstvoeding is voedsel, bescherming, koestering en basisschool voor intermenselijke relaties voor elk pasgeboren kind, baby, dreumes, peuter. Kinderen die borstvoeding krijgen zijn in geen enkel opzicht beter dan andere kinderen: ze zijn precies wat ze zijn moeten of worden wat ze in zich hebben. Kinderen die geen borstvoeding krijgen, moeten het maar zien te rooien met een imitatievoeding zonder bescherming en zonder hormonale ondersteuning bij moeder en kind voor de koestering en basisschool intermenselijke relaties.de meeste komen er ook wel, hoor, en over het algemeen ook best redelijk gezond. Maar de risico’s om met problemen groot te worden of te groot te worden (te groot als in overgewicht) of om net niet zo slim te zijn als je had kunnen zijn is een stuk groter wanneer je je leven niet met borstvoeding begint. De keuze voor zuigelingenvoeding is er dus niet zo zeer één van goed-beter-best, maar van goed-minder-minst. ‘’Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg,’’ zei mijn Grootmoe graag. Je hoeft niet beter of best te zijn, gewoon is goed genoeg.
Wetenschappelijke onderzoekers hebben die link nog niet gelegd en blijven roepen dat de uitkomsten bij wel borstvoeding zoveel beter zijn dan bij geen borstvoeding. Mooi dat ze het onderzoeken, maar het zou zo fijn zijn als ze de uitkomsten in realistische taal zouden weergeven. Het zou de boodschap zoveel sterker maken. Twee recente voorbeelden. Milnes (2011): ‘’Borstvoeding duur gelinkt aan minder voorkomen kruisbeet’’ is een minder sterke boodschap dan: ‘’Kortere borstvoedingduur verhoogt de kans op het ontwikkelen van een kruisbeet’’. Quigley et al (2012) stelt in de titel van het onderzoek dat kinderen die borstvoeding kregen een betere cognitieve ontwikkeling doormaken. Welbeschouwd bedoelt hij natuurlijk dat kinderen die geen borstvoeding krijgen een minder goede cognitieve ontwikkeling doormaken. Borstvoeding is geen bonus, geen extraatje bovenop de norm, borstvoeding is gewoon dat wat de bedoeling was. Gewoon, goed genoeg.
Milnes AR: Breastfeeding Duration may be Related to Lower Prevalence for Posterior Crossbite in the Deciduous Dentition. The journal of evidence-based dental practice, 2011, 11(1):67-68
Quigley MA, Hockle C, Carson C, Kelly Y, Renfrew MJ, Sacker A: Breastfeeding is Associated with Improved Child Cognitive Development: A Population-Based Cohort Study. The Journal of pediatrics, 2012, 160(1):25-32
Abonneren op:
Reacties (Atom)
Welkom bij Eurolac!
Eurolac! is een onderdeel van Eurolac Lactatiekunde
Voor de nieuwste berichten en voor diepgaande informatie, achtergrondartikelen, hulp en ondersteuning ga je naar www.eurolac.net. Hier vind je ook de Eurolac Lactatiekunde Webwinkel
Dit is het oude blog.
Voor de nieuwste berichten en voor diepgaande informatie, achtergrondartikelen, hulp en ondersteuning ga je naar www.eurolac.net. Hier vind je ook de Eurolac Lactatiekunde Webwinkel
Labels
aan-de-borstvoeding
aanbevelingen
aandacht
aangeboren
aangeleerd
aanhappen
aanklikbedje
aanleg
aanleggen
aanleghulp
aanname
aanpassen
aasgieren
ABC
abces
ABM
achtergrond
achterkamertjes
acrobatiek
actie
acupunctuur
ademhaling
ADHD
adolescent
adoptie
advies
advisering
advocaat
AFASS
afbouwen
affectie
affectief
afhankelijkheid
afkoeling
afkolven
afleiding
afsluiten
afstamming
afstrepen
aftellen
afvallen
afvalstoffen
afweer
afwijking
afwijzen
agressie
alcohol
Alexandre Dumas
alledaags
alleen
allergeen
allergie
allo-ouderschap
allopathie
alternatieve zorg
aminozuren
Amsterdam
anamnese
anatomie
Angelina Jolie
angst
Anna Staas-Vink
anorexia
antibiotica
anticonceptie
antropologie
apart
apoptose
apparaat
appels
archetype
argument
asimov
ASS
assortiment
astma
asymmetrie
atopisch
Attachment Parenting
attachment theorie
attitude
autostoeltje
baby
baby-led-weaning
babyverzorging
babywise
bacteriën
bad
badzout
bakerpraat
bakerpraatjes
balts
baren
baring
baringsrituelen
bed-sharing
bedrog
beeldvorming
begeleiden
begeleiding
begroting
beha
behandeling
behoefte
behoeften
belasting
beleid
beloften
beloning
beoordeling
beperken
beroep
beschadigen
beschermen
bescherming
besmetting
beurs
bevalling
bevorderen
bewaren
beweging
bewerken
bewijs
bewijslast
bewustzijn
BFHI
bijgeloof
bijhouden
bijscholing
bijten
bijvoeden aan de borst
bijvoeding
bijzonder
bilirubine
Biological Nurturing
biologie
biologisch
biologische zuivel
bitter
blauwdruk
bloed
bloedarmoede
bloedcellen
bloeddruk
bloedstolling
bloedsuikers
blootstelling
BMI
boek
bonafide
borst
borstabces
borsten
borstkanker
borstmassage
borstonderzoek
borstontsteking
borstproblemen
borstverkleining
borstvoeding
borstvoeding.com
borstvoedingcafe
borstvoedingcijfers
borstvoedinginformatie
borstvoedingmanagement
borstvoedingorganisatie
borstvoedingsbeleid
borstvoedingsduur
borstvoedingsorganisatie
borstvoedingsthee
borstvoedingvriendelijk
borstweigeren
botdichtheid
botvorming
boulemie
bouwstoffen
Bowlby
BPA
Brian Palmer
brood
broodjeaapverhaal
buidelen
buitengewoon
cadeautjes
caius
calcium
calendula
campagne
candida albicans
capaciteit
cariës
caseine
changeling
chapeau
chefkok
chimpansee
China
chocolade
clausule
clusteren
clusterkolven
CMV
co-ouderschap
co-sleeping
Cochrane
Code
coeliakie
cohortstudie
colostrum
comfortabel
commercie
commissie
communicatie
compassie
complementair
complex
complicated
congruent
consequent
consequenties
consultatiebureau
contra-indicatie
controle
corrupt
cortisol
counseling
couveuse
CT
cultuur
cyclus
D-MER
D-TSR
DALY's
dankbaar
darm
darmflora
darmfunctie
David Sackett
debat
deficientie
dehydratie
delen
demoniseren
deskundig
determinanten
diabetes
diagnose
Diane Wiessinger
diarree
diëtiek
dik
discreet
discriminatie
discussie
dissociatie
DNA
doel
dokters
dompelbad
domperidon
donormelk
doorverwijzen
doorzetten
doula
dr. Jay gordon
draagkracht
draaglast
draagling
draak
dragen
drempels
drinken
drinkproblemen
drinktechniek
druk
dubbele boodschap
duimzuigen
duurzaamheid
dwang
E-Sakazakii
EBM
EBP
echografie
ecologisch borstvoeden
ecologische voetafdruk
economisch
economische waarde
eczeem
educatie
eenvoudig
eerlijkheid
eetproblemen
eetstoornis
eierstokkanker
Einstein
eiwitten
emancipatie
emotie
emotioneel welzijn
emotionele beschikbaarheid
empathie
energie
epigenetica
Erikson
erotofobie
eten
ethiek
etiket
etniciteit
eurolac
evalueren
evidencebeest
evolutie
examen
exclusief
excreet
excuus
experimenteren
extreem
fabels
fabeltjes
fabrikanten
Facebook
factoren
familie
fanatiek
feel-good
feest
feestdagen
feiten
feminisme
fenegriek
filmpje
filosofie
flash-heating
fles
flesvoeding
flesweigeren
flow
focus
fopspeen
forensisch onderzoek
forum
foto's
fouten
freakshow
frenulum
frequent voeden
freud
functie
functional food
functionaliteit
fysiologie
gadgets
galactogoog
galega
gastcolumn
gebakken lucht
gebit
gebonden
geboorte
geboortegewicht
geboortetrauma
gedijen
gedrag
geelzucht
geen kwaad doen
geheim
gehemelte
gehemelteplaatje
geinduceerde baring
geinduceerde lactatie
geïnduceerde lactatie .
geit
geld
geloven
geluk
gelukkig
gemiddeld
gender
genen
GenerationR
genetische manupulatie
Gentiaan Violet
George Clooney
geschiedenis
geur
gevaar
gevaarlijk
gevaren
geweld
gewicht
gewichtsverlies
gewoon
gezin
gezond
gezonde voeding
gezondheid
gezondheid moeder
gezondheidsclaims
gezondheidsinformatie
gezondheidsprogramma
gist
glucose
go with the flow
goed
goed genoeg
goud
griep
groei
groeistandaarden
groen
groene_leem
grondstoffen
grootmoeder
gulden snede
gynaecoloog
halfjaar
HAMLET
handelplan
hard drugs
harry piekema
hart
hart- en vaatziekten
hartfunctie
hechting
heks
helen
helper
herinneren
hersenen
hersenontwikkeling
heupdysplasie
Hippocrates
hirsutisme
historie
HIV
HM4HB
HMF
holistisch
honger
hongersignalen
honing
hormonen
horror
houdbaarheid
houding
Hugh Laurie
huidcontact
huidflora
huilen
hulp
hulp zoeken
hulpmiddel
hulpmiddelen
hulpset
hygiene
hygiëne
hype
hyperlactatie
hypoglycemie
hypolactatie
hysterie
IBFAN
ideaal
IFE
ijs
ijzer
IL-10
illusionist
immuniteit
immunologie
immuuncellen
Ina May Gaskin
inbakeren
individu
indoctrinatie
industrie
infectie
infecties
inflammatie
informatie
informeren
infuus
ingetrokken tepels
ingewikkeld
ingrediënten
ingrijpen
initiatierite
inleiden
inschatten
instinct
instincten
instinctief voeden
instructie
insuline
intake
intelligentie
intentie
inter-species zogen
interactief
interventie
intiem
intolerantie
introductie
inventariseren
investering
invloed
invoelen
inwikkelen
inzet
IQ
irritatie
Ja zuster nee zuster
Jack Newman
James McKenna
JGZ
JHL
jodium
Johan Cruijff
Johnny Depp
jonge moeder
journalist
jubileum
Kangoeroe Moeder Zorg
kanker
kansen
kapotte tepels
karakter
KDV
keizersnede
kennis
kennisoverdracht
keuze
keuzes
keuzes maken
kiezen
kijken
kin
kind
kinderarts
kinderdagverblijf
kinderopvang
kindersterfte
KISS
klacht
kleur
klierweefsel
klinische lactatiekunde
KMC
KMZ
knippen
koemelk
koesteren
koestering
koffie
koken
kokosolie
kolf
kolonisatie
kolven
korte tepels
kosten
kosten gezondheidszorg
Kotlow
koude
kraam
kraamafdeling
kraambed
kracht
krampjes
kritiek
kruiden
kruipen
kunstvoeding
kwakzalverij
kwaliteit
laat-prematuur
lactaptin
lactatie
lactatiekunde
lactatiekundige
lacteren
lactoengineering
lactoferrine
lactogenese
LAM
lange termijn
langvoeden
lanoline
leefomgeving
leiden
lekken
lengte
lente
leren
leren aanleggen
levende cellen
levensles
lezen
lichaamscontact
liefde
lipriempje
literatuuronderzoek
LLL
lobby
logica
logopedist
loslaten
luchtweginfecties
luiers
luisteren
maag
maagdarminfecties
maaginhoud
maagzuurremmers
maan
maat
maatschappij
macgyveren
machinaal
maffia
magie
magisch
malafide
mama
maneschijn
manieren
manipuleren
mannelijke lactatie
marketeer
marketing
massage
mastitis
matrix
Max Tailleur
mazelen
meanderen
Meatloaf
Medela
media
medicalisatie
medicijnen
medicijngebruik
medische misser
medium
meerling
melk
melkbank
melklijsten
melkproductie
melkstase
melkstroom
melktransfer
melkzusters
menarche
menselijk
mensenrechten
menstruatie
Meryl Streep
met rust laten
meten
methode
Michel Odent
micronutriënten
middenoorontsteking
mijmeren
milieuvervuiling
min
Miranda Kerr
mode
moe
moeder
moeder en kind nabijheid
moeder-en-kind-nabijheid
moedergodin
moedergroep
moedermelk
moedermelknetwerk
moedermelkvoeding
moederschap
mondflora
mondonderzoek
Montessori
morbiditeit
mores
mortaliteit
motieven
motivatie
motorische ontwikkeling
MRI
MRSA
multidisciplinair
multimoeder
multiple sclerose
mythe
nabijheid
nachtouderschap
nachtvoedingen
nadelen
nadenken
nalaten
namaak
nature-nurture
natuur
natuurlijk
nauwkeurigheid
NEC
neerslachtigheid
Nestle boycot
nicotine
nieuw
nieuwsgierig
Nils Bergman
niplette
non-nutritief
noodsituatie
norm
normaal
normen en waarden
normwaarde
Nurse Jackie
nutriënten
Obelix
obesitas
obsceen
observeren
obstreticus
oedeem
oefenen
oestrogenen
ogen
oligosacchariden
olympisch
oma
omega 3
omgeving
omweg
onaangepast
onafhankelijkheid
onconditioneel
onconditioneel opvoeden
onderkaak
onderscheid
ondersteuning
ondervoeding
onderwijs
onderwijzen
onderzoek
onderzoek retrospectief
onderzoeken
onderzoeker
onderzoekmethodes
ongemakkelijk
ongewenst zwanger
ongewoon
ongezond
onrustig drinken
ontdooien
ontmoeten
ontspannen
ontsteking
ontwerp
ontwikkeling
onvoldoende
onvoorwaardelijk
onvoorwaardelijk ouderschap
onwennig
oorlog
oorontstekingen
oorzaken
opbrengst
openbaar
openbaar voeden
opgelucht
opleiding
opleidingsniveau ouders
oplossing
opoffering
oproep
opties
opvoeden
opvoeding
opvolgmelk
opzoeken
orale anatomie
organische chemicaliën
osteoporose
Oud en Nieuw
ouder-kind-interactie
ouders
ouderschap
overdenking
overeenkomsten
overgewicht
overheden
overheid
overleg
overleven
overproductie
oververhitting
oxytocine
paced bottle feeding
pacifisme
pap
papa
parasiet
partner
pasgboren
pasgeboren
passie
pasteuriseren
patroon
Paula Meier
PCOS
pech
pedagoog
peer support
peercounseling
pepermunt
perceptie
perfectie
perinatale sterfte
perspectief
PET
Peter Facinelli
peuter
pijn
pijnbestrijding
Pink
pink ribbon
plaats
placebo
plagiocefalie
plan
plan B
plannen
plezier
politiek
portie
portiegrootte
postnatale depressie
postpartum bloedverlies
powerpoint
PPD
prematuur
prenataal afkolven
prenatale depressie
prenatale ontwikkeling
prestatie
preventie
prijsvraag
primaten
prins
prinses
priorteit
probiotica
PROBIT
probleemgedrag
problemen
problemen maken
problemen oplossen
productie
professioneel
profijt
programma
prolactine
promoten
promotie
protocol
psychologie
PTSS
puber
radicaal
ramp
Rapley
Raynaud
RCT
reactie
realiteit
rechten van het kind
rechten-van-het-kind
reclame
redden
redenen
redeneren
referentie
referenties
reflexen
reflux
regelen
regelmaat
regels
reinheid
relactatie
relatie
religie
respect
responsief ouderschap
reuk
revolutie
richtlijn
Riley
ringsling
risico
risico van geen borstvoeding
risicogedrag
rituelen
Robert De Niro
robot
roes
roken
rollen
Romeo en Julia
röntgenfoto
routines
rouw
rozengeur
RPS
ruimte
rumenzuur
rust
rustig
RVP
safe motherhood
sagen
salie
salma hayek
Salmonella
samen
samen slapen
samenspel
samenstelling
samenwerking
SBO congres
scan
Scandinavië
schaamte
schaap
schade
scheiding-van-moeder-en-kind
scheidingsangst
scheikunde
schema
schildklier
schimmel
schimmelinfecties
schisis
schizofrenie
scholing
schoonheid
schrijven
schudden
schuim
schuld
schuldgevoel
secreet
seksisme
seksleven
seksualiteit
seksuele mishandeling
sensitief ouderschap
sensitieve zorg
SES
Shakira
show
SIDS
silicium
simultaan voeden
sintjanskruid
slaap
slaapcondities
slaapcyclus
slaapgebrek
slaapomgeving
slaappatroon
slaapproblemen
slaapritme
slaaptraining
slapen
slendang
smaak
smaakontwikkeling
smoes
sneeuw
sociaal gedrag
sociaal netwerk
socialiseren
softdrugs
sondevoeding
soortspecifiek
SPECT
speen
speenhoes
spelen
spelregels
spenen
spijsvertering
sponsoring
sport
spraakontwikkeling
spreken
sprongetjes
sprookjes
spruw
spugen
stamcellen
stand
standaard
stappenplan
start
statistieken
Stefan Kleintjes
stemherkenning
sterk
steun
stoppen
storen
stress
strijdmodel
structuur
studie
stukjes
stuwing
substituut
suiker
suikermetabolisme
suikerwater
suppletie
surrogaat
symbiose
taal
taboe
tandemvoeden
tanden
tattoo
TBS
te veel melk
te weinig melk
team
technieken
technologie
tegendruk
tegenwerken
tellen
temperatuur
tentoonstelling
tepelhoedje
tepelkloven
tepelproblemen
tepels
terminologie
testosteron
TGF-beta1
The Bad Mother's Handbook
thema
therapeutisch flesvoeden
therapie
thymus
tienermoeder
tijd
tijger
TNO
toeschietreflex
tolerant
tong
tongriem
tortocillis
toveren
toxinen
TRAIL
triple P
troosten
trots
trouw
trucjes
tweeling
twijfel
twilight
type
uitkomsten
uitvinden
Uncle Vernon
UNICEF
uniek
universiteit
urban legend
utopia
vaardigheden
vacceenzuur
vaccinatie
vacuum
vader
vaderrol
vaderschap
vak
vakantie
valentijn
vallen
vampier
variabelen
variatie
vaste voeding
VBBB
VBN
vechten
vegetariër
veilig
veiligheid
verandering
verantwoordelijkheid
verantwoording
verdediging
verdriet
vergelijking
verhalen
verkoudheid
verliefd
verloskundige
vermoeidheid
verondersteld te weinig melksyndroom
verschillen
verslikken
verstopping
vertrouwen
verwaarlozing
verwachten
verwachting
verwachtingen
verwarmen
verwarring
verwennen
verzadigingsignalen
verzorgen
verzorging
vet
vetzuren
vies
vingervoeding
virus
visite
vitamine A
vitamine B
vitamine C
vitamine D
vitamine K
vlakke tepels
voeden
voeden op verzoek
voeding
voeding moeder
voedingesindustrie
voedingsbeha
voedingscentrum
voedingsfrequentie
voedingskussen
voedingsmethode
voedingspatroon
voedingsstoffen
voedingswaarde
voedsel
Voldemort
voldoende
volksgezondheid
volledige zuigelingenvoeding
volturi
voorbeeld
voorbereiden
voorbereiding
voordeel
voordelen
voorkeurshouding
voorkomen
voorlichting
voornemen
vooronderstelling
voorschrift
voortgezette borstvoeding
voorwaarden
vorm
vraag
vraag en aanbod
vragen
vreemd
vreugde
vriezer
vrijwilligers
vroede vrouw
vroeggeboorte
vrouw
vruchtbaarheid
vuistregels
vulture
vuurwerk
vzwBorstvoeding
waarde
waarheid
WABA
wapens
WAPF
warmte
water
waterhuishouding
waterpokken
waterwereld
WBW
weeën
wereldvrede
werkende moeder
werkende vader
werkgever
Weston A Price
wetenschap
wetgever
WHO
Whoopi
wiegelied
wiegendood
wijkverpleegkundige
wijsheid
will smith
winkel
winkel concept
winst
wisselkind
woede
wolf
wondermiddel
woonomgeving
woorden
workshop
WYSIWYG
Yvo Smulders
zalf
zelfbeschikking
zelfregulatie
zelfstandig
zelfvertrouwen
ziektelast
ziekteverekkers
ziel
zien
zilver
zink
zintuigen
zitten
zoeken
zoet
zoethoudertjes
zonlicht
zonnesteek
zoogdieren
zoogkompressen
zorg
Zorg voor Borstvoeding
zorgen
zorggedrag
zorgverleners
zorgzaam
zout
zuigbehoefte
zuigelingen
zuigelingenvoeding
zuigen
zuigfles
zuivelindustrie
zwanger
zwangerschap
zwembad

















