Pagina's

Eurolac!

Een blog met (bijna) dagelijkse columns over borstvoeding, hoe het gaat, hoe het ook zou kunnen. Discussie, ironie, satire en parodie worden als stijlbloemen niet verguisd, naast gewone recht-toe recht-aan informatie.
Posts tonen met het label diabetes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label diabetes. Alle posts tonen

woensdag 2 oktober 2013

Verstoord

Foto:  John Noble als de lichtelijk gestoorde onderzoeker Dr. Walter Bishop in  Fringe (2008–2013)

Dr Lawrence Noble, MD, IBCLC, FABM, (niet gerelateerd aan de acteur en allerminst gestoord) spreekt over de darmen en dat ene flesje in ‘’What’s really wrong with one bottle’’. Hij begint met uitleggen dat ondanks goede voornemens veel moeders minder lang borstvoeding geven dan ze wilden of dan de experts aanbevelen. Dat ene eerste flesje kan daarin een belangrijke factor zijn, omdat die kan leiden tot meer flesjes, minder vertrouwen in eigen kunnen, teruglopende melkproductie en uiteindelijk volledig overgaan op kunstvoeding. De rest van de lezing gaat volledig over wat er dan precies zo verkeerd is aan kunstvoeding in plaats van borstvoeding. Hij eindigt met de aanbeveling om alle moeders aan te moedigen hun kind volledig aan de borst te voeden, zorgen over te weinig melk of de groei van hun kind altijd serieus te nemen en alles goed te onderzoeken, maar moeders ook gerust te stellen als alles normaal is, en om altijd de WHO groeistandaarden te gebruiken voor het monitoren van groei.

Door een uitgebreide uitleg van hoe moedermelk de darmflora maakt tot een gezonde omgeving voor spijsvertering en afweer tegen ziekte komt hij tot de conclusie dat kinderen die voldoende lang uitsluitend borstvoeding krijgen een goede, integere darm met een mooie flora krijgen, waardoor zij weinig kans hebben om te gaan lijden aan en lekkende darm, infecties en ontstekingsreacties, dat zij hierdoor en door de zelfregulerende werking van aan de borst drinken, waardoor er geen supersize-gewoonte ontstaat en een chronische te hoge voedselinname, een goede kans hebben weinig last te hebben van infecties, NEC, eczeem, obesitas, diabetes 1 en 2, en hart- en vaatziekten.

Wat Noble in dit verhaal eigenlijk doet, is het verklaren van het waarom achter de uitkomsten van onderzoeken die allemaal de slechtere gezondheidsprognoses van geen-borstvoeding aantonen. Die onderzoeken laten allemaal alleen maar zien dat de voeding van de zuigeling invloed heeft op de gezondheid de rest van het leven, maar niet waarom dat zo is. 

In vogelvlucht een paar van de zeer interessante items die hij bespreekt. Koeien-insuline in de kunstmatige zuigelingenvoeding kan de aanmaak van anti-insuline afweerstoffen veroorzaken, waardoor zijn pancreas kan worden aangetast, waardoor hij geen insuline meer kan aanmaken. Het resultaat hiervan is diabetes type 1. (let op: kunstvoeding *kan* dit veroorzaken, gelukkig gebeurt dit niet altijd.)

Vervolgens komt de darmgezondheid aan de beurt. Moedermelk bevat een onvoorstelbare hoeveelheid stoffen die tegen allerlei soorten infecties werken. In kunstvoeding zitten er ook een paar, enkel soorten die eenvoudig te isoleren en na te maken zijn en die niet duurder zijn dan goud om te verkrijgen of na te maken. Vervolgens zorgt moedermelk voor een niet-lekkende darm, wat de passage van ongewenste stoffen naar de bloedbaan verhindert. De darmflora wordt in het eerste levensjaar gevestigd en die van een kind dat moedermelk kreeg is deze rijker en meer gevuld met vriendelijke organismen, die van een kind die voornamelijk of enkel kunstvoeding kreeg vooral et vijandige organismen.

De soorten koolhydraten en andere energieleveranciers in moedermelk zorgen voor een optimaal metabolisme, terwijl andere voeding het metabolisme zodanig verandert dat op de lange termijn obesitas  en de daarbij horende ziekten op de loer liggen. En passant demythologiseert hij de beroemde of beruchte studie uit Belarus waaruit zou blijken dat borstvoeding niet beschermt tegen obesitas en haalt hij andere, minder wijd gepromote studies naar voren, die wel goed zijn opgezet en uitgevoerd, waaruit wel degelijk de desastreuze invloed van kunstmatige zuigelingenvoeding p het levenslange metabolisme blijkt.

En passant haalt hij ook nog even het effect van zuigelingenvoeding op het gemiddelde latere bloeddrukplaatje aan. Het blijkt dat de diastolische bloeddruk van voormalig borstgevoede volwassenen 3 mm lager is dan van hen die als kind werden kunstgevoed. NU zal men al snel denken, 3mm lager, wat kan dat nu voor effect hebben Wel, andere berekeningen laten zien dat een gemiddelde daling in een populatie met die 3mm diastolische druk kan leiden tot een afname van de incidentie van hoge bloeddruk met 17%, van hart- en vaatziekten in het algemeen met 6% en beroertes met 15%. In de USA zou dat neerkomen op 100.000 minder gevallen van hart- en vaatincidenten. Deze effecten zijn groter dan die van alle andere niet-medicinale interventies samen (gewichtsverlies, zout beperking en lichaamsbeweging).

Het voeden van een kind met niet voor hem bedoelde voeding verstoord zijn systemen en dat leidt uiteindelijk tot een mindere gezondheid. Je zou er gestoord van raken als dat toch maar stelselmatig wordt ontkend.

dinsdag 17 september 2013

Genezen

Foto: Kourtney Kardashian kolft met de hand melk af op het been van haar zus Kim Kardashian voor het verlichten van haar eczeem.

Levende wezens staan bloot aan allerlei vormen van dysfunctie als gevolg van verwondingen en invasies door ziekmakers. Het lichaam van elk levens wezen heeft ook zelfgenezende vermogens. Veel planten groeien gewoon verder als er een stuk wordt afgesneden, zoals mensen merken als ze opnieuw hun grasveld gaan maaien. Sommige dieren kunnen ook nieuwe lichaamsdelen laten aangroeien als ze een stuk aan een aanvaller moesten prijs geven. Alle dieren, inclusief de mens, hebben een afweersysteem om infecties en andere aanvallen van ziekmakers af te weren. Soms is weten wat je moet eten of doen om van een ziekte of infectie af te raken onderdeel van dat zelfgenezende vermogen. Honden en katten eten bijvoorbeeld gras als ze misselijk zijn. Grazers weten instinctief welke kruiden ze op een bepaald moment nodig hebben.

Mensen hebben eveneens in de miljoenen jaren van hun bestaan geleerd welke planten goed werken bij welke ziekten en aandoeningen. In alle windstreken, in alle klimaten en op alle plaatsen waar mensen leven, groeien planten met geneeskrachtige werking voor een diversiteit van aandoeningen. De kennis daarvan is overgegaan van moeder op dochter, van sjamaan op leerling, van generatie op generatie. Nieuwe planten en nieuwe ideeën werden uitgetest door ervaren genezers. De kennispoel is schier oneindig als je alle traditionele kennis over gezondheid en ziekte bij elkaar zou optellen. Met de opkomst van de moderne wetenschap en het commercieel vervaardigen van geneesmiddelen is deze kennis eerst in onbruik geraakt, vervolgens werd het afgedaan als obsoleet en tot slot werd het van tafel geveegd als kwakzalverij. Dat doet aan de waarheid en de werkzaamheid van natuurlijke geneeskunde niets af, alleen wordt het niet meer geloofd. Want wie wordt er nu helemaal rijk van plantenmiddelen? Moderne geneesmiddelen zijn vooral heel gezond voor de fabrikanten, en dan vooral hun portemonnee. Deze fabrikanten zijn er heel erg goed in geslaagd om de medische wereld en overheden ervan te overtuigen dat zij ook gezond zijn voor de mensen en dat niet-commerciële middelen, waarvoor geen claims zijn gekocht gevaarlijk zijn.

Bovenstaande uitleg verklaart waarom u bij de producten in mijn webwinkel geen beschrijvingen zult vinden over waarvoor ze te gebruiken zijn en wat de werking is. U zult om diezelfde reden ook geen verwijzingen vinden naar artikelen die die werking verklaren. Dat is voor uw eigen bestwil, hoor! Het is naar verluid ter bescherming van de onnozele consument om niet zomaar van alles op de verpakking van een middel te zetten als dat niet eerst volgens de gouden standaard van onderzoek bewezen en middels een duur gekochte claim bevestigd. Het feit dat dat middel al duizenden generaties lang voor bepaalde doelen en met succes werd gebruikt doet hier absoluut niet ter zake. Waarschijnlijk was die werking gewoon het resultaat van massahysterie of epidemische placebowerking.

Wat ik wel kan doen is u vertellen over een krachtig natuurlijk geneesmiddel, dat u niet bij mij of iemand anders kunt kopen. U kunt het zelf maken of u kunt het krijgen van iemand die het zelf maakt. Het is een middel dat zeer geschikt is voor heel jonge kinderen, zelfs te vroeg geboren kinderen verdragen het goed en reageren er goed op. Het bestrijdt een groot deel van alle bekende bacteriën, virussen en schimmels, zet het eigen immuunsysteem aan om optimaal te werken en het is absoluut vrij van ongewenste bijwerkingen. Het kan in- en uitwendig worden toegepast en kan nooit worden overgedoseerd. Bij een te lage dosering is het effect minder goed, maar het kan geen kwaad. Er zijn geen meldingen van resistentie, noch van allergische reacties. Een enkele keer kan het voorkomen dat er een ongewenste contaminatie in zit, maar dat is eenvoudig te verhelpen door een kleine aanpassing in het productieproces. Voor een optimaal effect krijgen pasgeboren kinderen dit middel als enige voedsel in de eerste zes maanden van hun leven en in de jaren daarna als belangrijk onderdeel van hun dagelijks menu.

Dit middel heeft al laten zien werkzaam te zijn tegen infecties van het maag-darmstelsel en de luchtwegen, tegen obesitas, diabetes, sommige vormen van kanker, hart- en vaatziekten, osteoporose en chronische darmaandoeningen. Bij uitwendig gebruik is het een effectief middel bij het bestrijden van oog- en oorinfecties, huidinfecties en eczeem, en bij kleine verwondingen. Op deze pagina's wordt dit middel in al zijn diversiteit en brede inzetbaarheid diepgaand besproken.

dinsdag 13 augustus 2013

Etiket

Foto: Martin Lawrence als undercover agent Malcolm Turner vermomd als Big Momma in  Big Momma's House (2000)

Mensen met overgewicht dragen niet alleen dat extra gewicht  met zich mee, maar ook een lading etiketten. Overgewicht is een struikelblok bij het krijgen van een baan en een partner. In het collectieve bewustzijn liggen de etiketten dom, zwak, willoos en vies voor het grijpen. Sommige corpulente mensen cultiveren het, net als bijvoorbeeld mensen met dwerggroei (achondroplasie), en kiezen een beroep waarbij hun speciale statuur een voordeel is, meestal in showbusiness. Obesitas kan, ook weer net als dwerggroei, een reden zijn om voor vermaak te zorgen ten koste van de waardigheid van de anders gevormde mens. Vrouwen met overgewicht die moeder willen worden krijgen nog een extra stapeltje etiketten erbij, waaronder dat van verminderd vruchtbaar, hoog risico zwangerschap, hoog risico baring en een verlaagde incidentie, exclusiviteit en duur van borstvoeding.

Visram et al (2013) vergeleken moeder met een gemiddeld BMI, met overgewicht en met obesitas en keken daarbij naar intentie om borstvoeding te geven en daadwerkelijk borstvoeding geven. Zij vonden dat obese moeders minder vaak aangeven borstvoeding te willen gaan geven, maar dat zowel in de obesitas als in de overgewicht groep minder exclusief borstvoeding werd gegeven bij ontslag uit het ziekenhuis. Chapman en collegae (2012) hadden al eerder opgemerkt dat voor vrouwen met een lage SES en een hoog tot zeer hoog gewicht speciale peercounseling naast normale BFHI zorg niet tot betere borstvoedingcijfers in deze groep leidde. 

Leuk, zulke onderzoeken, maar wat heb je eraan? Kan hier misschien sprake zijn van een selffulfilling profecy? ‘’Tja, dat mens is gewoon te dik om fatsoenlijk borstvoeding te kunnen geven.’’ Zou dat een zo sterke gedachte kunnen zijn, bij zowel de persoon zelf als haar zorgverleners, dat de obese vrouwen er niet eens aan durven beginnen en de vrouwen met elk overgewicht er maar weinig in slagen? Of ligt er een andere oorzaak voor? Er speelt inderdaad ook een ander aspect mee en dat is de hoeveelheid prolactine die een vrouw met een hoger BMI aanmaakt. Volgens Balbach cs (2013) zijn lage prolactinewaarden gerelateerd aan obesitas en verhoogd diabetes mellitus 2 risico. Maar is dat oorzaak of gevolg? De titel van Balbachs werk doet vermoeden dat lage prolactinewaarden eerder een oorzaak voor overgewicht en diabetes dan een gevolg ervan zijn. Minder melkproductie zou dan geen gevolg van het overgewicht op zich zijn, maar een gevolg van de zelfde oorzaak als dat overgewicht. Logisch dat speciale peercounseling niet helpt. Daarmee krijg je de prolactine waarden niet omhoog, maar het kan wel het gevoel van niet goed genoeg zijn bij de moeder bevestigen of zelfs versterken.

Bij vrouwen met overgewicht moet dus eerder ingezet worden op optimaal beleid: veel, heel veel huidcontact, vroeg, vaak en goed voeden en nog een beetje nabijheid. Als dat niet direct resultaat heeft, niet aarzelen om prolactine stimuli in te zetten. Bij het aanleggen moet samen met de moeder worden gezocht naar houdingen en posities die voor moeder en kind comfortabel zijn en waarbij moeder ook kan zien wat ze doet, of waarbij de baby het heft in handen kan nemen, zoals bij instinctief voeden (Biological Nurturing). Dit moet allemaal direct na de geboorte beginnen. Hier ligt dus een schone taak voor baring- en kraamzorgverleners in ziekenhuizen, want overgewicht is een indicatie voor ziekenhuis bevalling. Zij moeten ten alle tijden voor ogen houden dat het overgewicht niet de oorzaak van het probleem is, maar mogelijk alleen één van de uitingen van het probleem. Patiënt-adequate zorg verlenen dus, in plaats van etiketten plakken.

Bij de uitblijvende intentie van obese vrouwen om borstvoeding te geven, moet naar ik verwacht worden uitgegaan van de mogelijkheid dat zij wel borstvoeding willen geven, maar bij voorbaat denken dat dat niet kan, of dat zij zich opgelaten denken te zullen voelen als zij hun kindje de borst geven. Goede, professionele counseling, zonder etikettering!, vooraf zou daarom wel effectief kunnen zijn in het verbeteren van de intentie cijfers. Als die zorg vervolgens wordt opgevolgd en waargemaakt door zorg die de borstvoeding ook bij deze vrouwen ondersteunt en mogelijk maakt, zouden de cijfers bij een volgend onderzoek wel eens heel anders kunnen uitvallen.

Visram H, Finkelstein SA, Feig D, Walker M, Yasseen A, Tu X, Ern Keely E: Breastfeeding intention and early post-partum practices among overweight and obese women in Ontario: a selective population-based cohort study. Journal of Maternal-Fetal and Neonatal Medicine 2013 26:6, 611-615
Chapman DJ, Morel K, Bermúdez-Millán A, Young S, Damio G, Pérez-Escamilla R: Breastfeeding Education and Support Trial for Overweight and Obese Women: A Randomized Trial. Pediatrics 2013; 131:1 e162-e170; published ahead of print December 3, 2012, doi:10.1542/peds.2012-0688
Balbach, L., Wallaschofski, H., Völzke, H., Nauck, M., Dörr, M., & Haring, R. (2013). Serum prolactin concentrations as risk factor of metabolic syndrome or type 2 diabetes?. BMC endocrine disorders, 13(1), 12.

dinsdag 6 augustus 2013

Nostalgie

Foto: Vandaag jarig: Lucille Ball (1911–1989), een echte trip down Memory Lane voor mij.

Zij en haar shows waren mijn eerste beeld van Amerika en Amerikanen. Is het vreemd dat ik altijd nog een beeld van overdrevenheid heb als ik aan de USA en haar inwoners denk? Maar het is wel zoete nostalgie naar tijden waarin de wereld duidelijk ingedeeld leek. Goed was goed, slecht was slecht en normaal en abnormaal waren duidelijk onderscheiden: wij waren normaal en de rest niet. Oorzaak en gevolg lagen onwrikbaar vast. Maar zo bleek het in het echte leven toch niet te zijn. Ook rond borstvoeding werden dingen lang voor onmiskenbare waarheden aangezien, die dat laten niet bleken. Van borstvoeding krijgen vrouwen geen hangborsten, osteoporose of oververmoeidheidssyndromen, borstontsteking is geen reden om te stoppen met borstvoeding en reclame blijft de poten onder gezonde voedingskeuzes uitzagen.
Kunstreclame
Zwangeren en moeders van zuigelingen zijn dé doelgroepen voor reclame voor kunstmatig vervangingen voor borstvoeding, ofwel kunstvoeding. Hoewel in Nederland, in navolging van de Internationale Code van de WHO, reclame voor kunstvoeding voor de 1e 6 maanden verboden is, is er volop reclame voor de nummers 2 en 3, die min of meer gelijk zijn aan de nummer 1, zowel in verpakking als claims. Kunstvoeding fabrikanten claimen in hun reclame en op de verpakkingen allerlei gezondheidsvoordelen voor kinderen die hun product gevoerd krijgen. Gezondheidsclaims voor voedsel zijn verboden en ze kunnen ertoe leiden dat ouders op basis van onjuiste informatie hun keuze voor zuigelingenvoeding bepalen. Dat kunstvoeding voor zuigelingen eerder risicovol dan voordelig is voor de gezondheid zou betere informatie voor ouders zijn, die zij via zorgverleners zouden moeten verkrijgen. Veel zorgverleners zijn daarvan zelf echter nog niet ten volle overtuigd. Ten dele kan dit komen doordat in zuigelingenvoeding onderzoek er vaak van wordt uitgegaan dat kunstvoeding de norm is, in plaats van dat in de titels van de rapporten en in de onderzoeksvragen wordt gesproken over de risico’s van ‘’geen borstvoeding’’. 30 november 2010
 en
Borstontsteking
Borstontsteking is een al dan niet geïnfecteerde ontsteking in de lacterende borst. Het gaat gepaard met pijn, rode verkleuring plaatselijke temperatuurverhoging en verhoogde lichaamstemperatuur. Buiten een ziekenhuisomgeving is de oorzaak meestal niet bacterieel van aard, maar volgt de ontsteking op een ophoping van melk. De oorzaken voor deze ophoping kunnen zijn een afknelling (kleding, schoudertas, autogordel, …) of een niet legen van de borst (voeding overslaan, voeding uitstellen, restricties voedingsduur, slechte drinktechniek, …) Het ABM Protocol Mastitis volgt de klassieke aanwijzingen voor behandeling: in de eerst plaats grondig lediging van de borsten, rust, goede voeding en voldoende vocht, en warmte om de melk te laten stromen. Na het legen van de borst kan kou worden gebruikt als pijnstilling. Medicinale ondersteuning kan worden geboden in de vorm van pijnstillers en ontstekingsremmers. Antibiotica zijn pas aangewezen als er duidelijke klinische aanwijzingen voor infectie zijn of als traditionele behandeling niet binnen 24 uur tot verbetering leidt. Voor verstopping die zich niet met deze maatregelen laten lossen kunnen dompelbaden in Zeezout, medicinaal badzout of magnesiumzout helpen. Kompressen van kwark of groene leem worden in de natuurgeneeskunde met succes gebruikt in de behandeling van ontstekingen. 29 november 2010
en
Borstvoeding en diabetes
Zowel het beginnen als het doorgaan met borstvoeding lijken minder bij moeders met diabetes. Toch is voor zowel moeder als kind borstvoeding belangrijk bij de preventie en behandeling van diabetes. Diabetes type 1 is een chronische ziekte met een subklinisch voorstadium waarin zich β-cel auto-immuniteit ontwikkelt. Dit gebeurt volgens onderzoek al in het eerste levensjaar en de voeding van de zuigeling heeft daarop invloed. Voeding met complexe eiwitten zijn een risico verhogende factor, moedermelk een beschermende. Moeders met typ 2 diabetes zouden elk kind minimaal 1 maand exclusief borstvoeding moeten geven. Dit heeft volgens Schwarz et al een beschermend effect tegen de vaak voorkomende verslechtering van het suikermetabolisme in vrouwen in de weken na een bevalling. Uit onderzoek van Sorkio c.s. blijkt dat niet de diabetes zorgt voor minder beginnen en doorgaan met borstvoeding, maar de vaak optredende complicaties bij vrouwen met diabetes, zoals een hogere incidentie van vroeggeboorte en keizersnede en een statistisch lagere leeftijd en scholing van deze moeders. Optimalisatie van de zorg voor borstvoeding is voor moeders met diabetes van groot belang. 28 november 2010
en
Borstvoeding en MS
Borstvoeding is goed voor baby’s, maar ook voor moeders. Moeders doen ook zichzelf een plezier door borstvoeding te geven en dat geldt ook voor vrouwen met een chronische ziekte zoals MS. Multiple Sclerose is een ondermijnende ziekt die reageert op allerlei veranderingen in het lichaam. Menstruatie en vitamine D spiegels worden geacht verslechtering te brengen. Langer-Gould et al (2009;2010) onderzochten (in verschillende studies) de samenhangen tussen MS en borstvoeding en vitamine D en ook tussen MS en borstvoeding exclusiviteit. Zij vonden een hoge waarschijnlijkheid dat exclusief borst voeden en het daarbij horende langer uitblijven van de menstruatie het risico van terugval verlaagt. In een andere studie zagen zij dat, hoewel in zwangere en zogende vrouwen met MS de vitamine D spiegels laag zijn, dit niet leidde tot meer terugval. Eerder al hadden Haas & Hommes (2007) ontdekt dat borstvoeding geven een gunstige invloed heeft op de behandeling van postpartum MS patiënten met een intraveneuze immunoglobuline behandeling gedurende de 1e 6 maanden na de bevalling. 26 november 2010

Stang J, Hoss K, Story M: Health Statements Made in Infant Formula Advertisements in Pregnancy and Early Parenting Magazines: A Content Analysis. ICAN 2010, 2:16-25.
Smith J, Dunstone M, Elliott-Rudder M: Health Professional Knowledge of Breastfeeding: Are the Health Risks of Infant Formula Feeding Accurately Conveyed by the Titles and Abstracts of Journal Articles? J Hum Lact August 2009 25: 350-358
The Academy of Breastfeeding Medicine Protocol Committee: ABM Clinical Protocol #4: Mastitis. BREASTFEEDING MEDICINE 2008, 3(3).
van Veldhuizen-Staas: Hulpmiddelen en technieken bij verstopte melkkanalen en borstontsteking. http://eurolac.net/index.php?p=132
Sorkio S, Cuthbertson D, Bärlund S, Reunanen A, Nucci AM, Berseth CL, Koski K, Ormisson A, Savilahti E, Uusitalo U, Ludvigsson J, Becker DJ, Dupré J, Krischer JP, Knip M, Åkerblom HK, Virtanen SM (2010): Breastfeeding patterns of mothers with type 1 diabetes: results from an infant feeding trial. Diabetes/Metabolism Research and Reviews, 26:206–211.
Knip M, Virtanen SM, Åkerblom HK: Infant feeding and the risk of type 1 diabetes Am J Clin Nutr 2010 91:1506S-1513S.
Schwarz EB, Brown JS, Creasman JM, Stuebe A, McClure CK, Van Den Eeden SK, Thom D: Lactation and Maternal Risk of Type 2 Diabetes: A Population-based Study. The American journal of medicine 2010, 123(9):863.e1-863.e6.
Haas J, Hommes OR: A dose comparison study of IVIG in postpartum relapsing-remitting multiple sclerosis.  Multiple Sclerosis 2007; 13: 900-908.
Langer-Gould A, Huang SM, Gupta R; Leimpeter AD, Greenwood E; Albers KB, Van Den Eeden SP, Nelson LM: Exclusive Breastfeeding and the Risk of Postpartum Relapses in Women With Multiple Sclerosis. Arch Neurol. 2009;66(8):958-963.
Langer-Gould A, Huang S, Van Den Eeden SK, Gupta R, Leimpeter AD, Albers KB, Horst R, Hollis B, Steinman L, Nelson LM: Vitamin D, Pregnancy, Breastfeeding, and Postpartum Multiple Sclerosis Relapses.  Arch Neurol. Published online November 8, 2010.

maandag 15 juli 2013

Paniek

Foto: Vandaag jarig: Forest Whitaker, hier als Burnham  in  Panic Room (2002)

Nu bijna drie jaar geleden begon ik met bloggen. In het begin nog niet zo vaak en met maar korte stukjes, meestal alleen over een of een paar onderzoeken. Echte nieuwsflitsen waren het. Nog niet erg flitsend, maar bij teuglezen nog wel erg actueel vaak. Ondertussen ben ik aan het werken aan een bundel van mijn blogs, helemaal echt, met papier en drukinkt en zo. Ik begin met de blogs van 2011, het jaar waarin de stukjes steeds vaker kwamen, steeds uitgebreider werden en ook vaker meer een column dan een blog werden. En geïllustreerd werden. Daarna komt 2012 en tegen dat dat in de winkel ligt is 2013 ook voorbij en kan ik daaraan gaan werken. In afwachting van het uitkomen van de bundel 2011 ga ik deze zomer de blogjes van 2010 in de herhaling doen. Met commentaar en waar mogelijk gelinkt aan de actualiteit. Ik begin met de eerste twee stukjes over redenen waarom de melkproductie traag op gang kan komen en diabetes. Ja, ik zei het al, heel actueel, want die twee onderwerpen kwamen kort geleden ook al voorbij.

Borstvoeding beschermt kinderen van diabetica tegen overgewicht.
De onderzoeker Feig en collega's van de Universiteit van Toronto, Canada, vonden dat borstvoeding voor kinderen van moeders met type I diabetes ervoor zorgt dat zij duidelijk minder kans hebben om later te dik te worden. Dit bleek onafhankelijk te zijn van het type diabetes en van het gewicht van hun moeder. Omdat kinderen van moeders met diabetes een verhoogd risico hebben om later te dik te worden bevelen Feig et al moeders met diabetes aan hun kinderen de borst te geven.
(28-07-'10)
en
Uitstel van lactogenese II door moederlijke en kinderlijke factoren.
Bij vrij veel vrouwen die net een kind hebben gekregen duurt het langer dan 3 dagen voor colostrum over gaat in rijpe melk (lactogenese II). Dit komt vaker voor bij vrouwen die voor het eerst moeder worden. Andere factoren die meespelen waren volgens onderzoekers Nommsen-Rivers et al van de Universiteit van California waren bij de moeder: ≥30 jaar, BMI ≥30, postpartum oedeem en afwezigheid van onaangenaam gevoel in de tepels in de eerste 3 dagen; bij de baby: een geboortgewicht ≥3600 gram en ≥2 keer ''niet goed drinken aan de borst'' in de eerste dagen.
(29-07-'10)

Uit recenter onderzoek is nu gebleken dat diabetes ook een reden kan zijn dat de melkproductie trager op gang komt. Maar een goed borstvoeding beleid, waarbij moeder en kind dicht bij elkaar blijven en de baby zo vaak mogelijk gevoed wordt, kan dit risico sterk verkleinen. De neiging om het kind van een moeder met een door diabetes trager op gang komende melkproductie kunstvoeding bij te geven zou sterk moeten worden ontraden. Juist het kind van een diabetica heeft er alle baat bij om volledig exclusief moedermelk te krijgen en aan de borst gevoed te worden. Geen borstvoeding is positief geassocieerd met een verhoogd risico van obesitas en diabetes later in het leven. Maar ook de moeder zelf vaart wel bij het geven van uitsluitend borstvoeding. In onderzoeken naar de risico’s voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes bleek dat het geven van borstvoeding en het geven van zo exclusief mogelijk borstvoeding een duidelijk vertragend effect had op het ontstaan van diabetes type 2 na de zwangerschap. Dit was al direct postpartum meetbaar aan de minder goede glucosetolerantie van vrouwen die geen borstvoeding geven (Ziegler et al, 2010; Gunderson et al, 2012).

Inzetten op maximaal haalbare perfectie in borstvoeding beleid leidt dus tot de best mogelijke resultaten voor zowel moeder als kind en kan een grote bijdrage leveren aan het in de hand houden van de kosten voor de volksgezondheid. Diabetes is geen reden tot paniek bij borstvoeding, intgendeel.

Nommsen-Rivers LA, Chantry CJ, Peerson JM, Cohen RJ, Dewey KG: Delayed onset of lactogenesis among first-time mothers is related to maternal obesity and factors associated with ineffective breastfeeding.  Am J Clin Nutr (June 23, 2010).
Feig DS, Lipscombe LL, Tomlinson G, Blumer I.: Breastfeeding predicts the risk of childhood obesity in a multi-ethnic cohort of women with diabetes. J Matern Fetal Neonatal Med. 2010 Jul 7. [Epub ahead of print]
Anette-G. Ziegler, Maike Wallner, Imme Kaiser, Michaela Rossbauer, Minna H. Harsunen, Lorenz Lachmann, Jörg Maier, Christiane Winkler, Sandra Hummel: Long-Term Protective Effect of Lactation on the Development of Type 2 Diabetes in Women With Recent Gestational Diabetes Mellitus Diabetes December 2012 61:3167-3171; published ahead of print October 15, 2012, doi:10.2337/db12-0393
Erica P. Gunderson, Monique M. Hedderson, Vicky Chiang, Yvonne Crites, David Walton, Robert A. Azevedo, Gary Fox, Cathie Elmasian, Stephen Young, Nora Salvador, Michael Lum, Charles P. Quesenberry, Joan C. Lo, Barbara Sternfeld,  Assiamira Ferrara, Joseph V. Selby: Lactation Intensity and Postpartum Maternal Glucose Tolerance and Insulin Resistance in Women With Recent GDM: The SWIFT cohort Diabetes Care January 2012 35:50-56; published ahead of print October 19, 2011, doi:10.2337/dc11-1409

woensdag 10 juli 2013

Beet

Foto: Wie een groot net uitwerpt heeft altijd beet, maar wat je precies vangt is niet te voorzien.

Nu heb ik toch beet. Eerder deze week was ik begonnen met een stukje over suiker en dat wilde niet lopen. Het was naar aanleiding van het onderzoek dat aantoonde dat vrouwen met diabetes een grotere kans hebben om problemen te ervaren bij het op gang komen van de melkproductie. Het lijkt er dus op dat de verstoring in de suikerhuishouding ook invloed heeft op het aanmaken van melk wat betreft hoeveelheid en moment van opstart. Ik wilde dat dan linken aan het gebruik van fenegriek om te zorgen voor meer melk. Want ik zag een mogelijk verband tussen die twee gegevens. Fenegriek is namelijk een middel om de suikerhuishouding te reguleren. En een middel om meer melk te maken. Hetzelfde geldt  voor galega, ofwel geitenkruid. Enfin, het stukje wilde niet uit mijn vingers komen en ik heb het na diverse pogingen tot herstart maar opgegeven. En toen viel mijn oog, daartoe aangezet door een link van een collega, op een ander onderzoek naar diabetes en zuigelingenvoeding. Het omen was duidelijk: ik moest daar toch echt, zeker weten, een stukje aan wijden. Bij deze dus. Ik heb hem beet. Dia-beet als het ware.

Diabetica kunnen prima borstvoeding geven. Ze zullen waarschijnlijk opnieuw ingesteld moeten worden na de baring en mogelijk na een week of zo nog eens, en dan nog eens zodra de melkproductie gaat afnemen ten gunste van meer ander eten voor de baby. Maar het hoeft geen probleem te zijn. De melk van een diabetica is niet sterk verschillend van die van een moeder zonder problemen in de suikerhuishouding. Voor een kind van een diabetische moeder is borstvoeding van haast nog groter belang dan voor elk ander kind. Borstvoeding volgens de biologische norm is namelijk een belangrijke beschermende factor. Kinderen die ander eten krijgen of op een andere manier hebben veel meer kans op overgewicht en de daarbij horende aandoeningen zoals diabetes.
Onder artsen en andere zorgverleners leeft het idee dat een pasgeborene van een moeder die tijdens de zwangerschap diabetes had (al bestaand of door de zwangerschap ontstaan) heel veel extra eten nodig hebben in de eerste dagen postpartum om te voorkomen dat ze een hypo krijgen door suikertekorten. 

In die redenering zitten wat tekortkomingen. Ten eerste is daar natuurlijk het feit dat in de foetus insuline niet wordt gebruikt voor suikerverwerking, maar als groeihormoon. Het is dus niet zo dat zijn insuline gewend zou zijn aan het verwerken van veel suiker, want het verwerkte helemaal geen suiker. De foetus krijgt immers al zijn voeding kant en klaar in zijn bloed en niet via de spijsvertering. Hij is dus, evenmin als zijn insuline, niet 'gewend aan het verteren van grote hoeveelheden suiker'. Een tweede factor is het feit dat elke pasgeborene tijdens de transitieperiode direct na de geboorte (als al zijn systemen moeten omschakelen van symbiose naar zelfstandigheid) lage bloedsuikerwaarden hebben. Hun energievoorziening wordt tijdelijk waargenomen door ketonen, zodat insuline de gelegenheid krijgt om te schakelen van groeihormoon naar suikerverwerker. De ketonenwerking bij kinderen die enkel colostrum krijgen is beter dan van kinderen die soort-vreemde substanties (erbij) krijgen.

Dan komt natuurlijk de vraag of die diabetische moeder wel genoeg melk heeft voor haar kind als het systeem is omgezet en er suikers verteerd moeten worden. Want, volgens dat andere onderzoek, diabetica hebben een verhoogd risico van verlate lactogenese 2 (het op gang komen van de rijpe melkproductie vanuit colostrum via overgangsmelk). Diabetica hebben ook meer kans overgewicht te hebben en ook overgewicht is een risicofactor bij het op gang komen van de melkproductie. (Ik zet die er vast maar zelf bij, dan heb ik die ook beet voor een ander me dat voor de voeten gooit.) In de eerste dagen speelt dat probleem nog niet, want colostrum komt maar in kleine beetjes, dat hoort zo. Na pak ‘em beet, een dag of 2-3-4 gaat colostrum over in overgangsmelk en aan het einde van de eerste week is het dan rijpe melk in copieuze hoeveelheden geworden. Soms wat eerder, soms wat later. Als colostrum na een dag of 4 nog niet verandert spreken we van een verlate of uitgestelde lactogenese 2. En, ja, dan kan het krap worden.

Steeds vaker krijgen vrouwen met zwangerschapsdiabetes of vrouwen met risicofactoren voor een vertraagde lactogenese 2 het advies om prenataal te kolven*. Op deze manier kunnen zij een voorraadje melk aanleggen om te voorkomen dat zij kunstvoeding bij moeten geven. Dat is nooit weg natuurlijk, vooral niet met zorgverleners die nogal makkelijk in de paniekmodus schieten. Het lost echter het probleem niet op en is evenmin een profylaxe voor het werkelijke probleem. Het beste dat moeder en haar zorgverleners kunnen doen is inzetten op een optimaal beleid: moeder en kind vanaf het moment van de geboorte bij elkaar en niet meer van elkaar, anders dan voor toilet en douche.  Dicht lichaamscontact met zoveel mogelijk huidcontact. Om de haverklap en dan nog eens de baby aan de borst en zo vaak mogelijk wisselen van borst (dat houdt in dat allebei de borsten minimaal 12 keer per 24 uur worden geactiveerd, vaker is geen enkel probleem)**. Dat zorgt voor een ruime hoeveelheid colostrum en schept optimale voorwaarden voor een op tijd en voldoende op gang komen van de rijpe melkproductie. 

Ook als de melkproductie wat op zich laat wachten, zorgt vaak aanleggen aan beide borsten voor de benodigde hoeveelheid voedsel. Vergeet niet op te letten of baby ook goed beet heeft. Aanleg- en drinktechnieken zijn liefst ook zo perfect als bereikbaar is. Bij het bepalen of de baby voldoende eten krijgt, wordt gekeken naar zijn gedijen. Zorgverleners moeten terug naar hun vaardigheden in klinische observatie en evaluatie: kleur, tonus, hartslag, helderheid, alertheid, etc. Mocht onverhoopt, ondanks de hoogste inzet, toch bijvoeding nodig lijken, kies dan liefst voor menselijke melk. Een kind met een verhoogd diabetesrisico zou per definitie nooit soortvreemde melk moeten krijgen.

Dan dat andere diabetes onderzoek. Frederiksen et al (2013) keken, in het kader van een groot longitudinaal, observationeel onderzoek, naar correlaties tussen zuigelingenvoeding en incidentie van diabetes in kinderen met een genetisch verhoogd diabetes risico. Zij zagen bij het starten met vaste voeding voor vier maanden en na zes maanden een verhoogde incidentie van genetisch bepaalde diabetes en hun concluderende aanbeveling is dus om bij kinderen met een familiale geschiedenis van type 1 diabetes te beginnen met het aanbieden van bijvoeding naast voortgezette borstvoeding tussen vier en vijf maanden. De collega die me op dit artikel wees antwoordde ik aldus: ‘De onderzoekers halen hun eigen uitkomsten gelijk onderuit. Ze verklaren alle gevonden relaties tussen te vroeg en te laat beginnen met andere factoren. Dit is gewoon slechte wetenschap. O, en het is een longitudinale observationele studie: er worden alleen correlaties waargenomen, zonder bewijs voor oorzakelijk verband.‘’

Laat je niet beetnemen. Borstvoeding geven volgens de biologische wetmatigheden voor onze soort geeft de meeste kans op normale ontwikkeling. Altijd inzetten op perfect beleid en dat waar nodig aanpassen aan individuele variabelen. Het is handig om te weten bij welke kinderen of moeders je extra op moet letten omdat die een wat hogere kans op complicaties hebben. Het is geen reden om al bij voorbaat andere regels te gaan volgen. 

Frederiksen B, et al "Infant exposures and development of type 1 diabetes mellitus: the Diabetes Autoimmunity Study in the Young (DAISY)" JAMA Pediatr 2013; DOI: 10.1001/jamapediatrics.2013.317.

*) van Veldhuizen-Staas G: Het fenomeen zoogdier<http://www.borstvoeding.com/kolven/voorkolven1.html>, bewerkt door Stefan Kleintjes voor borstvoeding.com
**) Nee, het is niet normaal dat kinderen de eerste 24 uur van hun leven in een semi-comateuze toestand doorbrengen. Wanneer zij in lichaamscontact zijn met hun moeder, bij voorkeur iets voorover liggend zullen zij zich met grote regelmaat naar de borst bewegen voor een slokje. Wanneer de moeder tijdens de ontsluitingsfase en/of de uitdrijvingsfase medicatie heeft gehad, of als de geboorte erg zwaar is geweest voor het kind, kan een kind suf zijn. Dicht bij de moeder houden is de beste manier om dat zo snel mogelijk te herstellen.

Klik op de onderstaande labels voor meer artikeltjes over deze thema’s. Onder veel van de stukjes vind je links naar onderzoeken die mijn uitspraken te onderbouwen.

dinsdag 4 juni 2013

Vos

Foto: Jacqueline Emerson als Foxface in  The Hunger Games (2012)

De laatste dagen was ik wat tam en braaf in mijn schrijfsels en ik begon me net af te vragen of ik niet nodig weer eens wat steviger van leer moest trekken tegen iets of iemand, toen er een spannend Tweetje voorbij kwam. JGZ Captise tweette een advertentie op hun eigen website door. Een advertorial meer, over een scholing. Heel interessante en belangrijke scholing voor zorgverleners. Over de preventie van overgewicht bij kinderen. Dat die al begint in de babytijd. Ik dacht nog: kijk, in tegenstelling tot de beleidsmakersconferentie in Den Haag over dit thema ziet JGZ wel dat ‘’vroege preventie’’ al vóór de vierde verjaardag begint. Aangekomen op de site waar de link in het bericht naar verwees, sloeg iemand ineens de poten onder mijn stoel vandaan. (Virtuele poten onder virtuele stoel, uiteraard, mijn fysieke stoel staat nog stevig overeind.). De advertentie komt van vriend Friso (ja u weet wel, die van die poedermelk voor baby’tjes onder andere, die, ja) die de scholing organiseert en op meerdere plaatsen in het land aanbiedt. Op mijn geschokte uitroep ‘’Meen je dat serieus? Bijscholing over overgewicht preventie bij zuigelingen aangeboden door Friso? Onvoorstelbaar. Kunstvoeding en flesvoeding zijn grote risicofactoren voor het ontstaan van latere obesitas en diabetes. Friso zoiets laten doen is als de vos inhuren om de kippenren te beveiligen.’ aan het adres van JGZ Captise kreeg ik nog geen reactie.

Als docent voor de scholingen heeft de fabrikant een vooraanstaand wetenschapper aangetrokken. Mevrouw l’Hoir. Ja, die. Die pedagoog die slaaptraining en laten huilen een strak plan vindt voor baby’s. Haar professionele link met voeding en obesitas is niet helemaal duidelijk, ook al doet ze voor TNO daar onderzoek naar. Maar het is wel een naam die toehoorders trekt. Het is ook een naam die er niet voor terugdeinst zich te verbinden aan de industrie. Ethiek is duidelijk niet het expertise gebied van de spreker. Dat, of ze weet zo weinig over het onderwerp zuigelingenvoeding en obesitas dat ze niet ziet wat kunstvoeding voor kwaad doet. Welke van de twee ook –onethisch of onnozel- niet iemand die echt vertrouwen inboezemt als het gaat om de prognoses van het kennisniveau van de zorgverleners die erop af komen.

Zoals ik al zei in mij tweetje ‘’ Friso zoiets laten doen is al de vos inhuren om de kippenren te beveiligen.’’ Nu zijn vossen prachtige dieren en ik wil niets ten nadele van ze horen, maar het zijn roofdieren, en kippen, met name de eieren en de kuikens, zijn hun prooi. Ze zijn ook erg goed in hun vak en weten de kleinste zwakte in de beveiliging feilloos te vinden en er doorheen te breken. Nu kun je ervan uitgaan dat een inbreker de beste beveiliger is, maar het lijkt me toch geen goed plan om de vos het kippenhok te laten bewaken, vooral niet door hem er middenin te zetten. Friso weet heel precies wat zijn doelgroep is en hij weet ook heel erg precies hoe hij die te pakken moet krijgen en wat de risico’s voor de doelgroep zijn als hij ze te pakken krijgt. En net zo min als de vos compassie heeft met zijn prooi, heeft Friso dat met de zijne. ‘’Als de vos de passie preekt, boer let op je kippen’’ is nog steeds een heel waar woord. Als een notoire kindergezondheid-verpatser de obesitas preventie preekt, zorgverlener pas op je cliënten, moeder pas op je kinderen.

Kunstvoeding en voeden per fles zijn majeure risicofactoren voor obesitas, zoals we zagen in ‘’Melkvoeding’’ Het is niet zo dat borstvoeding het obesitas risico verlaagt, borstvoeding-ersatz verhoogt het risico (en dat van allerlei ziektes en aandoeningen). Het doel van een kunstvoedingsfabrikant, die zich verbindt aan gezondheidsprogramma’s, heeft niets te maken met interesse voor de gezondheid en het welzijn van kinderen, maar alles met het vullen en nog meer vullen van de eigen portemonnee. Een wetenschapper die zich laat betalen door een dergelijke belanghebbende bij het afwijken van de gezonde norm is ofwel te onnozel ofwel te onethisch om op het publiek los te laten. Zorgverleners die denken een waardevolle bijscholing te krijgen van een dergelijke organisator en een dergelijke spreker zouden zich nog eens over die vooronderstelling moeten buigen. De organisaties waar accreditatie is aangevraagd gooien die aanvragen liefst zo snel mogelijk in het kampvuur. Tenzij het accreditatie voor marketeers betreft, want marketing-technisch is dit natuurlijk top.

dinsdag 26 maart 2013

Suikerzoet

Foto: Elizabeth Banks als Effie Trinket in  The Hunger Games (2012): suikerzoete verhulling van de lelijke waarheid.
Ongevraagd materiaal aangereikt krijgen voor blogjes, betekent dat dat je het gemaakt hebt in bloggersland? Ik vind het in elk geval wel leuk, zo’n ongevraagd opstekertje. Vandaag wees namelijk iemand mij op een vorig jaar uitgekomen onderzoek over zuigelingenvoeding en diabetes. Goed, degelijk onderzoek en de conclusie deels in de juiste formulering neergezet. Daar ben ik echt blij mee. Ik kan dan wel altijd doen alsof wetenschap en zo allemaal maar niks is, maar dat is natuurlijk wel wat gechargeerd. Er wordt soms te veel waarde aan gehecht, er worden veel onlogische conclusies getrokken, men gaat vaak van onjuiste vooronderstellingen en onderzoeksvragen uit en er is gewoon heel veel matig tot slecht onderzoek, maar toch is onderzoek uiteraard niet zonder waarde. Goed onderzoek dan, over logische vragen en met correcte en correct geformuleerde conclusies.
Patelarou et al (2012) deden uitgebreid literatuuronderzoek naar het verband tussen zuigelingenvoeding en de incidentie van diabetes type 1 (T1D). Ze onderwierpen 161 onderzoeken aan een minutieus onderzoek naar onderzoeksmethode en criteria en hielden er 28 over die voldeden aan de eisen voor een systematische review. Iets meer dan de helft van die studies toonde duidelijk een oorzakelijk verband aan tussen voeding als zuigeling en het ontwikkelen van T1D. Acht daarvan omschreven borstvoeding daarbij als een beschermende factor. Zeven studies formuleerden het duidelijker en stelden dat geen of kort borstvoeding het risico van T1D later in het leven vergroot.
Ik houd daarvan, zowel van de bevestiging dat zuigelingenvoeding wel degelijk uitmaakt als van de juiste formulering. Het gros van alle onderzoeken geeft de formuleringen een suikerzoete coating en ontkent daarmee het belang van de keuze van zuigelingenvoeding. Door zoetjes te stellen dat borstvoeding beschermt, zeg je namelijk eigenlijk dat het heel normaal is om diabetes te krijgen, maar dat je als ouders, door je kinderen borstvoeding te geven, iets extra’s voor je kind doet, ze een bonus geeft, waardoor ze minder kans hebben diabetes te krijgen.
Laten we gewoon het beestje bij zijn naam noemen, er geen doekjes om winden en vooral geen suikerzoete vergoelijkingen gebruiken: kinderen die geen of kort borstvoeding krijgen hebben een nadeel. Ze hebben een vergroot risico voor het krijgen, opdoen of ontwikkelen van ziekten als diabetes, maar ook sommige vormen van kanker, darmfunctiestoornissen, stoornissen in de cardiovasculaire gezondheid en allerlei infectie- en auto-immuunziekten. Niet dat ze het zeker allemaal zullen krijgen, evenmin als kinderen, die tot in de eeuwigheid borstvoeding krijgen, nooit ziek zullen worden, maar de kansen liggen heel duidelijk ongunstiger voor kinderen die geen of kort borstvoeding kregen. The odds are definitely not in their favor, om het met Effie (afbeelding) te zeggen.
Bittere medicijnen krijgen een suikerlaagje, of worden opgelost in suikerzoete siroop om te verhullen hoe vies ze zijn. Dat is eigenlijk een raar idee, want medicijnen mogen best vies smaken, dat behoedt je waarschijnlijk voor het onnodig innemen ervan. Het behoedt zeker kinderen ervan te snoepen of te drinken. Medicijnen als snoepjes of limonade vermommen is een slecht idee als je het welzijn van kinderen op het oog hebt. Het verzoeten van de waarheid over allerlei gezondheidskeuzes is net zo ongezond. Roken is slecht voor je gezondheid. Het is niet zo dat niet-roken voordelen heeft omdat dat je risico van longkanker verlaagt. Alcohol consumptie is risicogedrag. Het is niet zo dat geen-alcoholconsumptie je kansen op levercirrose verlaagt.
Gewoon benoemen zoals het is; gewoon de ongemakkelijke waarheid vertellen, zonder suikerlaagje, zonder suikerzoet drankje, zonder toeters en bellen. Zuigelingen iets anders als voedsel geven dan borstvoeding is risicogedrag. Het vergroot de kansen dat die kinderen allerlei ziektes of aandoeningen krijgen. Soms is het nodig. Soms moet je de risicovollere keuze maken. Dat is niet anders, maar doe het dan wel zo zorgvuldig mogelijk.
Patelarou, E., Girvalaki, C., Brokalaki, H., Patelarou, A., Androulaki, Z. and Vardavas, C. (2012), Current evidence on the associations of breastfeeding, infant formula, and cow's milk introduction with type 1 diabetes mellitus: a systematic review. Nutrition Reviews, 70: 509–519. doi: 10.1111/j.1753-4887.2012.00513.x
Eurolac Flits! met label of zoekterm diabetes, suiker, zoet, Voldemort. Deze links leiden naar een lijst met blogs met dit label, klik op de plaatjes in de linkerzijbalk voor meer verhaaltjes.

zondag 3 maart 2013

Vetmesten

Foto: Maggie Smith als Joyce Chilvers en  Liz Smith als Joyce's Mother in  A Private Function (1984)
Varkens zijn genetisch zo ingesteld dat zij makkelijk voorraden aanleggen voor moeilijke tijden. Ze gaan economisch om met de beschikbare energie en kunnen vrijwel alles verteren en te gelde maken. Ze zijn niet kieskeurig, hoewel ze zo hun voorkeuren hebben, en zijn daarom ook bij uitstek geschikt voor mensen die een voedsel voorraad willen aanleggen en hun voedselafval en –resten niet willen verspillen. Een varken is een goede manier voor hergebruik van voedsel en investering in voedsel voor de toekomst. En wat het varken dan zelf nog heeft aan afval is prima mest voor de moestuin. Geen wonder dus dat mensen in tijden van voedselschaarste graag een varken houden, als het moet stiekem en met een paar mensen samen. Aan het varken zelf wordt niet gevraagd of hij vetgemest wil worden, die heeft het maar te aanvaarden. Aan de bijl  wordt ook niet gevraagd of hij de boom wil omhakken, noch wordt de boom gevraagd of hij wil worden omgehakt. Gereedschap en verbruiksmiddelen hoeven geen mening te hebben.
De mens lijkt in veel opzichten op het varken. In principe alleseters, zij het met enkele voorkeuren, kunnen ze vrijwel alles op de een of andere manier wel verwerken. Wat niet wordt verwerkt wordt opgenomen en weggestouwd of het wordt afgevoerd. Beide zijn meesters in aanpassing en werken met het gegeven gereedschap in de gegeven omstandigheden. Dat omnivoorschap en dat aanpassingsvermogen zijn redenen waarom mensen en varkens overlevers zijn, anders dan bijvoorbeeld de panda met zijn zeer gespecialiseerde dieet en leefomstandigheden, en niet te vergeten zijn kieskeurigheid met voortplantingsactiviteiten. Mensen en varkens hebben van dat laatste ook geen last. Maar dat wil niet zeggen dat het allemaal gezond is, niet voor het vetgemeste varken en niet voor de mens.
Mijn wijze Grootmoe zei het al: ‘’Mensen? Da’s net onkruid, niet kapot te krijgen!’’ En ze had ergens wel gelijk, we gaan er niet zo gauw ergens aan dood, maar we worden er vaak ook niet direct beter van en we blijven er ook niet altijd echt gezond van, van dat alles-eten. Hoe jonger de mens, hoe gevoeliger voor aantasting van de gezondheid, de heelheid. Maar die gevoeligheid is lang niet altijd goed waarneembaar en de effecten volgen niet altijd direct op de inname van ongeschikte voeding. Bij de meeste kinderen gaat het lichaam manmoedig aan de slag om het niet echt geschikte voedsel om te zetten in bruikbare energie en bouwstoffen. Dat is hard werken, maar het lukt de meeste kinderen uiteindelijk wel er voldoende voedingsstoffen en brandstof uit te halen om te groeien, zich te ontwikkelen en zelfs te gedijen. Afgezien van de kinderen die direct allerlei symptomen van afwijzing vertonen (allergie, darmklachten, infecties van de luchtwegen en andere), lijkt het gros van de kinderen die ongeschikt voedsel krijgen het er best goed op te doen.
Nauwkeurige vergelijking van gezondheidsgegevens van kinderen de worden gevoed met geschikt voedsel (voor mensenkinderen is dat de eerste zes levensmaanden enkele humane melk) en met ongeschikt voedsel (kunstmatige zuigelingenvoeding op basis van niet-humane melk, huisgemaakte substituten, vast voedsel voor de aangewezen leeftijd en andere) laat zien dat in de tweede groep het aantal infecties van luchtwegen en darm tijdens de babyperiode vaker voorkomen, dat er meer doktersbezoeken en ziekenhuisopnames zijn en een hogere incidentie van wiegendood. Daarnaast blijkt bij het bestuderen van de gegevens over langere termijn dat in die tweede groep later meer obesitas voorkomt en meer van de aan obesitas gerelateerde ziekten, en meer mensen die bepaalde vormen van kanker en sommige auto-immuunziekten krijgen, hoorden als baby in de tweede groep, dus de groep die niet werd gevoed met geschikte voeding.
Een complicatie bij het opmerken en interpreteren van deze gegevens, is dat enkele decennia lang zoveel kinderen de ongeschikte voeding kregen ( en de op niet soort-eigen manier werden verzorgd), dat de afwijking van de biologische norm als norm werd genomen (''Ik kreeg kunstvoeding en ben er ook goed groot op geworden.''). Die complicatie zien we ook bij varkens. Wij denken dat varkens smerige, luie beesten zijn die smerige dingen eten en in de smerige bagger liggen te draaien. In werkelijkheid zijn varkens in hun natuurlijke staat actieve dieren die ook redelijk schoon op zichzelf zijn. Als ze kunnen kiezen eten ze ook liever geen smerige bagger. Maar ja, aan het varken wordt niets gevraagd.
Mensenkinderen horen niet om de haverklap verkouden te zijn en middenoorontsteking te hebben. Ze horen door de bank genomen vrolijk en gezond te zijn met nu en dan een kinderziekte ertussendoor. Als ze gezond zijn (doordat ze op de goede manier verzorgd zijn en op een passende manier met geschikt voedsel zijn gevoed) komen ze die kinderziektes over het algemeen ook goed door. Niet dat ze verder nooit ziek zijn, natuurlijk niet, maar ze zijn minder vaak en minder erg ziek dan kinderen die ongeschikt voedsel en zorg krijgen. Als het kind kon kiezen zou hij liever het voor hem op maat gemaakte soort-eigen voedsel op de speciaal voor hem bedoelde soort-specifieke manier krijgen. Maar ja, aan het kind wordt niets gevraagd.
Eurolac Flits! met label soortspecifiek, obesitas, diabetes, allergie. Deze links leiden naar een lijst met blogs met dit label, klik op de plaatjes in de linkerzijbalk voor meer verhaaltjes.

dinsdag 11 december 2012

Dubbel D

Foto: Stephen Moyer als  Brutus  en Richard Gere als Paul Shepherdson  in The Double
Een oproep voor blog-entry titels leverde de volgende voorstellen op: meanderen, historie, hysterie, normvervaging, nipplegate en Dubbel D. Intrigerende titels, waarvan deze keer de Dubbel D aan de beurt is.

De inzender van de titel Dubbel D had daarbij zelf waarschijnlijk een stukje over borstvoeding met een groter dan de middelmaat boezem in gedachten. Dubbel D is een vreemde behamaat; het is, behalve AA (wat kleiner dan de kleinste is, dus eerder gehalveerd dan verdubbeld), de enige verdubbelde maat. Er voor komen A, B, C en D en na DD gaat het verder met F, G, H, I, … . Voeden met een ruime boezem kan een uitdaging zijn, omdat je als moeder moeite kunt hebben om goed te zien wat je aan het doen bent. Er circuleren allerlei adviezen voor meer of minder ingewikkelde constructies met borstenkussentjes en borstendraagdoekjes, maar dat schiet allemaal niet erg op. Het is een hoop gedoe elke keer om je zodanig te installeren dat je enigszins comfortabel kunt voeden. Veel logischer is het om eerst zelf gemakkelijk te gaan zitten of liggen of bankhangen, dan te kijken waar de borsten en de tepels ongeveer zijn en welke kant ze op wijzen en dan de baby daar en zo neerleggen dat hij er zonder acrobatische toeren uit te halen bij kan. Baby legt zichzelf aan en moeder voelt of het goed zit, als ze het niet kan zien. Over borstenmaten zal ik een andere keer verder uitweiden.
Dubbel D kan natuurlijk nog allerlei andere betekenissen hebben. Ik kreeg zelf direct een associatie met Dubbel Diabetes. En met Dubbel Doen. En ook met Double Dutch, wat niet extra-Nederlands betekent maar ‘onzintaal uitslaan’, dubbeldwaas zeg maar. De diabetes link, en daarmee de andere associaties, werd aangeprikt door een artikel over onderzoek naar prenataal kolven door zwangeren met diabetes (Soltani&Scott, 2012). In deze retrospectieve studie werd gekeken naar het prenataal afkolf gedrag van zwangeren met diabetes 1, 2 of 3 en de uitkomsten op zwangerschapsduur en gezondheid van het resulterende kind. Er werd een verband gevonden tussen prenataal kolven en een iets kortere zwangerschapsduur (net iets te vroeg versus net binnen de ondergrens van normaal) en een iets hogere incidentie van opname op een special care afdeling voor pasgeborenen.
Oppervlakkig gezien lijkt dit het einde van het advies om al voor het kindje geboren is colostrum te verzamelen om bijvoeden met kunstvoeding te voorkomen. Maar wie even verder kijkt zal gelijk zien dat een verband geen oorzakelijk verband hoeft te zijn. Of misschien is het oorzakelijk verband omgekeerd en is het grotere risico juist de reden geweest dat sommige vrouwen gingen afkolven en anderen niet. Pas als je zoiets van te voren opzet en vrouwen (zowel diabetica als niet-diabetica) willekeurig indeelt in groepen die wel of niet kolven, kun je iets zinnigs uit de uitkomsten opmaken. Maar wat mij eigenlijk meer prikkelt is de onderzoeksvraag en dan vooral de daarbij horende vooronderstelling. De vooronderstelling is dat baby’s van zwangeren met diabetes van welk type ook standaard bijvoeding nodig hebben. Het idee is dat, omdat de baby tijdens de zwangerschap grote hoeveelheden glucose heeft gekregen, hij suikertekorten zal krijgen na de geboorte als hij het met enkel colostrumvoedingen aan de borst moet doen. Deze vooronderstelling rammelt aan alle kanten.
Een kind dat net werd geboren verkeerd in een transitiefase. Zijn volledige systeem moet omgebouwd worden van een intra-uterien waterwezen bestaan naar een zelfstandig functionerend bestaan buiten het moederlichaam. Zijn ademhaling moet worden opgestart, zijn bloedsomloop omgekeerd, zijn spijsvertering en temperatuurregulatie opgestart, zijn suikerhuishouding ingesteld. Dit is een gigantische operatie, minder spectaculair om te zien dan de geboorte, maar zeker niet minder spectaculair in prestatie. Gelukkig wordt de baby geleverd met noodsystemen om deze transitieperiode goed te doorstaan. Het lichaam van zijn moeder is een belangrijk onderdeel van het noodsysteem, dat de baby voorziet van warmte, voedsel en veiligheid. Een ander noodsysteem is een tijdelijke andere bron van energie: ketonen. Wanneer een volwassen mens overgaat op ketonen voor energie is er iets niet goed, voor een pasgeboren baby is het de goed werkende noodaggregaat die gebruikt wordt om de tijd te overbruggen tot zijn glucose huishouding op gang komt.
Zolang de baby nog in zijn moeder woont heeft hij geen insuline nodig om suiker te verteren, hij lift mee op de vertering van zijn moeder. Insuline wordt tijdens het voorgeboortelijk bestaan dan ook voornamelijk als groeihormoon gebruikt. Direct na de geboorte begint de ombouw van dat systeem en wordt insuline ingeroosterd voor de suikervertering. Tijdens dat omzettingsproces worden zijn hersenen van brandstof voorzien door ketonen. Dit houdt in dat bij elke pasgeboren baby de suikerspiegels heel erg laag zijn. Baby’s van diabetische moeders, moeders met zwangerschapssuiker en andere moeders: allemaal lage tot zeer lage bloedglucose waarden. en dat hoort zo, dat is volkomen normaal en gezond.
Dat hele dubbele gedoe met bijvoeding voor baby’s, puur op basis van het feit dat hun moeder diabetica is, of omdat de baby een hoog geboortegewicht heeft, is dus dubbel dom. Zeker bijvoeden met kunstvoeding is Dubbel Dom, want kunstvoeding en vooral kunstvoeding bovenop borstvoeding is een majeure risicofactor bij het ontregelen van de insulinewerking en daarmee een van de belangrijke factoren bij het ontstaan van diabetes op steeds jongere leeftijd. Dom ook, omdat onderzoek van meer dan een Dubbel Decennium gelden al aantoonde dat kinderen die a-symptomatisch zijn niet routinematig voor bloedglucose hoeven te worden geprikt en al helemaal geen routinematige bijvoeding nodig hebben. Drie Dubbel en Dwars Dom is het om die bijvoeding, als je die al geeft, in wijd uiteen liggende grote porties te geven die de insuline als in een achtbaan laten rondracen.
Je moet natuurlijk ook niet het noodlot tarten en het kind zodanig behandelen dat het wel een energie tekort moet krijgen: bij zijn moeder vandaan halen, maar af en toe eten geven, alleen laten en in de stress laten schieten. Dat zijn namelijk allemaal energievreters en daar kan de ketonen-cateraar niet tegenop. Kinderen die bij hun moeder blijven, in direct lichaamscontact, zo mogelijk met voornamelijk direct huidcontact, die om de haverklap en dan nog eens een slokje colostrum kunnen nemen als ze er toch naast liggen, die niet zichzelf zes slagen in de rondte hoeven te stressen omdat ze alleen zijn en die geen energie misbruiken om zichzelf warm proberen te houden, die kindjes hebben maar weinig extra energie nodig. En dat beetje energie wordt geleverd door de ketonen, in afwachting van het op gang komen van zijn suikerhuishouding. En dan is dat hele onderzoek naar prenataal afkolven zinloos, want er is over het algemeen helemaal geen bijvoeding nodig.
Soltani H, Scott AMS: Antenatal breast expression in women with diabetes: outcomes from a retrospective cohort study. International Breastfeeding Journal 2012, 7:18

zondag 5 februari 2012

Epidemie

Foto: Dustin Hoffman als Sam Daniels in Outbreak, de film op basis van het gelijknamige boek door Robin Cook over een zich snel en onbeheersbaar uitbrekende epidemie.
Op twitter schreef @PuurSpeelGoed me: ‘’ … Ik hoop ook nog op een column van jou over dikke Baby's en bv…’’. Mijn antwoord was: ‘’U vraagt en wij draaien, dikke baby’s komen eraan’’. En inderdaad, de dikke baby’s en peuters en kleuters komen eraan. Zo snel en in zo’n mate dat men wel spreekt van een epidemie. Naar de letter genomen is het dat niet, want bij een epidemie gaat het om een besmettelijke ziekte, meestal van virale aard, die vrij plotseling optreedt onder een veel groter aantal mensen dan gewoonlijk, en ook weer vrij snel over gaat. Obesitas en overgewicht zijn zeker geen besmettelijke ziektes en de opkomst is eerder langzaam van start gegaan. Het einde is evenmin in het zicht. Maar het deel van de definitie dat gaat over ‘’in veel grotere aantallen dan normaal’’ dat gaat helemaal op. En de snelheid waarmee het om zich heen grijpt neemt ook toe. Overheden worden er zenuwachtig van want meer overgewicht betekent meer zieke mensen en meer zieke mensen kosten meer geld. Tot voor kort was het voor overheden zeer profijtelijk om de marktwerking te laten werken, want voedingsmiddelenfabrikanten brengen lekker veel geld in het belastingenlaadje. Inmiddels lijkt het erop uit te lopen dat de kosten de baten gaan overstijgen. De eerste zet is om de verantwoordelijkheid bij de burger zelf te leggen: u, mijn beste burger, besluit zelf bij elke hap of die de mond in gaat of niet. Het is volledig uw eigen schuld als u te dik wordt. (en je hoeft toch niet die reclame te kijken en die te geloven!) Maar nu worden in eveneens snel toenemende mate ook meer kinderen en steeds jongere kinderen te dik en ontwikkelen zij ziekten die we eerder alleen bij volwassenen van rijpere leeftijd zagen (diabetes, hoge bloeddruk). Gelukkig kan je als overheid ook daar de burger zelf de schuld van geven, want die domme, onverantwoordelijke ouders doen het volledig verkeerd.  Die geven hun kinderen junkfood, koken niet meer zelf, laden hun kinderen vol met vet en zoet en laten ze alleen nog maar zitten. Die afschuiftactiek, die werkt natuurlijk niet en dat weet de overheid zelf ook wel. Dus moeten er richtlijnen komen om de ouders te begeleiden bij het handhaven van een gezond gewicht voor hun kinderen. Want na en naast de eigen-schuld-tactiek is de overheid er ook van overtuigd dat je gewone mensen niks zelf kunt laten beslissen. En dus is er nu een richtlijn voor zorgverleners van Jeugdgezondheidszorg om overgewicht te voorkomen, opsporen en behandelen. Ik heb het ding niet helemaal gelezen natuurlijk, maar alleen de speciale opmerkingen over de leeftijdsgroep tot 2 jaar. Want die hebben aldus de opstellers, speciale aandacht en andere begeleiding nodig. En wat schetst mijn blije verbazing wanneer ik ‘’geef borstvoeding’’ als eerste preventie zie staan. Zomaar zwart op wit in een document waarin uitdrukkelijk in de eerste bladzijden wordt gesteld dat het op bewijs gebaseerde leeskost is. Dáár staat het: ‘’Universele preventie houdt in het stimuleren van Borstvoeding, Bewegen, Ontbijten en het verminderen van (gezoete) Frisdranken, Fastfood, Tussendoortjes en Televisie kijken/computeren (BOFT).’’ (VU et al, 2011). en dat vlak na het verschijnen van de multidisciplinaire richtlijn borstvoeding die onlangs uitkwam. Ik verwacht dat de Nederlandse borstvoedingscijfers in de komende tijd de pan zullen gaan uitrijzen. Alle kinderen aan de borst en de paar die dat niet kunnen omdat moeder echt geen melk kan maken krijgen donormelk.
Toch …
Ja, toch …
Ach, happy dreaming. Maar het staat er toch maar dat borstvoeding geven op de eerste plaats komt bij de preventie van overgewicht en pyjamapapjes worden stellig ontraden, tegelijk met gezoete dranken en junkfood. Ik ben ook blij met de aanbeveling om kindjes alleen in autostoeltjes te zetten bij vervoer en dat kindjes die kunnen lopen ook beter kunnen lopen dan gereden worden.
Jammer dat de richtlijn in de pers is gekomen met als titel ‘’Dikke baby’s zijn niet schattig’’. Het geeft een veel te eenzijdig beeld van een eigenlijk heel goede richtlijn, over het geheel genomen. (En: heel eerlijk, een baby met wat vlees op zijn botjes ziet er echt veel leuker uit dan eentje die eruit ziet of ze al aan het trainen is om de catwalk op te gaan.)
PS. Omdat ik toch altijd wel iets te klagen wil hebben: er had ook nog in kunnen staan dat kindjes die schijnbaar overgewicht hebben in de eerste levensmaanden én die enkel borstvoeding aan de borst op verzoek krijgen, geen verhoogd risico hebben voor later overgewicht.
PPS. In mijn persoonlijke onderzoeksgroep van 5 waren er twee als baby eerder aan de kleine en magere kant (bij de ene stond de zuster van het burootje zelfs handenwringend heen en weer te kijken tussen de weegschaal en de curve). Deze twee zijn nu, in tegenstelling tot de andere drie die zeer welvarende baby’s waren (waarvan er zelfs één op dieet gezet dreigde te worden op de gevorderde leeftijd van 7 maanden), van gewichtiger aard. Ja, ja, onderzoek versus het echte leven …
VU, CBO en TNO: (Concept)Richtlijn Overgewicht Jeugdgezondheidszorg: Preventie, signalering, interventie en verwijzing. VU Medisch Centrum / EMGO+, Amsterdam; Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO, Utrecht; TNO Innovation for Life, Leiden. 2011
.

maandag 29 augustus 2011

Kleine meisjes worden groot

Afbeelding: ''Poes speelt'', Cornelis Jetses, vroeg 20e eeuw.
Volgens Wikipedia werd ruim een eeuw geleden een meisje gemiddeld kort na haar 16e verjaardag voor het eerst ongesteld. Bijna een halve eeuw geleden was dit al gedaald naar ruim 13 jaar. Tegenwoordig valt de menarche voor Westerse meisje gemiddeld tussen 11 en 12,5 jaar. Men verondersteld dat naast erfelijke factoren ook de voedingstoestand en het lichaamsgewicht bepalend zijn voor de leeftijd waarop de menarche optreedt. Volgens de Duitse Wikipedia correleert de eerste menstruatie met het bereiken van een lichaamsgewicht van 48 kilo. Het ligt dus in de lijn der verwachtingen dat factoren die leiden tot het eerder bereiken van dit gewicht ook leiden tot een vroegere menarche. Recent onderzoek van onder andere Terry et al (2009) wijst uit dat dit zo is. Kinderen die niet of relatief kort exclusief borstvoeding krijgen hebben een grotere kans op een snellere gewichtstoename als baby en meer kans op een hoger BMI in de kinderjaren. Al-Sahab c.s. (2011) tonen een correlatie aan tussen de duur van de (exclusief) borstvoeding en de leeftijd van de menarche (kortere duur van de borstvoeding en vroeger optreden van de menarche), die overeind blijft na correctie voor beïnvloedende factoren. Andere onderzoekers, zoals He et al (2010) in een analyse van 2 cohort studies met in totaal meer dan 200.000 onderzoekssubjecten) lieten het andere uiteinde zien: vroege menarche hangt samen met een verhoogde kans op diabetes type 2 als volwassene. Men kan hierbij natuurlijk, zoals de onderzoekers zelf ook deden, zich de vraag stellen of de vroege menarche de bepalende factor is, of het vroeger bereiken van een hoger lichaamsgewicht en dus de grotere kans op overgewicht.
Al-Sahab B, Adair L, Hamadeh MJ, Ardern CI,  Tamin H: Impact of Breastfeeding Duration on Age at Menarche Am. J. Epidemiol. (2011) 173(9): 971-977
Terry MB, Jennifer S. Ferris JS, Tehranifar P, Wei Y, Flom JD: Birth Weight, Postnatal Growth, and Age at Menarche Am. J. Epidemiol. (2009) 170(1): 72-79
He C, Zhang C, Hunter DJ, Hankinson SE, Buck Louis GM, Hediger ML, Hu FB: Age at Menarche and Risk of Type 2 Diabetes: Results From 2 Large Prospective Cohort Studies Am. J. Epidemiol. (2010) 171(3): 334-344

woensdag 19 januari 2011

Diabetes

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte waarbij de functie van insulineafgifte voor de verwerking van suikers is verminderd of vernietigd door beschadiging van de Eilandjes van Langerhans. Er zijn diverse theorieën hoe dit kan gebeuren; 1 ervan gaat ervan uit dat de druk die nodig is voor het maken van stoelgang in zuigelingen de zenuwen in de pancreas beschadigt. Grote druk is nodig als er sprake is van obstipatie, bijvoorbeeld als gevolg van kunstvoeding en/of te vroege introductie van koemelk, aldus Quinn (2010). Skrodenienė c.s. onderzochten in Letland welke omgevingsfactoren een voorspellende waarde hebben voor prediabetes in schoolkinderen. Zij vonden dat naast roken in huis en medicatie tijdens de zwangerschap ook een vroege introductie van koemelk en granen de ontwikkeling van prediabetes in schoolkinderen konden voorspellen. Waar mogelijk afzien van medicijngebruik tijdens de zwangerschap het voorkomen van passief roken en het streven naar een adequateperiode van exclusief borstvoeding (6 maanden volgens de WHO) zou kinderen daarom kunnen beschermen tegen het ontwikkelen van diabetes in de kinderleeftijd.
Quinn MJ: Diabetes, diet and autonomic denervation. Medical hypotheses 1 February 2010, 74(2):232-234.
Skrodenienė E, Marčiulionytė D, Padaiga1 Z, Jašinskienė E,
Sadauskaitė-Kuehne V, Ludvigsson J: Environmental risk factors in prediction of childhood prediabetes. Medicina (Kaunas) 2008; 44(1)

woensdag 29 december 2010

Risicofactoren overgewicht

Het gewicht van opgroeiende kinderen en volwassenen wordt voor een flink deel bepaald door wat en hoe ze als baby en peuter aten. Mensen die als baby of peuter graag fruit en groenten eten, zullen later een gezonder eetpatroon hebben en minder risico lopen op obesitas en daaraan verwante aandoeningen. Onderzoek van het Monell Chemical Senses Center wees uit dat kinderen die borstvoeding krijgen van moeders die ruim groenten en fruit eten (en moeders die borstvoeding geven hebben een tendens om meer groenten en fruit te eten dan moeders die kunstvoeding geven) wanneer zij aan vast voedsel beginnen met meer smaak groenten en fruit eten en meer geneigd zijn andere dingen uit te proberen. Borstvoeding geven op zich beschermt tegen te snelle groei, wat een andere risicofactor voor alter overgewicht is. Kinderen die kunstvoeding krijgen zijn geneigd meer te drinken dan ze nodig hebben, tenzij ze een hypoallergene voeding krijgen. De voor-verteerde eiwitten in HA voeding lijkt een sterker verzadigingssignaal te geven dan de koemelk eiwitten in gewone kunstvoeding. Ook kinderen die kunstvoeding krijgen van moeders die moeite hebben met het lezen en interpreteren van de honger en verzadiging signalen van hun baby worden makkelijk overvoed, wat kan leiden tot later overgewicht.
Monell Chemical Senses Center (2007, December 4). Eat Fruits And Veggies While Breastfeeding And Baby Will Probably Like Them. ScienceDaily.
Julie A. Mennella, Alison K. Ventura, and Gary K. Beauchamp. Differential Growth Patterns Among Healthy Infants Fed Protein Hydrolysate or Cow-Milk Formulas. Pediatrics, 2010; DOI: 10.1542/peds.2010-1675
Worobey et al. Maternal Behavior and Infant Weight Gain in the First Year. Journal of Nutrition Education and Behavior, 2009; 41 (3): 169 DOI: 10.1016/j.jneb.2008.06.005

zondag 28 november 2010

Borstvoeding en diabetes

Zowel het beginnen als het doorgaan met borstvoeding lijken minder bij moeders met diabetes. Toch is voor zowel moeder als kind borstvoeding belangrijk bij de preventie en behandeling van diabetes. Diabetes type 1 is een chronische ziekte met een subklinisch voorstadium waarin zich β-cel auto-immuniteit ontwikkelt. Dit gebeurt volgens onderzoek al in het eerste levensjaar en de voeding van de zuigeling heeft daarop invloed. Voeding met complexe eiwitten zijn een risico verhogende factor, moedermelk een beschermende. Moeders met typ 2 diabetes zouden elk kind minimaal 1 maand exclusief borstvoeding moeten geven. Dit heeft volgens Schwarz et al een beschermend effect tegen de vaak voorkomende verslechtering van het suikermetabolisme in vrouwen in de weken na een bevalling. Uit onderzoek van Sorkio c.s. blijkt dat niet de diabetes zorgt voor minder beginnen en doorgaan met borstvoeding, maar de vaak optredende complicaties bij vrouwen met diabetes, zoals een hogere incidentie van vroeggeboorte en keizersnede en een statistisch lagere leeftijd en scholing van deze moeders. Optimalisatie van de zorg voor borstvoeding is voor moeders met diabetes van groot belang.
Sorkio S, Cuthbertson D, Bärlund S, Reunanen A, Nucci AM, Berseth CL, Koski K, Ormisson A, Savilahti E, Uusitalo U, Ludvigsson J, Becker DJ, Dupré J, Krischer JP, Knip M, Åkerblom HK, Virtanen SM (2010): Breastfeeding patterns of mothers with type 1 diabetes: results from an infant feeding trial. Diabetes/Metabolism Research and Reviews, 26:206–211.
Knip M, Virtanen SM, Åkerblom HK: Infant feeding and the risk of type 1 diabetes Am J Clin Nutr 2010 91:1506S-1513S.
Schwarz EB, Brown JS, Creasman JM, Stuebe A, McClure CK, Van Den Eeden SK, Thom D: Lactation and Maternal Risk of Type 2 Diabetes: A Population-based Study. The American journal of medicine 2010, 123(9):863.e1-863.e6.

donderdag 11 november 2010

Groei en gezondheid

De gezondheid van een zuigeling wordt vaak afgemeten aan de hand van de snelheid waarmee hij groeit. Een kind dat volledig en op verzoek borstvoeding krijgt zal inderdaad in de eerst weken met een bijna duizelingwekkende snelheid groeien en in een maand of drie-vier zijn geboortegewicht verdubbeld hebben (WHO universele groeistandaarden). Onderzoeken naar de relatie tussen groei in de eerst levensmaanden en gewicht en gezondheid als adolescent geven echter aan dat een te snelle groei in die eerste maanden een factor is voor overgewicht later. Met name de afgifte van eetlustopwekkende hormonen lijkt er in onderzoek van Larnkjær et al door te worden gestimuleerd. Leunissen et al vonden een toegenomen incidentie van cardiovasculaire aandoeningen en diabetes. In hun onderzoek was echter en relatieve oververtegenwoordiging van kinderen die met een te laag gewicht geboren werden en waar dus sprake was van een (te) sterke inhaalgroei.
Leunissen RWJ, Gerthe F. Kerkhof GF, Stijnen T, Hokken-Koelega A: Timing and Tempo of First-Year Rapid Growth in Relation to Cardiovascular and Metabolic Risk Profile in Early Adulthood. JAMA. 2009;301(21):2234-2242.
Larnkjær A, Schack-Nielsen L, Mølgaard C, Ingstrup HK, Holst JJ, Michaelsen KF: Effect of growth in infancy on body composition, insulin resistance, and concentration of appetite hormones in adolescence. American Journal of Clinical Nutrition 2010, 91(6):1675-1683.

woensdag 6 oktober 2010

Fladderende baby's hebben geen suikertekort

Een zeer geanimeerd sprekende Martin Ward-Platt bracht kleine sensaties te weeg bij het publiek van het SBO Borstvoedingcongres in Ede 5 oktober 2010. Hij ontrafelde de geheim van en professionele bakerpraat over te lage bloedsuikers in pasgeborenen. Voor velen die werken met pasgeborenen op kraamafdelingen en afdelingen neonatologie zal het schokkend zijn geweest om te horen dat alle pasgeboren kinderen lage bloedsuiker hebben en dat dat gewoon zo hoort. Sterker nog: je hoeft de eerste 2 uur niet te prikken en niet te behandelen. Preventie voor lage suikerspiegels in de volgende uren en dagen worden voornamelijk voorkomen doordat de baby over gaat op andere energiebronnen en door het kind vooral dicht bij moeder te houden en vaak klein beetjes aan de borst te laten drinken. Zelfs kinderen geboren uit moeders met zwangerschapsuiker of kinderen die om andere redenen en hoog geboortegewicht hebben, hoeven geen kunstvoeding bij te krijgen, vooropgesteld dat zijn borstvoeding krijgen en daar al op de verloskamer mee beginnen. Hoewel al tientallen jaren bekend is hoe de suikerhuishouding van pasgeboren kinderen werkt, wordt met die kennis nog weinig gedaan en worden kinderen met vage en niet ter zake doende risicofactoren en masse vroeg geprikt en onnodig bijgevoed of aan glucose-infusen gelegd.
Chertok IRA, Raz I, Shoham I, Haddad H, Wiznitzer A: Effects of early breastfeeding on neonatal glucose levels of term infants born to women with gestational diabetes. Journal of Human Nutrition and Dietetics. 2009, 22(2):166-169

zondag 15 augustus 2010

Borstvoeding beschermt kinderen van diabetica tegen overgewicht.

(28-07-'10)
De onderzoeker Feig en collega's van de Universiteit van Toronto, Canada, vonden dat borstvoeding voor kinderen van moeders met type I diabetes ervoor zorgt dat zij duidelijk minder kans hebben om later te dik te worden. Dit bleek onafhankelijk te zijn van het type diabetes en van het gewicht van hun moeder. Omdat kinderen van moeders met diabetes een verhoogd risico hebben om later te dik te worden bevelen Feig et al moeders met diabetes aan hun kinderen de borst te geven.
Feig DS, Lipscombe LL, Tomlinson G, Blumer I.: Breastfeeding predicts the risk of childhood obesity in a multi-ethnic cohort of women with diabetes. J Matern Fetal Neonatal Med. 2010 Jul 7. [Epub ahead of print]

Welkom bij Eurolac!

Eurolac! is een onderdeel van Eurolac Lactatiekunde

Dit is het oude blog.

Voor de nieuwste berichten en voor diepgaande informatie, achtergrondartikelen, hulp en ondersteuning ga je naar www.eurolac.net. Hier vind je ook de Eurolac Lactatiekunde Webwinkel

Labels

aan-de-borstvoeding aanbevelingen aandacht aangeboren aangeleerd aanhappen aanklikbedje aanleg aanleggen aanleghulp aanname aanpassen aasgieren ABC abces ABM achtergrond achterkamertjes acrobatiek actie acupunctuur ademhaling ADHD adolescent adoptie advies advisering advocaat AFASS afbouwen affectie affectief afhankelijkheid afkoeling afkolven afleiding afsluiten afstamming afstrepen aftellen afvallen afvalstoffen afweer afwijking afwijzen agressie alcohol Alexandre Dumas alledaags alleen allergeen allergie allo-ouderschap allopathie alternatieve zorg aminozuren Amsterdam anamnese anatomie Angelina Jolie angst Anna Staas-Vink anorexia antibiotica anticonceptie antropologie apart apoptose apparaat appels archetype argument asimov ASS assortiment astma asymmetrie atopisch Attachment Parenting attachment theorie attitude autostoeltje baby baby-led-weaning babyverzorging babywise bacteriën bad badzout bakerpraat bakerpraatjes balts baren baring baringsrituelen bed-sharing bedrog beeldvorming begeleiden begeleiding begroting beha behandeling behoefte behoeften belasting beleid beloften beloning beoordeling beperken beroep beschadigen beschermen bescherming besmetting beurs bevalling bevorderen bewaren beweging bewerken bewijs bewijslast bewustzijn BFHI bijgeloof bijhouden bijscholing bijten bijvoeden aan de borst bijvoeding bijzonder bilirubine Biological Nurturing biologie biologisch biologische zuivel bitter blauwdruk bloed bloedarmoede bloedcellen bloeddruk bloedstolling bloedsuikers blootstelling BMI boek bonafide borst borstabces borsten borstkanker borstmassage borstonderzoek borstontsteking borstproblemen borstverkleining borstvoeding borstvoeding.com borstvoedingcafe borstvoedingcijfers borstvoedinginformatie borstvoedingmanagement borstvoedingorganisatie borstvoedingsbeleid borstvoedingsduur borstvoedingsorganisatie borstvoedingsthee borstvoedingvriendelijk borstweigeren botdichtheid botvorming boulemie bouwstoffen Bowlby BPA Brian Palmer brood broodjeaapverhaal buidelen buitengewoon cadeautjes caius calcium calendula campagne candida albicans capaciteit cariës caseine changeling chapeau chefkok chimpansee China chocolade clausule clusteren clusterkolven CMV co-ouderschap co-sleeping Cochrane Code coeliakie cohortstudie colostrum comfortabel commercie commissie communicatie compassie complementair complex complicated congruent consequent consequenties consultatiebureau contra-indicatie controle corrupt cortisol counseling couveuse CT cultuur cyclus D-MER D-TSR DALY's dankbaar darm darmflora darmfunctie David Sackett debat deficientie dehydratie delen demoniseren deskundig determinanten diabetes diagnose Diane Wiessinger diarree diëtiek dik discreet discriminatie discussie dissociatie DNA doel dokters dompelbad domperidon donormelk doorverwijzen doorzetten doula dr. Jay gordon draagkracht draaglast draagling draak dragen drempels drinken drinkproblemen drinktechniek druk dubbele boodschap duimzuigen duurzaamheid dwang E-Sakazakii EBM EBP echografie ecologisch borstvoeden ecologische voetafdruk economisch economische waarde eczeem educatie eenvoudig eerlijkheid eetproblemen eetstoornis eierstokkanker Einstein eiwitten emancipatie emotie emotioneel welzijn emotionele beschikbaarheid empathie energie epigenetica Erikson erotofobie eten ethiek etiket etniciteit eurolac evalueren evidencebeest evolutie examen exclusief excreet excuus experimenteren extreem fabels fabeltjes fabrikanten Facebook factoren familie fanatiek feel-good feest feestdagen feiten feminisme fenegriek filmpje filosofie flash-heating fles flesvoeding flesweigeren flow focus fopspeen forensisch onderzoek forum foto's fouten freakshow frenulum frequent voeden freud functie functional food functionaliteit fysiologie gadgets galactogoog galega gastcolumn gebakken lucht gebit gebonden geboorte geboortegewicht geboortetrauma gedijen gedrag geelzucht geen kwaad doen geheim gehemelte gehemelteplaatje geinduceerde baring geinduceerde lactatie geïnduceerde lactatie . geit geld geloven geluk gelukkig gemiddeld gender genen GenerationR genetische manupulatie Gentiaan Violet George Clooney geschiedenis geur gevaar gevaarlijk gevaren geweld gewicht gewichtsverlies gewoon gezin gezond gezonde voeding gezondheid gezondheid moeder gezondheidsclaims gezondheidsinformatie gezondheidsprogramma gist glucose go with the flow goed goed genoeg goud griep groei groeistandaarden groen groene_leem grondstoffen grootmoeder gulden snede gynaecoloog halfjaar HAMLET handelplan hard drugs harry piekema hart hart- en vaatziekten hartfunctie hechting heks helen helper herinneren hersenen hersenontwikkeling heupdysplasie Hippocrates hirsutisme historie HIV HM4HB HMF holistisch honger hongersignalen honing hormonen horror houdbaarheid houding Hugh Laurie huidcontact huidflora huilen hulp hulp zoeken hulpmiddel hulpmiddelen hulpset hygiene hygiëne hype hyperlactatie hypoglycemie hypolactatie hysterie IBFAN ideaal IFE ijs ijzer IL-10 illusionist immuniteit immunologie immuuncellen Ina May Gaskin inbakeren individu indoctrinatie industrie infectie infecties inflammatie informatie informeren infuus ingetrokken tepels ingewikkeld ingrediënten ingrijpen initiatierite inleiden inschatten instinct instincten instinctief voeden instructie insuline intake intelligentie intentie inter-species zogen interactief interventie intiem intolerantie introductie inventariseren investering invloed invoelen inwikkelen inzet IQ irritatie Ja zuster nee zuster Jack Newman James McKenna JGZ JHL jodium Johan Cruijff Johnny Depp jonge moeder journalist jubileum Kangoeroe Moeder Zorg kanker kansen kapotte tepels karakter KDV keizersnede kennis kennisoverdracht keuze keuzes keuzes maken kiezen kijken kin kind kinderarts kinderdagverblijf kinderopvang kindersterfte KISS klacht kleur klierweefsel klinische lactatiekunde KMC KMZ knippen koemelk koesteren koestering koffie koken kokosolie kolf kolonisatie kolven korte tepels kosten kosten gezondheidszorg Kotlow koude kraam kraamafdeling kraambed kracht krampjes kritiek kruiden kruipen kunstvoeding kwakzalverij kwaliteit laat-prematuur lactaptin lactatie lactatiekunde lactatiekundige lacteren lactoengineering lactoferrine lactogenese LAM lange termijn langvoeden lanoline leefomgeving leiden lekken lengte lente leren leren aanleggen levende cellen levensles lezen lichaamscontact liefde lipriempje literatuuronderzoek LLL lobby logica logopedist loslaten luchtweginfecties luiers luisteren maag maagdarminfecties maaginhoud maagzuurremmers maan maat maatschappij macgyveren machinaal maffia magie magisch malafide mama maneschijn manieren manipuleren mannelijke lactatie marketeer marketing massage mastitis matrix Max Tailleur mazelen meanderen Meatloaf Medela media medicalisatie medicijnen medicijngebruik medische misser medium meerling melk melkbank melklijsten melkproductie melkstase melkstroom melktransfer melkzusters menarche menselijk mensenrechten menstruatie Meryl Streep met rust laten meten methode Michel Odent micronutriënten middenoorontsteking mijmeren milieuvervuiling min Miranda Kerr mode moe moeder moeder en kind nabijheid moeder-en-kind-nabijheid moedergodin moedergroep moedermelk moedermelknetwerk moedermelkvoeding moederschap mondflora mondonderzoek Montessori morbiditeit mores mortaliteit motieven motivatie motorische ontwikkeling MRI MRSA multidisciplinair multimoeder multiple sclerose mythe nabijheid nachtouderschap nachtvoedingen nadelen nadenken nalaten namaak nature-nurture natuur natuurlijk nauwkeurigheid NEC neerslachtigheid Nestle boycot nicotine nieuw nieuwsgierig Nils Bergman niplette non-nutritief noodsituatie norm normaal normen en waarden normwaarde Nurse Jackie nutriënten Obelix obesitas obsceen observeren obstreticus oedeem oefenen oestrogenen ogen oligosacchariden olympisch oma omega 3 omgeving omweg onaangepast onafhankelijkheid onconditioneel onconditioneel opvoeden onderkaak onderscheid ondersteuning ondervoeding onderwijs onderwijzen onderzoek onderzoek retrospectief onderzoeken onderzoeker onderzoekmethodes ongemakkelijk ongewenst zwanger ongewoon ongezond onrustig drinken ontdooien ontmoeten ontspannen ontsteking ontwerp ontwikkeling onvoldoende onvoorwaardelijk onvoorwaardelijk ouderschap onwennig oorlog oorontstekingen oorzaken opbrengst openbaar openbaar voeden opgelucht opleiding opleidingsniveau ouders oplossing opoffering oproep opties opvoeden opvoeding opvolgmelk opzoeken orale anatomie organische chemicaliën osteoporose Oud en Nieuw ouder-kind-interactie ouders ouderschap overdenking overeenkomsten overgewicht overheden overheid overleg overleven overproductie oververhitting oxytocine paced bottle feeding pacifisme pap papa parasiet partner pasgboren pasgeboren passie pasteuriseren patroon Paula Meier PCOS pech pedagoog peer support peercounseling pepermunt perceptie perfectie perinatale sterfte perspectief PET Peter Facinelli peuter pijn pijnbestrijding Pink pink ribbon plaats placebo plagiocefalie plan plan B plannen plezier politiek portie portiegrootte postnatale depressie postpartum bloedverlies powerpoint PPD prematuur prenataal afkolven prenatale depressie prenatale ontwikkeling prestatie preventie prijsvraag primaten prins prinses priorteit probiotica PROBIT probleemgedrag problemen problemen maken problemen oplossen productie professioneel profijt programma prolactine promoten promotie protocol psychologie PTSS puber radicaal ramp Rapley Raynaud RCT reactie realiteit rechten van het kind rechten-van-het-kind reclame redden redenen redeneren referentie referenties reflexen reflux regelen regelmaat regels reinheid relactatie relatie religie respect responsief ouderschap reuk revolutie richtlijn Riley ringsling risico risico van geen borstvoeding risicogedrag rituelen Robert De Niro robot roes roken rollen Romeo en Julia röntgenfoto routines rouw rozengeur RPS ruimte rumenzuur rust rustig RVP safe motherhood sagen salie salma hayek Salmonella samen samen slapen samenspel samenstelling samenwerking SBO congres scan Scandinavië schaamte schaap schade scheiding-van-moeder-en-kind scheidingsangst scheikunde schema schildklier schimmel schimmelinfecties schisis schizofrenie scholing schoonheid schrijven schudden schuim schuld schuldgevoel secreet seksisme seksleven seksualiteit seksuele mishandeling sensitief ouderschap sensitieve zorg SES Shakira show SIDS silicium simultaan voeden sintjanskruid slaap slaapcondities slaapcyclus slaapgebrek slaapomgeving slaappatroon slaapproblemen slaapritme slaaptraining slapen slendang smaak smaakontwikkeling smoes sneeuw sociaal gedrag sociaal netwerk socialiseren softdrugs sondevoeding soortspecifiek SPECT speen speenhoes spelen spelregels spenen spijsvertering sponsoring sport spraakontwikkeling spreken sprongetjes sprookjes spruw spugen stamcellen stand standaard stappenplan start statistieken Stefan Kleintjes stemherkenning sterk steun stoppen storen stress strijdmodel structuur studie stukjes stuwing substituut suiker suikermetabolisme suikerwater suppletie surrogaat symbiose taal taboe tandemvoeden tanden tattoo TBS te veel melk te weinig melk team technieken technologie tegendruk tegenwerken tellen temperatuur tentoonstelling tepelhoedje tepelkloven tepelproblemen tepels terminologie testosteron TGF-beta1 The Bad Mother's Handbook thema therapeutisch flesvoeden therapie thymus tienermoeder tijd tijger TNO toeschietreflex tolerant tong tongriem tortocillis toveren toxinen TRAIL triple P troosten trots trouw trucjes tweeling twijfel twilight type uitkomsten uitvinden Uncle Vernon UNICEF uniek universiteit urban legend utopia vaardigheden vacceenzuur vaccinatie vacuum vader vaderrol vaderschap vak vakantie valentijn vallen vampier variabelen variatie vaste voeding VBBB VBN vechten vegetariër veilig veiligheid verandering verantwoordelijkheid verantwoording verdediging verdriet vergelijking verhalen verkoudheid verliefd verloskundige vermoeidheid verondersteld te weinig melksyndroom verschillen verslikken verstopping vertrouwen verwaarlozing verwachten verwachting verwachtingen verwarmen verwarring verwennen verzadigingsignalen verzorgen verzorging vet vetzuren vies vingervoeding virus visite vitamine A vitamine B vitamine C vitamine D vitamine K vlakke tepels voeden voeden op verzoek voeding voeding moeder voedingesindustrie voedingsbeha voedingscentrum voedingsfrequentie voedingskussen voedingsmethode voedingspatroon voedingsstoffen voedingswaarde voedsel Voldemort voldoende volksgezondheid volledige zuigelingenvoeding volturi voorbeeld voorbereiden voorbereiding voordeel voordelen voorkeurshouding voorkomen voorlichting voornemen vooronderstelling voorschrift voortgezette borstvoeding voorwaarden vorm vraag vraag en aanbod vragen vreemd vreugde vriezer vrijwilligers vroede vrouw vroeggeboorte vrouw vruchtbaarheid vuistregels vulture vuurwerk vzwBorstvoeding waarde waarheid WABA wapens WAPF warmte water waterhuishouding waterpokken waterwereld WBW weeën wereldvrede werkende moeder werkende vader werkgever Weston A Price wetenschap wetgever WHO Whoopi wiegelied wiegendood wijkverpleegkundige wijsheid will smith winkel winkel concept winst wisselkind woede wolf wondermiddel woonomgeving woorden workshop WYSIWYG Yvo Smulders zalf zelfbeschikking zelfregulatie zelfstandig zelfvertrouwen ziektelast ziekteverekkers ziel zien zilver zink zintuigen zitten zoeken zoet zoethoudertjes zonlicht zonnesteek zoogdieren zoogkompressen zorg Zorg voor Borstvoeding zorgen zorggedrag zorgverleners zorgzaam zout zuigbehoefte zuigelingen zuigelingenvoeding zuigen zuigfles zuivelindustrie zwanger zwangerschap zwembad

Drukwerk educatieve materialen

Prijsprinter - copyshop - banner