Pagina's

Eurolac!

Een blog met (bijna) dagelijkse columns over borstvoeding, hoe het gaat, hoe het ook zou kunnen. Discussie, ironie, satire en parodie worden als stijlbloemen niet verguisd, naast gewone recht-toe recht-aan informatie.
Posts tonen met het label obesitas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label obesitas. Alle posts tonen

woensdag 9 oktober 2013

Dik

Foto: De lichtelijk obese Jeweetwel kater en zijn magere huisgenoot Loedertje van de strip Jan, Jans en de kinderen door Jan kruis.

Obesitas, zwangerschap, borstvoeding, onderwerpen waarover ik het al een paar keer eerder had. De laatst bekeken lezing van iLactation ging erover, alles bij elkaar anderhalf uur. Ik moet bij u ter biecht gaan: ik heb de eerste helft bekeken en ben toen afgehaakt. Dat gebeurt niet vaak en het ligt ook niet aan het onderwerp op zich, maar aan de uitwerking ervan. Het begon al met een ellenlang overzicht van de obesitas cijfers in de USA en een beetje in de rest van de wereld, gevolgd door dia na dia na dia over de risico’s van obesitas in het algemeen en voor zwangerschap, baring en borstvoeding in het bijzonder. Pas ver na het midden van de hele presentatie (dus na dat ik afhaakte) kwam het specifieke onderdeel obesitas en de voedende moeder aan de orde en eventuele risico’s voor het kind van een obese zwangere. Misschien dat ik dat deel nog een keer ga bekijken, maar ik kan ook gewoon nu verder vertellen over wat al bekend was over deze thema’s.

Voor mij valt dit onderwerp uiteen in twee groepen deelonderwerpen: het effect van maternale obesitas op (zwangerschap, baring en) borstvoeding, en aan de andere kant het effect van wel of geen borstvoeding op al dan niet obesitas in kinderen op korte en langere termijn en op de gewichtsontwikkeling bij de moeder. Om met het laatste te beginnen: er zijn aanwijzingen dat borstvoeding geven moeders sneller van de zwangerschapskilo’s afhelpt, maar dat is geen blijvend voordeel. Om blijvend een goed gewicht te houden, of om meer gewicht dan het zwangerschapsoverschot te verliezen, is gewoon verandering van eet- en leefgewoontes nodig. Voor de gewichtsevolutie van het kind dat borstvoeding krijgt ligt het ietwat ingewikkelder. Het is overduidelijk dat een stevige groei op een dieet van enkel borstvoeding geen predictor is voor obesitas later. Dat beeld verandert al iets wanneer borstvoeding en moedermelk gescheiden wordt en een deel of alles per fles gegeven wordt. Het zit hem dus niet alleen in de soort melk, maar zeker ook in de toedieningswijze. Het grootste risico om overgewicht of obesitas te ontwikkelen als kind en later hebben kinderen die kunstvoeding krijgen, naast of in plaats van borstvoeding. Dat heeft dus evengoed te maken met zowel de melk als de toedieningswijze. Flesvoeding leidt makkelijk tot overvoeding, een te grote inname van calorieën en voedingsstoffen en tot vergroting van de maag en afzwakking van het eigen verzadigingsgevoel. De samenstelling van de kunstmelk leidt tot de aanleg van meer vetcellen.

Wel of geen borstvoeding alleen is echter niet bepalend voor het gewicht in het hele verdere leven, het is wel de basis ervan. Wanneer een volledig op verzoek aan de borst gevoed kind later wordt volgestopt met junkfood en meer tijd voor de TV en achter de computer doorbrengt dan dat hij buiten speelt, dan zal hij vrijwel zeker overgewicht ontwikkelen. Recept voor een levenslang gezond gewicht begint met een basis van borstvoeding, waar mogelijk aan de borst en op verzoek, gevolgd door gezonde voeding met veel groenten en fruit in kauwbare vorm, zo min mogelijk toegevoegde suikers en snelle koolhydraten, frisdranken (ook de lightvarianten) beperken tot feestelijke gelegenheden, uitgaan van kleine porties eten (maximaal twee, eventueel drie van de eigen vuisten groot), minder zitten/hangen/liggen en meer bewegen (liefst in de vorm van natuurlijk spel, buiten spelen, recreatief sporten). In een andere lezing die ik gisteren bekeek en beluisterde* werd  nog eens benadrukt dat beweging, minimaal een half uur per dag, belangrijk is voor zowel kinderen als volwassen voor de hersenfunctie- en ontwikkeling. In plaats van het bewegingsonderwijs te verminderen zoals nu gebeurt, zouden kinderen op school elke dag een half uur gym moeten hebben tijdens de hele schoolcarrière.

De eerste groep onderwerpen is de begeleiding van de moeder met overgewicht. Vrouwen met een zwaarder postuur kunnen na en naast problemen met de zwangerschap en de baring extra problemen hebben met het geven van borstvoeding. Bedenk wel dat dit allemaal algemeenheden en gemiddelden betreft. Massa’s vrouwen met een gewicht boven de als gezond geldende norm geven probleemloos borstvoeding – hier achter het toetsenbord zit vijf keer bewijs -  en volop vrouwen met een absoluut gemiddeld gewicht hebben probleem op probleem. Maar gemiddeld gezien hebben vrouwen met ernstig overgewicht meer kans op problemen dan vrouwen met een BMI tussen 18 en 25.

Om te beginnen is er een vergoot risico van een moeizamere baring en een kind met een niet optimale start. Daarnaast is de hormoonhuishouding bij obesitas anders, met name prolactine wil wel eens wat achterblijven. Dit kan leiden tot een trager op gang komen van de rijpe melk. Wat in de praktijk echter de meeste problemen geeft, omdat het ook het oplossen van de eerder genoemde problemen bemoeilijkt, is het voeden zelf. Puur het positioneren van de baby bij de borst en het hanteren van baby en borst kan problemen geven die minder gewichtige vrouwen niet hebben. Overgewicht kan ook leiden tot veranderingen in de vorm van borst, tepelhof en tepel die het aanleggen van de baby en het aanhappen door de baby moeilijk maken. De borst wordt groot, maar heeft vaak een losse structuur waar weinig grip op te krijgen is. De tepel wordt vaak breder en vlakker en erecteert moeilijker. Dit maakt het voor de baby moeilijk om de borst goed in de mond te nemen en de vlakke, zachte tepel werkt niet zo goed als een stimulus voor het zuigreflexpunt.

Een deel van de problemen wordt veroorzaakt door de medische interventies die nodig worden geacht bij een grote moeder en een grote baby. Bij een moeder met overgewicht gaat men vaak uit van een grote baby en er is een groter risico dat men het nodig acht de baring in te leiden (randprematuur) of te bespoedigen door middel van bijstimuleren (oxytocine, infuus, borstoedeem, waterbaby) en/of vacuüm (beschadiging aan de schedel, aan het perineum) en er is vaker een keizersnede nodig. Grote baby’s en baby’s van zware moeders worden vaak standaard van de moeder gescheiden voor observatie en krijgen vaak routinematig kunstvoeding in relatief grote hoeveelheden toegediend. Dit zijn allemaal interventies met gekende risico’s voor een goede start van de borstvoeding en van de moeder-kindrelatie. Veel van deze interventies zijn ook niet strikt noodzakelijk.

Al deze risico’s kunnen worden voorzien en met optimaal beleid en technieken kunnen veel van de problemen worden voorkomen of gehanteerd. Wat moeilijker aan te pakken is zijn de issues ‘’self fullfilling prophecy’’ en het zelfbeeld van de moeder, vaak nog verder omlaag gebracht door opmerkingen en behandeling door zorgverleners. Alleen al het feit dat men problemen verwacht brengt de kans dat problemen zich zullen voordoen omhoog. Mensen zijn geneigd te voldoen aan de verwachtingen. De houding van zorgverleners naar cliënten met overgewicht kan bijdragen aan het toch vaak al niet geweldige zelfbeeld dat obese mensen hebben. ‘’Dik en dom’’ en ‘’eigen schuld, dikke bult’’-achtige opmerkingen en blikken helpen niet echt om de moeder vertrouwen in zichzelf te laten krijgen. Veel vrouwen met overgewicht beginnen daarom al niet eens aan borstvoeding. Ze gaan ervan uit dat de kans dat het lukt om te beginnen al klein is en ze hebben er geen behoefte aan zichzelf bloot te stellen aan afkeuring over hun lichaam en daarmee hun persoon.

Hoe dan wel? Begin met acceptatie: de vrouw is wie ze is en hoe ze is en het is niet productief noch professioneel om daar een groot punt van te maken. Probeer tijdens de prenatale begeleiding de vrouw te helpen met het aanwennen van een gezond voedingspatroon en beweging zodat de gewichtstoename beperkt blijft. Geef eerlijke en volledige informatie over de mogelijke problemen die haar gewicht geeft bij de zwangerschap en baring; niet om haar bang te maken, maar om haar voor te bereiden en een strategie te ontwikkelen om er zo goed mogelijk mee om te gaan. Bespreek obstakels bij het geven van borstvoeding en zoek op voorhand al manieren om daarmee om te gaan (andere houding en posities, manieren om de borst te ondersteunen, gebruik van borstvoeding hulpmiddelen, afkolven van colostrum voor een goed op gang komen van de melkproductie, etc.). Vermijd interventies die niet  perse noodzakelijk zijn en vooral: houd moeder en kind na de baring bij elkaar en geef niets anders dan moeders eigen colostrum in kleine frequente hoeveelheden.
Lees vooral ook verder over deze onderwerpen door op de labels hieronder te klikken.

*) Scherder E: Gaat je geheugen kapot als je teveel voor de computer hangt?, Universiteit van Nederland

woensdag 2 oktober 2013

Verstoord

Foto:  John Noble als de lichtelijk gestoorde onderzoeker Dr. Walter Bishop in  Fringe (2008–2013)

Dr Lawrence Noble, MD, IBCLC, FABM, (niet gerelateerd aan de acteur en allerminst gestoord) spreekt over de darmen en dat ene flesje in ‘’What’s really wrong with one bottle’’. Hij begint met uitleggen dat ondanks goede voornemens veel moeders minder lang borstvoeding geven dan ze wilden of dan de experts aanbevelen. Dat ene eerste flesje kan daarin een belangrijke factor zijn, omdat die kan leiden tot meer flesjes, minder vertrouwen in eigen kunnen, teruglopende melkproductie en uiteindelijk volledig overgaan op kunstvoeding. De rest van de lezing gaat volledig over wat er dan precies zo verkeerd is aan kunstvoeding in plaats van borstvoeding. Hij eindigt met de aanbeveling om alle moeders aan te moedigen hun kind volledig aan de borst te voeden, zorgen over te weinig melk of de groei van hun kind altijd serieus te nemen en alles goed te onderzoeken, maar moeders ook gerust te stellen als alles normaal is, en om altijd de WHO groeistandaarden te gebruiken voor het monitoren van groei.

Door een uitgebreide uitleg van hoe moedermelk de darmflora maakt tot een gezonde omgeving voor spijsvertering en afweer tegen ziekte komt hij tot de conclusie dat kinderen die voldoende lang uitsluitend borstvoeding krijgen een goede, integere darm met een mooie flora krijgen, waardoor zij weinig kans hebben om te gaan lijden aan en lekkende darm, infecties en ontstekingsreacties, dat zij hierdoor en door de zelfregulerende werking van aan de borst drinken, waardoor er geen supersize-gewoonte ontstaat en een chronische te hoge voedselinname, een goede kans hebben weinig last te hebben van infecties, NEC, eczeem, obesitas, diabetes 1 en 2, en hart- en vaatziekten.

Wat Noble in dit verhaal eigenlijk doet, is het verklaren van het waarom achter de uitkomsten van onderzoeken die allemaal de slechtere gezondheidsprognoses van geen-borstvoeding aantonen. Die onderzoeken laten allemaal alleen maar zien dat de voeding van de zuigeling invloed heeft op de gezondheid de rest van het leven, maar niet waarom dat zo is. 

In vogelvlucht een paar van de zeer interessante items die hij bespreekt. Koeien-insuline in de kunstmatige zuigelingenvoeding kan de aanmaak van anti-insuline afweerstoffen veroorzaken, waardoor zijn pancreas kan worden aangetast, waardoor hij geen insuline meer kan aanmaken. Het resultaat hiervan is diabetes type 1. (let op: kunstvoeding *kan* dit veroorzaken, gelukkig gebeurt dit niet altijd.)

Vervolgens komt de darmgezondheid aan de beurt. Moedermelk bevat een onvoorstelbare hoeveelheid stoffen die tegen allerlei soorten infecties werken. In kunstvoeding zitten er ook een paar, enkel soorten die eenvoudig te isoleren en na te maken zijn en die niet duurder zijn dan goud om te verkrijgen of na te maken. Vervolgens zorgt moedermelk voor een niet-lekkende darm, wat de passage van ongewenste stoffen naar de bloedbaan verhindert. De darmflora wordt in het eerste levensjaar gevestigd en die van een kind dat moedermelk kreeg is deze rijker en meer gevuld met vriendelijke organismen, die van een kind die voornamelijk of enkel kunstvoeding kreeg vooral et vijandige organismen.

De soorten koolhydraten en andere energieleveranciers in moedermelk zorgen voor een optimaal metabolisme, terwijl andere voeding het metabolisme zodanig verandert dat op de lange termijn obesitas  en de daarbij horende ziekten op de loer liggen. En passant demythologiseert hij de beroemde of beruchte studie uit Belarus waaruit zou blijken dat borstvoeding niet beschermt tegen obesitas en haalt hij andere, minder wijd gepromote studies naar voren, die wel goed zijn opgezet en uitgevoerd, waaruit wel degelijk de desastreuze invloed van kunstmatige zuigelingenvoeding p het levenslange metabolisme blijkt.

En passant haalt hij ook nog even het effect van zuigelingenvoeding op het gemiddelde latere bloeddrukplaatje aan. Het blijkt dat de diastolische bloeddruk van voormalig borstgevoede volwassenen 3 mm lager is dan van hen die als kind werden kunstgevoed. NU zal men al snel denken, 3mm lager, wat kan dat nu voor effect hebben Wel, andere berekeningen laten zien dat een gemiddelde daling in een populatie met die 3mm diastolische druk kan leiden tot een afname van de incidentie van hoge bloeddruk met 17%, van hart- en vaatziekten in het algemeen met 6% en beroertes met 15%. In de USA zou dat neerkomen op 100.000 minder gevallen van hart- en vaatincidenten. Deze effecten zijn groter dan die van alle andere niet-medicinale interventies samen (gewichtsverlies, zout beperking en lichaamsbeweging).

Het voeden van een kind met niet voor hem bedoelde voeding verstoord zijn systemen en dat leidt uiteindelijk tot een mindere gezondheid. Je zou er gestoord van raken als dat toch maar stelselmatig wordt ontkend.

dinsdag 17 september 2013

Genezen

Foto: Kourtney Kardashian kolft met de hand melk af op het been van haar zus Kim Kardashian voor het verlichten van haar eczeem.

Levende wezens staan bloot aan allerlei vormen van dysfunctie als gevolg van verwondingen en invasies door ziekmakers. Het lichaam van elk levens wezen heeft ook zelfgenezende vermogens. Veel planten groeien gewoon verder als er een stuk wordt afgesneden, zoals mensen merken als ze opnieuw hun grasveld gaan maaien. Sommige dieren kunnen ook nieuwe lichaamsdelen laten aangroeien als ze een stuk aan een aanvaller moesten prijs geven. Alle dieren, inclusief de mens, hebben een afweersysteem om infecties en andere aanvallen van ziekmakers af te weren. Soms is weten wat je moet eten of doen om van een ziekte of infectie af te raken onderdeel van dat zelfgenezende vermogen. Honden en katten eten bijvoorbeeld gras als ze misselijk zijn. Grazers weten instinctief welke kruiden ze op een bepaald moment nodig hebben.

Mensen hebben eveneens in de miljoenen jaren van hun bestaan geleerd welke planten goed werken bij welke ziekten en aandoeningen. In alle windstreken, in alle klimaten en op alle plaatsen waar mensen leven, groeien planten met geneeskrachtige werking voor een diversiteit van aandoeningen. De kennis daarvan is overgegaan van moeder op dochter, van sjamaan op leerling, van generatie op generatie. Nieuwe planten en nieuwe ideeën werden uitgetest door ervaren genezers. De kennispoel is schier oneindig als je alle traditionele kennis over gezondheid en ziekte bij elkaar zou optellen. Met de opkomst van de moderne wetenschap en het commercieel vervaardigen van geneesmiddelen is deze kennis eerst in onbruik geraakt, vervolgens werd het afgedaan als obsoleet en tot slot werd het van tafel geveegd als kwakzalverij. Dat doet aan de waarheid en de werkzaamheid van natuurlijke geneeskunde niets af, alleen wordt het niet meer geloofd. Want wie wordt er nu helemaal rijk van plantenmiddelen? Moderne geneesmiddelen zijn vooral heel gezond voor de fabrikanten, en dan vooral hun portemonnee. Deze fabrikanten zijn er heel erg goed in geslaagd om de medische wereld en overheden ervan te overtuigen dat zij ook gezond zijn voor de mensen en dat niet-commerciële middelen, waarvoor geen claims zijn gekocht gevaarlijk zijn.

Bovenstaande uitleg verklaart waarom u bij de producten in mijn webwinkel geen beschrijvingen zult vinden over waarvoor ze te gebruiken zijn en wat de werking is. U zult om diezelfde reden ook geen verwijzingen vinden naar artikelen die die werking verklaren. Dat is voor uw eigen bestwil, hoor! Het is naar verluid ter bescherming van de onnozele consument om niet zomaar van alles op de verpakking van een middel te zetten als dat niet eerst volgens de gouden standaard van onderzoek bewezen en middels een duur gekochte claim bevestigd. Het feit dat dat middel al duizenden generaties lang voor bepaalde doelen en met succes werd gebruikt doet hier absoluut niet ter zake. Waarschijnlijk was die werking gewoon het resultaat van massahysterie of epidemische placebowerking.

Wat ik wel kan doen is u vertellen over een krachtig natuurlijk geneesmiddel, dat u niet bij mij of iemand anders kunt kopen. U kunt het zelf maken of u kunt het krijgen van iemand die het zelf maakt. Het is een middel dat zeer geschikt is voor heel jonge kinderen, zelfs te vroeg geboren kinderen verdragen het goed en reageren er goed op. Het bestrijdt een groot deel van alle bekende bacteriën, virussen en schimmels, zet het eigen immuunsysteem aan om optimaal te werken en het is absoluut vrij van ongewenste bijwerkingen. Het kan in- en uitwendig worden toegepast en kan nooit worden overgedoseerd. Bij een te lage dosering is het effect minder goed, maar het kan geen kwaad. Er zijn geen meldingen van resistentie, noch van allergische reacties. Een enkele keer kan het voorkomen dat er een ongewenste contaminatie in zit, maar dat is eenvoudig te verhelpen door een kleine aanpassing in het productieproces. Voor een optimaal effect krijgen pasgeboren kinderen dit middel als enige voedsel in de eerste zes maanden van hun leven en in de jaren daarna als belangrijk onderdeel van hun dagelijks menu.

Dit middel heeft al laten zien werkzaam te zijn tegen infecties van het maag-darmstelsel en de luchtwegen, tegen obesitas, diabetes, sommige vormen van kanker, hart- en vaatziekten, osteoporose en chronische darmaandoeningen. Bij uitwendig gebruik is het een effectief middel bij het bestrijden van oog- en oorinfecties, huidinfecties en eczeem, en bij kleine verwondingen. Op deze pagina's wordt dit middel in al zijn diversiteit en brede inzetbaarheid diepgaand besproken.

dinsdag 13 augustus 2013

Etiket

Foto: Martin Lawrence als undercover agent Malcolm Turner vermomd als Big Momma in  Big Momma's House (2000)

Mensen met overgewicht dragen niet alleen dat extra gewicht  met zich mee, maar ook een lading etiketten. Overgewicht is een struikelblok bij het krijgen van een baan en een partner. In het collectieve bewustzijn liggen de etiketten dom, zwak, willoos en vies voor het grijpen. Sommige corpulente mensen cultiveren het, net als bijvoorbeeld mensen met dwerggroei (achondroplasie), en kiezen een beroep waarbij hun speciale statuur een voordeel is, meestal in showbusiness. Obesitas kan, ook weer net als dwerggroei, een reden zijn om voor vermaak te zorgen ten koste van de waardigheid van de anders gevormde mens. Vrouwen met overgewicht die moeder willen worden krijgen nog een extra stapeltje etiketten erbij, waaronder dat van verminderd vruchtbaar, hoog risico zwangerschap, hoog risico baring en een verlaagde incidentie, exclusiviteit en duur van borstvoeding.

Visram et al (2013) vergeleken moeder met een gemiddeld BMI, met overgewicht en met obesitas en keken daarbij naar intentie om borstvoeding te geven en daadwerkelijk borstvoeding geven. Zij vonden dat obese moeders minder vaak aangeven borstvoeding te willen gaan geven, maar dat zowel in de obesitas als in de overgewicht groep minder exclusief borstvoeding werd gegeven bij ontslag uit het ziekenhuis. Chapman en collegae (2012) hadden al eerder opgemerkt dat voor vrouwen met een lage SES en een hoog tot zeer hoog gewicht speciale peercounseling naast normale BFHI zorg niet tot betere borstvoedingcijfers in deze groep leidde. 

Leuk, zulke onderzoeken, maar wat heb je eraan? Kan hier misschien sprake zijn van een selffulfilling profecy? ‘’Tja, dat mens is gewoon te dik om fatsoenlijk borstvoeding te kunnen geven.’’ Zou dat een zo sterke gedachte kunnen zijn, bij zowel de persoon zelf als haar zorgverleners, dat de obese vrouwen er niet eens aan durven beginnen en de vrouwen met elk overgewicht er maar weinig in slagen? Of ligt er een andere oorzaak voor? Er speelt inderdaad ook een ander aspect mee en dat is de hoeveelheid prolactine die een vrouw met een hoger BMI aanmaakt. Volgens Balbach cs (2013) zijn lage prolactinewaarden gerelateerd aan obesitas en verhoogd diabetes mellitus 2 risico. Maar is dat oorzaak of gevolg? De titel van Balbachs werk doet vermoeden dat lage prolactinewaarden eerder een oorzaak voor overgewicht en diabetes dan een gevolg ervan zijn. Minder melkproductie zou dan geen gevolg van het overgewicht op zich zijn, maar een gevolg van de zelfde oorzaak als dat overgewicht. Logisch dat speciale peercounseling niet helpt. Daarmee krijg je de prolactine waarden niet omhoog, maar het kan wel het gevoel van niet goed genoeg zijn bij de moeder bevestigen of zelfs versterken.

Bij vrouwen met overgewicht moet dus eerder ingezet worden op optimaal beleid: veel, heel veel huidcontact, vroeg, vaak en goed voeden en nog een beetje nabijheid. Als dat niet direct resultaat heeft, niet aarzelen om prolactine stimuli in te zetten. Bij het aanleggen moet samen met de moeder worden gezocht naar houdingen en posities die voor moeder en kind comfortabel zijn en waarbij moeder ook kan zien wat ze doet, of waarbij de baby het heft in handen kan nemen, zoals bij instinctief voeden (Biological Nurturing). Dit moet allemaal direct na de geboorte beginnen. Hier ligt dus een schone taak voor baring- en kraamzorgverleners in ziekenhuizen, want overgewicht is een indicatie voor ziekenhuis bevalling. Zij moeten ten alle tijden voor ogen houden dat het overgewicht niet de oorzaak van het probleem is, maar mogelijk alleen één van de uitingen van het probleem. Patiënt-adequate zorg verlenen dus, in plaats van etiketten plakken.

Bij de uitblijvende intentie van obese vrouwen om borstvoeding te geven, moet naar ik verwacht worden uitgegaan van de mogelijkheid dat zij wel borstvoeding willen geven, maar bij voorbaat denken dat dat niet kan, of dat zij zich opgelaten denken te zullen voelen als zij hun kindje de borst geven. Goede, professionele counseling, zonder etikettering!, vooraf zou daarom wel effectief kunnen zijn in het verbeteren van de intentie cijfers. Als die zorg vervolgens wordt opgevolgd en waargemaakt door zorg die de borstvoeding ook bij deze vrouwen ondersteunt en mogelijk maakt, zouden de cijfers bij een volgend onderzoek wel eens heel anders kunnen uitvallen.

Visram H, Finkelstein SA, Feig D, Walker M, Yasseen A, Tu X, Ern Keely E: Breastfeeding intention and early post-partum practices among overweight and obese women in Ontario: a selective population-based cohort study. Journal of Maternal-Fetal and Neonatal Medicine 2013 26:6, 611-615
Chapman DJ, Morel K, Bermúdez-Millán A, Young S, Damio G, Pérez-Escamilla R: Breastfeeding Education and Support Trial for Overweight and Obese Women: A Randomized Trial. Pediatrics 2013; 131:1 e162-e170; published ahead of print December 3, 2012, doi:10.1542/peds.2012-0688
Balbach, L., Wallaschofski, H., Völzke, H., Nauck, M., Dörr, M., & Haring, R. (2013). Serum prolactin concentrations as risk factor of metabolic syndrome or type 2 diabetes?. BMC endocrine disorders, 13(1), 12.

zondag 21 juli 2013

Veelzijdig

Foto: Vandaag jarig Robin Williams; hij verscheen eerder als illustratie in de rol als menselijke robot Andrew Martin in Zeker geen borstvoeding gehad? (12-12-2011) en
Robot  12-4-2013, en als als Mrs Doubtfire in
Onvoldoende (2-5-2013)


In de ze aflevering van de zomerspecial ‘’In de herhaling’’ gaan we dubbel in de herhaling, met niet alleen een foto collage, maar ook met verwijzingen naar de blogjes waarin hij al eerder voor de verfraaiing zorgde, en een serie oude blogjes uit 2010. Een hommage aan een zeer veelzijdig acteur, die zowel komische rollen als serieuze klassieke rollen aankan. De keuze van herhalingen is net zo veelzijdig. Borstvoeding is net zo veelzijdig.

Onnodige vroeggeboortes en ondervoed geboren kinderen door roken en drinken tijdens de zwangerschap.
In opdracht van het ministerie van VWS en STIVORO analyseerde TNO de gegevens van de Peilingen Borstvoeding uitgevoerd tussen 2001 en 2008. In totaal hebben 15.000 aanstaande moeders een vragenlijst ingevuld. Van de ongeveer 180.000 jaarlijks  in Nederland geboren kinderen worden er 660 extreme vroeggeboortes (<28 weken zwangerschap). Een derde hiervan wordt direct veroorzaakt door roken tijdens de zwangerschap. Daarnaast  drinken rokende moeders twee keer zo vaak overmatig alcohol (> 6 glazen per gelegenheid). En van rokende moeders begint 38% direct met kunstvoeding, dat is dubbel zo veel als bij niet-rokende moeders.
Volgens kinderarts en TNO-onderzoeker Ko van Wouwe beginnen hierdoor teveel kinderen met een viervoudige achterstand: ze zijn ondervoed, extreem te vroeg geboren, blootgesteld aan overmatig alcoholgebruik en ze missen de voordelen van borstvoeding.
(17-8-2010)
en
Gespecialiseerde zorg voorkomt PPD
Hoofdonderzoeker Brugha van het grote PonDER onderzoek in Trent, Engeland en zijn team keken naar de effecten van bezoeken van gespecialiseerde wijkverpleegkundigen op het voorkomen van postnatale depressie (PPD). Bij aanvang van de studie vertoonden geen van de vrouwen die meededen aan het onderzoek tekenen van PPD. Een derde deel van de groep kreeg standaard zorg en twee derde kreeg regelmatig bezoek van een speciaal getrainde wijkverpleegkundige. Als de verpleegkundige signalen opving dat de vrouw mogelijk een PPD had of zou krijgen kon zij kiezen uit een paar opties om de vrouw te behandelen. Er waren duidelijke verschillen in het vóórkomen van PPD op 6 maanden, hoewel de verschillen niet stabiel waren. Toch denken de onderzoekers dat het inzetten van gespecialiseerde wijkverpleegkundigen een kosten-effectieve manier is om PPD te voorkomen.
(18-8-2010)
en
Borstvoeding vs kunstvoeding: BMI, gezondheid, voedsel variatie
Twee volledig los van elkaar staande onderzoeken (1 in Noord Carolina, USA en 1 in IJsland/Denemarken) probeerden het inzicht in het verband tussen zuigelingenvoeding, gewicht en gezondheid te vergroten. Gunnarsdottir cs bekeken in IJsland en Denemarken kinderen die meer of minder dan 2 maanden exclusief borstvoeding hadden gekregen en vonden in Denemarken sterker dan in IJsland een link tussen korter exclusief borstvoeding en een hogere BMI op 6 en 12 maanden. Ze concluderen dat levensstijl en het soort vast voedsel waarschijnlijk een bijna even grote rol spelen in het gewichtsverloop dan alleen de soort melkvoeding.
Het onderzoek van Strong&Strong e.a. was curieuzer: zorgt het gevarieerde smaakaanbod via moedermelk voor een grotere variatie in groente en fruit consumptie bij 2-3 jarigen? was hun onderzoeksvraag. De uitkomsten waren dat hoger opgeleide moeders gemiddeld een lager BMI hadden en meer borstvoeding gaven en dat hun kinderen meer gevarieerd groenten en fruit aten. Hieruit concludeerden zij dat borstvoeding geen invloed heeft op de smaakontwikkeling. Curieus hoe je cijfers kunt laten zeggen wat je wilt.
(19-8-2010)
en
Moeder met eetstoornissen: kind met voedingsproblemen?
Twee onderzoeksteams keken naar een eventuele relatie tussen eetstoornissen van de moeder en het gewicht en de ontwikkeling van hun kinderen. Stein et al keken vanuit de psychologie van de moeder terwijl Micali et al het perspectief van de kindergeneeskunde namen. Beide komen tot de conclusie dat moeders met bijvoorbeeld anorexia nervosa kinderen baren die vaker (te) vroeg en/of (te) klein zijn. Ook hun groei in het eerste jaar kan minder zijn. Stein vond dat moeders met een anorexia verleden wel heel realistische inschattingen maken van het gewicht van hun kind en dat de mindere groei geen gevolg is van hun eigen gewichtsobsessie. Micali vond dat kinderen van moeders met boulimie wel en groter risico van overgewicht hadden en dat kinderen van moeders met ander psychiatrische aandoeningen vaker voedingsproblemen hadden.
(20-8-2010)

Een ongeluk komt nooit alleen, of de wet van Murphy, maar als er iets fout gaat, volgt er vaak ook nog een volgende en een volgende. Zoals de kindjes van rokende zwangeren, die ook vaak meer alcohol gebruiken, beide redenen om te vroeg en/of te klein geboren te worden, en die dan ook nog kunstvoeding krijgen, want statistisch gezien kiezen rokende en drinkende moeders vaker voor kunstvoeding. Van Wouwe bedoelt natuurlijk niet te zeggen dat die kindjes de voordelen van borstvoeding missen, maar dat ze de bescherming ervan missen, of dat ze worden blootgesteld aan de risico’s van geen borstvoeding.

Als er voor de risico’s die deze kindjes lopen een vaccin zou zijn, zouden hemel en aarde worden bewogen om iedere zwangere of pasgeboren baby dat vaccin te geven. Maar nu komen we niet verder dan het halfslachtig adviseren niet te roken en drinken en nog halfslachtiger om borstvoeding te geven. Zonder gedegen financiële en daadwerkelijke ondersteuning om die adviezen ook uitvoerbaar te maken. Want ja, stoppen met roken en drinken en geen kunstvoeding geven zijn om te beginnen vrije levensstijl keuzes, maar die worden vooral gevoeld in de portemonnees van de grootindustrieën daarachter, met hun machtige lobby’s in Den Haag en Brussel. En bedenk eens wat de overheden mislopen aan belastingen en accijnzen als niemand meer rookt, drinkt en kunstvoeding geeft. Dat de tot astronomische hoogten stijgende kosten voor de volksgezondheid daarvan een gevolg zijn, wordt even over het hoofd gezien.

Het Britse onderzoek naar het effect van meer gefocuste menselijke aandacht op het ontstaan en verloop van depressieve klachten hoeft natuurlijk geen verbazing te wekken. In culturen waar kraamvrouwen in de watten worden gelegd, waar ze worden gekoesterd en gevierd in hun nieuwe moederschap, komt postpartumdepressie veel minder voor (Kendall Tackett, 2010). Menselijke aandacht en waardering is een prima preventief en curatief medicijn. Op het punt van psychische stoornissen bij moeders spreken ook de onderzoeken naar moeders met eetstoornissen en de invloed daarvan op hun kinderen duidelijke taal. Hoe de moeder denkt over eten, en hoe zij daar emotioneel mee omgaat, heeft invloed op wat haar kind eet en hoe het kind met voeding en eten omgaat. Opvallend is de uitkomst dat moeders met anorexia, met hun volkomen onrealistische kijk op hun eigen lichaamsgewicht, wel een duidelijk beeld van het gewicht van hun kind hebben. De mindere groei van hun zuigelingen wanneer ze borstvoeding krijgen kan een gevolg zijn van hun voedingsstatus, waardoor hun melk onvoldoende voedingswaarde kan hebben of simpelweg niet voldoende wordt aangemaakt.

A. Stein, L. Murray, P. Cooper, C. G. Fairburn (1996). Infant growth in the context of maternal eating disorders and maternal depression: a comparative study. Psychological Medicine,   26 , pp 569-574
Micali N; Simonoff E; Treasure J: Infant feeding and weight in the first year of life in babies of women with eating disorders. J Pediatr.  2009; 154(1):55-60.e1 (ISSN: 1097-6833)
Gunnarsdottir I, Schack-Nielsen L, Fleischer Michaelsen K, Sørensen T, Thorsdottir I: Infant weight gain, duration of exclusive breast-feeding and childhood BMI ? two similar follow-up cohorts. Public Health Nutrition(2010), 13:201-207
Strong LCA, Strong E, West D, Brouwer R, Ostbye T, Lovelady C: Relationship of early infant feeding (breast vs. formula) and fruit and vegetable variety in dietary intake of 2–3 year olds. FASEB J. 24: 556.16
Morrell J, Warner R, Slade P, Dixon S, Paley S, Walters G, Brugha T. (2009) Psychological interventions for postnatal depression: cluster randomised trial and economic evaluation. The PoNDER trial. Health Technology Assessment Journal, 13 (30).
Lanting CI,  Buitendijk SE,  Crone MR,  Segaar D,  Bennebroek Gravenhorst J,  et al. 2009 Clustering of Socioeconomic, Behavioural, and Neonatal Risk Factors for Infant Health in Pregnant Smokers. PLoS ONE 4(12): e8363.
Kendall-Tackett, K.A. (2010). How other cultures prevent postpartum depression: Social structures that protect new mothers. BestThinking.com

zaterdag 20 juli 2013

Wet

Foto: Vandaag jarig: Gisele Bündchen, die ooit zei dat wat haar betreft borstvoeding wettelijk verplicht zou moeten zijn. Het werd haar niet in dank afgenomen.

De laatste tijd worden we keer op keer opgeschrikt door een meer en meer controlerende en voorschrijvende overheid. Telefoon en emailverkeer worden breed afgeluisterd en onderschept, zorg moet op een enkele door de overheid (aan de arm van de zorgverzekeraars en farmaceutische bedrijven) bepaalde manier worden afgenomen, desnoods afgedwongen door inzet van de politie, opvoeding en onderwijs worden eveneens steeds nauwer door de overheid omschreven en afgedwongen. De rechtstaat lijkt in snel tempo af te stevenen op de politiestaat, geregeerd door angst, geadviseerd door het grote geld. Het is een paradijs aan het worden voor lieden die hun eigen agenda weerspiegeld zien in deze regelgeving en die zonder op of om te kijken andere mensen het leven zuur maken door hen aan te geven voor het plegen van imaginaire misdrijven.

Ondertussen mogen bij niet voor veel geld bij de overheid geregistreerde hulpmiddelen voor zelfzorg niet meer als zodanig worden aangeboden en mag er op die middelen en in een wijde omgeving eromheen niet worden uitgelegd wat het is, wat het doet en hoe het gebruikt moet worden. Let wel, volgens de overheid is dit nodig om de consument te beschermen. Zelfs met goede beschrijvingen blijken veel consumenten de gebruiksaanwijzingen niet goed te begrijpen, niet goed genoeg voor een veilig gebruik. En geen borstvoeding geven is om te beginnen al een risico, als moeders dan ook nog goed begrijpen wat ze moeten doen bij het gebruik van hulpmiddelen of vervangingsmiddelen, dan kunnen de risico’s voor het kind onaanvaardbaar hoog stijgen. Wat jammer dat hiervoor geen vaccin beschikbaar is, want dan zou er wel wat aan dat risico worden gedaan.
Gebruiksaanwijzing medicijnen en hulpmiddelen voor veel ouders gevaarlijk onbegrijpelijk
Kumar et al van drie universiteiten in Tenessee, Florida en Calfornië onderzochten de mate waarin ouders van kinderen tot 1 jaar in staat zijn gezondheidsinformatie en instructies voor zuigelingen te begrijpen en uitvoeren. Hoewel 99% van de onderzochte ouders voldoende konden lezen en schrijven, bleek het reken vermogen van maar 17% boven dat van een 4e klas middelbaar scholier uit te komen. Het bleek de onderzoekers dat, hoewel vrijwel alle ouders de instructies goed konden lezen, er velen waren die ze niet correct konden uitvoeren. Zo lukte het minder dan de helft om poedermelk voor de baby goed aan te maken terwijl een derde er niet in slaagde om met een digitale thermometer te bepalen of een kind koorts heeft. Voor een flink deel van de ouders was het ook een groot probleem om uit de gebruiksaanwijzing op te maken hoeveel hoestdrank een kind van een bepaald gewicht mag hebben.
De manier waarop ouders in deze test presteerden was duidelijk gelinkt aan hun eigen opleidingsniveau. Het is duidelijk dat de instructies voor ouders van jonge kinderen beter aangepast moeten worden aan ouders met een lager opleidingsniveau om ongelukken te voorkomen.
(13-08-2010)
en
Borstvoeding beschermt tegen infecties
Ook in westerse landen tonen onderzoeken aan dat kinderen die geen borstvoeding krijgen  vaker blootstaan aan infecties. De keuze om wel of geen borstvoeding te geven hangt vaak van allerlei moederlijke factoren af en het is moeilijk al die factoren mee te nemen in onderzoeken. Fisk et al onderzochten daarom in een prospectieve geboortecohort onderzoek het verband tussen de duur van borstvoeding op het vóórkomen van infecties aan de luchtwegen, oorontstekingen en maagdarminfecties in het eerste levensjaar. De onderzoekers keken niet naar exclusiviteit van borstvoeding, alleen naar de totale duur van borstvoeding met of zonder andere melk of vast voedsel. Zoals verwacht liepen kinderen die helemaal geen borstvoeding kregen het grootste infectierisico. Het risico daalde sterk naarmate de duur van borstvoeding toenam. Borstvoeding duur in het tweede halve levensjaar gaf minder sterke verschillen te zien, maar ze waren nog wel overduidelijk.
De onderzoekers concluderen dat voortgezette borstvoeding een belangrijke factor is bij het voorkomen van ziekte in het eerste levensjaar.
(14-08-2010)
en
Vroege introductie vast voedsel zorgt voor minder slaap
Naast gezonde en voldoende voeding is ook voldoende slaap belangrijk voor de groei en ontwikkeling van baby's en peuters. Nevarez et al van Harvard onderzochten factoren die de duur van slaap bij kinderen tot 2 jaar beïnvloeden. Zij kwamen tot de opmerkelijke conclusie dat naast depressie van de moeder tijdens de zwangerschap en roken door de moeder, ook de vroege introductie van vast voedsel (< 4 maanden), TV kijken (door het kind) en kinderdagverblijfbezoek leiden tot minder slaap bij kinderen van 12 en van 24 maanden oud. Kinderen die al deze risicofactoren hebben kunnen ruim een uur (en meer als ze  meer dan 1 uur per week TV kijken) per 24 uur minder slapen.
(15-08-2010)
en
Geen borstvoeding: meer kans op obesitas
Uit meerdere onderzoeken was al bekend dat kinderen die géén borstvoeding krijgen een grote kans lopen op het ontwikkelen van overgewicht in de kinderjaren, maar het waarom daarvan is nog niet helemaal duidelijk. Eén van de hypotheses om dit verschijnsel te verklaren is dat kinderen die de borst krijgen zelf hun inname kunnen reguleren (en dat ook later blijven doen) en dat kinderen die de fles krijgen dat niet doen. Li et al onderzochten of dit een redelijke vooronderstelling is. De uitkomsten van hun onderzoek lieten zien dat kinderen die van het begin af aan de fles kregen - ongeacht het soort melk in die fles - later in de zuigelingentijd meer geneigd zijn hun fles of beker leeg te drinken dan kinderen die van jongs af aan de borst kregen. Het vermogen om te stoppen met eten of drinken als de honger of dorst gestild zijn is een belangrijke beschermende factor bij het behouden van een gezond gewicht.
(16-08-2010)

Li R, Fein SB, Grummer-Strawn LM: Do Infants Fed From Bottles Lack Self-regulation of Milk Intake Compared With Directly Breastfed Infants? PEDIATRICS Vol. 125 No. 6 June 2010, pp. e1386-e1393
Nevarez MD, Rifas-Shiman SL, Kleinman KP, Gillman MW, Taveras EM: Associations of Early Life Risk Factors With Infant Sleep Duration, Academic Pediatrics, 10:3, May-June 2010, Pages 187-193
Fisk CM, Crozier SR, Inskip HM, Godfrey KM, Cooper C, Roberts GC, Robinson SM: (2010) Breastfeeding and reported morbidity in infancy: findings from the Southampton Women's Survey study group. Maternal and Child Health Nutrition (In Press)
Kumar D, Sanders L,  Perrin EM, Lokker N, Patterson B, Gunn V, Finkle J, Franco V, Choi L, Rothman RL: Parental Understanding of Infant Health Information: Health Literacy, Numeracy, and the Parental Health Literacy Activities Test (PHLAT), Academic Pediatrics, In Press, Corrected Proof, Available online 2 August 2010, ISSN 1876-2859

maandag 15 juli 2013

Paniek

Foto: Vandaag jarig: Forest Whitaker, hier als Burnham  in  Panic Room (2002)

Nu bijna drie jaar geleden begon ik met bloggen. In het begin nog niet zo vaak en met maar korte stukjes, meestal alleen over een of een paar onderzoeken. Echte nieuwsflitsen waren het. Nog niet erg flitsend, maar bij teuglezen nog wel erg actueel vaak. Ondertussen ben ik aan het werken aan een bundel van mijn blogs, helemaal echt, met papier en drukinkt en zo. Ik begin met de blogs van 2011, het jaar waarin de stukjes steeds vaker kwamen, steeds uitgebreider werden en ook vaker meer een column dan een blog werden. En geïllustreerd werden. Daarna komt 2012 en tegen dat dat in de winkel ligt is 2013 ook voorbij en kan ik daaraan gaan werken. In afwachting van het uitkomen van de bundel 2011 ga ik deze zomer de blogjes van 2010 in de herhaling doen. Met commentaar en waar mogelijk gelinkt aan de actualiteit. Ik begin met de eerste twee stukjes over redenen waarom de melkproductie traag op gang kan komen en diabetes. Ja, ik zei het al, heel actueel, want die twee onderwerpen kwamen kort geleden ook al voorbij.

Borstvoeding beschermt kinderen van diabetica tegen overgewicht.
De onderzoeker Feig en collega's van de Universiteit van Toronto, Canada, vonden dat borstvoeding voor kinderen van moeders met type I diabetes ervoor zorgt dat zij duidelijk minder kans hebben om later te dik te worden. Dit bleek onafhankelijk te zijn van het type diabetes en van het gewicht van hun moeder. Omdat kinderen van moeders met diabetes een verhoogd risico hebben om later te dik te worden bevelen Feig et al moeders met diabetes aan hun kinderen de borst te geven.
(28-07-'10)
en
Uitstel van lactogenese II door moederlijke en kinderlijke factoren.
Bij vrij veel vrouwen die net een kind hebben gekregen duurt het langer dan 3 dagen voor colostrum over gaat in rijpe melk (lactogenese II). Dit komt vaker voor bij vrouwen die voor het eerst moeder worden. Andere factoren die meespelen waren volgens onderzoekers Nommsen-Rivers et al van de Universiteit van California waren bij de moeder: ≥30 jaar, BMI ≥30, postpartum oedeem en afwezigheid van onaangenaam gevoel in de tepels in de eerste 3 dagen; bij de baby: een geboortgewicht ≥3600 gram en ≥2 keer ''niet goed drinken aan de borst'' in de eerste dagen.
(29-07-'10)

Uit recenter onderzoek is nu gebleken dat diabetes ook een reden kan zijn dat de melkproductie trager op gang komt. Maar een goed borstvoeding beleid, waarbij moeder en kind dicht bij elkaar blijven en de baby zo vaak mogelijk gevoed wordt, kan dit risico sterk verkleinen. De neiging om het kind van een moeder met een door diabetes trager op gang komende melkproductie kunstvoeding bij te geven zou sterk moeten worden ontraden. Juist het kind van een diabetica heeft er alle baat bij om volledig exclusief moedermelk te krijgen en aan de borst gevoed te worden. Geen borstvoeding is positief geassocieerd met een verhoogd risico van obesitas en diabetes later in het leven. Maar ook de moeder zelf vaart wel bij het geven van uitsluitend borstvoeding. In onderzoeken naar de risico’s voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes bleek dat het geven van borstvoeding en het geven van zo exclusief mogelijk borstvoeding een duidelijk vertragend effect had op het ontstaan van diabetes type 2 na de zwangerschap. Dit was al direct postpartum meetbaar aan de minder goede glucosetolerantie van vrouwen die geen borstvoeding geven (Ziegler et al, 2010; Gunderson et al, 2012).

Inzetten op maximaal haalbare perfectie in borstvoeding beleid leidt dus tot de best mogelijke resultaten voor zowel moeder als kind en kan een grote bijdrage leveren aan het in de hand houden van de kosten voor de volksgezondheid. Diabetes is geen reden tot paniek bij borstvoeding, intgendeel.

Nommsen-Rivers LA, Chantry CJ, Peerson JM, Cohen RJ, Dewey KG: Delayed onset of lactogenesis among first-time mothers is related to maternal obesity and factors associated with ineffective breastfeeding.  Am J Clin Nutr (June 23, 2010).
Feig DS, Lipscombe LL, Tomlinson G, Blumer I.: Breastfeeding predicts the risk of childhood obesity in a multi-ethnic cohort of women with diabetes. J Matern Fetal Neonatal Med. 2010 Jul 7. [Epub ahead of print]
Anette-G. Ziegler, Maike Wallner, Imme Kaiser, Michaela Rossbauer, Minna H. Harsunen, Lorenz Lachmann, Jörg Maier, Christiane Winkler, Sandra Hummel: Long-Term Protective Effect of Lactation on the Development of Type 2 Diabetes in Women With Recent Gestational Diabetes Mellitus Diabetes December 2012 61:3167-3171; published ahead of print October 15, 2012, doi:10.2337/db12-0393
Erica P. Gunderson, Monique M. Hedderson, Vicky Chiang, Yvonne Crites, David Walton, Robert A. Azevedo, Gary Fox, Cathie Elmasian, Stephen Young, Nora Salvador, Michael Lum, Charles P. Quesenberry, Joan C. Lo, Barbara Sternfeld,  Assiamira Ferrara, Joseph V. Selby: Lactation Intensity and Postpartum Maternal Glucose Tolerance and Insulin Resistance in Women With Recent GDM: The SWIFT cohort Diabetes Care January 2012 35:50-56; published ahead of print October 19, 2011, doi:10.2337/dc11-1409

dinsdag 4 juni 2013

Vos

Foto: Jacqueline Emerson als Foxface in  The Hunger Games (2012)

De laatste dagen was ik wat tam en braaf in mijn schrijfsels en ik begon me net af te vragen of ik niet nodig weer eens wat steviger van leer moest trekken tegen iets of iemand, toen er een spannend Tweetje voorbij kwam. JGZ Captise tweette een advertentie op hun eigen website door. Een advertorial meer, over een scholing. Heel interessante en belangrijke scholing voor zorgverleners. Over de preventie van overgewicht bij kinderen. Dat die al begint in de babytijd. Ik dacht nog: kijk, in tegenstelling tot de beleidsmakersconferentie in Den Haag over dit thema ziet JGZ wel dat ‘’vroege preventie’’ al vóór de vierde verjaardag begint. Aangekomen op de site waar de link in het bericht naar verwees, sloeg iemand ineens de poten onder mijn stoel vandaan. (Virtuele poten onder virtuele stoel, uiteraard, mijn fysieke stoel staat nog stevig overeind.). De advertentie komt van vriend Friso (ja u weet wel, die van die poedermelk voor baby’tjes onder andere, die, ja) die de scholing organiseert en op meerdere plaatsen in het land aanbiedt. Op mijn geschokte uitroep ‘’Meen je dat serieus? Bijscholing over overgewicht preventie bij zuigelingen aangeboden door Friso? Onvoorstelbaar. Kunstvoeding en flesvoeding zijn grote risicofactoren voor het ontstaan van latere obesitas en diabetes. Friso zoiets laten doen is als de vos inhuren om de kippenren te beveiligen.’ aan het adres van JGZ Captise kreeg ik nog geen reactie.

Als docent voor de scholingen heeft de fabrikant een vooraanstaand wetenschapper aangetrokken. Mevrouw l’Hoir. Ja, die. Die pedagoog die slaaptraining en laten huilen een strak plan vindt voor baby’s. Haar professionele link met voeding en obesitas is niet helemaal duidelijk, ook al doet ze voor TNO daar onderzoek naar. Maar het is wel een naam die toehoorders trekt. Het is ook een naam die er niet voor terugdeinst zich te verbinden aan de industrie. Ethiek is duidelijk niet het expertise gebied van de spreker. Dat, of ze weet zo weinig over het onderwerp zuigelingenvoeding en obesitas dat ze niet ziet wat kunstvoeding voor kwaad doet. Welke van de twee ook –onethisch of onnozel- niet iemand die echt vertrouwen inboezemt als het gaat om de prognoses van het kennisniveau van de zorgverleners die erop af komen.

Zoals ik al zei in mij tweetje ‘’ Friso zoiets laten doen is al de vos inhuren om de kippenren te beveiligen.’’ Nu zijn vossen prachtige dieren en ik wil niets ten nadele van ze horen, maar het zijn roofdieren, en kippen, met name de eieren en de kuikens, zijn hun prooi. Ze zijn ook erg goed in hun vak en weten de kleinste zwakte in de beveiliging feilloos te vinden en er doorheen te breken. Nu kun je ervan uitgaan dat een inbreker de beste beveiliger is, maar het lijkt me toch geen goed plan om de vos het kippenhok te laten bewaken, vooral niet door hem er middenin te zetten. Friso weet heel precies wat zijn doelgroep is en hij weet ook heel erg precies hoe hij die te pakken moet krijgen en wat de risico’s voor de doelgroep zijn als hij ze te pakken krijgt. En net zo min als de vos compassie heeft met zijn prooi, heeft Friso dat met de zijne. ‘’Als de vos de passie preekt, boer let op je kippen’’ is nog steeds een heel waar woord. Als een notoire kindergezondheid-verpatser de obesitas preventie preekt, zorgverlener pas op je cliënten, moeder pas op je kinderen.

Kunstvoeding en voeden per fles zijn majeure risicofactoren voor obesitas, zoals we zagen in ‘’Melkvoeding’’ Het is niet zo dat borstvoeding het obesitas risico verlaagt, borstvoeding-ersatz verhoogt het risico (en dat van allerlei ziektes en aandoeningen). Het doel van een kunstvoedingsfabrikant, die zich verbindt aan gezondheidsprogramma’s, heeft niets te maken met interesse voor de gezondheid en het welzijn van kinderen, maar alles met het vullen en nog meer vullen van de eigen portemonnee. Een wetenschapper die zich laat betalen door een dergelijke belanghebbende bij het afwijken van de gezonde norm is ofwel te onnozel ofwel te onethisch om op het publiek los te laten. Zorgverleners die denken een waardevolle bijscholing te krijgen van een dergelijke organisator en een dergelijke spreker zouden zich nog eens over die vooronderstelling moeten buigen. De organisaties waar accreditatie is aangevraagd gooien die aanvragen liefst zo snel mogelijk in het kampvuur. Tenzij het accreditatie voor marketeers betreft, want marketing-technisch is dit natuurlijk top.

zondag 2 juni 2013

Melkvoeding

Foto: Schoolmelk in de jaren ’50-’60 van de vorige eeuw. Met een dikke laag room bovenop en een rietje door de aluminium dop gestoken. Toen we nog volop geloofden dat koeienmelk onontbeerlijk is voor mensenkinderen.

Een artikel over de wonderen van borstvoeding en moedermelk, geschreven door een onderzoeker uit de gerenommeerd groep van Hartman in Australië, op een site over melk. Gesponsord door diverse ondernemingen en productschappen uit de wereld van koeienzuivel, waaronder zuivelproductschappen uit Nederland, Australië, Nieuw Zeeland en Californië (USA) en Canada en één van ’s werelds leidende kunstvoedingsfabrikanten. De sponsors worden gepresenteerd met de aanmoedigende woorden: ‘’Onze sponsoren zijn gepassioneerd over melk en grote supporters van de melkwetenschappelijke gemeenschap.’’ Wat moet je daar nu mee. Dat zijn allemaal organisaties en ondernemingen die vooral zeer sterk geïnteresseerd zijn in koeienmelk en de economische aspecten daarvan. Ik krijg de sterke indruk dat de wetenschappers van de internetsite dat verwarren met wetenschappelijke interesse. Ik bedoel maar, waarom zouden koeienmelkmensen mensenmelk interessant vinden anders dan als model om hun geliefde koeienmelk commercieel interessanter te maken?

Toch is het een goed artikel. Echt een goed artikel, geschreven door iemand van wie de artikelen mij niet altijd tot een grote fan maken. Geddes heeft nog al eens de neiging de onderzoeksresultaten toe te schrijven naar een voordelig uitzicht voor de hoofdsponsor van de Australische onderzoeken, de kolvenfabrikant Medela. In dit artikel aait ze de sponsoren niet, integendeel, ze plaats in elk opzicht borstvoeding en moedermelk boven andere melkvoeding voor zuigelingen. Ze erkent zelfs dat drinken aan de borst meer aspecten tot recht laten komen dan enkel gekolfde moedermelk drinken. Ze compileert diverse onderzoeken van anderen tot een overzicht van aspecten die leiden tot een verhoogd risico van obesitas later door het rommelen met het eetlustgevoel van zuigelingen, namelijk kunstvoeding (of andere neit0humane melk) en niet aan de borst drinken. Vooral die laatste conclusie is, voor iemand die voor een flink deel van het inkomen afhankelijk is van een kolvenfabrikant, opmerkelijk te noemen.

Bij de rest van het artikel blijf ik me afvragen waar in het gras van de melkkoeien die adder zich verborgen houdt. Waarom zouden koeienzuivel belanghebbenden een artikel sponsoren dat hun product aan de kant zet als risicovol? Want de conclusies liegen er niet om: 
  1. Borstvoeding op verzoek leidt tot succesvolle lactatie en betere eetlust controle.
  2. Enkel in moedermelk aanwezige eetlust controlerende factoren zoals leptine, lijken de melkinname te reguleren bij borstgevoede kinderen.
  3. De moedermelk eetlust controle factoren hebben waarschijnlijk invloed op fysiologische processen zoals de ontwikkeling van de hypothalamus en het ledigen van de maag.
  4. De manier van voeden (rechtstreeks aan de borst of uit een fles) heeft invloed op de eetlust regulerende factoren, in de zin dat flesvoeding (= voeden met een fles, ongeacht de inhoud ervan) aanzet tot grotere melkconsumptie dan voeden aan de borst.
Dat is niet niks. Het is hiermee overduidelijk dat moedermelk uniek is, maar ook dat borstvoeding veel meer is dan een superieure melkvoeding. Het is het proces van het voeden en gevoed worden aan de borst dat de som van het geheel der delen exponentieel doet toenemen. Borstvoeding, dus moedermelk drinken direct aan de bron, in combinatie met het knuffelen en het gehele erbij behorende hormonale en neurologische pakket, is de norm voor het zorgen voor en voeden van het mensenkind. Dat biedt de beste basis voor het optimaal beschikbaar maken van het potentieel van het kind op het gebied van gezondheid, welzijn en ontwikkeling. Elk aspect dat uit dat pakket wordt weggenomen vermindert de kansen op het bereiken van het potentieel. Elk verwijderen van aspecten verhoogt het risico van een minder goede groei, ontwikkeling en gezondheid. Dus wel de melk, maar niet de borst geeft meer risico; niet de borst én niet de melk maakt de risico’s nog groter.

De enige redenen die ik kan bedenken waarom de sponsoren van deze site dit soort onderzoek publiceren op hun site is dat het om te beginnen zorgt voor goodwill en een feel-good boodschap (‘’Kijk ons toch eens goed bezig zijn en geheel belangeloos onze grootste concurrent steunen.’’). De andere is bedrijfsspionage. Want heel goed weten hoe de concurrent tot die fabuleuze resultaten komt is de de manier om je eigen inferieure product een makeover te geven, op te leuken en te upgraden. ’t Gaat hem evengoed niet worden, maar het houdt ze wel bezig.

Hassiotou F, Donna Geddes D:  How Breastfed Babies Control Their Own Appetite, International Milk Genomics Consortium. Opgeroepen 6/1/2013 7:49 PM
Klik op de labels hieronder voor lijsten met meer bijdragen over deze thema's.

zondag 3 maart 2013

Vetmesten

Foto: Maggie Smith als Joyce Chilvers en  Liz Smith als Joyce's Mother in  A Private Function (1984)
Varkens zijn genetisch zo ingesteld dat zij makkelijk voorraden aanleggen voor moeilijke tijden. Ze gaan economisch om met de beschikbare energie en kunnen vrijwel alles verteren en te gelde maken. Ze zijn niet kieskeurig, hoewel ze zo hun voorkeuren hebben, en zijn daarom ook bij uitstek geschikt voor mensen die een voedsel voorraad willen aanleggen en hun voedselafval en –resten niet willen verspillen. Een varken is een goede manier voor hergebruik van voedsel en investering in voedsel voor de toekomst. En wat het varken dan zelf nog heeft aan afval is prima mest voor de moestuin. Geen wonder dus dat mensen in tijden van voedselschaarste graag een varken houden, als het moet stiekem en met een paar mensen samen. Aan het varken zelf wordt niet gevraagd of hij vetgemest wil worden, die heeft het maar te aanvaarden. Aan de bijl  wordt ook niet gevraagd of hij de boom wil omhakken, noch wordt de boom gevraagd of hij wil worden omgehakt. Gereedschap en verbruiksmiddelen hoeven geen mening te hebben.
De mens lijkt in veel opzichten op het varken. In principe alleseters, zij het met enkele voorkeuren, kunnen ze vrijwel alles op de een of andere manier wel verwerken. Wat niet wordt verwerkt wordt opgenomen en weggestouwd of het wordt afgevoerd. Beide zijn meesters in aanpassing en werken met het gegeven gereedschap in de gegeven omstandigheden. Dat omnivoorschap en dat aanpassingsvermogen zijn redenen waarom mensen en varkens overlevers zijn, anders dan bijvoorbeeld de panda met zijn zeer gespecialiseerde dieet en leefomstandigheden, en niet te vergeten zijn kieskeurigheid met voortplantingsactiviteiten. Mensen en varkens hebben van dat laatste ook geen last. Maar dat wil niet zeggen dat het allemaal gezond is, niet voor het vetgemeste varken en niet voor de mens.
Mijn wijze Grootmoe zei het al: ‘’Mensen? Da’s net onkruid, niet kapot te krijgen!’’ En ze had ergens wel gelijk, we gaan er niet zo gauw ergens aan dood, maar we worden er vaak ook niet direct beter van en we blijven er ook niet altijd echt gezond van, van dat alles-eten. Hoe jonger de mens, hoe gevoeliger voor aantasting van de gezondheid, de heelheid. Maar die gevoeligheid is lang niet altijd goed waarneembaar en de effecten volgen niet altijd direct op de inname van ongeschikte voeding. Bij de meeste kinderen gaat het lichaam manmoedig aan de slag om het niet echt geschikte voedsel om te zetten in bruikbare energie en bouwstoffen. Dat is hard werken, maar het lukt de meeste kinderen uiteindelijk wel er voldoende voedingsstoffen en brandstof uit te halen om te groeien, zich te ontwikkelen en zelfs te gedijen. Afgezien van de kinderen die direct allerlei symptomen van afwijzing vertonen (allergie, darmklachten, infecties van de luchtwegen en andere), lijkt het gros van de kinderen die ongeschikt voedsel krijgen het er best goed op te doen.
Nauwkeurige vergelijking van gezondheidsgegevens van kinderen de worden gevoed met geschikt voedsel (voor mensenkinderen is dat de eerste zes levensmaanden enkele humane melk) en met ongeschikt voedsel (kunstmatige zuigelingenvoeding op basis van niet-humane melk, huisgemaakte substituten, vast voedsel voor de aangewezen leeftijd en andere) laat zien dat in de tweede groep het aantal infecties van luchtwegen en darm tijdens de babyperiode vaker voorkomen, dat er meer doktersbezoeken en ziekenhuisopnames zijn en een hogere incidentie van wiegendood. Daarnaast blijkt bij het bestuderen van de gegevens over langere termijn dat in die tweede groep later meer obesitas voorkomt en meer van de aan obesitas gerelateerde ziekten, en meer mensen die bepaalde vormen van kanker en sommige auto-immuunziekten krijgen, hoorden als baby in de tweede groep, dus de groep die niet werd gevoed met geschikte voeding.
Een complicatie bij het opmerken en interpreteren van deze gegevens, is dat enkele decennia lang zoveel kinderen de ongeschikte voeding kregen ( en de op niet soort-eigen manier werden verzorgd), dat de afwijking van de biologische norm als norm werd genomen (''Ik kreeg kunstvoeding en ben er ook goed groot op geworden.''). Die complicatie zien we ook bij varkens. Wij denken dat varkens smerige, luie beesten zijn die smerige dingen eten en in de smerige bagger liggen te draaien. In werkelijkheid zijn varkens in hun natuurlijke staat actieve dieren die ook redelijk schoon op zichzelf zijn. Als ze kunnen kiezen eten ze ook liever geen smerige bagger. Maar ja, aan het varken wordt niets gevraagd.
Mensenkinderen horen niet om de haverklap verkouden te zijn en middenoorontsteking te hebben. Ze horen door de bank genomen vrolijk en gezond te zijn met nu en dan een kinderziekte ertussendoor. Als ze gezond zijn (doordat ze op de goede manier verzorgd zijn en op een passende manier met geschikt voedsel zijn gevoed) komen ze die kinderziektes over het algemeen ook goed door. Niet dat ze verder nooit ziek zijn, natuurlijk niet, maar ze zijn minder vaak en minder erg ziek dan kinderen die ongeschikt voedsel en zorg krijgen. Als het kind kon kiezen zou hij liever het voor hem op maat gemaakte soort-eigen voedsel op de speciaal voor hem bedoelde soort-specifieke manier krijgen. Maar ja, aan het kind wordt niets gevraagd.
Eurolac Flits! met label soortspecifiek, obesitas, diabetes, allergie. Deze links leiden naar een lijst met blogs met dit label, klik op de plaatjes in de linkerzijbalk voor meer verhaaltjes.

woensdag 9 mei 2012

Doe mij maar een tapje

Foto: Belgisch bier van de tap
Volgens de echte bierdrinkers in mijn omgeving gaat er niets boven een tapje. Zo’n gul glas met een voluptueuze schuimkraag en wat condens druppeltjes aan het glas. Waar je dan zo induikt en er met een schuimsnor weer uit opduikt. Niks mis met een flesje, maar de echte liefhebber prefereert toch de tap. Wie tijdens een bergwandeling wel eens aan een bron gedronken heeft, kan dat beamen: het duurt daarna even voor je kraan- of flessenwater weer weet te waarderen. Een vriendin, die enkele jaren in Afrika had doorgebracht, vertelde dat ze na terugkomst jaren geen ananas of mango had gegeten vanwege de verregaande smakeloosheid van de geïmporteerde vruchten in vergelijking met die welke ze (min of meer) zelf van de bron oogstte.
Onderzoek door Li et al (2012) laat zien dat vers van de bron ook voor borstvoeding het beste is. Zij wogen een kleine 1900 kinderen enkele keren gedurende hun eerste levensjaar en lieten hun moeders vragenlijsten invullen over de soort voeding en hoe de kinderen werden gevoed. De onderzoekers namen het direct aan de borst drinken als uitgangspunt, als de biologische norm, waarmee alle andere manieren van voeden werden vergeleken. Dat betekent dat zij er, terecht, van uitgaan dat drinken aan de borst zal leiden tot normale groeipatronen voor kinderen in hun eerste levensjaar. Deze normale groeipatronen zijn door de WHO diepgaand onderzocht en in kaart gebracht (WHO, 2009). Li c.s. vonden dat kinderen die moedermelk per fles kregen sneller groeien dan kinderen die volledig aan de borst drinken; hoe groter het aandeel moedermelk per fles, hoe meer de kinderen in gewicht toenamen. Gemiddelde extra gewichtstoename  was voor kinderen die moedermelk per fles kregen ruim 70 gram per maand en voor kinderen die uitsluitend kunstvoeding kregen (uiteraard ook per fles) bijna 90 gram.
Eerdere onderzoeken hadden al aangetoond dat snellere gewichtstoename in het eerste jaar een risicofactor is voor overgewicht en obesitas later als kind en als volwassene. Het onderzoek van Li lijkt aan te tonen dat het eerder het hele proces en complex van borstvoeding is dat zorgt voor optimale groei en het laag houden van overgewicht risico’s, dan dat het om enkel de melksoort gaat. Het is nog niet duidelijk of de snellere groei door moedermelk per fles ook in dezelfde mate een risicofactor voor obesitas is als snellere groei op kunstvoeding. Om dit duidelijk te krijgen zouden de kinderen uit dit onderzoek moeten worden gevolg terwijl ze opgroeien.
Naarmate kinderen ouder worden en meer ander voedsel dan alleen of voornamelijk melk komen er ook meer factoren die het gewicht beïnvloeden. Het wordt dan steeds moeilijker om nu precies aan te wijzen waar eventuele variaties in gewichtsevolutie door worden veroorzaakt. Om al die beïnvloedende factoren goed te kunnen duiden zou de onderzoeksgroep veel groter moeten zijn dan de oorspronkelijke kleine 2000. Wellicht dat met de gegevens van de regelmatige terugkerende onderzoeken over zuigelingenvoeding van TNO in combinatie met de groeigegevens die door het CBS worden bijgehouden iets te doen is om een langlopend onderzoek in deze richting op te zetten.
Vooralsnog kan op basis van het onderzoek van Li veilig worden gesteld dat borstvoeding recht van de tap de veiligste optie is. Wanneer het door omstandigheden nodig is toch moedermelkvoeding te geven, zou er meer aandacht moeten zijn voor de manier van voeden en de honger- en verzadigingssignalen van het kind*.
Ruowei Li; Joselito Magadia; Sara B. Fein; Laurence M. Grummer-Strawn: Risk of Bottle-feeding for Rapid Weight Gain During the First Year of Life. Arch Pediatr Adolesc Med. 2012;166(5):431-436.
WHO Child Growth Standards: Methods and development. Growth velocity based on weight, length and head circumference. Geneva: World Health Organization, 2009.
*) Eurolac Flits! Voeding over een manier om op een veilige manier flesvoeding te geven.
Eurolac Flits! met label flesvoeding, kunstvoeding, WHO, groei, groeistandaarden, obesitas, overgewicht

woensdag 22 februari 2012

Gewicht in de schaal

Foto: Melissa McCarthy  als Molly en Kathy Mixon als Victoria in de TV serie over gewichtige mensen Mike&Molly
Het onderwerp ‘Zuigelingenvoeding en overgewicht/obesitas’ heb ik al eens eerder besproken*.  Ik wilde dat eigenlijk niet al snel weer eens doen, tot er gisteren op Twitter een vraag langs rolde (die ik niet heb bewaard, nu niet meer terug kan vinden en dus ook niet kan quoten) over hóé dat dan werkt dat kinderen die borstvoeding krijgen tegen overgewicht worden beschermd. Ik vind dat een heel legitieme vraag. Heel veel onderzoeken gaan over wat er gebeurt in bepaalde groepen subjecten onder bepaalde condities als je 1 of 2 van die condities verandert. Of ze gaan over methodes om te meten wat er verandert of hoe je zou kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren. Prospectief dubbel-blind gerandomiseerde onderzoeken (de veelgeprezen en tot gouden standaard/bijbel niveau verheven RCT’s in EBM**) verklaren vrijwel nooit het hoe van de uitkomsten. Waarom hebben kinderen die geen, weinig of kort borstvoeding krijgen meer kans om als ouder kind of volwassene te dik te worden? Is dat eigenlijk niet een veel interessante vraag dan de vraag of het zo is? Om een antwoord te kunnen geven op die vraag moet je dus aan het redeneren slaan. Om goed gefundeerd te kunnen redeneren moet je eerst alle relevante feiten op een rij krijgen. Want gezondheidspromotie is een multifactorieel gebeuren (Koot, 2012).  Om dat te kunnen doen moet je eerst vaststellen wat dan relevante feiten zijn.
Allereerst zijn daar natuurlijk de verschillende soorten melk: de ene die specifiek is aangemeten voor de eigen soort en de andere die eerst is aangemeten voor een andere soort en waar vervolgens met beperkt succes is getracht om die enigszins aan te passen aan de eigen soort. De niet soort-eigen eiwitten hebben mogelijk een negatieve invloed op het functioneren van het metabolisme. Het eiwitgehalte in aangepaste melk is ook hoger. Niet zozeer in absolute waarden, maar wel in het soort eiwitten. In moedermelk is een flink deel van de eiwitten niet bedoeld als voedsel, maar als bescherming. Een hoge voedsel-eiwit inname als baby bevordert het obesitasproces. Ook de suikers zijn anders. In moedermelk zit lactose en koolhydraten met prebiotische functies. In kunstvoeding zitten andere suikers, waaronder geïsoleerde maissuikers waarvan steeds meer de desastreuze invloed op het groeiende menselijk lichaam bekend wordt. Een hoge suikerinname zwengelt de afgifte van insuline aan, wat zorgt voor meer vetafzetting en de aanleg van plaatsen voor vetafzetting later. Moedermelk bevat ook de, in aangepaste melk volledig ontbrekende, groeifactoren die differentiatie van vetcellen onderdrukken. Moedermelk bevat, in in de loop van een voeding veranderende hoeveelheden, hormonen en andere factoren die het verzadigingsmechanisme activeren.
Naast puur de soort melk is ook de toedieningswijze een factor. Een baby aan de borst is baas over de voeding. Hij bepaalt hoe hij drinkt, hoe veel en hoe lang. Bij voeden op verzoek bepaalt hij ook wanneer. Dit honoreert zijn honger- en verzadigingssysteem, waardoor overeten minder kans krijgt. Drinken aan de borst vergt werk en naarmate de voeding vordert, stroomt de melk minder makkelijk. Dat geeft de maag ruim te tijd om te voelen of verzadiging wordt bereikt en dit bericht naar de hersenen door te sturen. Het stillen van de honger en het verzadigen van de zuigbehoefte gaan op die manier min of meer gelijk op. Kinderen die de fles krijgen kunnen haast niet anders dan in snel tempo een grote hoeveelheid voeding wegwerken. Die fles is zo snel leeg dat de signalen van de maag dat het genoeg is de hersenen pas bereiken als de fles alweer lang en breed weg is. Doordat zijn zuigbehoefte hiermee nog lang niet is gestild vertoont hij eerder gedrag dat als ‘’hij heeft nog honger’’ kan worden geïnterpreteerd, waardoor meer voeding wordt gegeven. De baby zelf heeft weinig zeggenschap over hoeveel melk hij binnenkrijgt, meestal ook niet over wanneer hij eten krijgt en daarmee wordt zijn eigen honger- en verzadigingssysteem ontkend en na verloop van tijd mogelijk uitgeschakeld. Ook de over het algemeen grote hoeveelheid voeding per keer en de langere tussenpozen zijn een factor in obesitas risico, omdat ze een basis leggen voor een dikmakend voedingspatroon: supersizing.
Naast de soort melk en de toedieningsvorm zijn er nog de indirecte factoren: het ‘’soort’’ moeder dat kiest voor borstvoeding kan ook het ‘’soort’’ moeder zijn die na de borstvoeding eerder kiest voor gezonde leef- en eetgewoonten. Moeders die gewend zijn aan borstvoeding op verzoek zijn wellicht ook minder geneigd om van hun kinderen te verlangen dat zij bij vast voedsel altijd hun bordje leegeten, maar eerder dat zij ook hierbij vertrouwen op het honger- en verzadigingssysteem van het kind. Misschien zijn moeders die bewust kozen voor borstvoeding ook wel de moeders die bewust kiezen voor gezonde vervolgvoeding en liever groenten en fruit aanbieden dan het zoet en vet van snoep en snacks.
Tot slot is er nog de factor genetica. In de evolutie van de mens tot voor kort (het begin van het  agrarische tijdperk) was het gunstig om goed te zijn in het opslaan van vetreserves voor magere tijden. Mensen die dat goed konden doorstonden hongersnoden en leefden lang genoeg om die gunstige genen door te geven en dominant te maken. In onze tijd en omgeving is er geen hongersnood meer spelen die eerder gunstige genen ons nu de zwartepiet toe.
Borstvoeding legt als factor bij overgewicht op korte en lange termijn flink gewicht in de schaal. Maar er zijn veel meer factoren die meespelen om borstvoeding als enige op te voeren.
*) Eerdere Eurolac Flitsen met het label obesitas
*) Eerdere Eurolac Flitsen met het label overgewicht
Bij veel van deze stukjes staan referenties naar onderzoeken over de risico’s van later overgewicht in relatie tot zuigelingenvoeding.
**) RCT in Eurolac Flitsen
**) EBM in Eurolac Flitsen
Jaap Koot: Ernie en het Evidence Beest. Skipr, 20 februari 2012

donderdag 16 februari 2012

Zoet

Foto: Reese Witherspoon als Melanie Smooter en Josh Lucas als Jake Perry in Sweet Home Alabama: zoet is goed
Moedermelk is zoet. En vaak ook vet. Zoet en vet zijn de smaken en mondsensaties waar mensen door worden aangetrokken en het zijn de grootste factoren in de wereldwijde obesitas epidemie. Snelle gewichtstoename in de eerste levensmaanden en -jaren laat een verhoogd obesitas risico zien en kinderen die op een goede manier borstvoeding krijgen groeien in de eerste levensmaanden sneller dan kinderen die kunstvoeding krijgen.  Zo doorredenerend zou je tot de conclusie kunnen komen dat kinderen die volop borstvoeding krijgen, genieten van die heerlijk zoetvette zaligheid, voor zichzelf een overgewichtige toekomst scheppen. Maar dat is een conclusie die niet getrokken kan worden, want uit andere onderzoeken blijkt dat kinderen die volop borstvoeding krijgen juist minder risico lopen om later te dik te worden. Dat soort onderzoeken zijn over het algemeen cohort onderzoeken, waar mogelijk ook nog allerlei andere factoren meespelen, zoals sociaal-economische status en opleidingsniveau van de ouders. Mensen die wat meer pessimistische kijk hebben op de rol van borstvoeding vinden dat je bij zulke onderzoeken er niet van uit kan gaan dat het vooral aan de borstvoeding ligt. Maar enkele weken geleden promoveerde Emanualla De Lucia Rolfe op haar onderzoek naar een betrouwbare meting van buikvet. Buikvet is de bron van het overgewichtskwaad, en wel, om heel precies te zijn, niet het onderhuidse vet om de buik, maar het vet dat onder de buikspieren en om de organen heen ligt. De Lucia Rolfe heeft nu een methode ontwikkeld om met echografie op een betrouwbare manier te bepalen hoeveel buikvet er is en of dat onderhuids vet is of diepe buikvet van het foute soort. De methode werd uitgetest op baby’s, kinderen en volwassenen en bleek in alle gevallen betrouwbaar te zijn. Al testend werd ook duidelijk dat bij kinderen die wel borstvoeding krijgen tussen 3 en 12 maanden veel minder van het slechte diepe buikvet hebben dan baby’s die dat niet krijgen. Ligt het toch aan wel of geen borstvoeding, die uitkomsten in vroegere cohortstudies. De uitkomsten komen ook overeen met andere dingen die we al wisten. Bijvoorbeeld het groeipatroon van kinderen die borstvoeding krijgen of andere voeding is anders. Kinderen die een kunstmatige vervanging krijgen groeien in de eerste maanden vaak minder hard, maar blijven in hetzelfde tempo doorgroeien , waardoor ze na 3-4 maanden harder groeien dan kinderen die de borst krijgen. En vanaf drie maanden komt juist dat verschil in aanwas van diep buikvet aan de orde. Al deze puzzelstukjes die op hun plaats vallen en het plaatje steeds completer en dus herkenbaarder maken zouden ertoe moeten leiden dat de advisering over zuigelingenvoeding op veel consultatiebureaus zou  moeten veranderen. Al te vaak schiet men nog in een paniekmodus als volledig borstgevoede kindjes na drie maanden flinke groei plotseling in een veel gematigder tempo gaan groeien. Vaak wordt al snel de fles met kunstvoeding klaargezet voor ‘’als dat zo doorgaat’’. Terwijl de moeders van kunstgevoede kindjes die na drie maanden doorgaan met het aankweken van diep buikvet worden toegejuicht vanwege hun zo geweldig groeiende baby. Wat ik me nu afvraag is of die kunstgevoede kindjes dat buikvet aankweken vanwege het soort melk dat zij krijgen of vanwege de manier van toediening. Kinderen die met de fles worden gevoed hebben vaak minder voedingsmomenten per etmaal maar met een groter volume. Mijn theorie is dat die manier van voeden in elk geval een factor is bij latere te grote gewichtstoename, doordat die manier van voeden leidt tot een gewoonte van snelle, grote maaltijden, waarbij de maag steeds verder wordt opgerekt. Zodat op den duur alleen oversized porties nog genoeg zijn. Maar of dat bij kindjes tot een jaar ook al zo zou werken? Ik weet het niet. Ik denk dat de vreemde eiwitten, de andere suikers en vetten ook een belangrijke rol zullen spelen. Maar ik kijk toch uit naar een onderzoek waarbij een groep kinderen de fles krijgt op de traditionele manier en een groep die op borstmanier geflest wordt.
Eurolac Flits Suiker en vet
De Lucia Rolfe E: The Epidemiology of abdominal adiposity:Validation and application of ultrasonography to estimate visceral and subcutaneous abdominal fat and to identify their early life determinants. Dissertatie. (2012)

zondag 5 februari 2012

Epidemie

Foto: Dustin Hoffman als Sam Daniels in Outbreak, de film op basis van het gelijknamige boek door Robin Cook over een zich snel en onbeheersbaar uitbrekende epidemie.
Op twitter schreef @PuurSpeelGoed me: ‘’ … Ik hoop ook nog op een column van jou over dikke Baby's en bv…’’. Mijn antwoord was: ‘’U vraagt en wij draaien, dikke baby’s komen eraan’’. En inderdaad, de dikke baby’s en peuters en kleuters komen eraan. Zo snel en in zo’n mate dat men wel spreekt van een epidemie. Naar de letter genomen is het dat niet, want bij een epidemie gaat het om een besmettelijke ziekte, meestal van virale aard, die vrij plotseling optreedt onder een veel groter aantal mensen dan gewoonlijk, en ook weer vrij snel over gaat. Obesitas en overgewicht zijn zeker geen besmettelijke ziektes en de opkomst is eerder langzaam van start gegaan. Het einde is evenmin in het zicht. Maar het deel van de definitie dat gaat over ‘’in veel grotere aantallen dan normaal’’ dat gaat helemaal op. En de snelheid waarmee het om zich heen grijpt neemt ook toe. Overheden worden er zenuwachtig van want meer overgewicht betekent meer zieke mensen en meer zieke mensen kosten meer geld. Tot voor kort was het voor overheden zeer profijtelijk om de marktwerking te laten werken, want voedingsmiddelenfabrikanten brengen lekker veel geld in het belastingenlaadje. Inmiddels lijkt het erop uit te lopen dat de kosten de baten gaan overstijgen. De eerste zet is om de verantwoordelijkheid bij de burger zelf te leggen: u, mijn beste burger, besluit zelf bij elke hap of die de mond in gaat of niet. Het is volledig uw eigen schuld als u te dik wordt. (en je hoeft toch niet die reclame te kijken en die te geloven!) Maar nu worden in eveneens snel toenemende mate ook meer kinderen en steeds jongere kinderen te dik en ontwikkelen zij ziekten die we eerder alleen bij volwassenen van rijpere leeftijd zagen (diabetes, hoge bloeddruk). Gelukkig kan je als overheid ook daar de burger zelf de schuld van geven, want die domme, onverantwoordelijke ouders doen het volledig verkeerd.  Die geven hun kinderen junkfood, koken niet meer zelf, laden hun kinderen vol met vet en zoet en laten ze alleen nog maar zitten. Die afschuiftactiek, die werkt natuurlijk niet en dat weet de overheid zelf ook wel. Dus moeten er richtlijnen komen om de ouders te begeleiden bij het handhaven van een gezond gewicht voor hun kinderen. Want na en naast de eigen-schuld-tactiek is de overheid er ook van overtuigd dat je gewone mensen niks zelf kunt laten beslissen. En dus is er nu een richtlijn voor zorgverleners van Jeugdgezondheidszorg om overgewicht te voorkomen, opsporen en behandelen. Ik heb het ding niet helemaal gelezen natuurlijk, maar alleen de speciale opmerkingen over de leeftijdsgroep tot 2 jaar. Want die hebben aldus de opstellers, speciale aandacht en andere begeleiding nodig. En wat schetst mijn blije verbazing wanneer ik ‘’geef borstvoeding’’ als eerste preventie zie staan. Zomaar zwart op wit in een document waarin uitdrukkelijk in de eerste bladzijden wordt gesteld dat het op bewijs gebaseerde leeskost is. Dáár staat het: ‘’Universele preventie houdt in het stimuleren van Borstvoeding, Bewegen, Ontbijten en het verminderen van (gezoete) Frisdranken, Fastfood, Tussendoortjes en Televisie kijken/computeren (BOFT).’’ (VU et al, 2011). en dat vlak na het verschijnen van de multidisciplinaire richtlijn borstvoeding die onlangs uitkwam. Ik verwacht dat de Nederlandse borstvoedingscijfers in de komende tijd de pan zullen gaan uitrijzen. Alle kinderen aan de borst en de paar die dat niet kunnen omdat moeder echt geen melk kan maken krijgen donormelk.
Toch …
Ja, toch …
Ach, happy dreaming. Maar het staat er toch maar dat borstvoeding geven op de eerste plaats komt bij de preventie van overgewicht en pyjamapapjes worden stellig ontraden, tegelijk met gezoete dranken en junkfood. Ik ben ook blij met de aanbeveling om kindjes alleen in autostoeltjes te zetten bij vervoer en dat kindjes die kunnen lopen ook beter kunnen lopen dan gereden worden.
Jammer dat de richtlijn in de pers is gekomen met als titel ‘’Dikke baby’s zijn niet schattig’’. Het geeft een veel te eenzijdig beeld van een eigenlijk heel goede richtlijn, over het geheel genomen. (En: heel eerlijk, een baby met wat vlees op zijn botjes ziet er echt veel leuker uit dan eentje die eruit ziet of ze al aan het trainen is om de catwalk op te gaan.)
PS. Omdat ik toch altijd wel iets te klagen wil hebben: er had ook nog in kunnen staan dat kindjes die schijnbaar overgewicht hebben in de eerste levensmaanden én die enkel borstvoeding aan de borst op verzoek krijgen, geen verhoogd risico hebben voor later overgewicht.
PPS. In mijn persoonlijke onderzoeksgroep van 5 waren er twee als baby eerder aan de kleine en magere kant (bij de ene stond de zuster van het burootje zelfs handenwringend heen en weer te kijken tussen de weegschaal en de curve). Deze twee zijn nu, in tegenstelling tot de andere drie die zeer welvarende baby’s waren (waarvan er zelfs één op dieet gezet dreigde te worden op de gevorderde leeftijd van 7 maanden), van gewichtiger aard. Ja, ja, onderzoek versus het echte leven …
VU, CBO en TNO: (Concept)Richtlijn Overgewicht Jeugdgezondheidszorg: Preventie, signalering, interventie en verwijzing. VU Medisch Centrum / EMGO+, Amsterdam; Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO, Utrecht; TNO Innovation for Life, Leiden. 2011
.

donderdag 5 januari 2012

De evidentie bewijzen

Foto: Emily Deschanel als Dr. Temperance "Bones" Brennan en haar team in Bones, waarin ze altijd op zoek is naar wetenschappelijk bewijs
Mijn vaste lezers zullen het al wel hebben opgemerkt: ik heb een haat-liefde verhouding met wetenschap. Ik ben geen gelovig mens, dus dingen moeten voor mij waarneembaar of aantoonbaar zijn om waar te kunnen zijn. De Wetenschap gaat ervan uit dat alleen dat wat door wetenschappelijk onderzoek bewezen is ook waar is. Uitkijkend op mijn winterse tuintje zie ik dat er nog groene blaadjes aan sommige planten zitten, groene, oranje-rode en rood-bruin tot zwarte rozenbottels en bruin-verdorde uiteinden aan het siergras. Dat is een accurate waarneming; er mankeert niets aan mijn ogen dat niet met een bril of lenzen is op te lossen en ik ben niet kleurenblind. Ik ga er dus van uit dat dat een waarheid is. En u, lezer, zult mij op mijn woord moeten geloven. Waarschijnlijk doet u dat ook, want dat zijn de kleuren die je in dit jaargetijde, met meer vocht en hogere temperaturen dan gemiddeld in deze tijd van het jaar, kunt verwachten te zien. Deze waarheid is dus een beredeneerbare waarschijnlijkheid, maar kan niet door wetenschappelijk onderzoek worden bewezen. Ik kan foto’s maken, maar wie zegt u dat ik daarmee niet ga manipuleren, of dat de kleurfilter juist is of dat de weergave op uw computerscherm hetzelfde is als wat ik door mijn raam voor me zie? Maar u heeft ook geen wetenschappelijk bewijs nodig, want als ik nu uitkijk op een tuintje en daarin staan planten, dan is het naar alle redelijkheid en waarschijnlijkheid een correcte kleurweergave die ik u in woorden heb gegeven. de evidentie heeft geen bewijs nodig. (De andere kant van mijn verhouding tot de Wetenschap, het uitvoeren van onderzoek en daarmee dingen lijken te bewijzen die in alle redelijkheid niet kunne  waar zijn, bewaar ik voor een andere keer.)
En zo zit ik dan te kijken naar een artikel dat op basis van de titel veelbelovend leek: De invloed van borstvoeding en lage met suiker gezoete frisdrank inname op obesitas bij Hispanische peuters (USA). Nu wisten we al uit andere onderzoeken dat kinderen die borstvoeding krijgen en dan vooral kinderen die de eerste zes maanden exclusief borstvoeding krijgen meer kans hebben op een normale gewichtsontwikkeling en dat geen of kort of weinig borstvoeding krijgen leidt tot een aanmerkelijk verhoogd risico van obesitas later in de kindertijd en als volwassenen. Het is ook al lang en breed duidelijke dat hoe meer gesuikerde frisdrank je drinkt hoe groter je risico van overgewicht. Ik was erg benieuwd hoe daar nu nog nieuw onderzoek nieuwe inzichten in kon bieden. Maar dat kon dus niet, het evidente werd, met de beste wetenschappelijke methodes, bewezen. Minder borstvoeding gaf dikkere peuters. Meer gesuikerde frisdrank gaf dikkere peuters. En  --tromgeroffel en aanzwellende violen – hoe minder borstvoeding in combinatie met hoe meer gesuikerde limonade gaf de dikste peuters. Jòh, écht. Je meent het. 
Alleen werd het natuurlijk zo gebracht dat veel borstvoeding en weinig limonade tot voordeel leidt, in plaats van dat het risicovolle gedrag als zodanig werd benoemd.

Welkom bij Eurolac!

Eurolac! is een onderdeel van Eurolac Lactatiekunde

Dit is het oude blog.

Voor de nieuwste berichten en voor diepgaande informatie, achtergrondartikelen, hulp en ondersteuning ga je naar www.eurolac.net. Hier vind je ook de Eurolac Lactatiekunde Webwinkel

Labels

aan-de-borstvoeding aanbevelingen aandacht aangeboren aangeleerd aanhappen aanklikbedje aanleg aanleggen aanleghulp aanname aanpassen aasgieren ABC abces ABM achtergrond achterkamertjes acrobatiek actie acupunctuur ademhaling ADHD adolescent adoptie advies advisering advocaat AFASS afbouwen affectie affectief afhankelijkheid afkoeling afkolven afleiding afsluiten afstamming afstrepen aftellen afvallen afvalstoffen afweer afwijking afwijzen agressie alcohol Alexandre Dumas alledaags alleen allergeen allergie allo-ouderschap allopathie alternatieve zorg aminozuren Amsterdam anamnese anatomie Angelina Jolie angst Anna Staas-Vink anorexia antibiotica anticonceptie antropologie apart apoptose apparaat appels archetype argument asimov ASS assortiment astma asymmetrie atopisch Attachment Parenting attachment theorie attitude autostoeltje baby baby-led-weaning babyverzorging babywise bacteriën bad badzout bakerpraat bakerpraatjes balts baren baring baringsrituelen bed-sharing bedrog beeldvorming begeleiden begeleiding begroting beha behandeling behoefte behoeften belasting beleid beloften beloning beoordeling beperken beroep beschadigen beschermen bescherming besmetting beurs bevalling bevorderen bewaren beweging bewerken bewijs bewijslast bewustzijn BFHI bijgeloof bijhouden bijscholing bijten bijvoeden aan de borst bijvoeding bijzonder bilirubine Biological Nurturing biologie biologisch biologische zuivel bitter blauwdruk bloed bloedarmoede bloedcellen bloeddruk bloedstolling bloedsuikers blootstelling BMI boek bonafide borst borstabces borsten borstkanker borstmassage borstonderzoek borstontsteking borstproblemen borstverkleining borstvoeding borstvoeding.com borstvoedingcafe borstvoedingcijfers borstvoedinginformatie borstvoedingmanagement borstvoedingorganisatie borstvoedingsbeleid borstvoedingsduur borstvoedingsorganisatie borstvoedingsthee borstvoedingvriendelijk borstweigeren botdichtheid botvorming boulemie bouwstoffen Bowlby BPA Brian Palmer brood broodjeaapverhaal buidelen buitengewoon cadeautjes caius calcium calendula campagne candida albicans capaciteit cariës caseine changeling chapeau chefkok chimpansee China chocolade clausule clusteren clusterkolven CMV co-ouderschap co-sleeping Cochrane Code coeliakie cohortstudie colostrum comfortabel commercie commissie communicatie compassie complementair complex complicated congruent consequent consequenties consultatiebureau contra-indicatie controle corrupt cortisol counseling couveuse CT cultuur cyclus D-MER D-TSR DALY's dankbaar darm darmflora darmfunctie David Sackett debat deficientie dehydratie delen demoniseren deskundig determinanten diabetes diagnose Diane Wiessinger diarree diëtiek dik discreet discriminatie discussie dissociatie DNA doel dokters dompelbad domperidon donormelk doorverwijzen doorzetten doula dr. Jay gordon draagkracht draaglast draagling draak dragen drempels drinken drinkproblemen drinktechniek druk dubbele boodschap duimzuigen duurzaamheid dwang E-Sakazakii EBM EBP echografie ecologisch borstvoeden ecologische voetafdruk economisch economische waarde eczeem educatie eenvoudig eerlijkheid eetproblemen eetstoornis eierstokkanker Einstein eiwitten emancipatie emotie emotioneel welzijn emotionele beschikbaarheid empathie energie epigenetica Erikson erotofobie eten ethiek etiket etniciteit eurolac evalueren evidencebeest evolutie examen exclusief excreet excuus experimenteren extreem fabels fabeltjes fabrikanten Facebook factoren familie fanatiek feel-good feest feestdagen feiten feminisme fenegriek filmpje filosofie flash-heating fles flesvoeding flesweigeren flow focus fopspeen forensisch onderzoek forum foto's fouten freakshow frenulum frequent voeden freud functie functional food functionaliteit fysiologie gadgets galactogoog galega gastcolumn gebakken lucht gebit gebonden geboorte geboortegewicht geboortetrauma gedijen gedrag geelzucht geen kwaad doen geheim gehemelte gehemelteplaatje geinduceerde baring geinduceerde lactatie geïnduceerde lactatie . geit geld geloven geluk gelukkig gemiddeld gender genen GenerationR genetische manupulatie Gentiaan Violet George Clooney geschiedenis geur gevaar gevaarlijk gevaren geweld gewicht gewichtsverlies gewoon gezin gezond gezonde voeding gezondheid gezondheid moeder gezondheidsclaims gezondheidsinformatie gezondheidsprogramma gist glucose go with the flow goed goed genoeg goud griep groei groeistandaarden groen groene_leem grondstoffen grootmoeder gulden snede gynaecoloog halfjaar HAMLET handelplan hard drugs harry piekema hart hart- en vaatziekten hartfunctie hechting heks helen helper herinneren hersenen hersenontwikkeling heupdysplasie Hippocrates hirsutisme historie HIV HM4HB HMF holistisch honger hongersignalen honing hormonen horror houdbaarheid houding Hugh Laurie huidcontact huidflora huilen hulp hulp zoeken hulpmiddel hulpmiddelen hulpset hygiene hygiëne hype hyperlactatie hypoglycemie hypolactatie hysterie IBFAN ideaal IFE ijs ijzer IL-10 illusionist immuniteit immunologie immuuncellen Ina May Gaskin inbakeren individu indoctrinatie industrie infectie infecties inflammatie informatie informeren infuus ingetrokken tepels ingewikkeld ingrediënten ingrijpen initiatierite inleiden inschatten instinct instincten instinctief voeden instructie insuline intake intelligentie intentie inter-species zogen interactief interventie intiem intolerantie introductie inventariseren investering invloed invoelen inwikkelen inzet IQ irritatie Ja zuster nee zuster Jack Newman James McKenna JGZ JHL jodium Johan Cruijff Johnny Depp jonge moeder journalist jubileum Kangoeroe Moeder Zorg kanker kansen kapotte tepels karakter KDV keizersnede kennis kennisoverdracht keuze keuzes keuzes maken kiezen kijken kin kind kinderarts kinderdagverblijf kinderopvang kindersterfte KISS klacht kleur klierweefsel klinische lactatiekunde KMC KMZ knippen koemelk koesteren koestering koffie koken kokosolie kolf kolonisatie kolven korte tepels kosten kosten gezondheidszorg Kotlow koude kraam kraamafdeling kraambed kracht krampjes kritiek kruiden kruipen kunstvoeding kwakzalverij kwaliteit laat-prematuur lactaptin lactatie lactatiekunde lactatiekundige lacteren lactoengineering lactoferrine lactogenese LAM lange termijn langvoeden lanoline leefomgeving leiden lekken lengte lente leren leren aanleggen levende cellen levensles lezen lichaamscontact liefde lipriempje literatuuronderzoek LLL lobby logica logopedist loslaten luchtweginfecties luiers luisteren maag maagdarminfecties maaginhoud maagzuurremmers maan maat maatschappij macgyveren machinaal maffia magie magisch malafide mama maneschijn manieren manipuleren mannelijke lactatie marketeer marketing massage mastitis matrix Max Tailleur mazelen meanderen Meatloaf Medela media medicalisatie medicijnen medicijngebruik medische misser medium meerling melk melkbank melklijsten melkproductie melkstase melkstroom melktransfer melkzusters menarche menselijk mensenrechten menstruatie Meryl Streep met rust laten meten methode Michel Odent micronutriënten middenoorontsteking mijmeren milieuvervuiling min Miranda Kerr mode moe moeder moeder en kind nabijheid moeder-en-kind-nabijheid moedergodin moedergroep moedermelk moedermelknetwerk moedermelkvoeding moederschap mondflora mondonderzoek Montessori morbiditeit mores mortaliteit motieven motivatie motorische ontwikkeling MRI MRSA multidisciplinair multimoeder multiple sclerose mythe nabijheid nachtouderschap nachtvoedingen nadelen nadenken nalaten namaak nature-nurture natuur natuurlijk nauwkeurigheid NEC neerslachtigheid Nestle boycot nicotine nieuw nieuwsgierig Nils Bergman niplette non-nutritief noodsituatie norm normaal normen en waarden normwaarde Nurse Jackie nutriënten Obelix obesitas obsceen observeren obstreticus oedeem oefenen oestrogenen ogen oligosacchariden olympisch oma omega 3 omgeving omweg onaangepast onafhankelijkheid onconditioneel onconditioneel opvoeden onderkaak onderscheid ondersteuning ondervoeding onderwijs onderwijzen onderzoek onderzoek retrospectief onderzoeken onderzoeker onderzoekmethodes ongemakkelijk ongewenst zwanger ongewoon ongezond onrustig drinken ontdooien ontmoeten ontspannen ontsteking ontwerp ontwikkeling onvoldoende onvoorwaardelijk onvoorwaardelijk ouderschap onwennig oorlog oorontstekingen oorzaken opbrengst openbaar openbaar voeden opgelucht opleiding opleidingsniveau ouders oplossing opoffering oproep opties opvoeden opvoeding opvolgmelk opzoeken orale anatomie organische chemicaliën osteoporose Oud en Nieuw ouder-kind-interactie ouders ouderschap overdenking overeenkomsten overgewicht overheden overheid overleg overleven overproductie oververhitting oxytocine paced bottle feeding pacifisme pap papa parasiet partner pasgboren pasgeboren passie pasteuriseren patroon Paula Meier PCOS pech pedagoog peer support peercounseling pepermunt perceptie perfectie perinatale sterfte perspectief PET Peter Facinelli peuter pijn pijnbestrijding Pink pink ribbon plaats placebo plagiocefalie plan plan B plannen plezier politiek portie portiegrootte postnatale depressie postpartum bloedverlies powerpoint PPD prematuur prenataal afkolven prenatale depressie prenatale ontwikkeling prestatie preventie prijsvraag primaten prins prinses priorteit probiotica PROBIT probleemgedrag problemen problemen maken problemen oplossen productie professioneel profijt programma prolactine promoten promotie protocol psychologie PTSS puber radicaal ramp Rapley Raynaud RCT reactie realiteit rechten van het kind rechten-van-het-kind reclame redden redenen redeneren referentie referenties reflexen reflux regelen regelmaat regels reinheid relactatie relatie religie respect responsief ouderschap reuk revolutie richtlijn Riley ringsling risico risico van geen borstvoeding risicogedrag rituelen Robert De Niro robot roes roken rollen Romeo en Julia röntgenfoto routines rouw rozengeur RPS ruimte rumenzuur rust rustig RVP safe motherhood sagen salie salma hayek Salmonella samen samen slapen samenspel samenstelling samenwerking SBO congres scan Scandinavië schaamte schaap schade scheiding-van-moeder-en-kind scheidingsangst scheikunde schema schildklier schimmel schimmelinfecties schisis schizofrenie scholing schoonheid schrijven schudden schuim schuld schuldgevoel secreet seksisme seksleven seksualiteit seksuele mishandeling sensitief ouderschap sensitieve zorg SES Shakira show SIDS silicium simultaan voeden sintjanskruid slaap slaapcondities slaapcyclus slaapgebrek slaapomgeving slaappatroon slaapproblemen slaapritme slaaptraining slapen slendang smaak smaakontwikkeling smoes sneeuw sociaal gedrag sociaal netwerk socialiseren softdrugs sondevoeding soortspecifiek SPECT speen speenhoes spelen spelregels spenen spijsvertering sponsoring sport spraakontwikkeling spreken sprongetjes sprookjes spruw spugen stamcellen stand standaard stappenplan start statistieken Stefan Kleintjes stemherkenning sterk steun stoppen storen stress strijdmodel structuur studie stukjes stuwing substituut suiker suikermetabolisme suikerwater suppletie surrogaat symbiose taal taboe tandemvoeden tanden tattoo TBS te veel melk te weinig melk team technieken technologie tegendruk tegenwerken tellen temperatuur tentoonstelling tepelhoedje tepelkloven tepelproblemen tepels terminologie testosteron TGF-beta1 The Bad Mother's Handbook thema therapeutisch flesvoeden therapie thymus tienermoeder tijd tijger TNO toeschietreflex tolerant tong tongriem tortocillis toveren toxinen TRAIL triple P troosten trots trouw trucjes tweeling twijfel twilight type uitkomsten uitvinden Uncle Vernon UNICEF uniek universiteit urban legend utopia vaardigheden vacceenzuur vaccinatie vacuum vader vaderrol vaderschap vak vakantie valentijn vallen vampier variabelen variatie vaste voeding VBBB VBN vechten vegetariër veilig veiligheid verandering verantwoordelijkheid verantwoording verdediging verdriet vergelijking verhalen verkoudheid verliefd verloskundige vermoeidheid verondersteld te weinig melksyndroom verschillen verslikken verstopping vertrouwen verwaarlozing verwachten verwachting verwachtingen verwarmen verwarring verwennen verzadigingsignalen verzorgen verzorging vet vetzuren vies vingervoeding virus visite vitamine A vitamine B vitamine C vitamine D vitamine K vlakke tepels voeden voeden op verzoek voeding voeding moeder voedingesindustrie voedingsbeha voedingscentrum voedingsfrequentie voedingskussen voedingsmethode voedingspatroon voedingsstoffen voedingswaarde voedsel Voldemort voldoende volksgezondheid volledige zuigelingenvoeding volturi voorbeeld voorbereiden voorbereiding voordeel voordelen voorkeurshouding voorkomen voorlichting voornemen vooronderstelling voorschrift voortgezette borstvoeding voorwaarden vorm vraag vraag en aanbod vragen vreemd vreugde vriezer vrijwilligers vroede vrouw vroeggeboorte vrouw vruchtbaarheid vuistregels vulture vuurwerk vzwBorstvoeding waarde waarheid WABA wapens WAPF warmte water waterhuishouding waterpokken waterwereld WBW weeën wereldvrede werkende moeder werkende vader werkgever Weston A Price wetenschap wetgever WHO Whoopi wiegelied wiegendood wijkverpleegkundige wijsheid will smith winkel winkel concept winst wisselkind woede wolf wondermiddel woonomgeving woorden workshop WYSIWYG Yvo Smulders zalf zelfbeschikking zelfregulatie zelfstandig zelfvertrouwen ziektelast ziekteverekkers ziel zien zilver zink zintuigen zitten zoeken zoet zoethoudertjes zonlicht zonnesteek zoogdieren zoogkompressen zorg Zorg voor Borstvoeding zorgen zorggedrag zorgverleners zorgzaam zout zuigbehoefte zuigelingen zuigelingenvoeding zuigen zuigfles zuivelindustrie zwanger zwangerschap zwembad

Drukwerk educatieve materialen

Prijsprinter - copyshop - banner