Pagina's

Eurolac!

Een blog met (bijna) dagelijkse columns over borstvoeding, hoe het gaat, hoe het ook zou kunnen. Discussie, ironie, satire en parodie worden als stijlbloemen niet verguisd, naast gewone recht-toe recht-aan informatie.
Posts tonen met het label onderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderzoek. Alle posts tonen

vrijdag 22 november 2013

Cijfertjes

Foto: Nelly Frijda als Ma Flodder, Huub Stapel als Johnnie en Mandy Negerman als Toet  in Flodder in Amerika! (1992)

Ma Flodder drinkt zelfgestookte jenever, rookt dikke sigaren, eet soepen en stamppotten waarvan je echt niet wilt weten wat erin zit en toch oogt ze kerngezond. Iedereen kent ook wel in de familie of kennissenkring de beroemde opa van 96 die een dagelijkse neut bij zijn sigaartje geniet en nog opperbest wegkomt. We weten ook allemaal dat zowel Ma Flodder als Opa-van-96 eerder ondanks dan dankzij het roken en drinken in goede gezondheid verkeren. We weten tegenwoordig allemaal dat roken en drinken niet goed voor de gezondheid zijn, evenals ongezond eten, slaap te kort en luchtvervuiling. En kunstvoeding voor baby’s. Maar wat weten we eigenlijk, want zo vaak hoor je iemand zeggen dat dat allemaal wel zal meevallen, want ze zijn er zelf toch ook gezond groot op geworden, en we kennen allemaal de eerder genoemde opa’s en Ma Flodders. En ''als het zo gevaarlijk was zou het niet verkocht worden'', maar dat is voor een ander blog.)

Het probleem zit voor een deel in de manier waarop onderzoeksresultaten worden gepubliceerd en geïnterpreteerd. Er zijn maar weinig zaken die per direct dodelijk zijn, het gaat vrijwel altijd om glijdende schalen. Veel gevaarlijke dingen zijn alleen dosisafhankelijk gevaarlijk. Neem nu water. Drinkwater. Dat is over het algemeen veilig, in onze contreien. Er zitten mineralen in die meestal goed voor ons zijn en wat lichte verontreinigingen waarmee ons afweersysteem over het algemeen goed raad mee weet. Toch kun je van gewoon kraanwater of flessenwater behoorlijk ziek worden. Als je er maar genoeg van achter elkaar drinkt.  Dit heet waterintoxicatie. Het feit dat in sommige gevallen mensen ziek worden en zelfs overlijden door het drinken van grote hoeveelheden water is echter geen reden om het drinken van water te ontmoedigen.

Het ligt dus aan de dosering en de omstandigheden of een bepaald voedingsmiddel of genotsmiddel schadelijk is of niet. Hetzelfde geldt voor allerlei andere veilige/onveilige keuzes. Het is mede daarom dat ik eigenlijk een hekel heb aan uitspraken als ‘’borstvoeding beschermt tegen <vul ziekte of aandoening in>’’. Ten eerste beschermt borstvoeding niet, maar leveren alternatieven risico’s, maar vooral ook omdat dat zo vaak verkeerd geïnterpreteerd wordt. Stel er is een onderzoek gedaan naar de invloed van voedingskeuze voor zuigelingen op het vóórkomen van een bepaalde ziekte. Een uitkomst kan dan zijn dat die ziekte bij de ene groep kinderen vaker voorkomt dan bij de andere groep. Er wordt dan al snel geroepen dat de keuze met de minste ziektegevallen kennelijk een beschermende werking heeft. Dat komt dan zo in het nieuws. Het gemiddelde publiek (en soms de journalist ook) leest dat dan als dat je met die positievere voedingskeuze de onderzochte ziekte niet meer kan krijgen of dat je bij de mindere keuze die ziekte dus beslist zult krijgen.

En dat is waar het fout gaat en daar komen dan de reacties als ‘’ik heb kunstvoeding gehad en ben er ook goed groot op geworden’’. Welke voeding baby’s ook krijgen, het overgrote deel zal in een redelijke tot goede gezondheid groot worden. En welke voeding baby’s ook krijgen, sommigen worden ziek, erg ziek of gaan dood. Want onderzoeksresultaten zijn nooit, echt nooit, absolute waarheden. Het zijn statistieken en kansberekeningen.

Om dit duidelijker te maken stel je je twee groepen van elk 1000 kinderen voor. De ene groep krijgt biologisch normale voeding, borstvoeding zoals onze blauwdruk dat heeft bedoeld, en de andere groep krijgt geen of weinig borstvoeding. In beide groepen zullen kinderen ziek worden, maar in de tweede groep zullen er dat meer zijn. Neem nu twee groepen van 1000 kinderen die ziek zijn, ook weer een groep die borstvoeding krijgt en eentje die dat niet of weinig krijgt. In beide groepen zullen zeer ernstig zieke kinderen zijn, maar weer in de tweede groep meer. Tot slot nemen we twee groepen ernstig zieke kinderen met of zonder borstvoeding. Dan zullen er, hoe spijtig ook, in beide groepen kinderen overlijden. In de groep zonder borstvoeding zullen er dat meer zijn.

Kinderen die geen borstvoeding krijgen hebben dus een verhoogd risico om ziek te worden en te overlijden ten opzichte van kinderen die enkel borstvoeding krijgen. Dat betekent niet dat alle kinderen die kunstvoeding krijgen dus ziek worden en het betekent evenmin dat kinderen die enkel borstvoeding krijgen nooit ziek zullen worden. Borstvoeding beschermt kinderen niet tegen ziek worden, maar houdt hun risico zo laag als mogelijk is. Alternatieven voor borstvoeding verhogen dat risico.

Voor wie iets verder kijkt dan alleen de eindconclusie kan ook zoeken naar de exacte cijfers van een onderzoek. Stel dat voor een bepaalde keuze in gezondheidsgedrag een groep kinderen wordt bekeken op het vóórkomen van een bepaalde aandoening en zij vinden 5 kinderen met die aandoening. In de groep waar andere keuzes werden gemaakt vinden zij 10 kinderen met die aandoening. Dat lijkt dan een enorme risicoverhoging, een verdubbeling. Als de groepen onderzochte kinderen maar 10 individuen groot waren is de uitslag verpletterend. Waren het groepen van 100 kinderen elk dan was er een vergroting van risico van 5% naar 10%, nog steeds substantieel. Maar als het ging om groepen van 1000 kinderen was het een verhoging van 0,5% naar 1%. Nog steeds een verdubbeling, maar beide zeer lage risico’s. 

Hoe groter de groep kinderen waarin onderzoek wordt gedaan, hoe relevanter de cijfers. Onderzoeken met N=1 (N betekent het aantal onderzoek subjecten), met andere woorden  ‘’mijn kind heeft nooit borstvoeding gehad en is kerngezond’’ of ‘’die van de buren heeft nooit anders dan borstvoeding gehad en is altijd verkouden’’, zijn per definitie onbetrouwbaar en geven geen enkel feit weer over de werkelijk risico’s en gevaren en bescherming. Net als de opa’s van 96 en de Ma Flodders.

zondag 15 september 2013

Honing

Foto: Winnie the Pooh en zijn geliefde honingpot

‘’Met honing van je meer vliegen dan met azijn’’. ‘’Melk en honing’’. Honing heeft een rijk en gezond aura. Honing heet een gezond alternatief te zijn voor suiker of andere zoetmiddelen. Want het is niet geraffineerd en het bevat naast suikers ook nog vitaminen en mineralen. En het is geneeskrachtig. Toch blijft voor het grootste deel (krap 80%) suiker. Volgens Wikipedia ‘’bestaat honing gemiddeld uit 38% vruchtensuiker, 31% druivensuiker, 10% andere suikers en 17% vocht. Hiernaast bevat honing nog 4% begeleidende waardevolle stoffen zoals bijvoorbeeld enzymen, vitaminen, zuren, hormonen, bacterie-remmers, waterstofperoxide, stuifmeelkorrels en mineralen zoals bijvoorbeeld fosfor, mangaan, ijzer en koper’’. De hoeveelheden gezonde stoffen zouden echter de inname van kilo’s honing nodig maken om er effectieve hoeveelheden van binnen te krijgen.

In plaats van te stellen dat honing gezonder is dan suiker, zou je dus waarschijnlijk beter kunnen stellen dat honing ietwat minder ongezond is dan suiker. De invloed op de suikerhuishouding verschilt nauwelijks en het levert vrijwel evenveel calorieën. Door de sterkere eigen smaak hebben mensen mogelijk wel de neiging om van honing minder te nemen dan van suiker, waardoor hun smaakvoorkeur mogelijk minder zoet wordt. Dat zou dan de totale inname van enkelvoudige suikers verminderen en dat zou dan een gunstig effect op de gezondheid kunnen hebben. Honing lijkt dus als zoetstof een net even minder ongezond alternatief voor suiker te kunnen zijn, met als toegevoegd gunstig effect een verlaging van de suikerinname. Aan de andere kant blijken suikervervangers, zoals die worden gebruikt in light en suikervrije producten, een even ongunstig effect op de suikerhuishouding te hebben als suiker en te leiden tot een zoetere smaakvoorkeur en een uiteindelijke toename van het gebruik van snelle koolhydraten.

Een zelfde verhaal zou je over heel veel voedingsmiddelen en hun alternatieven kunnen vertellen. Gezond en ongezond zijn geen statische grootheden, die of waar of niet waar zijn. De omstandigheden, de effecten, de combinaties en de reacties op reacties op reacties veroorzaken allemaal telkens andere uitkomsten. Dit is een van de redenen waarom verschillende onderzoeken tot volledig tegengestelde conclusies kunnen komen. Daarbij geldt dan ook nog dat hoe meer factoren worden meegenomen, hoe diffuser de uitslagen worden en hoe meer geïsoleerd wordt onderzocht, hoe meer de verschillende uitkomsten uit elkaar komen te liggen. Hoe complexer het onderwerp van onderzoek, hoe groter deze diffusiteit en variaties worden.

Borstvoeding is een van de meest complexe onderwerpen om te onderzoeken. Het is iets wat om te beginnen altijd per twee of meer mensen tegelijk gaat. Dan zijn er processen en producten te onderscheiden in beide participanten, die ook in beiden verschillende doelen en betekenissen kunnen hebben. Beide deelnemers reageren op elkaar en op omgevingsfactoren en worden daardoor beïnvloed. Het uitlichten, isoleren of veranderen van een enkel aspect, verandert alle andere aspecten en hun synergie. Het moge duidelijk zijn dat dat zeker een van de redenen is dat het lijkt of borstvoeding zo weinig bewijsbaar is.

Gelukkig hoeft borstvoeding zich niet te bewijzen, het is gewoon zoals het is, ontwikkelde, bijgewerkt, afgestemd, aangepast en verfijnd door een eeuwenlang proces van evolutie op basis van uitkomsten en reactie op veranderingen van omstandigheden. Het is de biologische en evolutionaire norm voor het voeden, beschermen, koesteren en groot brengen van mensenkinderen. De voorgestelde alternatieven zouden wel moeten worden onderzocht op effectiviteit, veiligheid en volledigheid. Dat is een heel lastige, waarschijnlijk onmogelijke opgave. Alternatieven voor borstvoeding kunnen zich door de aard van de zaak maar richten op een  of enkele aspecten van het hele complex van borstvoeding. Bijvoorbeeld op de voedingswaarde, op de toedieningsvorm van het voedsel, op e beschermende factoren, op de koestering of de fundering van relatievorming, m er maar een paar te noemen. De beschikbare alternatieven voor borstvoeding zijn op zijn best fragmentarisch en dus is het bewijs voor effectiviteit en veiligheid dat ook. Misschien wordt het ook nog eens mogelijk om de voedingswaarde van moedermelk te imiteren in een alternatief product, maar hoe zit het dan met de toedieningsvorm, de bescherming en de koestering?

De wervende liedjes van alternatieven bieders klinken honingzoet in onze oren, maar de stroperige kleverigheid inherent aan honing verstopt ook makkelijk de toegang tot het gezonde, zelfdenkende logische verstand. Honing, verleidelijk lekker en met gezonde potenties, maar evengoed een zoete verleider met zeer ongezonde potenties.

zaterdag 31 augustus 2013

Raadsel

Foto:  Alan Davies lost als Jonathan Creek lastige raadsels op in Jonathan Creek (1997–2013)

Mensenmelk voor mensenkindjes en koeienmelk voor koeienkindjes. Het zo simpel en een waarheid als een koe, maar dat blijkt in de praktijk niet altijd evident. Op Facebook circuleert een foto van een aapje aan de borst (bij zijn moeder) met als tekst iets als: ‘’Haar vriendin zei mijn moeder dat ik te oud werd voor borstvoeding en dat ze mij zebramelk moest gaan geven. Ik heb de bitch de boom uitgeduwd.’’ We zouden het idee een babyaapje van de borst te halen en vervolgens zebramelk te voeren absurd vinden. Of een ijsbeerjong over te laten gaan op elandenmelk. Elke zoogdiersoort heeft melk voor de eigen jongen die met de grootste zorg is ontworpen en samengesteld om precies te voldoen aan alle specifieke behoeften van die jongen van die specifieke soort. Soort specifiek dus. Elke bioloog die het zout in zijn pap waard is zal je bevestigen dat het over het algemeen geen goed idee is om een zoogdierjong niet-soort-specifieke melk te geven. Voor geen enkel zoogdier komt er een moment dat de melk van zijn eigen soort niet meer goed genoeg is en melk van een andere soort nodig is.

Zoogdierjongen hebben melk nodig. De melk van hun eigen moeder of van een andere moeder van hun eigen soort. Zodra die melk van de eigen moeder niet meer volstaat wordt deze eerst aangevuld en op de juiste tijd volledig vervangen door het voedsel dat de volwassen dieren van de soort eten. Niemand zal op het idee komen om bij honden, paarden of walrussen te gaan onderzoeken of de soorteigen melk voordelen heeft boven de –aangepaste- melk van een andere soort. Evenmin gaat men onderzoeken of borstvoeding naast gezinsvoedsel voordelen heeft boven melk van een andere soort in combinatie met gepureerd gezinsvoedsel met toegevoegde vitamines. Dat zijn absurde ideeën en het geld voor een onderzoek niet waard. Toch worden dit soort onderzoeken aan de lopende band gedaan bij één bepaalde zoogdiersoort, de mens.

Als men nu zou onderzoeken of er veilige alternatieven zouden zijn voor kinderen die om een of andere zeldzame reden geen melk van hun eigen of een vervangende mensenmoeder kunnen krijgen, dat zou ik van harte toejuichen. Voor het overgrote deel van de kinderen is moedermelk of humane donormelk uitstekend geschikt, precies zoals het is. De Amerikaanse organisatie van kinderartsen heeft een duidelijk statement over de aanbevolen voeding voor jonge kinderen: een half jaar uitsluitend borstvoeding en dan borstvoeding naast geschikte andere voeding tot minstens de eerste verjaardag of zolang al moeder en kind samen willen. De WHO heeft een vergelijkbare aanbeveling, maar dan tot minimaal twee jaar. De Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde heeft geen stellingname. Het enige dat de NVK over borstvoeding te melden heeft is dat als een kind bijvoeding nodig heeft op medische indicatie (het zegt er niet bij wat dan medische indicaties zijn) dat dan voor kinderen met een familiehistorie van allergie gekozen kan worden voor een hypoallergene voeding. Het hele idee van menselijke melk als optie na moeders eigen melk komt niet in ze op.

Voor kinderen die te vroeg geboren worden ligt het ietwat minder simpel. Afhankelijk van de zwangerschapsduur hebben zij een meer aangepaste voeding nodig. De natuur heeft hier ten dele in voorzien: kinderen die na ruim 30 weken zwangerschap worden geboren krijgen van hun eigen moeder een aangepaste premature melk. Mits zij er voldoende en voldoende vaak van krijgen groeien, gedijen en ontwikkelen zij daar prima op. Diezelfde natuur heeft nooit voorzien dat wij kinderen in leven kunnen houden die nog veel vroeger dan dat worden geboren. Die zeer kleine te vroeg geborenen hebben een nog meer aangepaste voeding nodig dan hun moeder zelf maakt. Wat er precies anders moet is niet helemaal duidelijk, dus leveren de verschillende fabrikanten allemaal een net andere formulering. De grootst overeenkomsten tussen alle ‘’moedermelk versterkers’’ is dat zij zijn gemaakt op basis van koemelk en dat zij  niet veilig zijn. Dat koemelk gebaseerde voeding gevaarlijk is, is nu door onderzoek van Christofalo et al duidelijk gemaakt. In hun (weliswaar kleine) onderzoek bleken kinderen die  een dieet van uitsluitend speciale prematuren kunstvoeding kregen een significant langere periode afhankelijk waren van parenterale voeding (36 versus 27 dagen) en dat zij 7 keer vaker NEC ontwikkelden dan kinderen die menselijke melk kregen. Van de kinderen met NEC moest in de kunstvoeding groep en dat van hen 20% daarvoor moest worden geopereerd, in vergelijking met geen van de kinderen uit de humane melk groep.

From the American Academy of Pediatrics: Policy Statement: Breastfeeding and the Use of Human Milk. Pediatrics 2012; 129:3 e827-e841; published ahead of print February 27, 2012, doi:10.1542/peds.2011-3552
Cristofalo EA, Schanler RJ, Blanco CL, Sullivan S, Trawoeger R, Kiechl-Kohlendorfer U, Dudell G, Rechtman DJ, Lee ML, Lucas A, Abrams S: Randomized Trial of Exclusive Human Milk versus Preterm Formula Diets in Extremely Premature Infants. The Journal of pediatrics 22 August 2013
NVK-standpunt inzake bijvoeding tijdens de eerste levensdagen
(Dit standpunt is in eerste instantie geformuleerd door de sectie kinderallergologie van de NVK in januari 2007. De NVK-secties gastro-enterologie & voeding en neonatologie, alsmede de NVK-commissie Voeding, hebben dit standpunt onderschreven, waarmee het sinds juni 2007 een NVK-standpunt is.)

zondag 2 juni 2013

Melkvoeding

Foto: Schoolmelk in de jaren ’50-’60 van de vorige eeuw. Met een dikke laag room bovenop en een rietje door de aluminium dop gestoken. Toen we nog volop geloofden dat koeienmelk onontbeerlijk is voor mensenkinderen.

Een artikel over de wonderen van borstvoeding en moedermelk, geschreven door een onderzoeker uit de gerenommeerd groep van Hartman in Australië, op een site over melk. Gesponsord door diverse ondernemingen en productschappen uit de wereld van koeienzuivel, waaronder zuivelproductschappen uit Nederland, Australië, Nieuw Zeeland en Californië (USA) en Canada en één van ’s werelds leidende kunstvoedingsfabrikanten. De sponsors worden gepresenteerd met de aanmoedigende woorden: ‘’Onze sponsoren zijn gepassioneerd over melk en grote supporters van de melkwetenschappelijke gemeenschap.’’ Wat moet je daar nu mee. Dat zijn allemaal organisaties en ondernemingen die vooral zeer sterk geïnteresseerd zijn in koeienmelk en de economische aspecten daarvan. Ik krijg de sterke indruk dat de wetenschappers van de internetsite dat verwarren met wetenschappelijke interesse. Ik bedoel maar, waarom zouden koeienmelkmensen mensenmelk interessant vinden anders dan als model om hun geliefde koeienmelk commercieel interessanter te maken?

Toch is het een goed artikel. Echt een goed artikel, geschreven door iemand van wie de artikelen mij niet altijd tot een grote fan maken. Geddes heeft nog al eens de neiging de onderzoeksresultaten toe te schrijven naar een voordelig uitzicht voor de hoofdsponsor van de Australische onderzoeken, de kolvenfabrikant Medela. In dit artikel aait ze de sponsoren niet, integendeel, ze plaats in elk opzicht borstvoeding en moedermelk boven andere melkvoeding voor zuigelingen. Ze erkent zelfs dat drinken aan de borst meer aspecten tot recht laten komen dan enkel gekolfde moedermelk drinken. Ze compileert diverse onderzoeken van anderen tot een overzicht van aspecten die leiden tot een verhoogd risico van obesitas later door het rommelen met het eetlustgevoel van zuigelingen, namelijk kunstvoeding (of andere neit0humane melk) en niet aan de borst drinken. Vooral die laatste conclusie is, voor iemand die voor een flink deel van het inkomen afhankelijk is van een kolvenfabrikant, opmerkelijk te noemen.

Bij de rest van het artikel blijf ik me afvragen waar in het gras van de melkkoeien die adder zich verborgen houdt. Waarom zouden koeienzuivel belanghebbenden een artikel sponsoren dat hun product aan de kant zet als risicovol? Want de conclusies liegen er niet om: 
  1. Borstvoeding op verzoek leidt tot succesvolle lactatie en betere eetlust controle.
  2. Enkel in moedermelk aanwezige eetlust controlerende factoren zoals leptine, lijken de melkinname te reguleren bij borstgevoede kinderen.
  3. De moedermelk eetlust controle factoren hebben waarschijnlijk invloed op fysiologische processen zoals de ontwikkeling van de hypothalamus en het ledigen van de maag.
  4. De manier van voeden (rechtstreeks aan de borst of uit een fles) heeft invloed op de eetlust regulerende factoren, in de zin dat flesvoeding (= voeden met een fles, ongeacht de inhoud ervan) aanzet tot grotere melkconsumptie dan voeden aan de borst.
Dat is niet niks. Het is hiermee overduidelijk dat moedermelk uniek is, maar ook dat borstvoeding veel meer is dan een superieure melkvoeding. Het is het proces van het voeden en gevoed worden aan de borst dat de som van het geheel der delen exponentieel doet toenemen. Borstvoeding, dus moedermelk drinken direct aan de bron, in combinatie met het knuffelen en het gehele erbij behorende hormonale en neurologische pakket, is de norm voor het zorgen voor en voeden van het mensenkind. Dat biedt de beste basis voor het optimaal beschikbaar maken van het potentieel van het kind op het gebied van gezondheid, welzijn en ontwikkeling. Elk aspect dat uit dat pakket wordt weggenomen vermindert de kansen op het bereiken van het potentieel. Elk verwijderen van aspecten verhoogt het risico van een minder goede groei, ontwikkeling en gezondheid. Dus wel de melk, maar niet de borst geeft meer risico; niet de borst én niet de melk maakt de risico’s nog groter.

De enige redenen die ik kan bedenken waarom de sponsoren van deze site dit soort onderzoek publiceren op hun site is dat het om te beginnen zorgt voor goodwill en een feel-good boodschap (‘’Kijk ons toch eens goed bezig zijn en geheel belangeloos onze grootste concurrent steunen.’’). De andere is bedrijfsspionage. Want heel goed weten hoe de concurrent tot die fabuleuze resultaten komt is de de manier om je eigen inferieure product een makeover te geven, op te leuken en te upgraden. ’t Gaat hem evengoed niet worden, maar het houdt ze wel bezig.

Hassiotou F, Donna Geddes D:  How Breastfed Babies Control Their Own Appetite, International Milk Genomics Consortium. Opgeroepen 6/1/2013 7:49 PM
Klik op de labels hieronder voor lijsten met meer bijdragen over deze thema's.

woensdag 22 mei 2013

Slaper

Foto: Woody Allen als Miles Monroe en Diane Keaton als Luna Schlosser in Sleeper (1973)
Leven, mijn beste lezer, is levensgevaarlijk. Leven eindigt, hoe je het ook wendt of keert, uiteindelijk, vroeger of later, in de dood. Leven is een eindeloze reeks van  risico’s. Je mag eigenlijk van geluk spreken dat het nog zo vaak goed gaat en dat het onvermijdelijke einde pas laat of heel laat komt. Voor sommigen komt het vroeger of nog vroeger of heel vroeg. Voor sommigen als ze er nog maar net zijn of als ze er nog niet eens helemaal zijn. Sommige risico’s voor voortijdig overlijden zijn makkelijk te voorkomen, andere met wat meer moeite. Het is een illusie te geloven dat alle risico’s kunnen worden uitgesloten. Er zijn te veel factoren die invloed hebben, waarvan verschillende factoren in samenhang elkaar versterken en andere elkaar verzwakken. Toch blijven er mensen en instanties doen alsof dat wel mogelijk is. Zij blijven zoeken naar de Steen der Wijzen of een Levenselixer. Tot ze dat gevonden hebben stellen ze zich tevreden met het opstellen van regels en richtlijnen. Bijvoorbeeld over hoe en waar baby’s moeten slapen.
De veiligheid van slapen houdt de regelgevers al geruime tijd bezig. (Net als de bescherming tegen zeldzame aandoeningen, het voorkomen van tekorten en het afweren van normale kinderziekten, maar die bewaar ik voor een ander verhaal.) Een heel belangrijke stap, en eigenlijk het begin van de hard-core veilig-slapen campagnes, was de richttijd om kinderen enkel nog op de rug te slapen te leggen en ze enkel en alleen onder ononderbroken ouderlijk toezicht op de buik te laten liggen. Deskundigen stellen dat sinds de invoering van die richtlijn de incidentie van wiegendood abrupt is gedaald. Wat schets mijn verbazing als ik die gegevens eens nader beschouw in één beeld (relatie richtlijn rugslapen en wiegendood). De lijn waar de groene pijl naar wijst is die van het verloop van de incidentie van overlijden van kinderen tot een jaar oud tussen 1967 en 2007. We zien daar in de eerste jaren een vrij sterke daling, waarna de daling heel langzaam verder gaat. Pas een paar jaar nadat(!) de sterke daling is gestopt komt de aanbeveling om kinderen nooit meer op hun buik te leggen. Het effect op de zuigelingensterfte is minimaal. Dat komt omdat wiegendood in het geheel maar een klein deel uitmaakt van de totale kindersterfte. Een halvering van de incidentie lijkt een groot resultaat, maar afgezet tegen de totale zuigelingensterfte is het minimaal. Natuurlijk, elk voorkomen sterfgeval is er één, maar je moet heel erg veel baby’s altijd op een voor hen oneigenlijke manier te slapen leggen om een paar kinderen per jaar te redden. En dan nog weet je niet zeker of de slaaphouding de doorslaggevende factor was.
Maar er zijn meer speerpunten in het wiegendood spektakel, die op het eerste gezicht logisch lijken, maar die dat bij nadere beschouwing niet zijn. Als eerste moet altijd duidelijk zijn en blijven dat wiegendood betekent dat je niet weet waaraan een kind is doodgegaan. Zodra je de directe doodsoorzaak weet, is het geen wiegendood meer. Ten tweede moet altijd duidelijk zijn en blijven dat wiegendood altijd, per definitie multifactorieel is. En ten derde moet vooral ook nooit vergeten worden dat bij een zo weinig voorkomend verschijnsel statistiek nauwelijks betrouwbaar is. Wanneer een dodental terugloopt van 10 naar 5 lijkt dat een zeer significante uitkomst. Wanneer dat een terugloop is van 10 naar 5 per 10.000 is de significantie al een stuk minder of eigenlijk afwezig.
Nu is goochelen met cijfers natuurlijk niet iets waar alleen de wiegendood preventisten patent op hebben, maar ze zijn wel gretige afnemers van dat verschijnsel. Ze werden we eerder deze week opgeschrikt door schreeuwende koppen als  ‘Risico op wiegendood vijf keer groter als baby bij ouders slaapt’. Onderzoekers hadden zich over een stapeltje onderzoeken gebogen en de daarin verzamelde gegevens vergeleken om tot deze conclusie te komen. Gelukkig hebben anderen dit artikel al geanalyseerd en als onwetenschappelijk afgedaan, dus dat hoef ik niet meer te doen. Ik weet niet wat de motieven van deze en vergelijkbare onderzoekers zijn, wanneer ze met alle geweld willen bewijzen dat het te slapen leggen van zuigelingen in houdingen en op plaatsen die volledig ingaan tegen hun fysiologie veiliger voor die kindjes is. De natuurlijke habitat van de jonge baby is het lichaam van zijn moeder en de houding waarin zijn neurologie optimaal functioneert is voorover liggend met het hoofd wat hoger dan de billen.
Waarom zou iemand willen bewijzen dat het negeren van de fysiologie (in miljoenen jaren ontworpen, getest en gefinetuned) veiliger is? Waarom niet onderzoeken waarom sommige kinderen toch voortijdig overlijden wanneer ze op een fysiologische manier slapen? Gebruiken hun ouders bewustzijn veranderende middelen? Is het slaapoppervlak of beddengoed ongeschikt? Krijgt het kind geen borstvoeding? Roken de ouders? Zijn de ouders oververmoeid omdat ze probeerden hun kind ver van zich vandaan en op de rug liggend te laten slapen?
Andere onderzoeken hebben allang aangetoond dat er meer kinderen in een eigen bedje overlijden dan bij hun ouders in bed. Dat een significant groot deel van de wiegendood gevallen optreedt tijdens de eerste week in de georganiseerde kinderopvang. Dat het niet krijgen van borstvoeding een vrij constante factor is bij wiegendood. Dat lang niet alle kindjes die levenloos gevonden worden op hun buik liggen, maar keurig op de rug in een eigen bedje.
Uiteindelijk komt het gewoon weer terug op het uitgangspunt dat niet elk risico is uit te sluiten is en dat angst een uitermate slechte raadgever is. Mijn gezond verstand advies voor het voor zover mogelijk reduceren van het risico van wiegendood is: voed, verzorg en koester baby’s op de manier die daarvoor is ontworpen, en voor beleidsmakers en regelgevers: zorg ervoor dat ouders niet oververmoeid raken en daardoor rare dingen gaan doen die hun kinderen in gevaar brengen. Met andere woorden: geef normale adviezen die niet inschreeuwen tegen de ouderlijke instincten, respecteer de fysiologie van het kind en zorg voor redelijk ouderschapsverlof. Investeren in ouderschap is investeren in sociale en economische stabiliteit van de samenleving.
NIeuwsblad.be:  ‘Risico op wiegendood vijf keer groter als baby bij ouders.slaapt’. 21 mei 2013. Bron: BBC, Telegraph
UNICEF UK Baby Friendly Initiative statement on new bed sharing research. www.unicef.org.uk. 21 mei 2013.
Tekstra-van Lochem M: Wiegedood en borstvoeding Kenniscentrum Borstvoeding
van Veldhuizen-Staas G: Veilig (samen) slapen; Een praktijk gerichte, evidence based benadering van veilige en borstvoeding bevorderende slaaparrangementen voor kinderen in het eerste levensjaar. Eurolac.net 2010
Mckenna J: Slapen met je baby (vertaling Marianne Vanderveen-Kolkena) Eurolac.net Boekenplank

dinsdag 14 mei 2013

Elf

Foto: Orlando Bloom als Legolas met andere Elven in  The Lord of the Rings: The Return of the King (2003)

Mijn vaste lezers zal het niet ontgaan zijn dat ik een liefhebber ben van het fantasy genre in boeken en films. Sprookjes, mythen en sagen, toekomstvisies: ik lust er wel pap van. Voor mij geen zwaarwichtige literatuur van gefrustreerde navelstarende domineeszoons, geen vakkundig gekunstel met woorden, geen analyseerbare literaire hoogstandjes. Tenzij er ook nog een mooi en leesbaar verhaal in zit natuurlijk, liefst een verhaal vol spanning, suspense en een sprookjesfiguur of superwezen ertussen door. Geen gedachtesprong van de schrijver gaat mij te ver, geen buitenaards idee is te bizar. Het is voor mij de ultieme pauze in de dagelijkse realiteit van mijn werk, waar vooral wetenschap en logisch, helder nadenken van belang zijn. Wat ik voor mijn vak lees (en schrijf) moet de ware werkelijkheid zijn, daar mag geen fantasievol hersenspinsel tussen zitten, geen mythische franje en geen dagdromerijen.

Wat schets dan ook mijn verbazing als ik bij het lezen van een artikel van Flaherman et al (2013) in het, als zeer wetenschappelijk bekend staande, peer-reviewed tijdschrift  Pediatrics (van de Amerikaanse kinderartsen vakvereniging) de indruk krijg in een elven vertelsel terecht gekomen te zijn. Ik keek voor de zekerheid nog even, maar nee, echt waar, het stond er: Pediatrics, official journal of the American Academy of Pediatrics. En toch ging het over een elf. ELF om precies te zijn: Early Limited Formula, ofwel vroege beperkte kunstvoeding. En dat zou leiden tot betere exclusief borstvoeding cijfers na een week en na 1, 2 en 3 maanden. Echt, u begrijpt, ik stond echt even op mijn verkeerde been en was even het perspectief kwijt. Een sprookje in Pediatrics? Inderdaad, een Science Fiction sprookje verpakt als wetenschappelijk onderzoek.

De auteurs claimen dé oplossing voor het vroegtijdig overgaan op kunstvoeding te hebben gevonden in het geven van kleine beetjes kunstvoeding in de eerste week. Volkomen ongehinderd door de afgelopen 20 jaar aan onderzoek (dat aantoont dat vroege bijvoeding met iets anders dan moeders eigen melk op niet-medische indicatie leidt tot een zeer significant verhoogd risico van niet exclusief borstvoeden en een kortere totale duur van borstvoeding), gingen de onderzoekers aan de gang met een groep van welgeteld 40 moeders, 20 in de onderzoeksgroep en 20 in de controlegroep. Jazeker, de volle 20 plus 20, een indrukwekkend aantal. Iedereen met ook maar een rudimentaire kennis over onderzoeken, weet dat dit een veel te kleine groep is om enige statistisch relevante uitkomst van te krijgen.

Wanneer er een gewichtsverlies van 5% van het geboortegewicht optrad (waar dat cijfer vandaan kwam mag Joost weten, want pas bij 7% ga je opletten en bij 10% bijvoeden, maar goed) werden de kinderen in de onderzoeksgroep bijgevoed met 10ml kunstvoeding na elke borstvoeding tot het moment dat de rijpe melk kwam. De moeders in de andere groep gingen gewoon door met borstvoeding geven. Na een week, en na 1, 2 en 3 maanden bleken meer moeders in de controle groep te zijn overgestapt op geheel of gedeeltelijk kunstvoeding. De onderzoekers hadden de conclusie al klaar: kleine beetjes kunstvoeding geven in de eerste dagen redt de borstvoeding. Hoera! Eureka! Pardon? U zegt? Dat is toch eigenlijk ook wel een talent, zulke verhaaltjes verzinnen en ze brengen met een air of het de waarheid, de volle waarheid en niets dan de waarheid is.

De moeders in de controlegroep werden aan hun lot overgelaten met hun gevoelens van ontoereikendheid en kregen geen counseling om een eventueel dreigend te laat op gang komende melkproductie bij te stellen. Niets over borstvoeding management, voedingstechnieken of het gebruik van eigen afgekolfde melk of eventueel donormelk. Het feit dat een beetje afvallen volslagen normaal is tussen 24 en 48 uur oud, zeker bij de over-gemedicaliseerde Amerikaanse ziekenhuisbevallingen, laten we even buiten beschouwing. Hoewel, ingrijpen in een fysiologische situatie en doen alsof het een medische noodzaak is, legt natuurlijk wel een voedingsbodem voor twijfel aan eigen kunnen van de moeders die geen behandeladvies kregen.

Bijvoeding, in het bijzonder met kunstvoeding,  zonder medische noodzaak is al decennialang en op basis van wetenschappelijke onderzoeken, bekend als belangrijke, zo niet de belangrijkste factor bij het minder exclusief en minder lang borstvoeding geven. Bij echt of verondersteld te laat op gang komende of te kort schietende melkproductie kan volgens protocol worden gewerkt aan het verbeteren van management en technieken, vervolgens kan worden gekolfd en bijgegeven aan de borst. Als dat allemaal nog niet tot het gewenste resultaat leidt (met andere woorden, de melkproductie blijft inderdaad en bewezen achter bij wat gewenst is) is niet kunstvoeding de eerste optie, maar menselijke melk ofwel donormelk. Kunstvoeding redt over het algemeen geen borstvoeding en al helemaal geen baby’s.

O, en had ik al verteld dat één van de onderzoekers banden heeft met een grote kunstvoedingsfabrikant?

Flaherman VJ, Aby J, Burgos AE, Lee KA, Cabana MD, Newman TB: Effect of Early Limited Formula on Duration and Exclusivity of Breastfeeding in At-Risk Infants: An RCT. Pediatrics peds.2012-2809; published ahead of print May 13, 2013

woensdag 10 april 2013

Onvergetelijk

Foto: Poppy Montgomery als Carrie Wells (midden),  Marilu Henner als Aunt Evie (rechts) en Deanna Dunagan als Alice (moeder van Carrie) in Unforgettable: S1, E9: Golden Bird (11 Mar. 2013)*
De hersenen zijn een ingewikkeld netwerk van gegevensdragers en verwerkers. Geen computer die het daarbij halen kan. Ontelbare verbindingen worden op elk moment razendsnel gelegd met een down- en upload snelheid waar de gemiddelde computer specialist jaloers op kan zijn. Al voor het kind geboren wordt, worden deze systemen aangelegd en ten dele ingevuld in de eerste levensjaren is de opbouw het snelste van het hele leven. Stilstand in de ontwikkeling betekent achteruitgang en dus gaat de ontwikkeling van de hersenen het hele leven verder. Alles wat we in ons hele leven meemaken, doen, denken en leren ligt daar ergens opgeslagen. Dingen die net gebeurden liggen vooraan, dingen van vorige week, vorige maand, vorig jaar schuiven steeds wat verder op en alles wat lang geleden is gebeurd komt in het archief. Wat lang geleden is geleerd, maar nog dagelijks wordt gebruikt blijft voor het grijpen liggen uiteraard. Dat archief is niet voor iedereen toegankelijk. Sommige mensen kunnen op elk gewenst moment elk gewenst stukje informatie uit het archief ophalen*, de meeste mensen moeten daar meer moeite voor doen en sommige dingen zijn niet meer terug te vinden.
Soms zijn ervaringen zo ingrijpend dat ze in een afgesloten doos in de achterste kast van het achterste archief worden opgeborgen, soms wordt dat archiefdeel met alles wat erin zit dichtgemetseld. De manier waarop mensen zich dingen herinneren, of herinneringen ophalen in hun archief is voor iedereen anders. Sommige mensen hebben een goed geordend systeem met een logische index; anderen gooien de hele handel gewoon in een kamer waar nog plaats is en moeten graven en zoeken tot ze terugvinden wat ze zoeken. En soms is het onvindbaar. Soms beginnen mensen met een goed systeem, maar laten ze het versloffen en verstoffen. De index vervaagt en de bewegwijzering verdwijnt uit het zicht, soms komen er zoveel stofnesten dat de herinneringen worden weggedrukt en vergaan. 
De ziekte van Alzheimer is een oorzaak voor dat laatste. Bij Alzheimer is er sprake van zenuwdood en de vorming van neurofibrillaire tangles en beta-amyloïde plaques. Dat betekent zoveel als dat de oorspronkelijke gegevens en de verbindingen ertussen worden afgebroken en vervangen door stofnesten en opgestapelde rommel. Er is iets mis met de eiwitten in de hersenen, die abnormaal worden afgebroken en het afval daarvan vormt de hierboven genoemde stofnesten en opgehoopte rommel. Er zijn ook aanwijzingen dat een diabetes-achtige stoornis een mede-oorzaak kan zijn. Insulineresistentie zou een reden zijn waarom hersencellen geen glucose meer kunnen opnemen. Glucose is de primaire brandstof voor de hersenen.
Maar waarom doen die eiwitten die rare dingen in de hersenen? Voor een deel is Alzheimer erfelijk, maar voor een deel zijn andere factoren verantwoordelijk. De incidentie van Alzheimer is de laatste 20 jaar sterk gestegen. De symptomen zijn bij lager opgeleiden ernstiger dan bij hoger opgeleiden. Dit kan beide wijzen op een toenemende invloed van externe in plaats van erfelijke factoren. Er is nog een boel werk te doen aan het onderzoeken van die factoren. Er zijn al aanwijzingen voor een mogelijk verband met metalen in de voeding, met name aluminium en kwik,  ontstekingsreacties in de hersenen, een tekort aan vitamines, oxidatieve stress en metabole verstoringen. Dit zijn allemaal factoren die wijzen naar voeding als een overkoepelende factor.
Er is vooralsnog geen echt werkend medicijn gevonden dat Alzheimer stopt en omkeert en de patiënt weer gezond maakt, wel medicijnen die de progressie iets remmen en die de symptomen verlichten. Maar daar is nu onze grote vriend en weldoener Nutricia ingesprongen. Zij hebben een yoghurtje ontwikkeld met toegevoegde stoffen die Alzheimer zouden remmen. Het is geen medicijn, maar een ‘’medische dieetvoeding’’. Dat is vooral een heel handige wettelijke zet, want daarmee omzeilen ze de strenge eisen die gelden voor het op de markt brengen van medicijnen en de eisen voor voedingsmiddelen met gezondheidsclaims. Want het is een dieetvoeding die door een arts moet worden voorgeschreven. En je mag daar wel gewoon reclame voor maken. En daar is vriend N erg goed in, daar weten wij van de afdeling zuigelingenvoeding alles van.
Onvergetelijk, die acties van Nutricia en zijn vriendjes in het creëren van een markt voor een te verzinnen product en dan de medisch-wetenschappelijke wereld achter je te krijgen om die reclame uit te voeren. In dat fantasievolle yoghurtje zitten een paar van de ook aan hun zuigelingenvoeding toegevoegde stofjes en een paar andere. In de kunstvoeding voor zuigelingen werkten ze ook al niet. Ook daar is gesjoemeld met onderzoek: alle testbaby’s die er ongewenst op reageerden werden uit het onderzoek gehaald. Het onderzoek naar dit opgepepte yoghurtje (4 euro voor een paar slokken!) werd ook rooskleuriger in de publicaties voorgesteld, omdat vooral de voor de interventie gunstige resultaten werden benadrukt en de negatieve onder geschoffeld. Overigens zijn de verschillende componenten van de nutriëntenmix die dit drankje zo geweldig heten te maken, ook gewoon los in pilvorm te koop bij elke kruidenwinkel, reformwinkel of drogist. Zoals er voor het overgrote deel van de Nutriciadrankjes normale, gezonde en goedkopere alternatieven zijn te vinden. Borstvoeding om mee te beginnen, en vervolgens gewone, gevarieerde voeding die zo dicht mogelijke bij zijn oorspronkelijke staat is. Als we een beetje graven in de achterste gewelven van ons collectieve geheugen, vinden we vast nog wel terug wat dat is.
NRC.nl: Nutricia in de fout met drankje tegen Alzheimer, 8 april 2013. Hierin leggen twee wetenschappers zonder Nutricia salarisstrook uit wat er mis is met de marketing en het onderzoek van dit product.
TROS Radar: Drankje tegen Alzheimer?
Reactie van VUmc Alzheimercentrum op kritiek dieetdrank Souvenaid (TROS Radar en NRC), 8 april 2013
*) Hyperthymesie is een conditie (slechts 20 personen bekend die het hebben) waarbij de persoon een extreem sterk autobiografisch geheugen heeft. De actrice die in bovenstaande afbeelding de tante speelt is een van die 20; de hoofdpersoon in die serie is een fictief karakter met die aandoening. De moeder van de hoofdpersoon heeft Alzheimer.

woensdag 20 maart 2013

Wiebelig

Foto: Pinocchio die niet meer wiebelig als marionet wilde dansen aan zijn touwtjes maar een echt mens wilde zijn in Disney's Pinocchio (1940)
Ik zag een filmpje van een slangenmens. Het werd gedeeld via een Facebook pagina die zich wijdt aan grappige dingen; de avatar van de site doet denken dat het vooral om onderbroekenlol gaat. Het filmpje liet een voorstelling zien van een slangenmens, inclusief het publiek dat met een mengeling van afgrijzen en bewondering toekeek hoe de man zijn lichaam in de vreemdste bochten draaide en tot slot zichzelf door een tennisracket heen wurmde. Wat de man doet is niet zozeer knap, want het is niet het soort acrobatiek dat iedereen kan leren als hij maar hard genoeg zou trainen. Het is niet het normale protocol voor menselijke beweging. Dit soort zeer extreme bewegingen en houdingen kunnen alleen worden uitgevoerd door iemand met een ernstige vorm van hypermobiliteit. Met ander woorden, iemand die van nature wiebelig is aangelegd. In vroeger tijden stonden zulke mensen op de kermis samen met de dame met de baard en het meisje met vier benen.
Menselijke lichamen zijn niet het enige dat wiebelig in aanleg kan zijn. Bij sommige mensen is het zelfvertrouwen ook hypermobiel en zwaait met elke positieve en negatieve input mee. In de ene levensfase meer dan in de andere. Moeder-zijn is een fase of een toestand die bijna vraagt om een zwalkend zelfvertrouwen. Hoe verser het moederschap, hoe wiebeliger dat zelfvertrouwen. Dat is erg jammer, want juist die verse moeder heeft een stevig zelfvertrouwen zo erg nodig. Zwangere vrouwen en pasbevallen moeders zouden daarom alleen maar mogen worden omgeven door positieve omstanders, meedenkers en steungevers. De algemeen en breed uitgedragen boodschap zou moeten zijn dat elke moeder een prima moeder is tot het tegendeel wordt bewezen. Als negatieve verwachtingen een zelf vervullend vermogen hebben, dan moeten positieve verwachtingen dat ook hebben. Moeders die worden ondergedompeld in een bad van positieve verwachtingen zullen aan die verwachtingen gaan voldoen en daardoor positieve feedback krijgen en meer zelfvertrouwen.
Iets anders dat  erg wiebelig en hypermobiel kan zijn, en er ook nog een grote show van kan maken, is wetenschappelijk onderzoek. Wel, niet zozeer het onderzoek als wel de verslaglegging ervan en de erop gebaseerde bewijsvoering. De wetenschap-gelovigen bewijzen in hun ijver om geloofwaardig te zijn, soms allen nog maar het gewiebel. Want behalve dat bewijs alleen als hard wordt erkend wanneer het op één bepaalde en zeer nauwkeurig omschreven manier is verkregen, het moet ook elke vijf jaar opnieuw worden bewezen. Onderzoek van meer dan vijf jaar oud wordt gezien als verouderd en niet meer helemaal betrouwbaar. Een ander aspect van het wiebelige karakter van die bewijsvoerende en –uitvoerende gemeenschap is dat op wetenschappelijke bewijsvoering gebaseerde protocollen en richtlijnen om de haverklap veranderen. Wat gisteren niet bestrijdbaar voorschrift was, is morgen verouderd en mogelijk gevaarlijk.
E is een roep om eenduidige advisering door de diverse zorgverleners, met name in de zorg voor de zwangere, de barende en ouders met jonge kinderen. Dat is een goed streven, want veel ouders zien na enkele verschillende zorgverleners door de bomen het bos niet meer, met alle verschillende en soms elkaar tegensprekende adviezen. Er moeten dus protocollen komen, multidisciplinaire protocollen, waar  alle zorgverleners zich aan houden. Op die manier krijgen ouders overal hetzelfde advies en raken ze niet meer in verwarring. Minder wiebelige ouders, dus, zou je hopen. Maar wie of wat bepaalt dan wat er in die protocollen komt te staan? Die wiebelige, om de haverklap veranderende wetenschap? En wie bepaalt of er één handelswijze of advies is die voor iedere ouder werkt of toepasbaar is?
Ik zou persoonlijk liever zien dat zorgverleners meer zouden weten over de fysiologie van de mensen en situatie waarmee ze te maken krijgen, dat ze gewoon een heel degelijk breed en diep begrip hebben van hoe het lichaam en de mens in elkaar zit en werkt. En dat ze dat vervolgens aan hun cliënten kunnen uitleggen, elk op zijn eigen begripsniveau. En dat op basis van dat begrip van de fysiologie geadviseerd kan worden voor de normale gang van zaken en voor pathologie. Maatwerk in de zorg heet dat. En dat overstijgt het volgen van dode, maar zeer wiebelig gebaseerde regeltjes, protocollen en richtlijnen. Enkel werken volgens protocol, er niet van af kunnen wijken en niet verder kunnen of willen kijken, maakt van een zelfdenkende, intelligente zorgverlener een marionet.
Klik op de label-links hieronder om meer over deze onderwerpen te lezen.

dinsdag 29 januari 2013

Forensicus

Foto: Pauley Perrette als Abby Sciuto in NCIS: Naval Criminal Investigative Service: lichtelijk maar prettig gestoorde, excentrieke en hyperintelligente ADHD’er met een uitlaatklep als forensisch onderzoeker
Sommige problemen bij borstvoeding zijn relatief eenvoudig te duiden. De oorzaak kan dan makkelijk worden achterhaald en een oplossing ligt voor de hand. Vaak zal dieper onderzoek nodig zijn en heeft de detective de steun nodig van forensisch onderzoekers. Forensisch onderzoekers zijn de patholoog-anatoom, de vingerafdruk en DNA experts en de mensen die met eindeloos geduld de meest minuscule spoortjes bewijsmateriaal uitpluizen en proberen er gegevens uit te halen die kunnen leiden tot beter begrip van de toedracht van het ongeluk of het misdrijf en mogelijk naar een dader. Forensisch onderzoekers moeten intelligent zijn en een diepe en brede kennis hebben van allerlei zaken, maar vooral een ongebreidelde nieuwsgierigheid naar hoe, wat, wie, waar en waarom. Een nieuwsgierigheid die drijft tot nog eens kijken en van een andere kant kijken en vooral de minder voor de hand liggende dingen willen weten. een goede forensisch onderzoeker is vaak een beetje vreemd, excentriek en denk vaker buiten dan binnen de hokjes. Tot mijn favoriete vrouwelijke vertolkingen van dit soort vreemde vogels horen Nikki Alexander (gespeeld door Emilia Fox) in Silent Witness, Temperance Daesee Brennan, bijgenaamd Bones (gespeeld door Emily Deschanel) in Bones, Jordan Cavanaugh (gespeeld door Jill Hennessy) in Crossing Jordan (Medical Examiners), Dr. Maura Isles (gespeeld door Sasha Alexander) in Rizzoli & Isles, en natuurlijk Abby Sciuto (zie foto).
Ik kan me wel enigszins identificeren met deze vrouwen. Volgens rapportages van sommige derden ben ik zo gek als een deur, anderen noemen dat excentriek, weer anderen valt aan mij niets speciaals op –verwante zielen, vermoed ik- en ik voldoe ook zeker aan het criterium van buiten de hokjes denken (buiten de hokjes? zijn er hokjes dan?). Maar vooral mijn ongebreidelde nieuwsgierigheid naar waarheden achter waarheden, redenen achter oorzaken, bijkomende factoren en op het eerste gezicht totaal irrelevante bijzaken. Voeg daarbij mijn onverzadigbare honger naar het observeren van menselijk gedrag en menselijke interacties en het plaatje is compleet. (Over plaatje gesproken: van die laatste eigenaardigheid kon ik geen goed vrouwelijk voorbeeld vinden; als Dr. Spencer Reid (gespeeld door Matthew Gray Gubler) uit Criminal Minds een vrouw was geweest, zou dat de foto zijn geworden, maar ja, deze serie gaat over vrouwelijke onderzoekers.) Deze eigenschappen van een forensisch onderzoeker kan ik als lactatiekundige vaak goed gebruiken, want de meeste problemen met borstvoeding zijn niet enkelvoudige en recht-toe recht-aan problemen. Zelfs het probleem van twee moeders dat er op het eerste gezicht hetzelfde uitziet kan volkomen verschillend zijn, verschillende oorzaken hebben en een andere aanpak vereisen.
Elke moeder, elk kind, elk moeder-kind paar is anders; en bij al die verschillende mensen horen ook nog eens verschillende omstandigheden rondom zwangerschap, baring en kraambed. Ze hebben allemaal andere zorgverleners met  verschillende adviezen en allemaal andere mensen in hun sociale omgeving met nog weer eens verschillende opinies en raadgevingen. Er zijn een paar wetmatigheden, die voor het overgrote deel van moeders en baby’s opgaan, maar altijd net even anders door de andere contexten. Het internet en de sociale media zijn voor moeders een zegen en een risico. een zegen omdat informatie daarmee zoveel makkelijker en sneller is te vinden. Een risico omdat rijp en groen, goed en kwaad en alles daartussenin als gelijkwaardig over de moeder worden uitgestort. Een belangrijk risico is de versimpeling van problemen en dus van de antwoorden. Vaak wordt op basis van één symptoom een diagnose gesteld en een oplossing gegeven. Een symptoom dat de adviseur niet zelf heeft waargenomen, maar alleen heeft horen zeggen.
Als zorgverlener die zich bewust is van haar of zijn verantwoordelijkheid en van de immense varieteit in mensen, omstandigheden en invloeden, moet de lactatiekundige in tegenstelling tot zo’n quick-fix, one-size-fits-all oplossing als een forensisch onderzoeker te werk gaan en een zo compleet mogelijk beeld vormen van de situatie en alle factoren die er mogelijkerwijs mee verbonden kunnen zijn.
Eurolac Flits! met label onderzoek, RCT, EBM, EBP. Deze links leiden naar een lijst met blogs met dit label, klik op de plaatjes in de linkerzijbalk voor meer verhaaltjes.
PS: Forensicus is volgens woordenboeken en Wikipedia geen bestaand woord, maar duikt op het internet toch hier en daar op. Onder andere als naam die sommige bloggers zichzelf geven en een schrijfster van forensisch georiënteerde verhalen en fanfictie die zichzelf Abbycus Forensicus noemt.

maandag 28 januari 2013

Onderzoek

Foto: Sharon Small als Barbara Havers, de vaak wat slonzig ogende, maar scherp en onafhankelijk denkende en onderzoekende assistent van de adelijke, ietwat hautaine detective Lynley in The Inspector Lynley Mysteries.
Behalve advocaat van het kind en coach voor de voedende moeder ben ik vooral onderzoeker. Geen wetenschappelijk onderzoeker, hoewel ik dat ook wel ambieer, maar onderzoeker voor het vinden van oorzaken en gevolgen. Degelijk onderzoek- en opzoekwerk, zoals detectives dat doen. Hoewel veel van de in films en TV series vertoonde detectives mannen zijn en naar ik me voorstel de detective-afdelingen van echte politiebureaus door meer mannen dan vrouwen worden bevolkt (het is opvallend lastig dit soort cijfers over de politie in de openbare cyber-ruimte te vinden), denk ik toch dat dit een heel vrouwelijk beroep is. Dit soort onderzoekwerk vergt het kunnen denken aan verschillende opties tegelijkertijd, het leggen van verbanden, het analyseren van intermenselijke relaties en nog zo wat van die dingen die samenwerking vragen van de linker en de rechter hersenhelften. Ik kijk dan ook graag TV series met een vrouwelijke hoofdrol voor de detective: Kate Beckett (gespeeld door Stana Katic) in Castle, Jane Rizzzoli (gespeeld door Angie Harmon) in Rizzoli & Isles, Brenda Leigh Johnson (gespeeld door Kyra Sedgwick) in The Closer en Olivia Benson (gespeeld door Mariska Hargitay) in Law & Order: Special Victims Unit. Er zijn er meer, maar vaak spelen die tweede viool onder een mannelijke leider (terwijl ze ondertussen wel vaak degene zijn die de zaak oplossen).
Voor een lactatiekundige kan de weg vanaf het eerste telefoontje naar het oplossen van een probleem bij een moeder en kind met borstvoeding sterk lijken op dit gedegen politie-detectivewerk. We beginnen met een PD: plaats delict. Hier is het slachtoffer (de ongestoorde borstvoeding) te midden van allerlei opvallende, onopvallende en verstopte aanwijzingen. Als lactatiekundig detective ga ik eerst eens kijken hoe het slachtoffer erbij ligt, wat kan ik daaruit opmaken over een vermoedelijke oorzaak, methode en middelen. Ik hoor ook getuigen die op of rond de PD waren en mogelijk iets hebben opgemerkt. De eerste getuige is de moeder. Zij vertelt mij haar verhaal vanaf de geboorte van haar kind (soms al van voor die tijd) tot dit moment. Door gerichte vragen probeer ik haar herinnering aan te scherpen om zoveel mogelijk gegevens en aanwijzingen boven water te krijgen. Het kind is ook een getuige, maar een die moeilijk te ondervragen is, hij kan immers nog niet verbaal communiceren. Maar zijn gedrag, lichaamstaal, mimiek en functioneren vertellen mij toch veel. Misschien is er nog een huisgenoot in de buurt of een zorgverlener die een deel van het verhaal kunnen vertellen en daarmee een andere invalshoek of gezichtspunt kunnen aanvoeren.
Elke misdaad heeft een motief, zo ook een borstvoeding probleem. Dan heet het niet motief, maar oorzaak of reden. Een belangrijke vraag om naar de oplossing van mijn probleem te komen is weten waarom het zo is, wat heeft het veroorzaakt, wat was de aanleiding. Bij een lactatiekundig probleem is het horen van de getuigenverklaringen van de moeder en eventuele andere getuigen een belangrijk middel om tot een opheldering van het waarom te komen. Onderzoek van het kind of de borsten kan verdere aanwijzingen geven.
Gelegenheid en aanwezigheid zijn belangrijke factoren. Een verdachte kan wel een prima motief hebben gehad om de daad te begaan, maar als hij de middelen niet had, niet in de gelegenheid was of niet in de buurt, kan hij het toch niet gedaan hebben. Bij het bekijken van de plaats delict en het horen van de getuigen kan een lactatiekundige al snel denken in een bepaalde richting. Bepaalde symptomen lijken soms onontkomenlijk bij bepaalde oorzaken en problemen te horen. Maar toch: als de verdachte niet in de buurt was, niet in de gelegenheid was om iets te doen, is het onwaarschijnlijk dat hij het gedaan heeft. Als het kwaakt als een eend en waggelt als een eend, maar geen eenden DNA heeft, is het nog steeds geen eend. Vooral allergie en spruw willen nog al eens als voor de hand liggende verdachte worden opgepakt. Bekende veelplegers in een bepaald soort misdaad, bekend bij de politie, maar nog steeds niet noodzakelijkerwijs ook de veroorzaker van het voorliggende probleem.
Sommige problemen bij borstvoeding zijn relatief eenvoudig te duiden en de oorzaak kan dan makkelijk worden achterhaald en een oplossing ligt voor de hand. Vaak zal dieper onderzoek nodig zijn en heeft de detective de steun nodig van forensisch onderzoekers. Daarover morgen meer.

dinsdag 8 januari 2013

Hart

Foto: Kristen Stewart als Bella Swan in The Twilight Saga: Eclipse: ''Until my heart stops beating''.
Zou ik het doen? Gewoon nog een keer over normen en waarden. Over wat normaal is en waarde heeft. Over normstelling en waardering. Ik heb het daar best vaak over, merk ik. Kennelijk loopt mijn mond, of liever gezegd: lopen mijn typende vingers over waarvan mijn hart vol is. Ik kan me daar met hart en ziel aan overgeven, haast mijn ziel en zaligheid eraan geven, want het is me uit het hart gegrepen. Zo zeer gaat me dat ter harte dat ik er wel drie stukjes over kan schrijven: hart, ziel en zaligheid.

Het moet me af en toe echt van het hart. Ik dacht er vroeger niet zo over na, maar hoe meer ik over borstvoeding leer, hoe meer ik weet wat ik nog niet weet en hoeveel meer er nog te leren valt. Ik verwacht erover te blijven leren tot mijn hart ophoudt te kloppen. En misschien zelfs dan nog, maar dat kan ik niet met zekerheid zeggen. Wat ik zo mooi vind aan al dat leren is dat het steeds duidelijker wordt hoe gewoon borstvoeding eigenlijk is. Natuurlijk is het wonderbaarlijk en speciaal en zo meer, net als het hele leven en het functioneren van levenssystemen en organen. Maar net als alles is het ook de gewoonste zaak van de wereld. Het zit gewoon ingebouwd in de genen, net als het gestadig kloppen van het hart de volle 8, 9, 10 decennia van een mensenleven.
Dat hart, daar kunnen wetenschappers niet veel mee. Er zijn vervangingen voor, maar die zijn met de beste wil van de wereld niet aan te merken als beter of zelfs maar even goed als het origineel. Als een origineel hart het af laat weten, kunnen we er een batterijtje bij zetten dat het hart af en toe een duwtje geeft, maar dat is niet echt iets wat je mensen aanpraat om hun eigen hart minder te hoeven gebruiken. Of als we eraan gaan opereren kunnen we de functie van het hart door een machine buiten het lichaam laten overnemen, maar dat lukt eigenlijk niet bij een mens dat bij bewustzijn is en wil bewegen en zijn leven leven. We moeten dus het origineel gebruiken en eer zuinig op zijn. Regelmatig onderhoud en af en toe een goede workout en zorgen dat het bloed er goed gesmeerd doorheen kan blijven gaan.
Onderzoeken waarbij het hart of de hartfunctie een rol speelt wordt vrijwel altijd verwoord in termen waarbij het origineel als norm wordt genomen en de prestaties, veiligheid en nut van het onderzoeksonderwerp daartegen wordt afgezet. Het hart is het hart van het geheel, zeg maar. Het origineel is de norm, het uitgangspunt, het ijkpunt voor alle andere waarden. En zo hoort dat ook bij onderzoek: het origineel is de normwaarde waartegen de alternatieven worden afgezet. En als je het echt goed wilt doen, neem je bij de waardering van de alternatieven ook een aantal andere normwaarden van het normaal functionerende lichaam mee. Interventie A geeft dan wel goede resultaten voor het hart, maar heeft het ook positieve of mogelijk negatieve effecten op andere organen of systemen?
Borstvoeding onderzoek lijkt zich aan geheel andere wetten te moeten onderwerpen. Wanneer onderzoekers zich over zuigelingenvoeding buigen doen ze vaak alsof borstvoeding het alternatief is of de interventie. Dat is curieus. Onderzoeken of borstvoeding bepaalde voor- of nadelen zou hebben ten opzichte van andere soorten zuigelingenvoeding is net zoiets als kijken of het werken van een gezond hart zonder pacemaker voor- of nadelen heeft ten opzichte van een hart met pacemaker. Voorts wordt vaak gedaan alsof borstvoeding enkel gaat om melk. Ook dat is opmerkelijk en te vergelijken met het beschouwen van het hart als een manier om een hartslag op te wekken. En vervolgens kijken of je met een hart net zo’n goede hartslag krijgt als met een ingewikkeld machientje ergens in de borstkas. Of dat die hartslag van een echt hart misschien ergens rare mee-trillingen geeft of slijtage van de bloedvaten. En tot slot met verbazing uit te roepen dat een echt hart grote voordelen geeft voor de kwaliteit van de bloedsomloop. ‘’Met dat machientje is die bloedsomloop ook best oké, hoor, maar met een echt hart kun je daar nog betere resultaten mee krijgen. Gesteld dat het je lukt met dat hart natuurlijk, he, dat is nog niet zo evident voor iedereen, namelijk.’’
‘’Met een flesje worden kindjes ook best heel gezond groot hoor, en ook slim, maar met borstvoeding worden ze nog gezonder en slimmer. Gesteld dat het lukt met die borstvoeding natuurlijk, want dat is nog niet zo evident voor iedereen, namelijk.’’ Twee keer eenzelfde uiting. De eerste vindt waarschijnlijk iedereen volslagen absurd, de tweede merkt vrijwel niemand op als zijnde even absurd. Diep in het hart weet iedereen natuurlijk dat borstvoeding gewoon gewoon is. Waar ik me met hart en ziel aan overgeef, zou voor ieder een duidelijke zaak kunnen zijn: borstvoeding is gewoon net zo’n bijzonder en vanzelfsprekend aspect van de werking van het menselijk lichaam als het hart. Iedereen kan het, net als het hart laten kloppen.
Tuurlijk zijn er mensen waarbij het hart aanleg- of functiefouten heeft. En er zijn mensen met aanleg- en functiefouten in de borsten of de hormoonhuishouding of in de hersenen. En dan is het natuurlijke niet altijd vanzelfsprekend. Soms zelfs onmogelijk. Gelukkig kan er aan de meeste fouten voldoende gesleuteld worden om de boel toch nog kloppend te krijgen. En anders is er het machientje om naar uit te wijken. Niemand die je daar kwaad om aan kijkt, eerder omgekeerd: kijk daar is iemand bij wie het hart niet klopte, maar nu heeft hij een machientje en nu doet-ie het weer. Kijk, daar is een kind dat geen borstvoeding kon krijgen, maar toen heeft iemand een oplossing geknutseld en nu doet-ie het weer! Hartverwarmend.

woensdag 14 november 2012

Makkelijk zat

Foto: David Tennant als The Doctor in Dr. Who, waarin hij uiterst onwetenschappelijk, maar zeer succesvol, in zijn politietelefooncel door tijd en ruimte reist om problemen op te lossen.
Ik heb het geloof ik al wel eens eerder over wetenschappelijk gefundeerd medisch handelen gehad (EBP en EBM). Het is een beetje een stokpaardje van me. Mensen die bezig zijn met mensen, vooral als ze zich bemoeien met de lichamelijke en geestelijke gezondheid van die mensen, doen er goed aan hun handelen te stoelen op wetenschappelijke basis. Waar mogelijk en beschikbaar. Wat wetenschappelijk bewijs is, is redelijk goed omschreven. Wetenschappelijk bewijs krijg je door het uitvoeren van onderzoeken en testen volgens welomschreven plannen en protocollen, waarbij je zoveel als mogelijk is dingen uit elkaar splitst, zodat je met zo min mogelijk twijfel oorzaken en gevolgen met elkaar kunt verbinden.
Soms is dat heel eenvoudig uitvoerbaar. Zo kun je heel precies uitvogelen wat het effect is van allerlei chemische verbindingen op bijvoorbeeld huidweefsel. Je neemt een boel stukjes huid en giet daar telkens dezelfde oplossing overheen. Als je telkens dezelfde reactie krijgt weet je het zeker: dit spul doet dat met huid. Dan kan je nog gaan experimenteren met verschillend soorten huid en met verschillende sterktes van de oplossing en vast stellen of en zo ja wat er dan anders is. Als je het heel zeker en precies wil doen maak je ook ter controle huid-gelijkende monsters en andere oplossingen die er precies uitzien als de stof die je wilt onderzoeken. Degene die de oplossingen over de stukjes huid kiepert en degene die de resultaten afleest weten niet welke vloeistoffen en welke huidstukjes worden onderzocht. Dubbel blind en gecontroleerd heet dat. De hoofdonderzoeker kraakt de codes en schrijft de eindresultaten in een mooi rapport en laat dat proeflezen door een stel collega’s, waarna het kan worden gepubliceerd. Peer reviewed is het dan ook nog.
Lastiger wordt het als je je chemische spulletjes ook op levende en functionerende huid wilt testen. Want wie weet, misschien reageert dat wel heel anders dan afgestroopte huid. Het lastige is dat er aan levende en functionerende huid altijd een persoon vastzit. Dat geeft allerlei praktische en ethische bezwaren. Het aanbrengen van de testvloeistof en het aflezen van de resultaten kan niet meer dubbelblind worden gedaan, want je kunt niet níét weten of je een aan een mens vastzittende huid of een nephuid behandelt of bekijkt. Plus dat het voor de proefpersoon wel eens erg pijnlijk of naar zou kunnen zijn wat er met zijn huid gebeurt. Uitwijken naar proefdieren voor dat pijnpuntje wordt ook niet meer algemeen geaccepteerd.
Onderzoek naar zuigelingenvoeding stuit op dezelfde bezwaren. Het is om voor de hand liggende redenen uitermate moeilijk om dubbelblind te testen wanneer het gaat om borstvoeding versus flesvoeding. Moedermelk of poedermelk kan wel blind getest worden, maar dan stuit je weer op ethische bezwaren: mag je moeders en vooral kinderen willekeurig toewijzen aan een bepaald soort voeding, zeker nu we al vastgesteld hebben dat de ene keuze duidelijke nadelen heeft. En ook nogal ongelukkig: laat je dan alle moeders zich suf kolven voor melk en spoel je de helft stiekem door het putje om die baby’tjes poedermelk te geven? Of laat je alle moeders kolven, giet je alle melk bij elkaar en drinkt de helft van de kinderen die gemengde donormelk en de andere helft poedermelk? Dan sluit je namelijk de compromitterende factor van individueel verschillende melk gelijk ook uit. En alle melk wordt gebruikt.
Onderzoek naar medicijnen is ook lastig met al deze praktische en ethische bezwaren, maar omdat er later zo verschrikkelijk veel geld mee verdiend kan worden, wordt toch alles op alles gezet om zo goed mogelijk te onderzoeken. Hoe groter de potentiële doelgroep van de te onderzoeken medicijnen, hoe breder ze kunnen worden onderzocht. Wanneer er maar een relatief kleine of onaantrekkelijke markt is, wordt er weinig, halfslachtig of niet onderzocht. De doelgroep zogende vrouwen is er zo een.  Een kleine markt en ook niet interessant, want de associés van de medicijn fabrikanten maken een prima vervanging voor die onhandige borstvoeding. Want, is de redenatie, die moeders moeten gewoon niet zo moeilijk doen en denken dat ze speciaal zijn. Ze moeten gewoon medicijnen gebruiken –we doen per slot niet voor niets al dat dure onderzoek- en hun kind een veilig alternatief geven. Een alternatief dat wij en onze vrienden –hoe handig- net in de aanbieding hebben.
Handig, ja, zeker. Ware het niet dat het alternatief helemaal niet zo veilig is en wel eens grotere risico’s voor het kind zou kunnen hebben dan moedermelk met een beetje medicijn erin. Dat advies om maar geen borstvoeding te geven tijdens medicijngebruik is helemaal niet zo wetenschappelijk onderbouwd als men doet voorkomen. Men maakt hier namelijk een gigantische wetenschappelijke denkfout. Men stelt het 'niet aanwezig zijn van bewijs van geen risico' gelijk aan het 'bewijs van risico'. ‘’We weten het niet dus is het een risico’’ is een uitermate onwetenschappelijk uitgangspunt, zeker wanneer het eigenlijk betekent ‘’We hebben het niet onderzocht, dus we weten het niet.’’ Als dat alles is wat er te weten is, moet je gaan zoeken naar andere manieren om risico’s in te schatten. Dat kun je bijvoorbeeld doen door te kijken naar de farmacologische eigenschappen van een medicijn: zijn de moleculen klein genoeg om überhaupt in de melk te komen? Is het, als het in de melk komt, opneembaar via de maagdarmsysteem? Als het klein genoeg is om in de melk te komen, is het dan ook waarschijnlijk dat het overgaat in de melk, bijvoorbeeld omdat het zich hecht aan vet, of juist niet omdat het zich hecht aan eiwit? En áls het in de melk komt en opneembaar is in die vorm, komt het dan in de melk in hoeveelheden die enig effect op het kind kunnen hebben?
Mensen die zich bezighouden met het voorschrijven van medicijnen zijn over het algemeen mensen met een bovengemiddelde of ruim bovengemiddelde intelligentie. Het wordt tijd dat ze die intelligentie ook eens gaan gebruiken om zelf na te denken in plaats van de verkooppraatjes van medicijn- en kunstvoedingverkopers klakkeloos aan te nemen. Dat is namelijk onvoorstelbaar onwetenschappelijk gedrag.
Hale TW: Medications and Mothers' Milk. 2012-15. Hale Publishing, Amarillo, TX, USA. ISBN 978-0-9847746-3-0
Eurolac Flits! met label EBP, EBM, onderzoek, medicijnen, veiligheid, risico. Deze links leiden naar lijsten met blogs met deze labels. Klik op de plaatsjes in de linkerzijbalk voor meer verhaaltjes.

zaterdag 6 oktober 2012

Borstvoeding borrelt meer

Foto: Angelina Jolie in een dubbelportret: als sexy actieheldin Lara Croft en als zinnebeeld van moederschap, beide maatschappelijk niet erg aanvaard.
Dag 6 van een blogweek ‘’Wereld Borstvoeding Week’’ waarin telkens een synoniem van het WBW thema de inspiratie vormt

Borstvoeding bruist en borrelt. De borstvoeding wereld borrelt nu en dan van de ideeën en de plannen, het één nog mooier en spannender dan het ander. Helemaal conform de politiek, waarin alles ook altijd zo lekker soepeltjes en vooral efficiënt verloopt, lijken commissie en werkgroepen de beste plannen. Platforms, commissies, werkgroepen, samenwerkings-verbanden, overleggroepen, raden en wat al niet. Allemaal gevuld met hoge heren en dames, de meesten met goed gevulde CV’s, overvolle agenda’s en veelal ook eigen verborgen agenda’s. Al die persoonlijke en groepsagenda’s moeten in een overkoepelende agenda komen en vervolgens afgestemd op andere overkoepelende agenda’s. Als een agenda in deze betekenis een verkoopbaar product was, was het big business. In de commissies-praktijk van alle dag kosten ze alleen maar geld. Geld dat daarmee niet aan de doelen van de commissie activiteiten ten goede komt.
Commissies en dergelijke zijn over het algemeen niet wat ertoe leidt dat meer moeders met meer plezier meer baby’s borstvoeding geven en daarmee een grote invloed hebben op de algemene gezondheid en welzijn van de hele bevolking en de individuen daarin. Meer commissies werken niet beter dan minder commissies, ze zijn alleen duurder. Een flink deel van de bezigheden (en dus van de energie, tijd en geld die erin worden gestoken) van commissies et al gaan over wat bereikt moet worden, wie wat doet, wat ieder afzonderlijk belangrijk vindt en of de achterbannen erin mee kunnen, wiens belangrijkheid hoger in de pikorde staat, en of het allemaal wel evidence based genoeg is. En natuurlijk over waar het geld vandaan gaat komen.
Terwijl het eigenlijk simpel is. Het gros van de effecten van zuigelingenvoeding is allang onderzocht en gemeta-analyseerd. De biologische norm ligt al vast en ook de kosten voor de maatschappij gerekend in morbiditeit, mortaliteit en financiën zijn –tig keer berekend. Over het belang van borstvoeding voor kinderen, moeders en de samenleving als geheel hoeft niet meer gediscussieerd te worden, het is een hamerstuk. Hetzefde geldt voor de vraag wat moeders nodig hebben om borstvoeding te gaan en blijven geven. Tweede hamerstuk. Wat moeders nodig hebben is een maatschappij die borstvoeding accepteert als een normaal gegeven; vroegtijdige, eerlijke en feitelijke informatie; en praktische en effectieve steun door zorgverleners met kennis van zaken, de juiste attitude en relevante vaardigheden.
Blijft over de vraag wie wanneer wat doet. Laten we voor de grap eens voorstellen dat iedereen gewoon en met onmiddellijke ingang zijn eigen werk doet. Revolutionair idee! Wetgevers maken wetten, beleidsmakers maken beleid, opleiders leiden op, geneesheren (en –dames) genezen, kraamverzorgenden verzorgen de kraamvrouw en haar kind, verpleeg- en verloskundigen verplegen en verlossen kundig. Lactatiekundigen lacteren niet noodzakelijkerwijs kundig, hoewel sommigen die ervaring wel hebben, maar zijn kundig in de kennis van en begeleiding bij de lactatie van anderen. Onderzoekers onderzoeken en rapporteren en geven daarmee al die anderen een basis voor hun werk. Veel van dat voorbereidende werk is al gedaan door bijvoorbeeld de WHO en Unicef en door grote, gerenommeerde onderzoek instituten zoals The Cochrane Collaboration.
Het stukje maatschappelijke aanvaarding is iets waar voedende moeders zelf aan kunnen werken. Immers, wat de boer niet kent, dat eet hij niet. Een samenleving die borstvoeding niet kent vindt dat eng en vreemd en misschien wel vies. Blootstelling aan vreemde dingen maakt die dingen minder vreemd en minder eng en minder afstotelijk. Moeders die borstvoeding geven moeten zich dus niet als angstige grijze muisjes verstoppen en in vieze hokjes of onder monstrueuze tenten gaan voeden, maar gewoon zoals ze zijn en overal waar ze toevallig zijn als hun kind de borst nodig heeft. Op een bankje in het park, in de lift, in de trein, in het museum, in de kassarij van de supermarkt, in de dierentuin of op het randje van de zandbak in de speeltuin; als ze na het winkelen even een bakkie gaan doen op een terrasje, in de lunchroom of bij de Bijenkorf.
Eurolac Flits! met label openbaar, openbaar voeden, voorlichting, informatie, onderzoek. Deze links leiden naar een lijst met blogs met dit label, klik op de plaatsjes in de linkerzijbalk voor meer verhaaltjes.

zondag 16 september 2012

Vreugdedans

Foto: De auteur in een TV-nieuwsitem over dit onderwerp
Sinds enkele dagen zit er een beeld in de fantasie afdeling van mijn brein dat naar buiten probeert te komen. Het duwt eens tegen de deur, het kijkt eens tussen de lamellen door, begint aan andere irritante aandacht trekkende escapades en uiteindelijk laat ik het er maar uit. Het zou zomaar een slotscène van een actiefilm kunnen zijn. Enkele welgedane heren zitten met dikke sigaren en een stevige borrel met de voeten op de salontafel en vertellen elkaar steeds opnieuw hoe het avontuur is opgezet, uitgevoerd en afgelopen. Bulderend van het lachen, dijen kletsend, elkaar tegen de schouder stompend en nog net niet de Horlepiep op tafel dansend herbeleven ze hun victorie. Ze hebben het hem maar weer eens geflikt. Ze zijn weer eens de onbetwiste winnaars. Nu kan dat ook niet anders wanneer je niet alleen het spel bent begonnen, maar ook de scheidsrechter en zijn regels hebt gekocht. De heren Nest, Num, Dan en Yak vegen de tranen van het lachen uit hun ogen en schotelen elkaar nog eens het prachtige beeld voor: ‘’Zag je hoe ze er ook deze keer weer met open ogen intuinden? De losers.’’
Mijn fantasie neemt een loopje met de werkelijkheid, natuurlijk, maar ik vrees dat er toch wel een grond van waarheid in zit. De grote voedingsmiddelen concerns en dan met name die die zich met de voeding voor de jongste kinderen bezighouden hebben een fikse overwinning behaald. Hoeveel waarde heeft een promotieonderzoek dat voor een belangrijk deel werd gefinancierd door partijen met grote financiële belangen bij een bepaalde uitkomst? En hoe moeten de verschillen worden geïnterpreteerd tussen de conclusies zoals die op papier staan, door de promovenda op papier zijn gezet, en zoals die naar buiten worden gebracht, ook door de promovenda zelf? Ik was niet bij de verdediging van het proefschrift, maar ik ben eigenlijk benieuwd welke versie ze daar heeft verdedigd. De grote verliezers in dit spel zijn, zoals gewoonlijk de kinderen, als subject van het onderzoek en doelgroep van de financiers. Want naar het lijkt zijn degenen die voor een flink deel de advisering over zuigelingenvoeding naar ouders in de hand hebben massaal klaar om op basis van dit onderzoek een goed en breed wetenschappelijk ondersteund advies te gaan omgooien naar een op mager bewijs stoelend alternatief.
Er is volop goed wetenschappelijk bewijs dat naarmate minder kinderen korter exclusief borstvoeding krijgen de kosten voor de volksgezondheid stijgen. Een landelijke omslag naar advisering om al met vier in plaats van zes maanden te starten met de introductie van vaste voeding zal dus onomstotelijk leiden tot een verzwaring van de financiële lasten voor zorg. Wie er financieel wel op vooruit zullen gaan zijn de leveranciers van kindervoeding in potjes. Want een kind dat op de leeftijd van vier maanden iets anders gaat eten dan melk krijgt geen vaste voeding, maar semi-vloeibare voeding. Hij is absoluut nog niet in staat om vaste voeding met zijn mond te verwerken. Voor veel ouders zal dat betekenen dat er potjes gegeven gaan worden. Dat is immers veel makkelijker dan zelf koken en pureren, maar ook op de dagen dat het kind op de opvang verblijft zullen er potjes op het menu staan.
Niet alleen is een kind van vier maanden motorisch nog onvoldoende ontwikkeld om te kauwen, zijn darmen zijn nog niet goed in staat om iets anders dan melk te verteren. Daarnaast is de opbouw van zijn afweer nog onvoldoende rijp om het kind met minder hulp van moedermelk te beschermen tegen infecties. Er is in de loop van decennia een groeiende stapel onderzoeken gepubliceerd, en van een flink deel daarvan grote meta-analyses gedaan, waaruit onomstotelijk wordt bewezen dat vroegtijdig starten met andere voeding dan (humane) melk de gezondheidsuitkomsten van kinderen op de korte, middellange en lange termijn negatief beïnvloedt. Daaraan verandert één cohort onderzoek, waaruit blijkt dat voor enkele aspecten er niet veel verschil is tussen de timing van de introductie van ander voedsel of dat langer wachten negatief uitwerkt, niets. Geen reden voor een vreugdedans door moeders, kinderen en degenen die de kosten voor gezondheidszorg moeten opbrengen. Wel voor degenen die die voeding vanaf vier maanden leveren.
Kiefte-de Jong: JC: Early Life Nutrition and Gastrointestinal and Allergic Outcomes: The Generation R Study. [Voeding in het vroege leven en gastrointestinale en allergische uitkomsten: Het Generation R Onderzoek]. Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Openbare verdediging 12 september 2012. ISBN: 978-94-6169-244-3. ''Financial support for this dissertation was kindly provided by: Erasmus University Rotterdam, Nederlandse Coeliakie Vereniging, J.E. Jurriaanse Stichting, Rotterdam, Astmafonds, Danone Research – Center for Specialised Nutrition, Yakult Nederland B.V., Nutricia Nederland B.V., Nestlé Nutrition, GE Healthcare Nutri-akt B.V., Stichting Astmabestrijding.
''
Eurolac Flits! over de introductie van vast voedsel: Vroeger, later - precies op tijd?, Introductie van vast voedsel
Eurolac Flits! met label vaste voeding, exclusief, Generation R, fabrikanten, onderzoek
Keuringsdienst van Waarde (TV, KRO) over babyvoeding
Kleintjes S: Introductie van vast voedsel na zes maanden. Kenniscentrum Borstvoeding, borstvoeding.com

dinsdag 28 augustus 2012

Bedrijfsspionage

Foto: Rachel Veltri als Harriet Soloway (in de Bones afevering The Babe in the Bar) die door haar bedrijfsspionage activiteiten eindigt als vulling in een reuzenchocoladereep.
Slaap ik eens voor een keer uit tot halfacht en direct slaat de lijst met Twitterberichten me in mijn gezicht met tweets en retweets waar mijn ogen van gaan tranen. Borstvoeding is weer eens beter. De een jubelt de ander na en ieder struikelt over zijn eigen en andermans voeten om mee te juichen als cheerleaders bij een baseball wedstrijd. Van borstvoeding worden babydarmen beter. Hoera! Owee-owee-owee en dat bij mijn kopje groene thee en meloenbanaansalade met yoghurt. Nog voor de koffie dus. Ver voor de koffie. (Fruit en yoghurt en groene thee kunnen dan wel erg goed voor mijn darmflora zijn, maar echt wakker en vrolijk word ik er niet van.) U treft mij dus, beste twitteraars, niet in mijn mildste stemming, om het zo maar eens te noemen. U treft mij in mijn beste grumpy old lady in de overgang en voor de koffie modus. En dan ook nog Muse als mijn muze op de achtergrond. Zet u dus maar schrap voor de rest van dit bericht. Dat gaat namelijk niet mals zijn.
Het bericht over deze studie is nog zo vers dat alle artikelen die erover in de Nederlandse en buitenlandse leken en professionele pers verschijnen nog maar op persberichten zijn gebaseerd en niet op het nog niet bereikbare originele artikel. Dat is de eerste link naar sensatie. Sensatie stond natuurlijk al in onzichtbare neonletters boven en onder het artikel, want het gaat over oude kennis. We weten namelijk al decennialang, zo niet langer, dat borstvoeding, samen met de kolonisatie van het kinderlijk spijsverteringssysteem met moederlijke darmbacteriën tijdens de geboorte, de manier is waarop de darm en de darmflora van het pasgeboren kind en de zuigeling zich ontwikkelt tot een goed en zelfstandig functionerend systeem van voedselverwerking en afweer (Hanson, 2007). En ook al lang dat vooral bij premature zuigelingen iets anders dan humane melk de integriteit van de darm ernstig beschadigt (Sullivan, 2010).
Maar deze onderzoekers wilden weten hóé dat nu eigenlijk werkt die bescherming. Wat doet die melk dan precies met die bacteriën? Welnu, ze ontdekten dat bacteriën in supermarkt koemelk en diverse soorten kunstvoeding lekker in het wilde weg aan de gang gaan met zich als gekken vermenigvuldigen en dat bacteriën in moedermelk zich ook volop vermenigvuldigen, maar tegelijkertijd gevangen worden in een soort dun laagje (biofilm) waarin ze niets meer kunnen doen en worden gebruikt om de darmwand een beschermend laagje tegen andere invallers te geven. Van dat beschermende laagje wisten we ook al lang natuurlijk, maar nu hebben ze het in het echt in het laboratorium in petrischaaltjes zien gebeuren. Wanneer ze de moedermelk uit elkaar peuteren en alleen het secretoir IgA op de bacteriën loslaten is dat filmpje maken veel minder duidelijk: soms wel, soms niet. Daaruit concluderen ze dat de functie van SIgA toch niet zo duidelijk of belangrijk is als men dacht. Ze hadden natuurlijk ook kunnen bedenken dat het het geheel van de moedermelk in al zijn honderden samenstellende delen is dat er voor zorgt dat het werkt zoals het werkt. Maar voor wetenschappers van dit niveau is dat waarschijnlijk een te holistische benadering.
Nu, ja, ze zijn lekker bezig geweest, iemand heeft er waarschijnlijk mooi op kunnen afstuderen en het vergroot inderdaad weer een beetje ons begrip van hoe de menselijke blauwdruk werkt. Prachtig. Maar dan komt weer die eeuwige omkering van de feiten als ze de resultaten in een persbericht naar buiten brengen: ‘’Borstvoeding zorgt voor een betere darmflora!’’ En de hele wereld neemt braaf die kreet over om maar niet Voldemorts naam te hoeven noemen*. De werkelijkheid is, natuurlijk, dat borstvoeding helemaal niets mooier of beter of gezonder maakt. Borstvoeding doet gewoon wat het moet doen. Andere melk doet niet wat het moet doen en dat heeft voor het kind dat eraan is overgeleverd negatieve gevolgen. Afhankelijk van de leeftijd van het kind en zijn verdere gezondheidstoestand kunnen die gevolgen ernstig of zelfs desastreus en dodelijk zijn. Van de pers is het overnemen van deze formulering gemak, onbenul en waarschijnlijk desinteresse. Een verstandig mens gelooft sowieso maar de helft van wat de pers schrijft en zelfs dat maar met mate, dus het zij de pers vergeven. Min of meer.
De onderzoekers zelf geven zichzelf er echter mee bloot. Het onthult op een verhullende manier hun ware motieven. Want het gaat ze niet om een beter begrip van borstvoeding door een beter begrip van de werking van moedermelk. Het gaat ze niet om het welzijn van de kinderen die die moedermelk en borstvoeding krijgen. Nee, mijn beste lezer, het gaat ze om bedrijfsspionage. Want, in de woorden van de leider van het onderzoeksteam William Parker: “Knowing how breast milk conveys its benefits could help in the development of infant formulas that better mimic nature. This could have a long-lasting effect on the health of infants who, for many reasons, may not get mother’s milk.” Het doel van de hele exercitie is dus het ontwikkelen van een betere, meer op moedermelk lijkende kunstvoeding. Ik kan ze alvast verklappen dat het ze nooit van zijn levensdagen gaat lukken om moedermelk in al zijn aspecten na te maken, nog niet eens een beetje. Al die energie en al dat geld en al die wetenschappelijke, hoog-intelligente hersenactiviteit kon beter worden ingezet voor het ontwikkelen van manieren om kinderen die, om welke reden dan ook, geen melk van hun eigen moeder krijgen van andere humane melk te voorzien. En om voor die kinderen, die zeer weinige kinderen, die echt, absoluut geen enkele vorm van onbewerkte menselijke melk kunnen verdragen of verwerken, oplossingen te vinden, zodat zij aangepaste menselijke melk kunnen krijgen.
Tegen dat iemand daar eens net zo veel tijd, energie, geld en hersenmassa voor gaat inzetten, dan zul je mij ook met cheerleaderponpons een dansje zien doen. Maar nu nog niet. Nu ga ik eerst die koffie maar eens zetten.
Borstvoeding zorgt voor betere darmflora, nu.nl 28-8-2012
Breast Milk Promotes a Different Gut Flora Growth Than Infant Formulas. Published: Aug. 27, 2012
Updated: Aug. 27, 2012. By Duke Medicine News and CommunicationsHanson, L. (2007). The role of breastfeeding in the defence of the infant. In T. Hale, & P. Hartmann, Textbook of Human Lactation (pp. 159-192). Amarillo, TX: Hale Publishing, L.P.
Sullivan S, S. R.-K. (2010). An Exclusively Human Milk-Based Diet Is Associated with a Lower Rate of Necrotizing Enterocolitis than a Diet of Human Milk and Bovine Milk-Based Products. The Journal of Pediatrics, Volume , 156(4):562-567.
*) Eurolac Flits! Het Voldemort effect

Welkom bij Eurolac!

Eurolac! is een onderdeel van Eurolac Lactatiekunde

Dit is het oude blog.

Voor de nieuwste berichten en voor diepgaande informatie, achtergrondartikelen, hulp en ondersteuning ga je naar www.eurolac.net. Hier vind je ook de Eurolac Lactatiekunde Webwinkel

Labels

aan-de-borstvoeding aanbevelingen aandacht aangeboren aangeleerd aanhappen aanklikbedje aanleg aanleggen aanleghulp aanname aanpassen aasgieren ABC abces ABM achtergrond achterkamertjes acrobatiek actie acupunctuur ademhaling ADHD adolescent adoptie advies advisering advocaat AFASS afbouwen affectie affectief afhankelijkheid afkoeling afkolven afleiding afsluiten afstamming afstrepen aftellen afvallen afvalstoffen afweer afwijking afwijzen agressie alcohol Alexandre Dumas alledaags alleen allergeen allergie allo-ouderschap allopathie alternatieve zorg aminozuren Amsterdam anamnese anatomie Angelina Jolie angst Anna Staas-Vink anorexia antibiotica anticonceptie antropologie apart apoptose apparaat appels archetype argument asimov ASS assortiment astma asymmetrie atopisch Attachment Parenting attachment theorie attitude autostoeltje baby baby-led-weaning babyverzorging babywise bacteriën bad badzout bakerpraat bakerpraatjes balts baren baring baringsrituelen bed-sharing bedrog beeldvorming begeleiden begeleiding begroting beha behandeling behoefte behoeften belasting beleid beloften beloning beoordeling beperken beroep beschadigen beschermen bescherming besmetting beurs bevalling bevorderen bewaren beweging bewerken bewijs bewijslast bewustzijn BFHI bijgeloof bijhouden bijscholing bijten bijvoeden aan de borst bijvoeding bijzonder bilirubine Biological Nurturing biologie biologisch biologische zuivel bitter blauwdruk bloed bloedarmoede bloedcellen bloeddruk bloedstolling bloedsuikers blootstelling BMI boek bonafide borst borstabces borsten borstkanker borstmassage borstonderzoek borstontsteking borstproblemen borstverkleining borstvoeding borstvoeding.com borstvoedingcafe borstvoedingcijfers borstvoedinginformatie borstvoedingmanagement borstvoedingorganisatie borstvoedingsbeleid borstvoedingsduur borstvoedingsorganisatie borstvoedingsthee borstvoedingvriendelijk borstweigeren botdichtheid botvorming boulemie bouwstoffen Bowlby BPA Brian Palmer brood broodjeaapverhaal buidelen buitengewoon cadeautjes caius calcium calendula campagne candida albicans capaciteit cariës caseine changeling chapeau chefkok chimpansee China chocolade clausule clusteren clusterkolven CMV co-ouderschap co-sleeping Cochrane Code coeliakie cohortstudie colostrum comfortabel commercie commissie communicatie compassie complementair complex complicated congruent consequent consequenties consultatiebureau contra-indicatie controle corrupt cortisol counseling couveuse CT cultuur cyclus D-MER D-TSR DALY's dankbaar darm darmflora darmfunctie David Sackett debat deficientie dehydratie delen demoniseren deskundig determinanten diabetes diagnose Diane Wiessinger diarree diëtiek dik discreet discriminatie discussie dissociatie DNA doel dokters dompelbad domperidon donormelk doorverwijzen doorzetten doula dr. Jay gordon draagkracht draaglast draagling draak dragen drempels drinken drinkproblemen drinktechniek druk dubbele boodschap duimzuigen duurzaamheid dwang E-Sakazakii EBM EBP echografie ecologisch borstvoeden ecologische voetafdruk economisch economische waarde eczeem educatie eenvoudig eerlijkheid eetproblemen eetstoornis eierstokkanker Einstein eiwitten emancipatie emotie emotioneel welzijn emotionele beschikbaarheid empathie energie epigenetica Erikson erotofobie eten ethiek etiket etniciteit eurolac evalueren evidencebeest evolutie examen exclusief excreet excuus experimenteren extreem fabels fabeltjes fabrikanten Facebook factoren familie fanatiek feel-good feest feestdagen feiten feminisme fenegriek filmpje filosofie flash-heating fles flesvoeding flesweigeren flow focus fopspeen forensisch onderzoek forum foto's fouten freakshow frenulum frequent voeden freud functie functional food functionaliteit fysiologie gadgets galactogoog galega gastcolumn gebakken lucht gebit gebonden geboorte geboortegewicht geboortetrauma gedijen gedrag geelzucht geen kwaad doen geheim gehemelte gehemelteplaatje geinduceerde baring geinduceerde lactatie geïnduceerde lactatie . geit geld geloven geluk gelukkig gemiddeld gender genen GenerationR genetische manupulatie Gentiaan Violet George Clooney geschiedenis geur gevaar gevaarlijk gevaren geweld gewicht gewichtsverlies gewoon gezin gezond gezonde voeding gezondheid gezondheid moeder gezondheidsclaims gezondheidsinformatie gezondheidsprogramma gist glucose go with the flow goed goed genoeg goud griep groei groeistandaarden groen groene_leem grondstoffen grootmoeder gulden snede gynaecoloog halfjaar HAMLET handelplan hard drugs harry piekema hart hart- en vaatziekten hartfunctie hechting heks helen helper herinneren hersenen hersenontwikkeling heupdysplasie Hippocrates hirsutisme historie HIV HM4HB HMF holistisch honger hongersignalen honing hormonen horror houdbaarheid houding Hugh Laurie huidcontact huidflora huilen hulp hulp zoeken hulpmiddel hulpmiddelen hulpset hygiene hygiëne hype hyperlactatie hypoglycemie hypolactatie hysterie IBFAN ideaal IFE ijs ijzer IL-10 illusionist immuniteit immunologie immuuncellen Ina May Gaskin inbakeren individu indoctrinatie industrie infectie infecties inflammatie informatie informeren infuus ingetrokken tepels ingewikkeld ingrediënten ingrijpen initiatierite inleiden inschatten instinct instincten instinctief voeden instructie insuline intake intelligentie intentie inter-species zogen interactief interventie intiem intolerantie introductie inventariseren investering invloed invoelen inwikkelen inzet IQ irritatie Ja zuster nee zuster Jack Newman James McKenna JGZ JHL jodium Johan Cruijff Johnny Depp jonge moeder journalist jubileum Kangoeroe Moeder Zorg kanker kansen kapotte tepels karakter KDV keizersnede kennis kennisoverdracht keuze keuzes keuzes maken kiezen kijken kin kind kinderarts kinderdagverblijf kinderopvang kindersterfte KISS klacht kleur klierweefsel klinische lactatiekunde KMC KMZ knippen koemelk koesteren koestering koffie koken kokosolie kolf kolonisatie kolven korte tepels kosten kosten gezondheidszorg Kotlow koude kraam kraamafdeling kraambed kracht krampjes kritiek kruiden kruipen kunstvoeding kwakzalverij kwaliteit laat-prematuur lactaptin lactatie lactatiekunde lactatiekundige lacteren lactoengineering lactoferrine lactogenese LAM lange termijn langvoeden lanoline leefomgeving leiden lekken lengte lente leren leren aanleggen levende cellen levensles lezen lichaamscontact liefde lipriempje literatuuronderzoek LLL lobby logica logopedist loslaten luchtweginfecties luiers luisteren maag maagdarminfecties maaginhoud maagzuurremmers maan maat maatschappij macgyveren machinaal maffia magie magisch malafide mama maneschijn manieren manipuleren mannelijke lactatie marketeer marketing massage mastitis matrix Max Tailleur mazelen meanderen Meatloaf Medela media medicalisatie medicijnen medicijngebruik medische misser medium meerling melk melkbank melklijsten melkproductie melkstase melkstroom melktransfer melkzusters menarche menselijk mensenrechten menstruatie Meryl Streep met rust laten meten methode Michel Odent micronutriënten middenoorontsteking mijmeren milieuvervuiling min Miranda Kerr mode moe moeder moeder en kind nabijheid moeder-en-kind-nabijheid moedergodin moedergroep moedermelk moedermelknetwerk moedermelkvoeding moederschap mondflora mondonderzoek Montessori morbiditeit mores mortaliteit motieven motivatie motorische ontwikkeling MRI MRSA multidisciplinair multimoeder multiple sclerose mythe nabijheid nachtouderschap nachtvoedingen nadelen nadenken nalaten namaak nature-nurture natuur natuurlijk nauwkeurigheid NEC neerslachtigheid Nestle boycot nicotine nieuw nieuwsgierig Nils Bergman niplette non-nutritief noodsituatie norm normaal normen en waarden normwaarde Nurse Jackie nutriënten Obelix obesitas obsceen observeren obstreticus oedeem oefenen oestrogenen ogen oligosacchariden olympisch oma omega 3 omgeving omweg onaangepast onafhankelijkheid onconditioneel onconditioneel opvoeden onderkaak onderscheid ondersteuning ondervoeding onderwijs onderwijzen onderzoek onderzoek retrospectief onderzoeken onderzoeker onderzoekmethodes ongemakkelijk ongewenst zwanger ongewoon ongezond onrustig drinken ontdooien ontmoeten ontspannen ontsteking ontwerp ontwikkeling onvoldoende onvoorwaardelijk onvoorwaardelijk ouderschap onwennig oorlog oorontstekingen oorzaken opbrengst openbaar openbaar voeden opgelucht opleiding opleidingsniveau ouders oplossing opoffering oproep opties opvoeden opvoeding opvolgmelk opzoeken orale anatomie organische chemicaliën osteoporose Oud en Nieuw ouder-kind-interactie ouders ouderschap overdenking overeenkomsten overgewicht overheden overheid overleg overleven overproductie oververhitting oxytocine paced bottle feeding pacifisme pap papa parasiet partner pasgboren pasgeboren passie pasteuriseren patroon Paula Meier PCOS pech pedagoog peer support peercounseling pepermunt perceptie perfectie perinatale sterfte perspectief PET Peter Facinelli peuter pijn pijnbestrijding Pink pink ribbon plaats placebo plagiocefalie plan plan B plannen plezier politiek portie portiegrootte postnatale depressie postpartum bloedverlies powerpoint PPD prematuur prenataal afkolven prenatale depressie prenatale ontwikkeling prestatie preventie prijsvraag primaten prins prinses priorteit probiotica PROBIT probleemgedrag problemen problemen maken problemen oplossen productie professioneel profijt programma prolactine promoten promotie protocol psychologie PTSS puber radicaal ramp Rapley Raynaud RCT reactie realiteit rechten van het kind rechten-van-het-kind reclame redden redenen redeneren referentie referenties reflexen reflux regelen regelmaat regels reinheid relactatie relatie religie respect responsief ouderschap reuk revolutie richtlijn Riley ringsling risico risico van geen borstvoeding risicogedrag rituelen Robert De Niro robot roes roken rollen Romeo en Julia röntgenfoto routines rouw rozengeur RPS ruimte rumenzuur rust rustig RVP safe motherhood sagen salie salma hayek Salmonella samen samen slapen samenspel samenstelling samenwerking SBO congres scan Scandinavië schaamte schaap schade scheiding-van-moeder-en-kind scheidingsangst scheikunde schema schildklier schimmel schimmelinfecties schisis schizofrenie scholing schoonheid schrijven schudden schuim schuld schuldgevoel secreet seksisme seksleven seksualiteit seksuele mishandeling sensitief ouderschap sensitieve zorg SES Shakira show SIDS silicium simultaan voeden sintjanskruid slaap slaapcondities slaapcyclus slaapgebrek slaapomgeving slaappatroon slaapproblemen slaapritme slaaptraining slapen slendang smaak smaakontwikkeling smoes sneeuw sociaal gedrag sociaal netwerk socialiseren softdrugs sondevoeding soortspecifiek SPECT speen speenhoes spelen spelregels spenen spijsvertering sponsoring sport spraakontwikkeling spreken sprongetjes sprookjes spruw spugen stamcellen stand standaard stappenplan start statistieken Stefan Kleintjes stemherkenning sterk steun stoppen storen stress strijdmodel structuur studie stukjes stuwing substituut suiker suikermetabolisme suikerwater suppletie surrogaat symbiose taal taboe tandemvoeden tanden tattoo TBS te veel melk te weinig melk team technieken technologie tegendruk tegenwerken tellen temperatuur tentoonstelling tepelhoedje tepelkloven tepelproblemen tepels terminologie testosteron TGF-beta1 The Bad Mother's Handbook thema therapeutisch flesvoeden therapie thymus tienermoeder tijd tijger TNO toeschietreflex tolerant tong tongriem tortocillis toveren toxinen TRAIL triple P troosten trots trouw trucjes tweeling twijfel twilight type uitkomsten uitvinden Uncle Vernon UNICEF uniek universiteit urban legend utopia vaardigheden vacceenzuur vaccinatie vacuum vader vaderrol vaderschap vak vakantie valentijn vallen vampier variabelen variatie vaste voeding VBBB VBN vechten vegetariër veilig veiligheid verandering verantwoordelijkheid verantwoording verdediging verdriet vergelijking verhalen verkoudheid verliefd verloskundige vermoeidheid verondersteld te weinig melksyndroom verschillen verslikken verstopping vertrouwen verwaarlozing verwachten verwachting verwachtingen verwarmen verwarring verwennen verzadigingsignalen verzorgen verzorging vet vetzuren vies vingervoeding virus visite vitamine A vitamine B vitamine C vitamine D vitamine K vlakke tepels voeden voeden op verzoek voeding voeding moeder voedingesindustrie voedingsbeha voedingscentrum voedingsfrequentie voedingskussen voedingsmethode voedingspatroon voedingsstoffen voedingswaarde voedsel Voldemort voldoende volksgezondheid volledige zuigelingenvoeding volturi voorbeeld voorbereiden voorbereiding voordeel voordelen voorkeurshouding voorkomen voorlichting voornemen vooronderstelling voorschrift voortgezette borstvoeding voorwaarden vorm vraag vraag en aanbod vragen vreemd vreugde vriezer vrijwilligers vroede vrouw vroeggeboorte vrouw vruchtbaarheid vuistregels vulture vuurwerk vzwBorstvoeding waarde waarheid WABA wapens WAPF warmte water waterhuishouding waterpokken waterwereld WBW weeën wereldvrede werkende moeder werkende vader werkgever Weston A Price wetenschap wetgever WHO Whoopi wiegelied wiegendood wijkverpleegkundige wijsheid will smith winkel winkel concept winst wisselkind woede wolf wondermiddel woonomgeving woorden workshop WYSIWYG Yvo Smulders zalf zelfbeschikking zelfregulatie zelfstandig zelfvertrouwen ziektelast ziekteverekkers ziel zien zilver zink zintuigen zitten zoeken zoet zoethoudertjes zonlicht zonnesteek zoogdieren zoogkompressen zorg Zorg voor Borstvoeding zorgen zorggedrag zorgverleners zorgzaam zout zuigbehoefte zuigelingen zuigelingenvoeding zuigen zuigfles zuivelindustrie zwanger zwangerschap zwembad

Drukwerk educatieve materialen

Prijsprinter - copyshop - banner