Pagina's

Eurolac!

Een blog met (bijna) dagelijkse columns over borstvoeding, hoe het gaat, hoe het ook zou kunnen. Discussie, ironie, satire en parodie worden als stijlbloemen niet verguisd, naast gewone recht-toe recht-aan informatie.
Posts tonen met het label risico. Alle posts tonen
Posts tonen met het label risico. Alle posts tonen

vrijdag 22 november 2013

Cijfertjes

Foto: Nelly Frijda als Ma Flodder, Huub Stapel als Johnnie en Mandy Negerman als Toet  in Flodder in Amerika! (1992)

Ma Flodder drinkt zelfgestookte jenever, rookt dikke sigaren, eet soepen en stamppotten waarvan je echt niet wilt weten wat erin zit en toch oogt ze kerngezond. Iedereen kent ook wel in de familie of kennissenkring de beroemde opa van 96 die een dagelijkse neut bij zijn sigaartje geniet en nog opperbest wegkomt. We weten ook allemaal dat zowel Ma Flodder als Opa-van-96 eerder ondanks dan dankzij het roken en drinken in goede gezondheid verkeren. We weten tegenwoordig allemaal dat roken en drinken niet goed voor de gezondheid zijn, evenals ongezond eten, slaap te kort en luchtvervuiling. En kunstvoeding voor baby’s. Maar wat weten we eigenlijk, want zo vaak hoor je iemand zeggen dat dat allemaal wel zal meevallen, want ze zijn er zelf toch ook gezond groot op geworden, en we kennen allemaal de eerder genoemde opa’s en Ma Flodders. En ''als het zo gevaarlijk was zou het niet verkocht worden'', maar dat is voor een ander blog.)

Het probleem zit voor een deel in de manier waarop onderzoeksresultaten worden gepubliceerd en geïnterpreteerd. Er zijn maar weinig zaken die per direct dodelijk zijn, het gaat vrijwel altijd om glijdende schalen. Veel gevaarlijke dingen zijn alleen dosisafhankelijk gevaarlijk. Neem nu water. Drinkwater. Dat is over het algemeen veilig, in onze contreien. Er zitten mineralen in die meestal goed voor ons zijn en wat lichte verontreinigingen waarmee ons afweersysteem over het algemeen goed raad mee weet. Toch kun je van gewoon kraanwater of flessenwater behoorlijk ziek worden. Als je er maar genoeg van achter elkaar drinkt.  Dit heet waterintoxicatie. Het feit dat in sommige gevallen mensen ziek worden en zelfs overlijden door het drinken van grote hoeveelheden water is echter geen reden om het drinken van water te ontmoedigen.

Het ligt dus aan de dosering en de omstandigheden of een bepaald voedingsmiddel of genotsmiddel schadelijk is of niet. Hetzelfde geldt voor allerlei andere veilige/onveilige keuzes. Het is mede daarom dat ik eigenlijk een hekel heb aan uitspraken als ‘’borstvoeding beschermt tegen <vul ziekte of aandoening in>’’. Ten eerste beschermt borstvoeding niet, maar leveren alternatieven risico’s, maar vooral ook omdat dat zo vaak verkeerd geïnterpreteerd wordt. Stel er is een onderzoek gedaan naar de invloed van voedingskeuze voor zuigelingen op het vóórkomen van een bepaalde ziekte. Een uitkomst kan dan zijn dat die ziekte bij de ene groep kinderen vaker voorkomt dan bij de andere groep. Er wordt dan al snel geroepen dat de keuze met de minste ziektegevallen kennelijk een beschermende werking heeft. Dat komt dan zo in het nieuws. Het gemiddelde publiek (en soms de journalist ook) leest dat dan als dat je met die positievere voedingskeuze de onderzochte ziekte niet meer kan krijgen of dat je bij de mindere keuze die ziekte dus beslist zult krijgen.

En dat is waar het fout gaat en daar komen dan de reacties als ‘’ik heb kunstvoeding gehad en ben er ook goed groot op geworden’’. Welke voeding baby’s ook krijgen, het overgrote deel zal in een redelijke tot goede gezondheid groot worden. En welke voeding baby’s ook krijgen, sommigen worden ziek, erg ziek of gaan dood. Want onderzoeksresultaten zijn nooit, echt nooit, absolute waarheden. Het zijn statistieken en kansberekeningen.

Om dit duidelijker te maken stel je je twee groepen van elk 1000 kinderen voor. De ene groep krijgt biologisch normale voeding, borstvoeding zoals onze blauwdruk dat heeft bedoeld, en de andere groep krijgt geen of weinig borstvoeding. In beide groepen zullen kinderen ziek worden, maar in de tweede groep zullen er dat meer zijn. Neem nu twee groepen van 1000 kinderen die ziek zijn, ook weer een groep die borstvoeding krijgt en eentje die dat niet of weinig krijgt. In beide groepen zullen zeer ernstig zieke kinderen zijn, maar weer in de tweede groep meer. Tot slot nemen we twee groepen ernstig zieke kinderen met of zonder borstvoeding. Dan zullen er, hoe spijtig ook, in beide groepen kinderen overlijden. In de groep zonder borstvoeding zullen er dat meer zijn.

Kinderen die geen borstvoeding krijgen hebben dus een verhoogd risico om ziek te worden en te overlijden ten opzichte van kinderen die enkel borstvoeding krijgen. Dat betekent niet dat alle kinderen die kunstvoeding krijgen dus ziek worden en het betekent evenmin dat kinderen die enkel borstvoeding krijgen nooit ziek zullen worden. Borstvoeding beschermt kinderen niet tegen ziek worden, maar houdt hun risico zo laag als mogelijk is. Alternatieven voor borstvoeding verhogen dat risico.

Voor wie iets verder kijkt dan alleen de eindconclusie kan ook zoeken naar de exacte cijfers van een onderzoek. Stel dat voor een bepaalde keuze in gezondheidsgedrag een groep kinderen wordt bekeken op het vóórkomen van een bepaalde aandoening en zij vinden 5 kinderen met die aandoening. In de groep waar andere keuzes werden gemaakt vinden zij 10 kinderen met die aandoening. Dat lijkt dan een enorme risicoverhoging, een verdubbeling. Als de groepen onderzochte kinderen maar 10 individuen groot waren is de uitslag verpletterend. Waren het groepen van 100 kinderen elk dan was er een vergroting van risico van 5% naar 10%, nog steeds substantieel. Maar als het ging om groepen van 1000 kinderen was het een verhoging van 0,5% naar 1%. Nog steeds een verdubbeling, maar beide zeer lage risico’s. 

Hoe groter de groep kinderen waarin onderzoek wordt gedaan, hoe relevanter de cijfers. Onderzoeken met N=1 (N betekent het aantal onderzoek subjecten), met andere woorden  ‘’mijn kind heeft nooit borstvoeding gehad en is kerngezond’’ of ‘’die van de buren heeft nooit anders dan borstvoeding gehad en is altijd verkouden’’, zijn per definitie onbetrouwbaar en geven geen enkel feit weer over de werkelijk risico’s en gevaren en bescherming. Net als de opa’s van 96 en de Ma Flodders.

woensdag 9 oktober 2013

Dik

Foto: De lichtelijk obese Jeweetwel kater en zijn magere huisgenoot Loedertje van de strip Jan, Jans en de kinderen door Jan kruis.

Obesitas, zwangerschap, borstvoeding, onderwerpen waarover ik het al een paar keer eerder had. De laatst bekeken lezing van iLactation ging erover, alles bij elkaar anderhalf uur. Ik moet bij u ter biecht gaan: ik heb de eerste helft bekeken en ben toen afgehaakt. Dat gebeurt niet vaak en het ligt ook niet aan het onderwerp op zich, maar aan de uitwerking ervan. Het begon al met een ellenlang overzicht van de obesitas cijfers in de USA en een beetje in de rest van de wereld, gevolgd door dia na dia na dia over de risico’s van obesitas in het algemeen en voor zwangerschap, baring en borstvoeding in het bijzonder. Pas ver na het midden van de hele presentatie (dus na dat ik afhaakte) kwam het specifieke onderdeel obesitas en de voedende moeder aan de orde en eventuele risico’s voor het kind van een obese zwangere. Misschien dat ik dat deel nog een keer ga bekijken, maar ik kan ook gewoon nu verder vertellen over wat al bekend was over deze thema’s.

Voor mij valt dit onderwerp uiteen in twee groepen deelonderwerpen: het effect van maternale obesitas op (zwangerschap, baring en) borstvoeding, en aan de andere kant het effect van wel of geen borstvoeding op al dan niet obesitas in kinderen op korte en langere termijn en op de gewichtsontwikkeling bij de moeder. Om met het laatste te beginnen: er zijn aanwijzingen dat borstvoeding geven moeders sneller van de zwangerschapskilo’s afhelpt, maar dat is geen blijvend voordeel. Om blijvend een goed gewicht te houden, of om meer gewicht dan het zwangerschapsoverschot te verliezen, is gewoon verandering van eet- en leefgewoontes nodig. Voor de gewichtsevolutie van het kind dat borstvoeding krijgt ligt het ietwat ingewikkelder. Het is overduidelijk dat een stevige groei op een dieet van enkel borstvoeding geen predictor is voor obesitas later. Dat beeld verandert al iets wanneer borstvoeding en moedermelk gescheiden wordt en een deel of alles per fles gegeven wordt. Het zit hem dus niet alleen in de soort melk, maar zeker ook in de toedieningswijze. Het grootste risico om overgewicht of obesitas te ontwikkelen als kind en later hebben kinderen die kunstvoeding krijgen, naast of in plaats van borstvoeding. Dat heeft dus evengoed te maken met zowel de melk als de toedieningswijze. Flesvoeding leidt makkelijk tot overvoeding, een te grote inname van calorieën en voedingsstoffen en tot vergroting van de maag en afzwakking van het eigen verzadigingsgevoel. De samenstelling van de kunstmelk leidt tot de aanleg van meer vetcellen.

Wel of geen borstvoeding alleen is echter niet bepalend voor het gewicht in het hele verdere leven, het is wel de basis ervan. Wanneer een volledig op verzoek aan de borst gevoed kind later wordt volgestopt met junkfood en meer tijd voor de TV en achter de computer doorbrengt dan dat hij buiten speelt, dan zal hij vrijwel zeker overgewicht ontwikkelen. Recept voor een levenslang gezond gewicht begint met een basis van borstvoeding, waar mogelijk aan de borst en op verzoek, gevolgd door gezonde voeding met veel groenten en fruit in kauwbare vorm, zo min mogelijk toegevoegde suikers en snelle koolhydraten, frisdranken (ook de lightvarianten) beperken tot feestelijke gelegenheden, uitgaan van kleine porties eten (maximaal twee, eventueel drie van de eigen vuisten groot), minder zitten/hangen/liggen en meer bewegen (liefst in de vorm van natuurlijk spel, buiten spelen, recreatief sporten). In een andere lezing die ik gisteren bekeek en beluisterde* werd  nog eens benadrukt dat beweging, minimaal een half uur per dag, belangrijk is voor zowel kinderen als volwassen voor de hersenfunctie- en ontwikkeling. In plaats van het bewegingsonderwijs te verminderen zoals nu gebeurt, zouden kinderen op school elke dag een half uur gym moeten hebben tijdens de hele schoolcarrière.

De eerste groep onderwerpen is de begeleiding van de moeder met overgewicht. Vrouwen met een zwaarder postuur kunnen na en naast problemen met de zwangerschap en de baring extra problemen hebben met het geven van borstvoeding. Bedenk wel dat dit allemaal algemeenheden en gemiddelden betreft. Massa’s vrouwen met een gewicht boven de als gezond geldende norm geven probleemloos borstvoeding – hier achter het toetsenbord zit vijf keer bewijs -  en volop vrouwen met een absoluut gemiddeld gewicht hebben probleem op probleem. Maar gemiddeld gezien hebben vrouwen met ernstig overgewicht meer kans op problemen dan vrouwen met een BMI tussen 18 en 25.

Om te beginnen is er een vergoot risico van een moeizamere baring en een kind met een niet optimale start. Daarnaast is de hormoonhuishouding bij obesitas anders, met name prolactine wil wel eens wat achterblijven. Dit kan leiden tot een trager op gang komen van de rijpe melk. Wat in de praktijk echter de meeste problemen geeft, omdat het ook het oplossen van de eerder genoemde problemen bemoeilijkt, is het voeden zelf. Puur het positioneren van de baby bij de borst en het hanteren van baby en borst kan problemen geven die minder gewichtige vrouwen niet hebben. Overgewicht kan ook leiden tot veranderingen in de vorm van borst, tepelhof en tepel die het aanleggen van de baby en het aanhappen door de baby moeilijk maken. De borst wordt groot, maar heeft vaak een losse structuur waar weinig grip op te krijgen is. De tepel wordt vaak breder en vlakker en erecteert moeilijker. Dit maakt het voor de baby moeilijk om de borst goed in de mond te nemen en de vlakke, zachte tepel werkt niet zo goed als een stimulus voor het zuigreflexpunt.

Een deel van de problemen wordt veroorzaakt door de medische interventies die nodig worden geacht bij een grote moeder en een grote baby. Bij een moeder met overgewicht gaat men vaak uit van een grote baby en er is een groter risico dat men het nodig acht de baring in te leiden (randprematuur) of te bespoedigen door middel van bijstimuleren (oxytocine, infuus, borstoedeem, waterbaby) en/of vacuüm (beschadiging aan de schedel, aan het perineum) en er is vaker een keizersnede nodig. Grote baby’s en baby’s van zware moeders worden vaak standaard van de moeder gescheiden voor observatie en krijgen vaak routinematig kunstvoeding in relatief grote hoeveelheden toegediend. Dit zijn allemaal interventies met gekende risico’s voor een goede start van de borstvoeding en van de moeder-kindrelatie. Veel van deze interventies zijn ook niet strikt noodzakelijk.

Al deze risico’s kunnen worden voorzien en met optimaal beleid en technieken kunnen veel van de problemen worden voorkomen of gehanteerd. Wat moeilijker aan te pakken is zijn de issues ‘’self fullfilling prophecy’’ en het zelfbeeld van de moeder, vaak nog verder omlaag gebracht door opmerkingen en behandeling door zorgverleners. Alleen al het feit dat men problemen verwacht brengt de kans dat problemen zich zullen voordoen omhoog. Mensen zijn geneigd te voldoen aan de verwachtingen. De houding van zorgverleners naar cliënten met overgewicht kan bijdragen aan het toch vaak al niet geweldige zelfbeeld dat obese mensen hebben. ‘’Dik en dom’’ en ‘’eigen schuld, dikke bult’’-achtige opmerkingen en blikken helpen niet echt om de moeder vertrouwen in zichzelf te laten krijgen. Veel vrouwen met overgewicht beginnen daarom al niet eens aan borstvoeding. Ze gaan ervan uit dat de kans dat het lukt om te beginnen al klein is en ze hebben er geen behoefte aan zichzelf bloot te stellen aan afkeuring over hun lichaam en daarmee hun persoon.

Hoe dan wel? Begin met acceptatie: de vrouw is wie ze is en hoe ze is en het is niet productief noch professioneel om daar een groot punt van te maken. Probeer tijdens de prenatale begeleiding de vrouw te helpen met het aanwennen van een gezond voedingspatroon en beweging zodat de gewichtstoename beperkt blijft. Geef eerlijke en volledige informatie over de mogelijke problemen die haar gewicht geeft bij de zwangerschap en baring; niet om haar bang te maken, maar om haar voor te bereiden en een strategie te ontwikkelen om er zo goed mogelijk mee om te gaan. Bespreek obstakels bij het geven van borstvoeding en zoek op voorhand al manieren om daarmee om te gaan (andere houding en posities, manieren om de borst te ondersteunen, gebruik van borstvoeding hulpmiddelen, afkolven van colostrum voor een goed op gang komen van de melkproductie, etc.). Vermijd interventies die niet  perse noodzakelijk zijn en vooral: houd moeder en kind na de baring bij elkaar en geef niets anders dan moeders eigen colostrum in kleine frequente hoeveelheden.
Lees vooral ook verder over deze onderwerpen door op de labels hieronder te klikken.

*) Scherder E: Gaat je geheugen kapot als je teveel voor de computer hangt?, Universiteit van Nederland

maandag 29 juli 2013

Over het hoofd gezien

Foto: Vandaag jarig: Ato Essandoh, een vrij onbekende acteur met toch een fraaie staat van dienst. 

Ook vaak over het hoofd gezien, is de invloed van zuigelingenvoeding op het welzijn, de langdurige gezondheid en zelfs het overleven van kinderen. Daarom worden deze nog een keer in het zonnetje gezet in deze aflevering van de zomerspecial In de herhaling.
Borstvoeding en pijnbeleving.
Moeders wisten het al, maar onderzoek (Shah et al 2006) bevestigt het ook: een kind dat borstvoeding krijgt, liefst in combinatie met huidcontact, tijdens een pijnlijke procedure zoals een hielprik vertoont minder pijntekenen. Volgens een Cochrane review werkt suikerwater net zo goed, maar er is ook onderzoek dat dat tegenspreekt. (zie blog suikerwater ...) Cao et al vonden dat in het speeksel van borstgevoede baby's meer cortisol zit dan bij kinderen die geen borstvoeding krijgen. Hun hypothese is dat kinderen die borstvoeding krijgen daarom veerkrachtiger zijn en beter met pijn kunnen omgaan. 18 september 2010
en
Ziekte en sterfte door kunstvoeding bij zuigelingen
Vaak wordt gesteld dat borstvoeding voordelen heeft, waarmee eigenlijk wordt gezegd dat kunstvoeding ook wel oké is. Niets is minder waar. Kunstvoeding is namelijk niet de norm, maar een poging om een vervanging te maken voor de norm: borstvoeding. En die poging wil nog wel eens falen als het om veiligheid gaat. Kunstvoeding poeder is verre van steriel en er willen ook nog wel eens andere vieze en giftige dingen in zitten. Recent werd de wereld opgeschrikt door het breed terughalen van Similac omdat er beestjes in zouden zitten (kevers en larven). In de afgelopen jaren kwamen er rapporten naar buiten van kinderen die ernstig ziek werden of overleden na het drinken van kunstvoeding die was besmet met Enterobacter Sakazakii en Salmonella. In China werden tienduizenden kinderen ziek en enkele overleden na het drinken van met melamine opgevoerde kunstvoeding (sporen van melamine werden ook in kunstvoedingen in Noord Amerika gevonden). Verder wordt in de meeste merken kunstvoeding ook een hoge concentratie perchhloraten gevonden, waarvan bekend is dat het de schildklierfunctie negatief kan beïnvloeden. 30 september 2010
en
Wiegendood: de helft minder bij borstvoeding
De GeSID is en Duitse studiegroep die onderzoek doet naar zuigelingensterfte. Zij vergeleken 333 kinderen die waren overleden aan wiegendood en 998 gezonde kinderen ter controle. Zij vonden dat van de overleden kinderen de helft geen borstvoeding kreeg, terwijl meer dan 80% van de anderen wel borstvoeding kregen. Kinderen die geen borstvoeding krijgen lopen dus een bijna dubbel zo groot risico te overlijden aan wiegendood.
Andere onderzoekers vonden dat het gebruik van en fopspeen vlak voor het slapen gaan het risico van wiegendood ook sterk vermindert. De Cochrane groep vergeleek een paar studies die daarover gingen met elkaar en vond dat voor elke 2733 kinderen die met een fopspeen gaan slapen er 1 wordt gered van wiegendood. Maar die studie keek weer niet of die kinderen dan wel of niet ook borstvoeding kregen.
Heffen fop en borst elkaar op? Versterken ze elkaar? Werken ze elkaar tegen? Ik houd het op borstvoeding als de sterkste bescherming. Fopspeen beschermt immers alleen tegen wiegendood en vergroot het risico op minder borstvoeding, slechte gebitsontwikkeling, slaapapneu, ademhalingsprobleem en middenoorontsteking, terwijl borstvoeding die risico's juist vermindert. 29 september 2010
en
Zuigelingenvoeding en later overgewicht
Kinderen die borstvoeding krijgen vertonen in de loop van hun leven een gezonder groeipatroon en gewicht. Mogelijke factoren daarbij zijn het soort eiwitten, het verzadigingsmechanisme door de manier van voeden of door stoffen in de moedermelk of zelfs de invloed van borstvoeding geven op de manier waarop ouders daaropvolgend omgaan met de dagelijkse voeding van het gezin. De European Childhood Obesity Trial Study Group deed literatuuronderzoek waaruit bleek dat borstvoeding het risico van obesitas met 15-25% verlaagde (natuurlijk zou er eigenlijk moeten staan dat kunstvoeding het risico verhoogt met 20-30%!). In een daaropvolgend dubbelblind, gerandomiseerde studie onderzochten zij of het eiwitgehalte in kunstvoeding verschil uitmaakt. Zij vonden inderdaad dat kinderen die kunstvoeding met minder eiwitten kregen een groei vertoonden die meer leek op die van borstgevoede kinderen. Onderzoek van Li et al gaf aan dat het al dan niet leegdrinken van de fles verschil maakt. Zij vonden dat kinderen die altijd hun fles helemaal leegdrinken later zwaarder waren. Dit onderzoek maakt echter gebruik van slechte definiëringen, want zij zeiden te kijken naar de invloed van veel of weinig borstvoeding, terwijl zij in feite keken naar voeden met moedermelk in combinatie met andere melk per fles. Niettemin legden zij toch en verband met stelselmatige overvoeding als baby met later overgewicht. 1 oktober 2010

Koletzko B, von Kries R, Monasterolo RC, Subias JE, Scaglioni S, Giovannini M, Beyer J, Demmelmair H, Anton B, Gruszfeld D, Dobrzanska A, Sengier A, Langhendries J-P, Rolland Cachera ,M-F, Grote V: Can infant feeding choices modulate later obesity risk? Am J Clin Nutr 2009 89: 1502S-1508
Li R, Fein SB, Grummer-Strawn LM: Association of Breastfeeding Intensity and Bottle-Emptying Behaviors at Early Infancy With Infants' Risk for Excess Weight at Late Infancy. Pediatrics 2008 122: S77-S84
Over borstvoeding en andere dingen in de mond en hun effecten op de gezondheid:
M.M. Vennemann, T. Bajanowski, B. Brinkmann, G. Jorch, K. Yücesan, C. Sauerland, E.A. Mitchell,  and the GeSID Study Group: Does Breastfeeding Reduce the Risk of Sudden Infant Death Syndrome?
PEDIATRICS Vol. 123 No. 3 March 2009, pp. e406-e410
Hauck FR, Omojokun OO, Siadaty MS.: Do pacifiers reduce the risk of sudden infant death syndrome? A meta-analysis. Pediatrics. 2005 Nov;116(5):e716-23.
Rodríguez-Urrego J, Herrera-León S, Echeita-Sarriondia A, Soler P, Simon F, Mateo S, Investigation team. Nationwide outbreak of Salmonella serotype Kedougou associated with infant formula, Spain, 2008. Euro Surveill. 2010;15(22):pii=19582.
Melamine-contaminated powdered infant formula in China - update.
Joshua G Schier, Amy F Wolkin, Lisa Valentin-Blasini, Martin G Belson, Stephanie M Kieszak, Carol S Rubin and Benjamin C Blount: Perchlorate exposure from infant formula and comparisons with the perchlorate reference dose. Journal of Exposure Science and Environmental Epidemiology 20, 281-287
Ransdell Pierson: Abbott recalls beetle-tainted Similac baby formula.Persbureau Reuters Wed Sep 22, 2010 4:49pm EDT.
Shah PS, Aliwalas LI, Shah V.: Breastfeeding or breast milk for procedural pain in neonates. Cochrane Database Syst Rev. 2006 Jul 19;3:CD004950.
Okan F, Ozdil A, Bulbul A, Yapici Z, Nuhoglu A.: Analgesic effects of skin-to-skin contact and breastfeeding in procedural pain in healthy term neonates. Ann Trop Paediatr. 2010;30(2):119-28.
Cao Y, Rao SD, Phillips TM, Umbach DM, Bernbaum JC, Archer JI, Rogan WJ.: Are breast-fed infants more resilient? Feeding method and cortisol in infants. J Pediatr. 2009 Mar;154(3):452-4.

zondag 31 maart 2013

Afwegen

Foto: Terence Hill als Matt Kirby en Bud Spencer als Wilbur Walsh in  I due superpiedi quasi piatti (Crime Busters) (1977): veel actie en sensatie, maar uiteindelijk gaat het nergens over.

De afgelopen tijd werden voedende moeders opgeschrikt door berichten over domperidon*. Domperidon is een anti-misselijkheid medicijn (anti-emeticum), dat wordt voorgeschreven om bij misselijkheidsklachten de maaginhoud sneller de maag te laten passeren. Domperidon heeft als bijwerking dat het de afgifte van prolactine verhoogt, en dus leidt tot hyperprolactinemie. Mensen die geen kind aan de borst hebben kunnen daardoor last krijgen van melkafscheiding. Deze bijwerking is de reden dat sommige vrouwen, die borstvoeding geven, het middel gebruiken wanneer hun melkproductie, ondanks een goed borstvoeding beleid, te kort schiet. Dat doen en deden duizenden en duizenden moeders over de hele wereld en naar mijn weten is er nog nooit een enkel sterfgeval als gevolg hiervan gerapporteerd. Ook de incidentie van minder ernstige bijwerkingen wordt weinig gemeld.
Het klopt dat de daartoe bestemde commissie** de risico’s van domperidon opnieuw gaat beoordelen. Dat is goed; dingen veranderen, inzichten veranderen en met medicijnen kun je niet zorgvuldig genoeg zijn. Maar die commissie zegt zelf dat er vooralsnog geen reden is om het gebruik en het voorschrijven van domperidon af te raden. Ook andere deskundigen*** onderschrijven deze uitspraak. In de aankondiging, door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), van dit nieuwe onderzoek wordt herhaaldelijk gesproken van eventuele risico’s voor mensen met bestaande hartaandoeningen of bestaand verhoogd risico van hartproblemen. Maar de publieke pers vindt dat uiteraard niet sappig genoeg en kopt met kreten die lijken te moeten doen geloven dat elke moeder die domperidon gebruikt om meer melk te maken haar hoofd onder de guillotine legt. Spanning en sensatie, maar aan het eind gaat het uiteindelijk nergens over.
Een van de onderzoeken die de basis waren voor de ophef in de pers is er een van Strauss et al uit 2005. Als onderdeel van een megaonderzoeksproject waarbij alle patiëntendossiers van een groepje huisartsen rondom het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam worden uitgeplozen en vergeleken, werd ook gekeken naar het medicijngebruik van mensen die aan acuut hartfalen (Sudden Cardiac Death) overleden in een bepaalde tijdsspanne. En ze vonden dat inderdaad een aantal medicijnen, waaronder domperidon, meer werden gebruikt door mensen die dit als doodsoorzaak hadden dan levende controlepersonen. Omdat dat alleen duidt op een verband en niet perse een oorzakelijk verband, werden andere factoren ook in aanmerking genomen. En dan komen er toch heel andere plaatjes naar voren dan de populaire pers doet voorkomen.
Om te beginnen ging het onderzoek niet alleen om domperidon, maar ook om andere medicijnen die de QT-interval vergroten, zoals nog een maagmedicijn, enkele psychofarmaca en twee antibiotica. Van de 775 overledenen in de studie gebruikte het overgrote deel nooit enige van deze medicijnen, 98 had ook van die medicijnen gebruikt en 24 gebruikten deze medicatie ten tijde van het overlijden. Bij 9 van hen ging het om domperidon. Maar in de groep overledenen met een mogelijke link naar QT-interval verlengende medicijnen was óók veel meer sprake van co-morbiditeit (er waren dus allerlei andere aandoeningen in het spel) dan bij de groep controle personen. Hierbij viel vooral het dubbel zo vaak of meer voorkomen van ischemische cerebro-/cardiovasculaire ziekten, diabetes en hartfalen op. De overledenen gebruikten ook vaker dan de controlepersonen meerdere medicijnen, met name de soorten die worden gebruikt door mensen met cardiovasculaire problemen,  naast de onderzochte medicijnen.
Maar het meest opmerkelijke is dat het profiel van de risicopersonen helemaal niet bleek overeen te komen met het profiel van de gezonde vrouw in de vruchtbare jaren die domperidon gebruikt om meer melk te maken. De groep overledenen bestond voor 60% uit mannen en de leeftijd was voor bijna 90% boven de 55 jaar. Het is te hopen dat, als de commissie ook het gebruik van domperidon als galactogoog bij het onderzoek wil betrekken, ze dan ook die specifieke doelgroep in de onderzoeken meeneemt. Zijn er überhaupt ergens in de dossiers of in andere onderzoeken meldingen te vinden van vrouwen onder 55 jaar, zonder bestaande hartconditie, die overlijden aan een hartaanval die is gerelateerd aan het gebruik van domperidon? Voorts wordt afgegaan op de verklaring van de doodsoorzaak door de huisarts en is er niet middels autopsies tot een onomstotelijke doodsoorzaak gekomen.
Afsluiter: Het onderzoek van Strauss et al is een retrospectief cohort onderzoek met gekoppelde controles. Wat wordt gevonden zijn combinaties van factoren en gebeurtenissen die een al dan niet nevenschikkend of oorzakelijk verband hebben. Zou er ook maar één huisarts van die 9 van de 755 overleden patiënten met de hand op het hart durven verklaren dat de doodsoorzaak ‘acuut hartfalen als gevolg van domperidon’ was? Of dat het bij 4 van de 755 aan de clarithromycine lag, of bij die 6 anderen aan de haloperidol? Misschien moeten we ook maar een extra onderzoek doen naar de veiligheid van antibiotica en psychofarmaca en in de pers breed uitmeten dat daar ook mensen aan dood zijn gegaan.
*) onder andere: van Gaalen E en Nieuwenhuis M: Antibraakmiddel eist 100 tot 150 levens<http://www.ad.nl/ad/nl/4560/Gezond/article/detail/3418032/2013/03/30/Antibraakmiddel-eist-100-tot-150-levens.dhtml>. AD online, 2013
**) CBG: Start herbeoordeling domperidon bevattende geneesmiddelen<http://www.cbg-meb.nl/CBG/nl/humane-geneesmiddelen/actueel/Start-herbeoordeling-domperidon-bevattende-geneesmiddelen/default.htm>
***) Kleintjes S: Onderzoek naar Domperidon<http://www.borstvoeding.com/nieuws/domperidon.html>. 2013.
Newman J: Domperidon [1]<http://www.borstvoeding.com/problemen/mproductie/domperidon1.html>. 2010
Straus SMJM, Sturkenboom MCJM, Bleumink GS, Dieleman JP, van der Lei J, de Graeff PA, Herre Kingma J, Stricker BHCh: Non-cardiac QTc-prolonging drugs and the risk of sudden cardiac death Eur Heart J (October 2005) 26(19): 2007-2012 first published online May 11, 2005

donderdag 22 november 2012

Woordgebruik

Foto: Scarlett Johansson als Charlotte en Bill Murray als Bob Harris  in Lost in Translation
Mijn oog viel op een berichtje over pylorusstenose, ofwel een vernauwing (stenose) van de pylorus (maaguitgang naar de darm). De titel ‘Flesgevoede baby’s lopen meer risico op maagvernauwing’ was keurig overgenomen van de titel van de studie waarover het berichtje ging. Hoewel ik al erg blij was dat er niet iets was geformuleerd over beschermende borstvoeding, dekte deze formulering ook niet de lading. Het is namelijk niet de toedieningswijze in dit geval die het risico bepaalt, maar wel degelijk de soort melk. Flesvoeding is een verdoezelende term die wordt gebruikt omdat men ‘kunstvoeding’ of ‘kunstmatige zuigelingenvoeding’ zo naar vindt klinken. ''Het klinkt zo .. nou, ja ... kunstmatig'' zoals een moeder mij eens toevertrouwde. Tsja. Flesvoeding geeft echter niet het soort voeding aan, maar enkel de toedieningswijze. In die fles kan van alles zitten: moedermelk, poedermelk, koemelk, limonade, water. In de tekst van het onderzoeksartikel wordt wel duidelijk gemaakt dat kunstvoeding wordt bedoeld en het had het goede artikel meer recht gedaan als dat in de titel ook zo was geweest.
Het artikel van Krogh et al (2012) was er één uit een serie op basis van een heel groot cohort onderzoek naar pylorusstenose in Denemarken. Bij een aantal complete jaargangen Deense baby’s werd gekeken naar de incidentie van operaties voor het herstel van maaguitgang vernauwingen en factoren die op het ontstaan van de noodzaak voor die operaties invloed leken te hebben. Daaruit bleek bijvoorbeeld een aangeboren component zoals aanleg en geslacht (veel meer jongetjes dan meisjes leiden er aan) en diverse omgevingsfactoren, zoals soort voeding. Bij kinderen die vroegtijdig overgingen van borst- naar kunstvoeding werd het verhoogde risico al een maand na de overgang meetbaar.
Ging het in dit onderzoek om de soort voeding die de kinderen krijgen en verandering van risico, er zijn ook risico’s die samenhangen met de toedieningswijze. Kinderen die vaak of uitsluitend op spenen zuigen (van een fles of voor de fop) en extreme duimzuigers hebben een verhoogd risico van veranderingen in de anatomie van de kaken, mond- en neusholte en het aangezicht. Deze veranderingen kunnen op hun beurt weer leiden tot verhoging van de kans dat later orthodontie of logopedie nodig is. Door de veranderde verhoudingen in de mond- en neusholte en de vaak bij speen- en duimzuigers voorkomende open mond gewoonte kunnen er veranderingen optreden in de manier van ademen en is er een verhoogd risico van middenoorontsteking.
Duidelijk woordgebruik voorkomt misverstanden en maakt in één oogopslag duidelijk waarover het gaat. Zonder dat er betekenis of bedoeling verloren gaat in de vertaling.
Krogh C, Biggar RJ, Fischer TK, Lindholm M, Wohlfahrt J, Melbye M (2012): Bottle-feeding and the Risk of Pyloric Stenosis. Pediatrics 2012; 130:4 e943-e949; September 3, 2012. DOI: 10.1542/peds.2011-2785.

Over de invloed van drink- en zuiggedrag bij zuigelingen en de invloed op directe en latere gezondheid is veel informatie te vinden op de site van Dr. Brian Palmer, DDS: http://www.brianpalmerdds.com

woensdag 14 november 2012

Makkelijk zat

Foto: David Tennant als The Doctor in Dr. Who, waarin hij uiterst onwetenschappelijk, maar zeer succesvol, in zijn politietelefooncel door tijd en ruimte reist om problemen op te lossen.
Ik heb het geloof ik al wel eens eerder over wetenschappelijk gefundeerd medisch handelen gehad (EBP en EBM). Het is een beetje een stokpaardje van me. Mensen die bezig zijn met mensen, vooral als ze zich bemoeien met de lichamelijke en geestelijke gezondheid van die mensen, doen er goed aan hun handelen te stoelen op wetenschappelijke basis. Waar mogelijk en beschikbaar. Wat wetenschappelijk bewijs is, is redelijk goed omschreven. Wetenschappelijk bewijs krijg je door het uitvoeren van onderzoeken en testen volgens welomschreven plannen en protocollen, waarbij je zoveel als mogelijk is dingen uit elkaar splitst, zodat je met zo min mogelijk twijfel oorzaken en gevolgen met elkaar kunt verbinden.
Soms is dat heel eenvoudig uitvoerbaar. Zo kun je heel precies uitvogelen wat het effect is van allerlei chemische verbindingen op bijvoorbeeld huidweefsel. Je neemt een boel stukjes huid en giet daar telkens dezelfde oplossing overheen. Als je telkens dezelfde reactie krijgt weet je het zeker: dit spul doet dat met huid. Dan kan je nog gaan experimenteren met verschillend soorten huid en met verschillende sterktes van de oplossing en vast stellen of en zo ja wat er dan anders is. Als je het heel zeker en precies wil doen maak je ook ter controle huid-gelijkende monsters en andere oplossingen die er precies uitzien als de stof die je wilt onderzoeken. Degene die de oplossingen over de stukjes huid kiepert en degene die de resultaten afleest weten niet welke vloeistoffen en welke huidstukjes worden onderzocht. Dubbel blind en gecontroleerd heet dat. De hoofdonderzoeker kraakt de codes en schrijft de eindresultaten in een mooi rapport en laat dat proeflezen door een stel collega’s, waarna het kan worden gepubliceerd. Peer reviewed is het dan ook nog.
Lastiger wordt het als je je chemische spulletjes ook op levende en functionerende huid wilt testen. Want wie weet, misschien reageert dat wel heel anders dan afgestroopte huid. Het lastige is dat er aan levende en functionerende huid altijd een persoon vastzit. Dat geeft allerlei praktische en ethische bezwaren. Het aanbrengen van de testvloeistof en het aflezen van de resultaten kan niet meer dubbelblind worden gedaan, want je kunt niet níét weten of je een aan een mens vastzittende huid of een nephuid behandelt of bekijkt. Plus dat het voor de proefpersoon wel eens erg pijnlijk of naar zou kunnen zijn wat er met zijn huid gebeurt. Uitwijken naar proefdieren voor dat pijnpuntje wordt ook niet meer algemeen geaccepteerd.
Onderzoek naar zuigelingenvoeding stuit op dezelfde bezwaren. Het is om voor de hand liggende redenen uitermate moeilijk om dubbelblind te testen wanneer het gaat om borstvoeding versus flesvoeding. Moedermelk of poedermelk kan wel blind getest worden, maar dan stuit je weer op ethische bezwaren: mag je moeders en vooral kinderen willekeurig toewijzen aan een bepaald soort voeding, zeker nu we al vastgesteld hebben dat de ene keuze duidelijke nadelen heeft. En ook nogal ongelukkig: laat je dan alle moeders zich suf kolven voor melk en spoel je de helft stiekem door het putje om die baby’tjes poedermelk te geven? Of laat je alle moeders kolven, giet je alle melk bij elkaar en drinkt de helft van de kinderen die gemengde donormelk en de andere helft poedermelk? Dan sluit je namelijk de compromitterende factor van individueel verschillende melk gelijk ook uit. En alle melk wordt gebruikt.
Onderzoek naar medicijnen is ook lastig met al deze praktische en ethische bezwaren, maar omdat er later zo verschrikkelijk veel geld mee verdiend kan worden, wordt toch alles op alles gezet om zo goed mogelijk te onderzoeken. Hoe groter de potentiële doelgroep van de te onderzoeken medicijnen, hoe breder ze kunnen worden onderzocht. Wanneer er maar een relatief kleine of onaantrekkelijke markt is, wordt er weinig, halfslachtig of niet onderzocht. De doelgroep zogende vrouwen is er zo een.  Een kleine markt en ook niet interessant, want de associés van de medicijn fabrikanten maken een prima vervanging voor die onhandige borstvoeding. Want, is de redenatie, die moeders moeten gewoon niet zo moeilijk doen en denken dat ze speciaal zijn. Ze moeten gewoon medicijnen gebruiken –we doen per slot niet voor niets al dat dure onderzoek- en hun kind een veilig alternatief geven. Een alternatief dat wij en onze vrienden –hoe handig- net in de aanbieding hebben.
Handig, ja, zeker. Ware het niet dat het alternatief helemaal niet zo veilig is en wel eens grotere risico’s voor het kind zou kunnen hebben dan moedermelk met een beetje medicijn erin. Dat advies om maar geen borstvoeding te geven tijdens medicijngebruik is helemaal niet zo wetenschappelijk onderbouwd als men doet voorkomen. Men maakt hier namelijk een gigantische wetenschappelijke denkfout. Men stelt het 'niet aanwezig zijn van bewijs van geen risico' gelijk aan het 'bewijs van risico'. ‘’We weten het niet dus is het een risico’’ is een uitermate onwetenschappelijk uitgangspunt, zeker wanneer het eigenlijk betekent ‘’We hebben het niet onderzocht, dus we weten het niet.’’ Als dat alles is wat er te weten is, moet je gaan zoeken naar andere manieren om risico’s in te schatten. Dat kun je bijvoorbeeld doen door te kijken naar de farmacologische eigenschappen van een medicijn: zijn de moleculen klein genoeg om überhaupt in de melk te komen? Is het, als het in de melk komt, opneembaar via de maagdarmsysteem? Als het klein genoeg is om in de melk te komen, is het dan ook waarschijnlijk dat het overgaat in de melk, bijvoorbeeld omdat het zich hecht aan vet, of juist niet omdat het zich hecht aan eiwit? En áls het in de melk komt en opneembaar is in die vorm, komt het dan in de melk in hoeveelheden die enig effect op het kind kunnen hebben?
Mensen die zich bezighouden met het voorschrijven van medicijnen zijn over het algemeen mensen met een bovengemiddelde of ruim bovengemiddelde intelligentie. Het wordt tijd dat ze die intelligentie ook eens gaan gebruiken om zelf na te denken in plaats van de verkooppraatjes van medicijn- en kunstvoedingverkopers klakkeloos aan te nemen. Dat is namelijk onvoorstelbaar onwetenschappelijk gedrag.
Hale TW: Medications and Mothers' Milk. 2012-15. Hale Publishing, Amarillo, TX, USA. ISBN 978-0-9847746-3-0
Eurolac Flits! met label EBP, EBM, onderzoek, medicijnen, veiligheid, risico. Deze links leiden naar lijsten met blogs met deze labels. Klik op de plaatsjes in de linkerzijbalk voor meer verhaaltjes.

zondag 11 november 2012

Rookmelder

Foto: Een antirookposter bij een taxistandplaats: ‘’Smoking doesn’t harm … only you’’
Een van de meest genoemde redenen om te kiezen voor borstvoeding is dat het zou beschermen tegen allergie. En laat dat net één van de minst duidelijke en mogelijk zelfs onjuiste redenen zijn. Borstvoeding voorkomt geen allergieën. Een allergie wordt geactiveerd door blootstelling aan de stof waarvoor je allergisch bent. Wat dat is, dat kan verschillen van persoon tot persoon en zelfs gedurende iemands leven kan het veranderen. De bescherming die borstvoeding biedt is het voorkomen van blootstelling aan mogelijke allergenen. Het voorkomt het activeren van een allergische aanleg doordat het voorkomt dat de stoffen (meestal eiwitten) die een allergische reactie uitlokken bij het kind komen. Dit geldt overigens alleen wanneer een kind wordt gevoed door een moeder die zelf een niet verstoorde darmfunctie heeft en geen herkenbare eiwitdelen doorlaat naar de bloedbaan. Uit allerlei onderzoeken blijkt zelfs dat de voeding van de moeder tijdens de zwangerschap en lactatie en een allergeen-vrij dieet voor het kind nauwelijks effect heeft op het voorkomen van allergieën.
In een heel groot literatuuronderzoek (Pali-Schöll et al, 2009) werd gekeken naar alle mogelijke en ooit beschreven of onderzochte factoren bij allergieën bij kinderen. De onderzoekers concluderen, een beetje zuur, dat het erg teleurstellend is om te moeten vaststellen dat preventieve dieetmaatregelen bij moeder en/of kind vrijwel nutteloos zijn en dat de enige preventie die tot nu effectief blijkt te zijn bestaat uit het vermijden van blootstelling van het ongeboren en jonge kind aan roken en alcohol gebruik (via de placenta, borstvoeding of passief roken) en het voorkomen van aantasting van de darmgezondheid. Die darmgezondheid kan worden aangetast door antibioticagebruik en een gebrek aan blootstelling aan ziekteverwekkers (ook blootstelling aan luchtweginfecties werkt preventief). Het is opvallend dat in deze review serieus wordt gekeken naar de eerder door de gangbare wetenschap verguisde hygiëne hypothese (door het uitbannen van alle mogelijke besmettingen slaat het afweersysteem op hol en reageert op normaal gesproken ongevaarlijke stoffen). In deze zin werkt borstvoeding natuurlijk preventief doordat het zorgt voor een gezonde darmflora en het afweersysteem van het kind leert wat pathogenen zijn en wat niet.
De rol van roken en drinken door de moeder die in dit onderzoek wordt benadrukt is voor velen wellicht onverwacht. In een andere grote literatuurstudie (Einarson, Renz en Jensen-Jarolim, 2009) blijkt dat roken tijdens de zwangerschap en de lactatieperiode, naast een verhoogd allergierisico, tot veel meer ziekten en aandoeningen bij kinderen op korte en lange termijn kunnen leiden dan alleen een lager geboorte gewicht en een verhoogd risico van astma en wiegendood (hoewel die op zich al voldoende argument zouden moeten zijn). De lijst is lang en indrukwekkend: onvruchtbaarheid, buitenbaarmoederlijke zwangerschap, miskraam, placenta insufficiëntie, laag geboortegewicht en intra-uteriene groeiachterstand, vroeggeboorte, schisis en craniosynostose (te vroege sluiting van de schedelnaden), wiegendood, klompvoet, respiratoire aandoeningen, ADD, en sommige vormen van kanker bij kinderen.
Dit is een samenvoeging van mogelijke effecten van roken door de moeder zelf tijdens de zwangerschap en borstvoedingperiode en passief meeroken van het kind in een huis waar wordt gerookt. Het is voor een rokende moeder dus geen oplossing om dan maar geen borstvoeding te geven en wel te blijven roken als het kind is geboren. De risico’s die werden opgebouwd door roken tijdens de zwangerschap, worden dan versterkt door passief roken en door de (minstens zo lange lijst van) risico’s van geen borstvoeding. Stoppen met roken voor de zwangerschap is de beste optie wanneer wordt gekeken naar de gezondheid en de risico’s van het aantasten van die gezondheid van het gewenste kind. ‘’Jongetje of meisje? Dat maakt niet uit, als het maar gezond is.’’ Een gevleugelde uitspraak, die vrijwel elk ouderpaar wel eens bezigt. De uitkomst is niet helemaal af te dwingen, maar rokende ouders maken de kans dat hun wens uitkomt wel een heel stuk kleiner.
Pali-Schöll I, Renz H, Jensen-Jarolim E: Update on allergies in pregnancy, lactation, and early childhood. J Allergy Clin Immunol. 2009, 123(5): 1012–1021.
Einarson A, Riordan S: Smoking in pregnancy and lactation: a review of risks and cessation strategies. European Journal of Clinical Pharmacology, 2009, 65(4):325-330

donderdag 13 september 2012

Met vuur spelen

Foto: De draak met de stem van John Hurt in de serie Merlin, een Arthur-legende vertolking vanuit het standpunt van een jonge undercover tovenaar Merlijn
Tussen al het verkiezingsgeweld door werd gisteren mijn aandacht getrokken door een blog* van iemand die er even helemaal klaar mee was. Met de medicalisering van de baring. Met het negeren van de fysiologie. Met het negeren van de wensen, gevoelens en medewerking van de eerst belanghebbende bij de baring. Vanochtend werd mijn opmerkzaamheid getriggerd door zomaar een klein en eigenlijk heel positief Twitterberichtje** over het dalen van de kindersterfte. Beide gingen over risico. Risico’s nemen, risico’s afwegen, risico’s uitsluiten. Dat laatste is per definitie onmogelijk. Leven is risico’s nemen. Risico’s kunnen worden gezocht, ingeschat, genomen, vergroot en verkleind, maar nooit uitgesloten. Zelfs als je niet op de rand van een afgrond een gesprek aangaat met een sikkeneurige oude draak zal er altijd risico zijn.
Geboren worden is het eerste en grootste risico dat genomen moet worden. Niet geboren worden biedt nog slechtere prognoses. Omdat in de evolutie het risico van geboren worden is ingecalculeerd, zijn de voorzorgsmaatregelen dat ook. Niet om risico uit te sluiten, maar te beperken. Zo zal een barend vrouwtjesdier de baring stoppen wanneer er een extra risicofactor, een bedreiging, is. Een vrouw in een bedreigende omgeving of een potentieel gevaarlijke situatie zal een maar moeilijk vorderende baring hebben. Die vrouw proberen te dwingen toch vlot verder te baren, met hulp van agressieve medicatie en hulpmiddelen, zal de ingebouwde drang naar stoppen met baren versterken. Dit conflict in het lichaam van de barende vrouw leidt tot een sterk verhoogt risico van complicaties en risico’s voor de gezondheid en het welzijn van zowel de vrouw als haar kind.
Als een kind eenmaal geboren is, loeren er nog steeds talloze gevaren en risico’s van ziekte en overlijden. Een deel daarvan is te voorzien en te voorkomen, een deel niet. Streven naar een 0% kindersterfte is volstrekt irreëel. Idealen hebben en nastreven is mooi, is goed en ik zou het niemand willen afraden. Onbereikbare doelen nastreven is dwaas en kan zelfs risico verhogend werken. In de drang om op een bepaalde manier bepaalde risico’s uit te sluiten worden alle bronnen daarmee verbruikt en blijven andere dingen ongedaan. In die drang om het onhaalbare te halen worden soms allianties aangegaan die op het moment zelf en in de gegeven situatie lijken te helpen, maar die op een andere vlak of een andere plaats het risico verhogen. Realistische doelen stellen en doelen gecoördineerd spreiden over meerdere speerpunten is een beter middel om risico’s in te perken en zo laag mogelijk te maken. Het kiezen van de juiste geallieerden om die realistische doelen te bereiken verhoogt de kans van slagen op de lange termijn en over de volle breedte.
De simpelste methoden werken vaak het beste: blijf bij de basis, bij de fysiologie, bij wat dichtbij is. Bij zwangerschap, geboorte en borstvoeding betekent dit kennis hebben van de fysiologie en bij het begeleiden van de processen uitgaan van die fysiologie. Denken in ‘’gezondheid’’ en ‘’zorg’’ in plaats van in ‘’ziekte’’ en ‘’bestrijding’’. Dat wil niet zeggen dat ingrijpen altijd verkeerd is, maar het is wel verkeerd als het ene ingrijpen het andere veroorzaakt (zoals het inleiden van een baring als moeder en/of kind daar nog niet klaar voor zijn, of zoals het geven van kunstvoeding voor gekeken is of een kind wel effectief aan de borst drinkt). Bij het verminderen van kindersterfte wereldwijd werkt het beter om uit te gaan van wat er wel is (borstvoeding, plaatselijke voedselbronnen) dan het invliegen van duur spul van elders. Het bevorderen van de hygiënische omstandigheden en kennis omtrent hygiëne zal de noodzaak tot inenten (duur en van ver ingevlogen) niet doen verdwijnen, maar wel verminderen. Betere leefomstandigheden (hygiëne, goede voeding, algemeen verhoogd kennis niveau) maken veel ziektes minder veel voorkomend en minder bedreigend. De cijfers laten zien dat in Europa de morbiditeit en mortaliteit door infectie ziekten begonnen te dalen met de verbetering van leefomstandigheden, niet pas na invoering van vaccinatie programma’s.
Spelen met risico’s is spelen met vuur. Of spelen met een draak die met zijn vuur je zowel kan verzengen als beschermen. Fysiologisch en dicht bij huis. Kennis en kundigheid. Dat zijn eigenlijk de belangrijkste risico verlagen factoren.
*) Visser R: Lees en huiver. Of huil mee met de wolven. blog Vroedvrouw en radikaal12-09-2012
**) [Goed nieuws van UNICEF! Kindersterfte daalt sterk. Inentingscampagnes en goede zorg zijn succesvol. En nu door naar nul!] @UNICEF_JanBouke

donderdag 19 juli 2012

Gevaarlijk

Foto: Viggo Mortensen als Sigmund Freud en Michael Fassbender als Carl Jung in A Dangerous Method
De melk van elke zoogdiersoort bevat precies die ingrediënten in precies die hoeveelheden en verhoudingen die de jongen van die specifieke soort nodig hebben om gezond te overleven, groeien en ontwikkelen. Dat is evolutionair zo bepaald en fouten worden er in de natuur door natuurlijke selectie uitgehaald: bij individuen waar het systeem om een of andere reden zoals een aangeboren defect of onwerkbare variatie, niet werkt, worden vaak niet oud genoeg om zich te reproduceren en de fout door te geven. Biologisch en evolutionair gezien een goede en economische methode, die ook in de begintijd van de menselijke wetenschap werd toegepast. Je probeert iets uit en als het werkt gebruik je het, als het niet werkt verwerp je het en als het min of meer werkt probeer je het te verbeteren.
Probleem met mensen is natuurlijk is dat wij die natuurlijke selectie niet meer willen. Wij willen mensen met problemen in de aanleg niet afschrijven, maar bij ons houden, want de waarde van een mens kun je niet meten in zijn fysieke functioneren. En dus klopt voor sommige kinderen de samenstelling van de melk van hun moeder niet. Zij kunnen door een variant of fout in hun aanleg sommige dingen niet of niet op de goede manier of niet volledig verwerken en worden daar ziek van. Of ze zijn al ziek en daarom werkt een deel van de spijsvertering niet zoals het hoort te werken. Onverteerde onderdelen van de voeding kunnen leiden tot schade aan organen of het functioneren daarvan.
Kinderen met dit soort variaties of defecten hebben daarom aangepaste voeding nodig waaruit het ingrediënt dat zij niet kunnen verteren is verwijderd. Hiervoor wordt vrijwel zonder uitzondering gekozen voor een kunstmatig product op basis van melk van een andere diersoort. Kunstvoedingfabrikanten hebben al ervaring met het afbreken van hun grondstof (meestal koemelk) in de samenstellende delen en deze terug in elkaar te zetten met weglating van sommige delen en toevoeging van andere onderdelen van dierlijke, plantaardige, microbiële of anorganische oorsprong. Het is relatief eenvoudig de basisproducten tot nog kleinere eenheden uit elkaar te halen en/of er een of ander onderdeel bij de assemblage niet in te stoppen. Omdat dat met grote machines en in grote hoeveelheden met over het algemeen goedkope ingrediënten wordt gedaan is dat ook niet erg duur (hoewel je dat aan de prijs van het eindproduct niet altijd zal kunnen aflezen).
Tot zover alles goed en wel. Op het eerste gezicht dan toch. Ware het niet dat de kinderen waarvoor die speciale melk is bedoeld geen robuuste gezonde kinderen zijn die wel tegen een stootje kunnen, maar kinderen die kwetsbaar zijn en al hun energie nodig hebben om te kunnen overleven en liefst ook gezond groeien en gedijen. Zij kunnen geen extra risico’s gebruiken. Voeding op basis van niet-menselijke melk geeft deze kwetsbare kinderen volop extra risico’s. Het belangrijkste risico op korte termijn is de sterk verhoogde kans op infecties van het maagdarmkanaal en de luchtwegen. Op langere termijn zijn daar de toegenomen risico’s van minder goed functionerende hart- en vaat systemen, metabolisme en bescherming tegen sommige vormen van kanker. Een gevaarlijke methode voor het voeden van kwetsbare kinderen dus.
In principe zou moedermelk op elke manier kunnen worden bewerkt als koemelk wordt bewerkt om reguliere en aangepaste kunstvoedingen te maken. De techniek is beschikbaar, maar wie gaat het betalen? De kunstvoeding fabrikanten niet, want die verdienen daar niets aan. De overheid niet, want doet alleen aan bezuinigen, niet aan gezondheidsbevordering. De ziekenkostenverzekeraars ook niet, want die zien niet wat ze er uiteindelijk mee verdienen. De dokter is zwaar beïnvloed (wil niet direct de term gehersenspoeld gebruiken) door de industrie, inclusief geldelijk of ander gewin*. Het kind is als gewoonlijk het kind van de rekening.
Sommige aanpassingen kan moeder eventueel gewoon zelf doen. Moeders van kinderen die melk nodig hebben met minder volume en meer calorieën kunnen zorgen voor meer vette melk en zij met kinderen die geen vet kunnen verteren kunnen heel eenvoudig zelf magere melk maken. Voor magere melk wordt melk gekolfd, waarna na een poosje rust het vet er eenvoudig kan worden afgeschept. Eventueel kan met een simpele centrifuge worden gecontroleerd of de melk mager genoeg is. Vette melk is een kwestie van kolven in twee delen: eerst van de volle borst kolven voor magere melk, dan een andere container eronder en de vettere melk uit de legere borst kolven. Twee heel veilige en eenvoudige methodes voor het voeden van kwetsbare kinderen.
*) Kranendonk P: Een kijkje in de keuken. Kenniscentrum Borstvoeding

dinsdag 5 juni 2012

Samenspel

Foto: Jonah Bobo als Danny, Josh Hutcherson als Walter en Kristen Stewart als Lisa, de broers en zus die in Zathura: A Space Adventure leren dat samenspel een prioriteit is.
Borstvoeding geven is een samenspel tussen een moeder en haar kind. Twee systemen die, als het allemaal werkt zoals gepland, naadloos op elkaar aansluiten. Een voortzetting van de twee-eenheid zoals die er ook in de maanden voor de geboorte was. Het kan gebeuren, om redenen bij de moeder, het kind, de combinatie of de omgeving, dat het samenspel tussen moeder en kind hapert of totaal niet van de grond komt. In dat geval zal er naar alternatieven moeten worden gezocht. Soms kunnen de alternatieven via een omweg leiden tot een alsnog goed komende samenwerking, soms is het alternatief blijvend. Soms is een alternatief nodig voor het proces – het drinken aan de borst - en soms voor het product – de moedermelk.
Zolang de mensheid bestaat hebben vrouwen gezicht naar alternatieven voor hun melk. Zolang de mensheid bestaat hebben vrouwen hun melk gedeeld. Vrouwen voedden andere kinderen naast hun eigen kind of kolfden hun melk om die op een andere manier aan een ander kind te geven. Ook melk van dieren werd gebruikt, maar het werd al snel duidelijk dat kinderen die dierenmelk kregen minder goede overlevingskansen hadden dan kinderen die melk van een andere moeder kregen.
Ook nu, terwijl de wetenschap zo ver is gevorderd dat koeienmelk kan worden aangepast tot iets dat een milde gelijkenis vertoont met voor mensenbaby’s geschikt product, zijn de gezondheidsprognoses van baby’s die ermee worden gevoed nog altijd minder dan die van kinderen die mensenmelk krijgen. Toch waarschuwen autoriteiten wel tegen het informeel delen van melk, maar niet tegen het gebruik van kunstvoeding. Gribble (2012) zet in een zeer goed van referenties voorzien artikel de tegen informeel gedeelde moedermelk genoemde bezwaren af tegen vergelijkbare risico’s van kunstvoeding. Ze bespreekt overdracht van bacteriën en andere ziekmakers, chemische verontreinigingen en fouten bij de bereiding. Daarnaast is er aandacht voor de inherente risico’s van kunstvoeding zoals het gebrek aan bescherming tegen ziekte en tekorten in nutriënten. Daartegenover staat een zeer reële bespreking van de werkelijke kans op besmetting met HIV.
Gribbles conclusie is overduidelijk. In een samenspel van onze culturele angst voor natuurlijke zaken en onze culturele adoratie van economische vooruitgang en technische ontwikkelingen worden prioriteiten op een zodanige manier gegroepeerd dat het informele delen van moedermelk in een kwaad daglicht komt te staan ten gunste van het veel riskantere alternatief. Het samenspel van moeders onderling ondersteunt het samenspel van individuele moeders en kinderen.
Gribble KD, Hausman BL. Milk sharing and formula feeding: Infant feeding risks in comparative perspective. AMJ 2012, 5, 5, 275-283.<http//dx.doi.org/10.4066/AMJ.2012.1222.>

maandag 28 mei 2012

Schadebeperking

Langzaam kom ik weer boven water. Deze week ga ik, onderbroken door een intermezzo op donderdag en vrijdag: het afnemen van mondelinge examens aan de studenten van de lactatiekundigenopleiding in Gent, werken aan voorraad aanmaken van alle artikelen in de winkel, het bijwerken van alle papierwerk en de site; kortom het weer bedrijfsklaar maken van Eurolac Lactatiekunde. Kijken of er ook aan schadebeperking moet worden gedaan na een zo lange afwezigheid.
Een stukje schadebeperking is al begonnen door me weer te gaan bemoeien met wat er in cyberborstvoedingsland gebeurt. Bij het doornemen van de twitterconversaties van gisteren viel mijn oog ook daar op het woord #schadebeperking, getagd door @natalie_smit. Hoe pro-actief we ook graag zouden werken, soms is schadebeperking het enige wat een lactatiekundige nog kan doen. Sommige moeders wachten te lang voor ze een deskundige inschakelen; sommige moeders hebben al te veel ‘’eigenaardige’’ adviezen gekregen.
Zoals de moeder waarover de vraag ging het advies had gekregen om de tijd aan de borst tot 10 minuten per borst te beperken, want anders lag het kindje toch maar alleen te sabbelen. Zou degene die zo’n advies geeft zelf ook met de kookwekker naast zich eten en na precies 10 minuten mes en vork neerleggen? en datzelfde na de volgende gang? Ik zag eenzelfde soort advies langskomen voor peuters of kleuters die ‘’treuzelen’’ met eten. Wat is er mis met langer tafelen? Daar houden wij als volwassenen toch ook wel eens van?
Eten is natuurlijk je maag vullen en energie tanken, maar het is ook een belangrijke sociale bezigheid. Daar moet tijd zijn voor ‘’treuzelen’’, pauzeren en converseren. Er als er dan toch wellicht sprake is van problematisch eetgedrag (dat kan, dat weet ik best), is het dan niet beter om eens te kijken waarom een kind juist op die manier eet? Als je een oorzaak of reden weet, kun je veel gerichter met problemen omgaan dan wanneer je zomaar het eerste het beste gereedschap pakt. Dat scheelt een heleboel schadeberperkende bezigheden later.
Voor de moeder in het voorbeeld komt de schadeberking te laat: ze heeft zichzelf ervan overtuigd dat het met die borstvoeding maar niks is en dat alle problemen die zij met haar kindje ervaart opgelost worden als ze overstapt op borstvoeding vervangingsmiddelen. De invloed van ondeskundige, niet op normaal gedrag en oorzaken gerichte adviezen was al te groot geweest om nog iets anders te horen. De enige schadebeperking die hier nog bruikbaar is, is preventie van herhaling bij andere moeders en kindjes. Dus elke dag maar weer een Eurolac Flits! met duidelijke, eerlijke, schade voorkomende informatie over normale voeding en gedrag voor zuigelingen, peuters en kleuters.
Eurolac Flits! met label probleemgedrag, kunstvoeding, voedingspatroon, risico

dinsdag 6 maart 2012

Net te vroeg

Foto: Vampier-mens-hybride Renesmee Cullen (gespeeld door Mackenzy Foy moest zelfs na een versnelde baarmoedertijd van maar 4 weken vervroegd per noodkeizersnede worden gehaald om haar eigen leven en dat van haar moeder te redden (Breaking Dawn, part 1).
De normale zwangerschapsduur voor de mens is ongeveer 40 weken ofwel 10 maan-maanden. Over het algemeen wordt het als normaal geaccepteerd wanneer een kind tussen 38 en 42 weken ter wereld komt. Wanneer de baby te laat gaat zijn voor zijn afspraak wordt men over het algemeen zenuwachtig. Alsof een kind overrijp wordt als het te lang blijft zitten. Er zijn inderdaad risico’s aan het uitstellen van het begin van het buitenbaarmoederlijk leven. De verhouding tussen baringskanaal en de omvang van het hoofd van de baby is een delicate rekensom. Een beetje te lang dralen in de baarmoeder en het hoofdje gaat niet meer passen. Dat is een prijs die de soort mens betaalde voor het op twee benen gaan lopen, handen vrij krijgen en hersenen ontwikkelen. Het bekken wordt wat krap en het hoofd wordt al voeg groot. Zonder de noodzaak om op tijd geboren te worden zou de dracht van de mens heel wat langer duren. Zoals het nu is, is het voor de baby zaak om op tijd te komen voor zijn  eigen feestje.  De marge aan de vroege kant is niet veel groter zoals we eerder al zagen. Zelfs een of twee weken eerder dan 38 kan al leiden tot meer problemen in de kraamtijd en later. Maar waarom zouden kinderen eigenlijk vroeger komen dan de bedoeling is wanneer ze toch al geboren moeten worden voor ze eigenlijk voldoende ontwikkeld zijn. Daar kunnen allerlei redenen voor zijn, zowel bij de moeder als bij de baby. De baby kan bijvoorbeeld te krap komen te zitten als hij erg groot is, of de placenta kan om allerlei redenen minder goed werken, waardoor hij voedsel of zuurstof te kort krijgt. Wanneer een kind zijn geboorte echt heel vroeg aankondigt, proberen artsen de baring uit te stellen om het kind de kans te geven zich zo ver mogelijk te ontwikkelen om zo problemen te voorkomen. Maar als de zeven maanden zijn volgemaakt wordt vaak groen licht gegeven omdat de ontwikkeling dan compleet lijkt te zijn. Er lijkt echter ook een tendens te zijn naar opzettelijke bijna-te-vroeg geboorten. Om allerlei redenen worden baringen geïnduceerd vóór de 40 weken bereikt zijn. Die redenen zijn, als het goed is, goed medisch onderbouwd, bijvoorbeeld omdat er een risico is voor de gezondheid of het overleven van moeder of kind. Maar in toenemende mate gebeurt het ook dat er wordt ingeleid om minder ernstige redenen. Men kan denken dat het kind wat groot aan het worden is, of een voorkeur hebben voor ‘’kantoortijd bevallingen’’ wanneer het ziekenhuis volledig bemand is. Bij inductie om die redenen wordt vaak gekozen voor een datum die vlak na het bereiken van de 38 weken grens  ligt. Dat zou in principe veilig moeten zijn, ware het niet dat zelfs met de meest state-of-the-art medische apparatuur de exacte bepaling van de zwangerschapsduur en vooral de ontwikkeling van het kind niet goed mogelijk is. Daardoor komt het nog al eens voor dat kinderen die worden geacht voldoende ontwikkeld te zijn, bij de geboorte toch nog ietwat immatuur blijken te zijn, Zij vertonen, ondanks dat er op de kalender 38 weken zwangerschap zijn gepasseerd, gedrag van kinderen die niet net op tijd, maar een beetje te vroeg zijn geboren. Wanneer de indicatie voor deze vroeggeboorte legitiem is, is dat een redelijk risico. Maar zonder stevige indicatie is het een onnodig risico voor een minder dan een goede start. Het inleiden van de baring voor de baby daar aan toe is, is dus zonder goede medische indicatie wellicht een minder goed idee.

maandag 5 maart 2012

Net op tijd

Foto: Justin Timberlake als Will Salas en Amanda Seyfried als Sylvia Weis in In Time waar op tijd zijn van letterlijk levensbelang is.
Op tijd op een afspraak komen is in het grootste deel van onze cultuur een goed eigenschap. Het getuigd van punctualiteit en men ziet het vaak als een teken van respect voor degenen waarmee men de afspraak heeft. Als je op tijd komt en de ander is er al (want liever te vroeg dan te laat) voel je je ongemakkelijk en verontschuldig je je dat je te laat bent. Zo krijg je de indruk dat op tijd komen goed is, maar te vroeg nog ietsje beter. En alles beter dan te laat. Rondom de geboorte van kinderen schijnen we er een beetje net zo over te denken. Liefst op tijd, ergens rond de 40 weken zwangerschap, zeker niet later dan 42 weken, een beetje te vroeg mag wel. Zo’n kindje dat besluit te komen na een 36 -37 weken in de buik ziet er immers zo op het oog volmaakt uit: alles d’rop en d’ran en alles lijkt te werken. Niet te groot, dus weinig geboortetrauma. En toch, al eeuwenlang weten vroedvrouwen dat die achtmaands kindjes het niet goed doen. Een mager maar vinnig zevenmaandertje is minder ‘af’ en doet het vaak beter dan een op het oog complete, robuuste achtmaander. Op de wat langere termijn blijken kinderen die net een paar weken te vroeg worden geboren minder goede vooruitzichten te hebben wat betreft hun lichamelijke gezondheid in de eerste levensjaren (Boyle et al, 2012) en dat zij in de eerste jaren van de basisschool meer moeite hebben met leren en schoolprestaties leveren (Quigley, 2012). Dit is geen nieuw nieuws en ook al langer was bekend dat kinderen die net iets te vroeg komen of zelfs bijna op tijd het in de eerste weken ook al slechter doen (Meier et als, 2007). Ze houden zichzelf minder goed warm, kunnen niet zo goed aan de borst drinken en zorgen voor een vlotte melkproductie, zijn slaperiger en huilen soms meer. Er is dus een groter risico van ondertemperatuur, veel afvallen, langzaam groeien, lage bloedsuikers en geelzucht bij de baby en het niet goed op gang komen van de melkproductie bij de moeder en mogelijk iets meer kans op kapotte tepels door de minder efficiënte drinktechniek. Een flink deel van het meer voorkomen van ziekte in de eerste levensjaren kan worden bijgeschreven op de rekening van de mindere prestaties in de eerste weken. Het is belangrijk te weten dat veel van de negatieve effecten op middellange en langere termijn van de iets te vroege geboorte samenhangen met de slechte start en dat daar met extra zorg veel aan kan worden gedaan. Na een iets te vroege geboorte is dus extra ondersteuning nodig bij de borstvoeding. Dit zal de vooruitzichten van het kind sterk verbeteren. De maatregelen zijn in feite simpel:
1. Houding en positie: Moeder en kind blijven vanaf de geboorte dicht bij elkaar, liefst met direct lichaamscontact en nog liever met zo veel mogelijk huidcontact. Dit zorgt voor het goed op temperatuur blijven van de baby, voorkomt energieverlies en zorgt bij de moeder voor de aanmaak van borstvoeding en moedergedrag bevorderende hormonen. Baby ligt in een houding waarbij hij voorover ligt, met het hoofd hoger dan de billetjes, bij voorkeur op het lichaam van zijn moeder, die meer of minder achterover leunt. Dit zorgt voor een optimale stimulans van de neurologische functie van het kind, wat betekent dat zijn reflexen en instincten in die houding het best worden gestimuleerd en functioneren. Het aanleggen gebeurt liefst ook in deze houding.
2. Drinken: Baby drinkt *zeer frequent* aan de borst (misschien wel elk uur), telkens in korte stukjes, die niet vermoeien maar wel colostrum geven en de borsten aanzetten tot melkproductie. Zolang baby niet zelf echt actief drinkt kan moeder meemasseren. Als baby niet frequent drinkt of als er geen melktransfer wordt waargenomen drukt moeder in de eerste dagen met de hand colostrum uit op een lepeltje en geeft vanaf het lepeltje aan de baby.
3. In stand houden: als moeder wil opstaan, wordt baby in de bij 1 besproken houding met een draagdoek gefixeerd en blijft dus in lichaamscontact met moeder en dichtbij de borst. Als na de eerste drie dagen blijkt dat de rijpe melk nog niet komt gaat moeder kolven tussen de voedingen door voor extra stimulans van de borsten en om meer melk te hebben om de baby te voeden. Bijvoeden gebeurt liefst aan de borst: extra stimulans voor de borsten, minder risico drinkverwarring en meer oefening voor het leren drinken aan de borst.
Boyle EM, Poulsen G, Field DJ, Kurinczuk JJ, Wolke D, Alfirevic Z, Quigley MA: Effects of gestational age at birth on health outcomes at 3 and 5 years of age: population based cohort study. BMJ 2012; 344 doi: 10.1136/bmj.e896 (Published 1 March 2012)
Quigley MA, Poulsen G, Boyle E, Wolke D, Field D, Alfirevic Z, KurinczukJJ: Early term and late preterm birth are associated with poorer school performance at age 5 years: a cohort study. Arch Dis Child Fetal Neonatal Ed doi:10.1136/archdischild-2011-300888
Meier, P. P., Furman, L. M. and Degenhardt, M. (2007), Increased Lactation Risk for Late Preterm Infants and Mothers: Evidence and Management Strategies to Protect Breastfeeding. Journal of Midwifery & Women’s Health, 52: 579–587. doi: 10.1016/j.jmwh.2007.08.003

vrijdag 17 februari 2012

Carnaval

Foto: Venetiaans carnvalsmasker
Het feest der Zotten is in het zuiden weer losgebarsten en de alcohol stroomt weer rijkelijk. Voor zwangeren is het duidelijk: geen alcohol, ook niet een half glaasje, want we weten eenvoudig niet wat een eventuele veilige ondergrens is. Een ongeboren kind drinkt namelijk onverdund met de moeder mee en zijn lever is absoluut nog niet in staat de alcohol af te breken. Daardoor komt de alcohol steeds opnieuw in zijn systeem terecht en worden de hersenen keer op keer onder vuur genomen. Wanneer het kind is geboren wordt het een heel ander verhaal. Ten eerste is het kind verder ontwikkeld en zijn lever is iets beter in staat vergiften af te breken. Nog niet echt goed, maar beter. Een ander belangrijk verschil is dat via moedermelk maar een fractie van de alcohol die moeder drinkt bij hem binnen komt. De grote deskundige op het gebied van medicijnen en andere drugs bij borstvoeding, Thomas Hale (2010) legt haarfijn uit wat er gebeurt als moeder een enkele gestandaardiseerde alcoholische consumptie inneemt. Binnen korte tijd wordt de alcohol in haar bloed meetbaar en vrijwel gelijk wordt dezelfde hoeveelheid in haar melk gemeten. In diverse onderzoeken bleek na één consumptie een piekwaarde van 0,3-0,4 promille te worden bereikt in melk en bloed. In de loop van de daarop volgende 3 uur daalt dat vervolgens naar 0,09. In de kinderen van moeders die een beetje alcohol drinken werden geen ongewenste effecten waargenomen. Wanneer moeders regelmatig en veel drinken krijgen kinderen wel verschijnselen zoals sufheid, slaperigheid, slapheid en afnemende groei. Sommige kinderen van zware drinksters vertonen juist slapeloosheid, verhoogde irritabiliteit en woede aanvallen. Regelmatige (dagelijkse) alcoholconsumptie en grotere hoeveelheden alcohol drinken wordt daarom voor voedende moeders afgeraden. Een enkele keer doorzakken zoals met carnaval kan worden opgevangen door van te voren te zorgen voor een voorraad melk en een goede, nuchtere oppas voor de baby. Moeder moet wel kolven op de tijden dat haar kind eigenlijk zou drinken, om borstontsteking en teruglopen van de productie te voorkomen. Deze melk is niet geschikt voor consumptie door de baby. Om te berekenen wanneer de melk weer veilig is moet per genoten standaard consumptie 2-3 uur worden opgeteld. Om helemaal zeker te zijn dat de melk na die tijd weer schoon is kan een teststrip worden gebruikt. Hiervoor kan een speeksel alcohol teststrip worden gebruikt of een speciaal voor moedermelk op de markt gebrachte meetstrip (Milkscreen). Zolang moeder nog onder invloed is van alcohol in hoeveelheden die autorijden verbieden is zij ook niet in staat om op verantwoordelijke wijze voor haar kind te zorgen, onafhankelijk van de voeding die haar kind krijgt. Moeders die dus volop carnaval willen gaan vieren inclusief grotere hoeveelheden alcohol zoeken best ruim van te voren een oppas die nuchter blijft.
Moeders die zich kunnen beperken tot een enkele alcoholische versnapering boeven geen speciale maatregelen te nemen, want de hoeveelheid alcohol die hun kind via de melk bereikt is te klein om schade aan te richten. Houd er wel rekening mee dat in de uren na een glas het kind minder melk binnenkrijgt, omdat alcohol de toeschietreflex remt. In de uren die daarna komen halen de meeste kinderen dat weer in door wat meer te drinken.
Dus voor de carnavalsviersters: bereid je voor, huur zo nodig een oppas in voor een langere periode, bereken of meet je risico  en geniet ervan. Alaaf!
Hale T: Medications and Mothers’ Milk, Hale Publishing, Amarillo TX, 200813, p 382-384
Ho E, Collantes A, Kapur BM, Moretti M, Koren G: Alcohol and Breast Feeding: Calculation of Time to Zero Level in Milk. Biol Neonate 2001;80:219-222 (DOI: 10.1159/000047146)
Milkscreen te koop bij Baby & Borst en bij Moedermelknetwerk

Wereldvrede

Foto: Sandra Bullock als undercover agent Gracie Hart, die als onwaarschijnlijke schoonheidskoningin steeds vergeet dat wereldvrede is waar ze het meest naar snakt, in de film Miss Congeniality
In reactie op de laatste, zojuist rondgestuurde, Eurolac Nieuws kreeg ik een mailtje van een lezer (waarvoor mijn dank) die mij attendeerde op een (‘’voor jullie mogelijk interessant’’) onlangs verschenen onderzoek over gedragskenmerken van volwassenen die zijn terug te voeren op de voeding die zij als baby kregen (Marjonen et al, 2011). In een langlopende studie werden bijna 2000 mensen vanaf de geboorte bijna 25 jaar gevolgd. Mensen die als baby niet aan de borst waren gevoed vertoonde significant meer vijandigheid, boosheid en irritabiliteit als 24 jarige dan zij die wel borstvoeding kregen. De basis voor deze gedragskenmerken werd waarschijnlijk gelegd tijdens het eerste halve levensjaar, want langer borstvoeding gaf geen grotere verschillen. De onderzoekers stellen wel dat mogelijk ook andere factoren binnen het gezin kunnen meespelen bij deze uitkomsten. Zo zou het kunnen zijn dat ouders die ervoor kiezen hun kind minimaal een half jaar borstvoeding te geven ook op een andere manier opvoeden en zorgen. Dit kan ook invloed hebben op de latere gedragskenmerken van de gezinsleden. Toch komen ook in andere onderzoeken gedragsverschillen naar voren tussen kinderen die wel of geen borstvoeding kregen. Een deel van de Millennium Cohort Study (Heikkilä et al, 2011) keek naar gedrag van kinderen van vijf jaar in relatie tot hoe zij als baby warden gevoed. Het Millennium Cohort Onderzoek is een grote prospectieve, nationaal representatieve studie in het Verenigd Koninkrijk, waarin bijna 19.000 kinderen die in 2000-2002 werden geboren worden gevolgd vanaf de zwangerschap en gedurende de eerste levensjaren op diverse aspecten van gezondheid en leefomstandigheden. De uitkomsten toonden een duidelijk verband aan tussen gedragsstoornissen als vijfjarige voor kinderen die te vroeg waren geboren en voor kinderen die korter dan 4 maanden of geen borstvoeding hadden gehad. Hoe langer te vroeg geboren kinderen borstvoeding hadden gehad, hoe kleiner het risico leek te worden om gedragsproblemen te hebben als vijfjarige, maar deze relatie was niet zo significant als bij op tijd geboren kinderen. Wat in dit onderzoek opvalt is dat, hoewel het representatief voor de hele Britse samenleving heet te zijn, er een onevenredig grote vertegenwoordiging is van kinderen uit achterstand situaties. Dat gegeven geeft ruimte aan de aanname dat het toch voor een flink deel het borstvoeden op zich is dat het verschil maakt en niet het feit dat vooral beter gesitueerde moeders kiezen voor borstvoeding. Dit laatste is namelijk een vaak gehoorde kritiek op onderzoeken die geen borstvoeding krijgen linken aan minder gunstige scores voor gedrag en intellectuele ontwikkeling. Toch mogen we niet aan borstvoeding geven het etiket hangen van het middel om tot wereldvrede te komen. In culturen waar borstvoeding geven –vaak en lang- de norm is, komen zowel zeer oorlogszuchtige als zeer vredelievende samenlevingsvormen voor. Wat zou de wereld er toch anders uit kunnen zien als borstvoeding wel dé sleutel tot vrede in de hele wereld was.
Merjonen P, Jokela M, Laura Pulkki-Råback L, Hintsanen M, Raitakari OT, Viikari J, Keltikangas-Järvinen L: Breastfeeding and Offspring Hostility in Adulthood. Journal Psychotherapy and Psychosomatics; 2011, 80(6):371-373.
Heikkilä K, Sacker A, Kelly Y, Renfrew MJ, Quigley MA: Breast feeding and child behaviour in the Millennium Cohort Study. Arch Dis Child 2011;96:635-642.

donderdag 10 november 2011

Ingewikkeld

Foto: Meryl Streep als Jane, ingewikkeld in bed met Alec Baldwin als Jake in It’s complicated
De zorg voor een baby is ingewikkeld. Een kind op zich is al ingewikkeld. Verreweg het grootste probleem is dat een kind zo ingewikkeld is dat ouders hem niet makkelijk begrijpen. Ouders hebben bepaalde verwachtingen, kinderen hebben bepaalde verwachtingen. Niets mis mee, ware het niet dat die verwachtingen niet met elkaar overeen komen. Door de eeuwen en culturen heen hebben ouders getracht oplossingen te vinden voor de gevolgen van de botsende verwachtingen, met name het huilen door de baby. Een huilende baby kan ouders tot het uiterste drijven van pure ellende, irritatie en oververmoeidheid. En een kat in het nauw maakt rare sprongen en dus komen ouders, of ook hele culturen, soms tot extreme oplossingen. Men heeft ontdekt dat een kind te immobiliseren door het in te wikkelen ervoor zorgt dat het stopt met huilen en gaat slapen. Langer en dieper slapen dan zonder ingewikkeld te zijn. In verschillende culturen wordt en werd dit op heel verschillende manieren gedaan, met enkel lappen en doeken in een enkele of in vele lagen, of ook met behulp van houten of rieten frames. In de praktijk werkt het: kind stopt met huilen, ouders stoppen met gek worden en het risico van kindermishandeling, en mogelijk sterfte daardoor, daalt sterk. Dat is goed, vooral dat laatste. Wanneer je echter vanuit het kind gaat kijken met de ogen van een psycholoog of pedagoog kan de uitkomst er minder rooskleurig uitzien. Zelfs medisch gezien kunnen er ongewenste bij-effecten zijn, vooral bij onjuiste technieken. (Te dik inbakeren kan tot warmtestuwing leiden, evenals inbakeren in een warme omgeving, na inenting of bij ziekte; strak en volledig gestrekt inbakeren kan leiden tot afwijkingen in de heupontwikkeling; systematisch ingebakerde kinderen hebben een verhoogd risico van ziekten aan de luchtwegen.) Het oppervlakkig waargenomen effect van stoppen met huilen en gaan slapen kan volgens psychologen ook betekenen dat het kind zich afsluit en in de stand-by modus gaat. Dit kan een hapering in de ontwikkeling veroorzaken of een ontwikkeling in een minder gewenste richting. Op huilen reageren met inwikkelen en immobiliseren is het negeren van de vraag van het kind. Het geeft dus de boodschap dat zijn communicatiemethoden ineffectief zijn en dat vragen om hulp van je ouders vrij weinig zin heeft. Het huilen van een baby betekent namelijk niet dat hij ingewikkeld wil worden, maar dat hij menselijke aandacht en nabijheid nodig heeft. In culturen waar mensen een andere route gekozen hebben, hun baby’s altijd bij zich dragen en samen slapen, huilen kinderen uiteraard ook wel, maar minder vaak en vooral minder lang en vrijwel nooit ontroostbaar. Huilende baby’s zijn een ingewikkeld probleem, maar het helpt niet om het ingewikkelder te maken door ze in te wikkelen.
Mohrbacher N: Rethinking Swaddling. International Journal of Childbirth Education, 2010, 25(3):7-10 beschikbaar online
Peggy O'Mara: A Quiet Place - Swaddling: A Second Look. Verschenen online 09-11-2011

vrijdag 30 september 2011

Risico

Foto: Sir Thomas Moore schrijver van Utopia, de ideale wereld
Volgens Wikipedia is risico de kans dat een gebeurtenis plaatsvindt vermenigvuldigd met het gevolg van die gebeurtenis en de kans dat een bepaald scenario waarin de eerder genoemde kans plaatsvindt voorkomt. Risico is een beetje een vies woord in onze maatschappij. Als je namelijk gelooft in een maakbare wereld is risico iets dat volledig uit te sluiten moet zijn. Maar behalve in Utopia is dat natuurlijk een volstrekt onhaalbare zaak. Risico is deel van het leven en in feite nemen we allerlei risico’s voor lief. Zo calculeren we in dat deelnemen aan het verkeer het risico van ongelukken met mogelijk dodelijke afloop vergroot, liever dan af te zien van ons te verplaatsen over kortere en langere afstanden. Andere risico’s willen we dan weer liever volledig uitsluiten. Zo worden er nu plannen gemaakt om tot in het absurde maatregelen te nemen om zwangerschap en bevalling veiliger te maken. Dagboeken met turfruimte voor het schoppen van de baby, alle vrouwen bevallen in een paar hele grote geboortecentra, alleen vrouwen van gemiddelde leeftijd en gemiddeld model zouden zwanger moeten mogen worden. En als kindje er is moet hij precies zus en zo hier of daar liggen, precies dit of dat en zus of zo veel eten en exact zoveel groeien als op het plaatje staat. Dat al dat geregel en gecontroleer andere risico’s met zich meebrengen wordt niet ingecalculeerd, want daar is waarschijnlijk geen specifiek, gericht RCT naar gedaan.
Hagen N en Hallesleben E: Hoge babysterfte in Nederland is een mythe. Trouw.nl 29/09/11, 23:06

vrijdag 18 februari 2011

Introductie van vast voedsel.

Fewtrell et al hebben veel stof doen opwaaien met hun review van oudere literatuur over de introductie van vast voedsel en hun claim dat exclusief borstvoeding voor 6 maanden achterhaald zou zijn. Ondanks het weerwoord van veel beter geïnformeerde experts in de wetenschappelijke media en op het internet, blijven er verslagen van dit onderzoek opduiken in de publieksmedia. De overtuigingskracht van de gerenommeerde namen, waarvan ¾ ooit of nu op de loonlijst van de kinderpotjes industrie stonden/staan, is zo groot dat sommige overheden al de stap zetten tot het schrappen van de aanbeveling om pas na 6 maanden te beginnen met de introductie van vast voedsel en weer al vanaf 4 maanden gaan aandringen op potjes en prakjes. En dat allemaal omdat soms een paar allergische klachten minder lijken na vroege introductie van ander voedsel dan moedermelk. Daarbij wordt volledig voorbijgegaan aan het veel substantiëlere risico van veel ernstiger aandoeningen, door het te vroeg aanbieden van aanvullend voedsel. Vooral in het licht van de pandemische proporties van westers-wereldwijde obesitas probleem (met de gerelateerde ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten) is het belangrijk dat zo veel mogelijk kinderen die 6 maanden exclusief borstvoeding volmaken en daarna vast voedsel krijgen op een rustig opbouwende manier, waarbij borstvoeding de volgend 6 maanden van het eerste jaar de primaire voeding blijft. Campagnes tegen overgewicht die gericht zijn op schoolkinderen en adolescenten zijn te laat. Zelfs starten op de peuterspeelzaal is te laat. Anzman et al vonden dat interventies om overgewicht bij schoolkinderen en pubers te voorkomen meestal te laat komen en beter al in de zwangerschap en babytijd kunnen worden uitgevoerd. Seach et al vonden dan ook dat een te vroege introductie van vast voedsel leidde tot een duidelijke toename van het voorkomen van overgewicht bij kinderen van 10 jaar. Overigens was ook het hebben van rokende ouders rond de tijd van de geboorte hierin een factor. Naast voeding is ook voldoende slaap belangrijk voor de gezonde groei en ontwikkeling van baby's en peuters. Nevarez et al van Harvard onderzochten factoren die de duur van slaap bij kinderen tot 2 jaar beïnvloeden. Zij kwamen tot de opmerkelijke conclusie dat naast depressie van de moeder tijdens de zwangerschap en roken door de moeder, ook de vroege introductie van vast voedsel (< 4 maanden), TV kijken (door het kind) en kinderdagverblijfbezoek leiden tot een uur minder slaap bij kinderen van 12 en van 24 maanden oud per etmaal.
Fewtrell M, Wilson DC, Booth I, Lucas A: Six months of exclusive breast feeding: how good is the evidence? BMJ 342:doi:10.1136/bmj.c5955 (Published 13 January 2011)
WHO Multicentre Growth Reference Study Group. WHO child growth standards based on length/height, weight and age. Acta Paediatrica 2006;Suppl 450:76-85.
Ruth A. Lawrence. Childhood Obesity (Formerly Obesity and Weight Management). August 2010, 6(4): 193-197.
Nevarez MD, Rifas-Shiman SL, Kleinman KP, Gillman MW, Taveras EM: Associations of Early Life Risk Factors With Infant Sleep Duration, Academic Pediatrics, 10:3, May-June 2010, Pages 187-193
Seach KA, Dharmage SC, Lowe AJ,  Dixon JB: Delayed introduction of solid feeding reduces child overweight and obesity at 10 years. International Journal of Obesity , (25 May 2010)
Anzman SL, Rollins BY, Birch LL: Parental influence on children's early eating environments and obesity risk: implications for prevention. International Journal of Obesity 34, 1116-1124 (July 2010)

Welkom bij Eurolac!

Eurolac! is een onderdeel van Eurolac Lactatiekunde

Dit is het oude blog.

Voor de nieuwste berichten en voor diepgaande informatie, achtergrondartikelen, hulp en ondersteuning ga je naar www.eurolac.net. Hier vind je ook de Eurolac Lactatiekunde Webwinkel

Labels

aan-de-borstvoeding aanbevelingen aandacht aangeboren aangeleerd aanhappen aanklikbedje aanleg aanleggen aanleghulp aanname aanpassen aasgieren ABC abces ABM achtergrond achterkamertjes acrobatiek actie acupunctuur ademhaling ADHD adolescent adoptie advies advisering advocaat AFASS afbouwen affectie affectief afhankelijkheid afkoeling afkolven afleiding afsluiten afstamming afstrepen aftellen afvallen afvalstoffen afweer afwijking afwijzen agressie alcohol Alexandre Dumas alledaags alleen allergeen allergie allo-ouderschap allopathie alternatieve zorg aminozuren Amsterdam anamnese anatomie Angelina Jolie angst Anna Staas-Vink anorexia antibiotica anticonceptie antropologie apart apoptose apparaat appels archetype argument asimov ASS assortiment astma asymmetrie atopisch Attachment Parenting attachment theorie attitude autostoeltje baby baby-led-weaning babyverzorging babywise bacteriën bad badzout bakerpraat bakerpraatjes balts baren baring baringsrituelen bed-sharing bedrog beeldvorming begeleiden begeleiding begroting beha behandeling behoefte behoeften belasting beleid beloften beloning beoordeling beperken beroep beschadigen beschermen bescherming besmetting beurs bevalling bevorderen bewaren beweging bewerken bewijs bewijslast bewustzijn BFHI bijgeloof bijhouden bijscholing bijten bijvoeden aan de borst bijvoeding bijzonder bilirubine Biological Nurturing biologie biologisch biologische zuivel bitter blauwdruk bloed bloedarmoede bloedcellen bloeddruk bloedstolling bloedsuikers blootstelling BMI boek bonafide borst borstabces borsten borstkanker borstmassage borstonderzoek borstontsteking borstproblemen borstverkleining borstvoeding borstvoeding.com borstvoedingcafe borstvoedingcijfers borstvoedinginformatie borstvoedingmanagement borstvoedingorganisatie borstvoedingsbeleid borstvoedingsduur borstvoedingsorganisatie borstvoedingsthee borstvoedingvriendelijk borstweigeren botdichtheid botvorming boulemie bouwstoffen Bowlby BPA Brian Palmer brood broodjeaapverhaal buidelen buitengewoon cadeautjes caius calcium calendula campagne candida albicans capaciteit cariës caseine changeling chapeau chefkok chimpansee China chocolade clausule clusteren clusterkolven CMV co-ouderschap co-sleeping Cochrane Code coeliakie cohortstudie colostrum comfortabel commercie commissie communicatie compassie complementair complex complicated congruent consequent consequenties consultatiebureau contra-indicatie controle corrupt cortisol counseling couveuse CT cultuur cyclus D-MER D-TSR DALY's dankbaar darm darmflora darmfunctie David Sackett debat deficientie dehydratie delen demoniseren deskundig determinanten diabetes diagnose Diane Wiessinger diarree diëtiek dik discreet discriminatie discussie dissociatie DNA doel dokters dompelbad domperidon donormelk doorverwijzen doorzetten doula dr. Jay gordon draagkracht draaglast draagling draak dragen drempels drinken drinkproblemen drinktechniek druk dubbele boodschap duimzuigen duurzaamheid dwang E-Sakazakii EBM EBP echografie ecologisch borstvoeden ecologische voetafdruk economisch economische waarde eczeem educatie eenvoudig eerlijkheid eetproblemen eetstoornis eierstokkanker Einstein eiwitten emancipatie emotie emotioneel welzijn emotionele beschikbaarheid empathie energie epigenetica Erikson erotofobie eten ethiek etiket etniciteit eurolac evalueren evidencebeest evolutie examen exclusief excreet excuus experimenteren extreem fabels fabeltjes fabrikanten Facebook factoren familie fanatiek feel-good feest feestdagen feiten feminisme fenegriek filmpje filosofie flash-heating fles flesvoeding flesweigeren flow focus fopspeen forensisch onderzoek forum foto's fouten freakshow frenulum frequent voeden freud functie functional food functionaliteit fysiologie gadgets galactogoog galega gastcolumn gebakken lucht gebit gebonden geboorte geboortegewicht geboortetrauma gedijen gedrag geelzucht geen kwaad doen geheim gehemelte gehemelteplaatje geinduceerde baring geinduceerde lactatie geïnduceerde lactatie . geit geld geloven geluk gelukkig gemiddeld gender genen GenerationR genetische manupulatie Gentiaan Violet George Clooney geschiedenis geur gevaar gevaarlijk gevaren geweld gewicht gewichtsverlies gewoon gezin gezond gezonde voeding gezondheid gezondheid moeder gezondheidsclaims gezondheidsinformatie gezondheidsprogramma gist glucose go with the flow goed goed genoeg goud griep groei groeistandaarden groen groene_leem grondstoffen grootmoeder gulden snede gynaecoloog halfjaar HAMLET handelplan hard drugs harry piekema hart hart- en vaatziekten hartfunctie hechting heks helen helper herinneren hersenen hersenontwikkeling heupdysplasie Hippocrates hirsutisme historie HIV HM4HB HMF holistisch honger hongersignalen honing hormonen horror houdbaarheid houding Hugh Laurie huidcontact huidflora huilen hulp hulp zoeken hulpmiddel hulpmiddelen hulpset hygiene hygiëne hype hyperlactatie hypoglycemie hypolactatie hysterie IBFAN ideaal IFE ijs ijzer IL-10 illusionist immuniteit immunologie immuuncellen Ina May Gaskin inbakeren individu indoctrinatie industrie infectie infecties inflammatie informatie informeren infuus ingetrokken tepels ingewikkeld ingrediënten ingrijpen initiatierite inleiden inschatten instinct instincten instinctief voeden instructie insuline intake intelligentie intentie inter-species zogen interactief interventie intiem intolerantie introductie inventariseren investering invloed invoelen inwikkelen inzet IQ irritatie Ja zuster nee zuster Jack Newman James McKenna JGZ JHL jodium Johan Cruijff Johnny Depp jonge moeder journalist jubileum Kangoeroe Moeder Zorg kanker kansen kapotte tepels karakter KDV keizersnede kennis kennisoverdracht keuze keuzes keuzes maken kiezen kijken kin kind kinderarts kinderdagverblijf kinderopvang kindersterfte KISS klacht kleur klierweefsel klinische lactatiekunde KMC KMZ knippen koemelk koesteren koestering koffie koken kokosolie kolf kolonisatie kolven korte tepels kosten kosten gezondheidszorg Kotlow koude kraam kraamafdeling kraambed kracht krampjes kritiek kruiden kruipen kunstvoeding kwakzalverij kwaliteit laat-prematuur lactaptin lactatie lactatiekunde lactatiekundige lacteren lactoengineering lactoferrine lactogenese LAM lange termijn langvoeden lanoline leefomgeving leiden lekken lengte lente leren leren aanleggen levende cellen levensles lezen lichaamscontact liefde lipriempje literatuuronderzoek LLL lobby logica logopedist loslaten luchtweginfecties luiers luisteren maag maagdarminfecties maaginhoud maagzuurremmers maan maat maatschappij macgyveren machinaal maffia magie magisch malafide mama maneschijn manieren manipuleren mannelijke lactatie marketeer marketing massage mastitis matrix Max Tailleur mazelen meanderen Meatloaf Medela media medicalisatie medicijnen medicijngebruik medische misser medium meerling melk melkbank melklijsten melkproductie melkstase melkstroom melktransfer melkzusters menarche menselijk mensenrechten menstruatie Meryl Streep met rust laten meten methode Michel Odent micronutriënten middenoorontsteking mijmeren milieuvervuiling min Miranda Kerr mode moe moeder moeder en kind nabijheid moeder-en-kind-nabijheid moedergodin moedergroep moedermelk moedermelknetwerk moedermelkvoeding moederschap mondflora mondonderzoek Montessori morbiditeit mores mortaliteit motieven motivatie motorische ontwikkeling MRI MRSA multidisciplinair multimoeder multiple sclerose mythe nabijheid nachtouderschap nachtvoedingen nadelen nadenken nalaten namaak nature-nurture natuur natuurlijk nauwkeurigheid NEC neerslachtigheid Nestle boycot nicotine nieuw nieuwsgierig Nils Bergman niplette non-nutritief noodsituatie norm normaal normen en waarden normwaarde Nurse Jackie nutriënten Obelix obesitas obsceen observeren obstreticus oedeem oefenen oestrogenen ogen oligosacchariden olympisch oma omega 3 omgeving omweg onaangepast onafhankelijkheid onconditioneel onconditioneel opvoeden onderkaak onderscheid ondersteuning ondervoeding onderwijs onderwijzen onderzoek onderzoek retrospectief onderzoeken onderzoeker onderzoekmethodes ongemakkelijk ongewenst zwanger ongewoon ongezond onrustig drinken ontdooien ontmoeten ontspannen ontsteking ontwerp ontwikkeling onvoldoende onvoorwaardelijk onvoorwaardelijk ouderschap onwennig oorlog oorontstekingen oorzaken opbrengst openbaar openbaar voeden opgelucht opleiding opleidingsniveau ouders oplossing opoffering oproep opties opvoeden opvoeding opvolgmelk opzoeken orale anatomie organische chemicaliën osteoporose Oud en Nieuw ouder-kind-interactie ouders ouderschap overdenking overeenkomsten overgewicht overheden overheid overleg overleven overproductie oververhitting oxytocine paced bottle feeding pacifisme pap papa parasiet partner pasgboren pasgeboren passie pasteuriseren patroon Paula Meier PCOS pech pedagoog peer support peercounseling pepermunt perceptie perfectie perinatale sterfte perspectief PET Peter Facinelli peuter pijn pijnbestrijding Pink pink ribbon plaats placebo plagiocefalie plan plan B plannen plezier politiek portie portiegrootte postnatale depressie postpartum bloedverlies powerpoint PPD prematuur prenataal afkolven prenatale depressie prenatale ontwikkeling prestatie preventie prijsvraag primaten prins prinses priorteit probiotica PROBIT probleemgedrag problemen problemen maken problemen oplossen productie professioneel profijt programma prolactine promoten promotie protocol psychologie PTSS puber radicaal ramp Rapley Raynaud RCT reactie realiteit rechten van het kind rechten-van-het-kind reclame redden redenen redeneren referentie referenties reflexen reflux regelen regelmaat regels reinheid relactatie relatie religie respect responsief ouderschap reuk revolutie richtlijn Riley ringsling risico risico van geen borstvoeding risicogedrag rituelen Robert De Niro robot roes roken rollen Romeo en Julia röntgenfoto routines rouw rozengeur RPS ruimte rumenzuur rust rustig RVP safe motherhood sagen salie salma hayek Salmonella samen samen slapen samenspel samenstelling samenwerking SBO congres scan Scandinavië schaamte schaap schade scheiding-van-moeder-en-kind scheidingsangst scheikunde schema schildklier schimmel schimmelinfecties schisis schizofrenie scholing schoonheid schrijven schudden schuim schuld schuldgevoel secreet seksisme seksleven seksualiteit seksuele mishandeling sensitief ouderschap sensitieve zorg SES Shakira show SIDS silicium simultaan voeden sintjanskruid slaap slaapcondities slaapcyclus slaapgebrek slaapomgeving slaappatroon slaapproblemen slaapritme slaaptraining slapen slendang smaak smaakontwikkeling smoes sneeuw sociaal gedrag sociaal netwerk socialiseren softdrugs sondevoeding soortspecifiek SPECT speen speenhoes spelen spelregels spenen spijsvertering sponsoring sport spraakontwikkeling spreken sprongetjes sprookjes spruw spugen stamcellen stand standaard stappenplan start statistieken Stefan Kleintjes stemherkenning sterk steun stoppen storen stress strijdmodel structuur studie stukjes stuwing substituut suiker suikermetabolisme suikerwater suppletie surrogaat symbiose taal taboe tandemvoeden tanden tattoo TBS te veel melk te weinig melk team technieken technologie tegendruk tegenwerken tellen temperatuur tentoonstelling tepelhoedje tepelkloven tepelproblemen tepels terminologie testosteron TGF-beta1 The Bad Mother's Handbook thema therapeutisch flesvoeden therapie thymus tienermoeder tijd tijger TNO toeschietreflex tolerant tong tongriem tortocillis toveren toxinen TRAIL triple P troosten trots trouw trucjes tweeling twijfel twilight type uitkomsten uitvinden Uncle Vernon UNICEF uniek universiteit urban legend utopia vaardigheden vacceenzuur vaccinatie vacuum vader vaderrol vaderschap vak vakantie valentijn vallen vampier variabelen variatie vaste voeding VBBB VBN vechten vegetariër veilig veiligheid verandering verantwoordelijkheid verantwoording verdediging verdriet vergelijking verhalen verkoudheid verliefd verloskundige vermoeidheid verondersteld te weinig melksyndroom verschillen verslikken verstopping vertrouwen verwaarlozing verwachten verwachting verwachtingen verwarmen verwarring verwennen verzadigingsignalen verzorgen verzorging vet vetzuren vies vingervoeding virus visite vitamine A vitamine B vitamine C vitamine D vitamine K vlakke tepels voeden voeden op verzoek voeding voeding moeder voedingesindustrie voedingsbeha voedingscentrum voedingsfrequentie voedingskussen voedingsmethode voedingspatroon voedingsstoffen voedingswaarde voedsel Voldemort voldoende volksgezondheid volledige zuigelingenvoeding volturi voorbeeld voorbereiden voorbereiding voordeel voordelen voorkeurshouding voorkomen voorlichting voornemen vooronderstelling voorschrift voortgezette borstvoeding voorwaarden vorm vraag vraag en aanbod vragen vreemd vreugde vriezer vrijwilligers vroede vrouw vroeggeboorte vrouw vruchtbaarheid vuistregels vulture vuurwerk vzwBorstvoeding waarde waarheid WABA wapens WAPF warmte water waterhuishouding waterpokken waterwereld WBW weeën wereldvrede werkende moeder werkende vader werkgever Weston A Price wetenschap wetgever WHO Whoopi wiegelied wiegendood wijkverpleegkundige wijsheid will smith winkel winkel concept winst wisselkind woede wolf wondermiddel woonomgeving woorden workshop WYSIWYG Yvo Smulders zalf zelfbeschikking zelfregulatie zelfstandig zelfvertrouwen ziektelast ziekteverekkers ziel zien zilver zink zintuigen zitten zoeken zoet zoethoudertjes zonlicht zonnesteek zoogdieren zoogkompressen zorg Zorg voor Borstvoeding zorgen zorggedrag zorgverleners zorgzaam zout zuigbehoefte zuigelingen zuigelingenvoeding zuigen zuigfles zuivelindustrie zwanger zwangerschap zwembad

Drukwerk educatieve materialen

Prijsprinter - copyshop - banner