Pagina's

Eurolac!

Een blog met (bijna) dagelijkse columns over borstvoeding, hoe het gaat, hoe het ook zou kunnen. Discussie, ironie, satire en parodie worden als stijlbloemen niet verguisd, naast gewone recht-toe recht-aan informatie.
Posts tonen met het label exclusief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label exclusief. Alle posts tonen

woensdag 14 augustus 2013

Richtinggevend

Foto: Saoirse Ronan als Melanie Stryder / Wanda en Max Irons als Jared Howe in The Host (2013), waar de oorspronkelijke eigenaar van het lichaam de ‘’gast’’ een andere richting indwingt.

De wens om borstvoeding te geven en de vastberadenheid om die wens in werkelijkheid om te zetten en de uiteindelijke uitkomsten van die wens zijn, zoals we in Etiket ook al zagen, onderwerp van veel onderzoek en speculatie. Meer dan alleen maar noteren wie wel of niet borstvoeding wil geven en wie het hoe lang ook daadwerkelijk doet, zochten Odom et al (2013) en Gubler cs (2013) naar redenen voor eerder dan gepland stoppen en voor indicatoren voor succes. En dan blijken er heel wat meer aspecten mee te spelen dan alleen de BMI van de moeder.

In Zwitserland lieten Gubler en collegae een kleine 2000 moeders terugkijken op hun borstvoeding ervaring. Er deden alleen moeders van op tijd geboren en gezonde eenlingen mee en er werd gekeken naar factoren in het vroege postpartum. Het bleek dat moeders van een volgend kindje meer geneigd waren bij ontslag uit het ziekenhuis exclusief borstvoeding te geven, maar vaker een fopspeen te geven*. Andere positieve factoren voor succesvol borstvoeding geven (succesvol volgens de definitie van de onderzoekers, dat wil zeggen uitsluitend borstvoeding bij ontslag uit het ziekenhuis na de bevalling) waren bevallen zonder epidurale verdoving (ruggeprik), direct gevolgd door huidcontact en 24 uurs rooming-in, en goede zorg voor de tepels. Overgewicht bij de moeder was een negatieve factor. Dit was een retrospectief onderzoek en is dus gebaseerd op de weergave van de moeders en hun geheugen. De restrictieve definitie van borstvoeding succes is zeker ook richtinggevend voor de resultaten.

Het onderzoek van Odom en zijn collegae was wel prospectief, maar eveneens empirisch, beschrijvend. Dat wil zeggen dat er verschijnselen worden genoteerd en dat wordt gekeken of daarin patronen te herkennen zijn. Dat kan dus aangeven of er een verband te leggen is tussen verschillende zaken, maar niet of dat nevenschikkende of oorzakelijke verbanden zijn. Het was door de methode ook zeker richtinggevend, want moeders moesten van 32 mogelijke redenen om eerder dan gepland te stoppen met borstvoeding, aangeven hoe veel invloed deze redenen hadden, afgezet op eens schaal van 1 tot 4. Een heel opvallende uitkomst van het onderzoek was dat maar liefst 60% van alle ondervraagde moeders aangaf eerder te zijn gestopt dan ze zich aanvankelijk hadden voorgenomen. Van de redenen om te stoppen waren zorgen over de gezondheid van moeder en kind, voeding en medicijngebruik en problemen met borstvoeding (moeite van het kolven en allerlei lactatieproblemen). Er werd geen vergelijking gemaakt met moeders die wel minimaal de geplande tijd borstvoeding gaven.

Uiteraard concluderen alle onderzoekers dat moeders beter moeten worden begeleid en dat er geanticipeerd moet worden op al die factoren die lijken of blijken mee te spelen. Persoonlijk vind ik vaak de ‘’nevenuitkomsten’’ veel interessanter dan de ‘’echte’’ uitkomsten. Bijvoorbeeld die maar liefst 60 (zes-tig!) procent moeders die hun eigen lat niet halen. En de onbeantwoorde vraag of die andere 40% dan niet die problemen ervoeren van de 60%. En waarom, zo ja, dat voor hen dan geen reden tot stoppen was. En als de moeders hun eigen redenen hadden mogen opgeven, wat zou er dan uitgekomen zijn? En in dat andere onderzoek, tja, er is vast weer iemand op afgestudeerd, maar echt nieuwe inzichten geeft het niet. Zeker geen nieuwe inzichten die nieuwe richtingen kunnen aangeven. Eigenlijk geven beide onderzoeken alleen bevestiging van wat we al wisten: moeders moeten worden voorbereid met realistische verwachtingen en worden begeleid volgens goede, wetenschappelijk gebaseerde, maar op persoonlijke maat gesneden begeleiding. Same old, same old. Alleen weer eens in een nieuw jasje.

* Op grond van meer onderzoek dat wijst in de richting van verminderde uitkomsten voor moedermelkvoeding in vergelijking met aan-de-borstvoeding, ben ik geneigd het gebruik van vervangende zuigobjecten ook in te delen bij aspecten die borstvoeding minder exclusief maken. Het gaat immers niet alleen om het eten, maar zeker ook om het proces. ‘’Method and milk’’ zoals Kathleen Kendall-Tacket dat uitlegt in:
Kendall-Tackett K: Answering the Critics: Breastmilk Separate of Breastfeeding Does Not Produce the Same Results, KIndred Community, August 12, 2013
Gubler, T., Krähenmann, F., Roos, M., et al. (2012). Determinants of successful breastfeeding initiation in healthy term singletons: a Swiss university hospital observational study. Journal of Perinatal Medicine, 41(3), pp. 233-341. Retrieved 11 Aug. 2013, from doi:10.1515/jpm-2012-0102
Odom EC, Li R, Scanlon KS, Perrine CG,Grummer-Strawn L: Reasons for Earlier Than Desired Cessation of Breastfeeding. Pediatrics 2013; 131:3 e726-e732; published ahead of print February 18, 2013, doi:10.1542/peds.2012-1295

dinsdag 16 juli 2013

Hip

Foto: Vandaag jarig: Thayr Harris Stuntman, acteur, producent, geboren en opgegroeid op The Farm, de woongemeenschap waar Ina May Gaskin, vroedvrouw, voorvrouw van de natuurlijke geboorte zetelt.

Dag 2 van mijn zomerserie die terugkijkt op de eerste blogverhaaltjes uit 2010, geïllustreerd met jarige acteurs. Vandaag is dat Thayr Harris, een acteur en stuntman die (waarschijnlijk met de hulp van Ina May Gaskin) op de wereld is gekomen op The Farm. The Farm is een leefgemeenschap die in de flowerpower zeventiger jaren door hippies uit San Francisco werd gesticht. De mensen van de The Farm zijn nog steeds heel hip en wijken af van die van mainstream ideeën over leven, liefde en welzijn. En waar ik stam uit diezelfde flowerpowertijd en ook wel een soort van hippie was, ben ik geen overjarige hippie nu, maar de ideeën die ik heb over leven, liefde en welzijn vanuit mijn vakgebied komen nog steeds aardig overeen.

De herhaalde stukjes voor vandaag gaan over verschillende manieren waarop borstvoeding, moedermelk en gezondheid elkaar beïnvloeden. U met liefde aangeboden voor een leven in gezondheid, welzijn en vrede door een soort-van-overjarige hippie.
Duur van exclusief borstvoeding beschermt meer tegen infectieziekten dan totale duur
De onderzoekers van de Generation R Study Group en het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam onderzochten de relatie tussen de duur van exclusief borstvoeding en infecties van de luchtwegen en het gastro-intestinale stelsel bij zuigelingen. Duijts et al (2010) vonden dat de exclusiviteit van borstvoeding voor 4 maanden of langer (en daarna zeker nog gedeeltelijk borstvoeding) meer bepalend was voor bescherming tegen luchtweg- en maag-darminfecties in het eerste levensjaar dan gedeeltelijk lang borstvoeding krijgen.  De onderzoekers ondersteunen daarom ook de aanbevelingen voor exclusief borstvoeding voor minimaal 4, maar liever nog 6 maanden in westerse samenlevingen.
(30-07-2010)
en
Vet in moedermelk afhankelijk van menu moeder
De overall samenstelling van menselijke melk is relatief stabiel en onafhankelijk van de voeding van de moeder, met een paar uitzonderingen. Het vetaandeel in het dagelijks menu van de moeder beïnvloedt vrijwel direct de vetsamenstelling van haar melk. Moeders met een lage vetinname (17,6% energie uit vet en 68% uit koolhydraten) hadden melk met een hoger aandeel middenketen vetzuren en een hoger aandeel in enkele essentiële vetzuren dan vrouwen die een hoog-vet dieet (40,3% energie uit vet en 45,3% uit koolhydraten) volgden. In deze studie van Nasser et al van de universiteit van Saskatchewan, Canada waren de deelnemers hun eigen controlegroep.
(01-08-2010)
en
Suikers in moedermelk beschermen de darm
Moedermelk bevat veel suikers die voeden, maar ook suikers die beschermen. Deze complexe oligosacchariden binden ziekmakende bacteriën en voeden gezond makende bacteriën in de darm. In het onderzoek van Marcobal et al van de Universiteit van Californië bleken allerlei gevaarlijke bacteriën zoals Enterococcus, Streptococcus, Veillonella, Eubacterium, Clostridium en Escherichia coli aan moedermelk een slechte voedingsbodem hadden, terwijl de vriendschappelijke stammen van Bifidobacterium longum subsp. infantis, Bacteroides fragilis, Bacteroides vulgatus, Bi. longum subsp. infantis en Ba. vulgatus moedermelk net zo graag consumeren als de baby zelf. Dit onderzoek is een verdere stap naar beter begrip van de manier waarop moedermelk kinderen beschermt.
(05-08-2010)

Die exclusiviteit van borstvoeding is opnieuw actueel (zie bijvoorbeeld het artikel dat erover op borstvoeding.com verscheen), nu er een nieuwe nationale Richtlijn Voedselovergevoeligheid komt, die erop neerkomt dat kinderen niet langer dan vier maanden enkel borstvoeding moeten krijgen. Bij deze richtlijn wordt volkomen voorbij gegaan aan de veel ernstiger consequenties van te kort exclusief borstvoeding geven op allerlei andere vlakken, zoals infectieziekten en vooral latere obesitas en erbij horende ziekten. Misschien ben ik erg op de baan van complotdenken, maar ik denk dat voedselallergie iets is waar geld achter zit, industrie die eraan kan verdienen. Kinderen die alsmaar gezonder worden en minder afhankelijk van geneesmiddelen (en vaccinaties!) daar verdient geen hond aan uiteraard.

De andere twee stukjes gaan over suiker en vet. Suikers in moedermelk geven energie uiteraard, maar ze beschermen het kind ook tegen infecties. Vet is eveneens een belangrijke energieleverancier, maar zorgt ook voor essentiële vetzuren en vetoplosbare vitamines. Hoe meer gezonde vetten een moeder eet en hoe minder ongezonde, hoe beter de vetkwaliteit van haar melk.

Duijts L, Jaddoe VWV, Hofman A, Moll HA: Prolonged and Exclusive Breastfeeding Reduces the Risk of Infectious Diseases in Infancy. PEDIATRICS Vol. 126 No. 1 July 2010, pp. e18-e25
Marcobal  A, Barboza, Froehlich JW, BlockDE, German JB, LebrillaCB, Mills D: Consumption of Nasser R, StephenAM, Goh YK, Clandinin MT: The effect of a controlled manipulation of maternal dietary fat intake on medium and long chain fatty acids in human breast milk in Saskatoon, Canada. International Breastfeeding Journal 2010, 5:3; Human Milk Oligosaccharides by Gut-Related Microbes. Journal of Agricultural and Food Chemistry 2010 58 (9), 5334-5340

maandag 15 juli 2013

Paniek

Foto: Vandaag jarig: Forest Whitaker, hier als Burnham  in  Panic Room (2002)

Nu bijna drie jaar geleden begon ik met bloggen. In het begin nog niet zo vaak en met maar korte stukjes, meestal alleen over een of een paar onderzoeken. Echte nieuwsflitsen waren het. Nog niet erg flitsend, maar bij teuglezen nog wel erg actueel vaak. Ondertussen ben ik aan het werken aan een bundel van mijn blogs, helemaal echt, met papier en drukinkt en zo. Ik begin met de blogs van 2011, het jaar waarin de stukjes steeds vaker kwamen, steeds uitgebreider werden en ook vaker meer een column dan een blog werden. En geïllustreerd werden. Daarna komt 2012 en tegen dat dat in de winkel ligt is 2013 ook voorbij en kan ik daaraan gaan werken. In afwachting van het uitkomen van de bundel 2011 ga ik deze zomer de blogjes van 2010 in de herhaling doen. Met commentaar en waar mogelijk gelinkt aan de actualiteit. Ik begin met de eerste twee stukjes over redenen waarom de melkproductie traag op gang kan komen en diabetes. Ja, ik zei het al, heel actueel, want die twee onderwerpen kwamen kort geleden ook al voorbij.

Borstvoeding beschermt kinderen van diabetica tegen overgewicht.
De onderzoeker Feig en collega's van de Universiteit van Toronto, Canada, vonden dat borstvoeding voor kinderen van moeders met type I diabetes ervoor zorgt dat zij duidelijk minder kans hebben om later te dik te worden. Dit bleek onafhankelijk te zijn van het type diabetes en van het gewicht van hun moeder. Omdat kinderen van moeders met diabetes een verhoogd risico hebben om later te dik te worden bevelen Feig et al moeders met diabetes aan hun kinderen de borst te geven.
(28-07-'10)
en
Uitstel van lactogenese II door moederlijke en kinderlijke factoren.
Bij vrij veel vrouwen die net een kind hebben gekregen duurt het langer dan 3 dagen voor colostrum over gaat in rijpe melk (lactogenese II). Dit komt vaker voor bij vrouwen die voor het eerst moeder worden. Andere factoren die meespelen waren volgens onderzoekers Nommsen-Rivers et al van de Universiteit van California waren bij de moeder: ≥30 jaar, BMI ≥30, postpartum oedeem en afwezigheid van onaangenaam gevoel in de tepels in de eerste 3 dagen; bij de baby: een geboortgewicht ≥3600 gram en ≥2 keer ''niet goed drinken aan de borst'' in de eerste dagen.
(29-07-'10)

Uit recenter onderzoek is nu gebleken dat diabetes ook een reden kan zijn dat de melkproductie trager op gang komt. Maar een goed borstvoeding beleid, waarbij moeder en kind dicht bij elkaar blijven en de baby zo vaak mogelijk gevoed wordt, kan dit risico sterk verkleinen. De neiging om het kind van een moeder met een door diabetes trager op gang komende melkproductie kunstvoeding bij te geven zou sterk moeten worden ontraden. Juist het kind van een diabetica heeft er alle baat bij om volledig exclusief moedermelk te krijgen en aan de borst gevoed te worden. Geen borstvoeding is positief geassocieerd met een verhoogd risico van obesitas en diabetes later in het leven. Maar ook de moeder zelf vaart wel bij het geven van uitsluitend borstvoeding. In onderzoeken naar de risico’s voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes bleek dat het geven van borstvoeding en het geven van zo exclusief mogelijk borstvoeding een duidelijk vertragend effect had op het ontstaan van diabetes type 2 na de zwangerschap. Dit was al direct postpartum meetbaar aan de minder goede glucosetolerantie van vrouwen die geen borstvoeding geven (Ziegler et al, 2010; Gunderson et al, 2012).

Inzetten op maximaal haalbare perfectie in borstvoeding beleid leidt dus tot de best mogelijke resultaten voor zowel moeder als kind en kan een grote bijdrage leveren aan het in de hand houden van de kosten voor de volksgezondheid. Diabetes is geen reden tot paniek bij borstvoeding, intgendeel.

Nommsen-Rivers LA, Chantry CJ, Peerson JM, Cohen RJ, Dewey KG: Delayed onset of lactogenesis among first-time mothers is related to maternal obesity and factors associated with ineffective breastfeeding.  Am J Clin Nutr (June 23, 2010).
Feig DS, Lipscombe LL, Tomlinson G, Blumer I.: Breastfeeding predicts the risk of childhood obesity in a multi-ethnic cohort of women with diabetes. J Matern Fetal Neonatal Med. 2010 Jul 7. [Epub ahead of print]
Anette-G. Ziegler, Maike Wallner, Imme Kaiser, Michaela Rossbauer, Minna H. Harsunen, Lorenz Lachmann, Jörg Maier, Christiane Winkler, Sandra Hummel: Long-Term Protective Effect of Lactation on the Development of Type 2 Diabetes in Women With Recent Gestational Diabetes Mellitus Diabetes December 2012 61:3167-3171; published ahead of print October 15, 2012, doi:10.2337/db12-0393
Erica P. Gunderson, Monique M. Hedderson, Vicky Chiang, Yvonne Crites, David Walton, Robert A. Azevedo, Gary Fox, Cathie Elmasian, Stephen Young, Nora Salvador, Michael Lum, Charles P. Quesenberry, Joan C. Lo, Barbara Sternfeld,  Assiamira Ferrara, Joseph V. Selby: Lactation Intensity and Postpartum Maternal Glucose Tolerance and Insulin Resistance in Women With Recent GDM: The SWIFT cohort Diabetes Care January 2012 35:50-56; published ahead of print October 19, 2011, doi:10.2337/dc11-1409

woensdag 13 februari 2013

Erbij

Foto: Robert Downey Jr. als Sherlock Holmes doet detectivewerk erbij om verveling tegen te gaan in Sherlock Holmes
Nr. 1  in de top tien meest gelezen Eurolac Flits!: Vroeger, later – precies op tijd!? 14 jan. 2011

Het blijft mij lichtelijke verbijsteren dat het onderwerp over de timing van introductie van ander voedsel naast borstvoeding stevig, en naar het zich laat aanzien onwankelbaar, de lijstaanvoerder is van meest gelezen Eurolac Flits! blog bijdragen. Niet over te veel of te weinig melk, niet over hulpmiddelen of problemen, maar over bijvoeding. Ik heb er in andere stukjes al zo veel en vaak over geschreven dat ik haast niets meer weet te bedenken dat al niet meermaals eerder werd vermeld. Ik heb een beetje het gevoel dat ik er dingen aan de haren bij moet slepen, net als argumenten om eerder dan de in de menselijke blauwdruk vastgestelde periode te beginnen met ander eten erbij. Dat wordt het dus: redenen om vast voedsel te introduceren op een vroeg of te vroeg tijdstip, alfabetisch gerangschikt, met hun bevestiging of ontkrachting erbij.

Allergie
Allergie is de meest genoemde reden om borstvoeding te geven en de meest genoemde om juist wel of juist niet tot 6 maanden te wachten met bijvoeding. Feit is dat een allergische aanleg is aangeboren en slapend blijft zolang het kind niet met een allergeen in aanraking komt. Borstvoeding op zich veroorzaakt noch voorkomt een allergie. Borstvoeding door een moeder met een intacte darm voorkomt dat een kind in aanraking komt met een allergeen en dus zal hij, zolang hij niets anders dan moedermelk krijgt, geen allergische symptomen vertonen. Een baby met een allergische aanleg, die borstvoeding krijgt van een moeder met een doorlaatbare darm (waarschijnlijk  doordat ze zelf een al dan niet vastgestelde allergie heeft) kan met allergische symptomen reageren op herkenbare eiwitten die zijn moeder doorgeeft in haar melk. Voorstanders van vroeger dan 6 maanden beginnen met kleine hoeveelheden specifiek vast voedsel zien in enkele onderzoeken bewijs voor een heilzame werking van sensibilisering. Dit gaat maar om enkele allergieën en symptomen.

Leren van een lepel eten
Een prachtige cirkelredenering gaat ervan uit dat kinderen vanaf 6 maanden perse en onherroepelijk, op straffe van deficiëntieziekten, vast voedsel in volledige maaltijdporties moeten eten. Maar omdat zij dat soort grote maaltijden met een lepel moeten eten is er een probleem. Kinderen kunnen dat namelijk niet zo maar van de ene dag op de andere. Daarom zouden kinderen al ver voor die 6 maanden grens van een lepeltje moeten leren eten, zodat ze exact op het moment dat zij 6 maanden worden kunnen starten met volledige maaltijden die voedingen aan de borst vervangen. Deze redenering gaat uit van de vooronderstellingen dat precies vanaf de leeftijd van zes maanden kinderen niet meer uit melk kunnen halen wat zij nodig hebben en van de vooronderstelling dat kinderen die vast voedsel gaan eten semi-vloeibaar voedsel moeten hebben.

Ontwikkeling (grove en fijne motoriek)
Overgaan op ander voedsel dan melk heeft in feite meer te maken met ontwikkeling dan met voeding. Moedermelk is de meest volledige voeding die er bestaat en een kind zou er in principe goed gevoed groot op kunnen worden. Maar zijn ontwikkeling gaat verder en dat betekent dat hij moet overgaan van predominant zuigend naar predominant kauwend voeden.  De ontwikkeling van zijn grove motoriek zorgt ervoor dat hij gaat zitten, zelfstandig en rechtop, zelf zijn rug en hoofd ondersteunend. De ontwikkeling van de fijne motoriek zorgt ervoor dat hij steeds kleinere dingen kan oppakken, steeds meer doelgericht kan grijpen, vastpakken, vasthouden en ergens naar toe bewegen en weer loslaten. In zijn mond verandert de motoriek van zijn tong zodanig dat hij behalve een van voor naar achteren en van onder naar boven beweging, nu ook allerlei heen en weer gaande bewegingen kan maken, steeds ingewikkelder combinaties van bewegingen kan maken en dat steeds meer doelbewust kan doen. De vaardigheid om aan de borst te drinken valt daarbij gaandeweg een beetje weg. Al deze motorische ontwikkelingen beginnen rond of na het 6 maanden merk. Om al die ontwikkelingsaspecten te oefenen heeft een kind herkenbaar en pakbaar vast voedsel nodig. Met pap, prut en puree (ofwel semi-vloeibaar voedsel) werkt het allemaal niet zo lekker.

Ontwikkeling (spijsvertering)
Tegelijkertijd met die grote motorische ontwikkelingen begint ook de spijsvertering aan een grote ontwikkeling. De maag en darm beginnen toe te raken aan grotere uitdagingen dan melk. Omdat dit zo’n majeure operatie is, heeft het kind een aantal maanden nodig om zijn darmen zo ver te krijgen dat er ook daadwerkelijk iets voedzaams uit dat andere eten kan worden opgenomen. Kinderen die al te enthousiast aan het eten slaan, willen dan ook nog wel eens wat trager gaan groeien, omdat al dat voedsel in de maag de plaats van makkelijk opneembare nutriënten en energie uit moedermelk in de weg zit. Kinderen moeten dus niet minder uit de borst gaan drinken om meer vast voedsel te kunnen eten; ze moeten juist eerst zorgen voor voldoende proviand uit moedermelk en vervolgens lekker aan het experimenteren slaan met ander eten.

Smaken leren kennen
Smaken leren kennen is een veel gehoord motief om veel en veel verschillende andere voedingsmiddelen aan te bieden. Voor kinderen die tot dan toe kunstvoeding kregen kan dit best waar zijn. De constante gelijkmatige en vlakke smaak van kunstvoeding heeft ze niet veel variatie geleerd en voor sommige kinderen kan het moeilijk zijn om andere smaken te leren aanvaarden, laat staan waarderen. Kinderen die borstvoeding kregen zijn al volkomen gewend aan de smaken van het gezinseten. de melk van zijn moeder smaakt namelijk precies naar wat zij gegeten heeft. Wat een borstkindje nog wel moet leren kennen en waarderen zijn alle verschillende structuren van voedsel. Zelf eten van herkenbaar voedsel helpt hem daarbij en zijn ontwikkelende motoriek en aangeboren nieuwsgierigheid ook.

Tekorten
Vak wordt ervan uitgegaan dat een kind vanaf zes maanden plotseling allerlei andere voedingsstoffen nodig heeft dan tot dan toe, want men denkt dat de melk die hem tot 6 maanden perfect voedde plotseling niet meer voldoet. Ik vraag me altijd af wat hij dan anders nodig heeft. Want die melk, die verandert niet, ze wordt hooguit voedzamer. (Zie voor ijzer het volgende paragraafje.) Een baby van een gezonde en voldoende gevoede moeder die ruimschoots en onbeperkt toegang heeft tot de borst zal daarom niets te kort komen zonder vast voedsel erbij. Sommige kinderen, bijvoorbeeld zij met een allergische aanleg, weigeren zelfs categorisch elk ander voedsel tot zij een jaar oud zijn en ook zij groeien en ontwikkelen over het algemeen normaal.

IJzer
IJzer kan een beetje tricky zijn. Niet omdat er niet genoeg in moedermelk zit, maar omdat kinderen vaak geboren worden met te weinig reserves. In principe moet een kind zijn leven beginnen met voldoende ijzerreserves om het er, samen met de kleine hoeveelheden hoogwaardig ijzer in moedermelk***, op uit te houden tot zijn darmfunctie zo ver ontwikkeld is dat hij voldoende ijzer uit groenten en vlees kan halen. Gewoonlijk is een kind daar met zes maanden nog niet aan toe en dus moet zijn ijzervoorraad groter zijn dan voor net 6 maanden. Elementary, my dear Watson. Het element ijzer is een elementair onderdeel van onze voeding en het is dus een elementair gegeven dat ervoor gezorgd is dat een kind er genoeg van heeft of krijgt om gezonde te groeien, ontwikkelen en gedijen.
Een gezond, op tijd geboren kind kan een aanmerkelijk te kort aan ijzerreserves hebben, wanneer zijn navelstreng te snel wordt afgebonden. Baby en placenta samen bevatten krap een halve liter bloed*,**, waarvan bij de geboorte een derde in de placenta zit. Bij direct na de geboorte scheiden van baby en placenta verliest de baby dus ene derde deel van het zuurstof- en ijzerrijke bloed dat eigenlijk bij hem hoort. Medicalisatie van de baring geeft ook verhoogde risico’s van een verminderde ijzervoorraad door bloedverlies. Inleiden van de baring en zelfs alleen maar een ziekenhuisbevalling verhogen het risico van ingrijpen tijdens de baring en een kunstverlossing. Het gebruik van vacuüm of forceps veroorzaakt bloedingen bij de baby die zijn ijzervoorraad verlagen. Ook vroeggeboorte en sommige ziekten zorgen voor minder ijzer bij de geboorte.

Eurolac Flits! met label vaste voeding, bijvoeding, halfjaar, exclusief. Deze links leiden naar een lijst met blogs met dit label, klik op de plaatjes in de linkerzijbalk voor meer verhaaltjes.
*) Hutton EK, Hassan ES. Late vs Early Clamping of the Umbilical Cord in Full-term Neonates: Systematic Review and Meta-analysis of Controlled Trials. JAMA. 2007;297(11):1241-1252. doi:10.1001/jama.297.11.1241.
**) Penny Simpkin: video met uitleg uitleg over de hoeveelheid bloed voor een pasgeborene bij vroeg of laat afbinden van de navelstreng
***) Het is een voordeel dat er in moedermelk weinig ijzer zit, want een overdaad kan niet worden vastgehouden door lactoferrine (ook meegeleverd in de melk), waardoor het een vrij verkrijgbaar voedsel is voor ijzerminnende, darmproblemen veroozakende bacterien.

vrijdag 4 januari 2013

Prioriteiten

Foto: Paul Bettany moet als Priest in de gelijknamige film zijn prioriteiten bijstellen als hij fanatiek de damsel in distress gaat redden
Soms wordt ik uitgemaakt voor een fundamentalist, een fanaticus, een evangelist en een sektariër. Ga d’r maar aanstaan: dat is een hele opgave om daaraan te voldoen. Ik zou me eigenlijk misschien wel gevleid moeten voelen, het zijn immers allemaal termen die aangeven dat ik sta voor mijn overtuiging. Alleen zijn dit allemaal termen die vrijwel nooit positief zijn bedoeld. Ze hebben allemaal een bijbetekenis van tunnelvisie, oogklepperij, arrogantie en snobisme. Men vindt, kortom, dat ik ik me te veel focus op mijn ene doel en dat ik dat met religieus fanatisme en dat met uitsluiting van elke andere mogelijkheid aan anderen probeer op te dringen. Gelukkig zijn er ook mensen die dat juist niet vinden en die mij bedanken voor mijn focus en het goed ordenen van mijn prioriteiten. Met die laatsten ben ik het, uiteraard, veel meer eens.
Ik sta wel voor mijn overtuiging en daar is niets fundamentalistisch, sektarisch of evangelisch aan. Uiteraard ben ik wel enigszins fanatiek in het vinden van aanleidingen om mijn overtuiging te toetsen aan de uitingen van anderen. Als je fanatiek omschrijft als gedreven, ja dan ben ik fanatiek. Als je fundamentalistisch beschrijft als je vasthouden aan de fundamenten, ja dan ben ik een fundamentalist. Want die fundamenten die liggen vast. Van sommige fundamenten begrijpen we de structuur nog niet en van sommige de onderlinge samenhang niet, en sommige daar willen we helemaal niet aan, maar die fundamenten zijn er. Dat zijn de evolutionaire, biologische en natuurkundige wetten die bepalen hoe het leven leeft. Die wetten vergen geen geloof, maar weten. Het is geen evangelie, maar wetenschap.
Daarom ziet mijn prioriteitenlijstje eruit zoals het eruit ziet: het beschermen en bevorderen van het gezonde begin van een mensenleven. Heel legitiem en heel herkenbaar. Het gevoel van fanatisme dat sommigen krijgen als ze mij daarover bezig horen en bezig zien ontspruit waarschijnlijk niet direct aan wat ik doe en zeg, maar het ongemakkelijke gevoel dat veel mensen erdoor krijgen. Ik ben de brenger van de ongewenste boodschap, van de waarheid die slecht uitkomt. Want die evolutie, biologie en natuurkunde werken niet zo als veel mensen graag zouden zien hoe ze werken. Mijn lieve, wijze Grootmoe zei het vroeger al: ‘’Liever’’-koekjes worden niet gebakken, als ik zei liever iets anders te doen dan het klusje dat zij voor mij in gedachten had.
Ik ga bij dat bevorderen en beschermen van de gezonde start van het leven van een beginnend mens uit van dat beginnende mensje. In onze maatschappij hebben alle andere mensen namelijk meer stem dan het beginnende mensje, de zuigeling, het jonge kind. Niet dat de moeder niet belangrijk is, maar zij heeft haar eigen stem en haar eigen voorvechters. Ik zou bij mijn eigen eerste kind een betere moeder zijn geweest als er toen iemand was opgestaan om voor mijn kind te spreken in plaats van voor mij. Als er misschien iemand fanatieker was geweest in het uitdragen van de boodschap van mijn kind, van Het Kind. En ik had die stem al gehoord tijdens mijn opleiding toen ik de grote denkers bestudeerde, de grondleggers van de moderne pedagogiek en ontwikkelingspsychologie. Maar er had iemand wat fanatieker mogen zijn, wat fundamentalistischer, had wat meer mogen doordrammen over het belang van die eerste jaren. Ook toen al was dat belang bekend, maar die kennis heeft De Maatschappij nooit bereikt.
Die leemte, die niche, probeer ik nu te vullen met mijn fundamentalischte, fanatieke gedram over moeder-en-kind-nabijheid, over borstvoeding, tot in het oneindige over het belang van borstvoeding en het samenzijn van moeder en kind. Over het respecteren van de evolutionaire, biologische en natuurkundige wetmatigheden. En nog een beetje meer over borstvoeding en relatievorming. En dan nog wat. Misschien hebben ze we gelijk en ben ik een fanaticus, een fundamentalist en een doordrammer. Maar ik ben zeker weten geen evangelist of een sektariër. Ik doe niet aan religie en probeer niemand door angst en terreur te pressen in een sekte te gaan. Zeker niet de individuele moeder die ik met haar kind begeleid als zij mij daarom vraagt.
Soms, heel soms, heb ik zelfs een moeder voor me die zo fanatiek is in het willen borstvoeding geven, alleen borstvoeding, niets dan borstvoeding, dat ik haar zou willen zeggen: Weet je, lieverd, stop er maar mee. Geef lekker een flesje met gekochte melk en geniet nu eens van je kind en het moeder zijn. Want soms staatdie fanatieke wil tot borstvoeding geven het moederen in de weg.
Eurolac Flits met label moeder-en-kind-nabijheid, moederschap, exclusief. Deze links leiden naar blog bijdragen over deze thema's. De plaatjes in de linker zijkolom leiden naar meer verhaaltjes over hetzelfde thema.

zondag 16 september 2012

Vreugdedans

Foto: De auteur in een TV-nieuwsitem over dit onderwerp
Sinds enkele dagen zit er een beeld in de fantasie afdeling van mijn brein dat naar buiten probeert te komen. Het duwt eens tegen de deur, het kijkt eens tussen de lamellen door, begint aan andere irritante aandacht trekkende escapades en uiteindelijk laat ik het er maar uit. Het zou zomaar een slotscène van een actiefilm kunnen zijn. Enkele welgedane heren zitten met dikke sigaren en een stevige borrel met de voeten op de salontafel en vertellen elkaar steeds opnieuw hoe het avontuur is opgezet, uitgevoerd en afgelopen. Bulderend van het lachen, dijen kletsend, elkaar tegen de schouder stompend en nog net niet de Horlepiep op tafel dansend herbeleven ze hun victorie. Ze hebben het hem maar weer eens geflikt. Ze zijn weer eens de onbetwiste winnaars. Nu kan dat ook niet anders wanneer je niet alleen het spel bent begonnen, maar ook de scheidsrechter en zijn regels hebt gekocht. De heren Nest, Num, Dan en Yak vegen de tranen van het lachen uit hun ogen en schotelen elkaar nog eens het prachtige beeld voor: ‘’Zag je hoe ze er ook deze keer weer met open ogen intuinden? De losers.’’
Mijn fantasie neemt een loopje met de werkelijkheid, natuurlijk, maar ik vrees dat er toch wel een grond van waarheid in zit. De grote voedingsmiddelen concerns en dan met name die die zich met de voeding voor de jongste kinderen bezighouden hebben een fikse overwinning behaald. Hoeveel waarde heeft een promotieonderzoek dat voor een belangrijk deel werd gefinancierd door partijen met grote financiële belangen bij een bepaalde uitkomst? En hoe moeten de verschillen worden geïnterpreteerd tussen de conclusies zoals die op papier staan, door de promovenda op papier zijn gezet, en zoals die naar buiten worden gebracht, ook door de promovenda zelf? Ik was niet bij de verdediging van het proefschrift, maar ik ben eigenlijk benieuwd welke versie ze daar heeft verdedigd. De grote verliezers in dit spel zijn, zoals gewoonlijk de kinderen, als subject van het onderzoek en doelgroep van de financiers. Want naar het lijkt zijn degenen die voor een flink deel de advisering over zuigelingenvoeding naar ouders in de hand hebben massaal klaar om op basis van dit onderzoek een goed en breed wetenschappelijk ondersteund advies te gaan omgooien naar een op mager bewijs stoelend alternatief.
Er is volop goed wetenschappelijk bewijs dat naarmate minder kinderen korter exclusief borstvoeding krijgen de kosten voor de volksgezondheid stijgen. Een landelijke omslag naar advisering om al met vier in plaats van zes maanden te starten met de introductie van vaste voeding zal dus onomstotelijk leiden tot een verzwaring van de financiële lasten voor zorg. Wie er financieel wel op vooruit zullen gaan zijn de leveranciers van kindervoeding in potjes. Want een kind dat op de leeftijd van vier maanden iets anders gaat eten dan melk krijgt geen vaste voeding, maar semi-vloeibare voeding. Hij is absoluut nog niet in staat om vaste voeding met zijn mond te verwerken. Voor veel ouders zal dat betekenen dat er potjes gegeven gaan worden. Dat is immers veel makkelijker dan zelf koken en pureren, maar ook op de dagen dat het kind op de opvang verblijft zullen er potjes op het menu staan.
Niet alleen is een kind van vier maanden motorisch nog onvoldoende ontwikkeld om te kauwen, zijn darmen zijn nog niet goed in staat om iets anders dan melk te verteren. Daarnaast is de opbouw van zijn afweer nog onvoldoende rijp om het kind met minder hulp van moedermelk te beschermen tegen infecties. Er is in de loop van decennia een groeiende stapel onderzoeken gepubliceerd, en van een flink deel daarvan grote meta-analyses gedaan, waaruit onomstotelijk wordt bewezen dat vroegtijdig starten met andere voeding dan (humane) melk de gezondheidsuitkomsten van kinderen op de korte, middellange en lange termijn negatief beïnvloedt. Daaraan verandert één cohort onderzoek, waaruit blijkt dat voor enkele aspecten er niet veel verschil is tussen de timing van de introductie van ander voedsel of dat langer wachten negatief uitwerkt, niets. Geen reden voor een vreugdedans door moeders, kinderen en degenen die de kosten voor gezondheidszorg moeten opbrengen. Wel voor degenen die die voeding vanaf vier maanden leveren.
Kiefte-de Jong: JC: Early Life Nutrition and Gastrointestinal and Allergic Outcomes: The Generation R Study. [Voeding in het vroege leven en gastrointestinale en allergische uitkomsten: Het Generation R Onderzoek]. Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Openbare verdediging 12 september 2012. ISBN: 978-94-6169-244-3. ''Financial support for this dissertation was kindly provided by: Erasmus University Rotterdam, Nederlandse Coeliakie Vereniging, J.E. Jurriaanse Stichting, Rotterdam, Astmafonds, Danone Research – Center for Specialised Nutrition, Yakult Nederland B.V., Nutricia Nederland B.V., Nestlé Nutrition, GE Healthcare Nutri-akt B.V., Stichting Astmabestrijding.
''
Eurolac Flits! over de introductie van vast voedsel: Vroeger, later - precies op tijd?, Introductie van vast voedsel
Eurolac Flits! met label vaste voeding, exclusief, Generation R, fabrikanten, onderzoek
Keuringsdienst van Waarde (TV, KRO) over babyvoeding
Kleintjes S: Introductie van vast voedsel na zes maanden. Kenniscentrum Borstvoeding, borstvoeding.com

zondag 3 juni 2012

Omgekeerd

Afbeelding: Voorstelling uit de prent: De Omgekeerde Wereld. Vervaardigd door J. de Lange in Deventer aan den Brink. Houtsnede met sjablonen gekleurd.
Die aanbevelingen van de WHO over borstvoeding, dat is toch eigenlijk vooral voor de zielige kindjes in Afrika. Hier hebben we schoon water en goede gezondheidszorg en veilige alternatieven. Toch? Mensen blijven zich in bochten draaien om maar niet te hoeven toegeven dat borstvoeding opvoedkundige, voedingskundig en medisch gezien gewoon de voeding van eerste keus is voor mensenkinderen. En wel zonder andere vormen van voedsel of drinken in de ongeveer de eerste zes maanden en naast geschikte andere bronnen van voedsel en vocht tot de tweede verjaardag of daar voorbij. En ja, ook in onze zeer bevoorrechte woonomgeving met alternatieven en technologische oplossingen voor alles, hebben kinderen die geen, korter of minder exclusief borstvoeding krijgen dan de norm een verhoogd risico van ziekte en aandoeningen op korte, middellange en lange termijn.
Nee, beste lezer, ik ga u niet vertellen dat kinderen die borstvoeding krijgen beter, gezonder, mooier of slimmer zijn dan hun kameraadjes die wat anders krijgen. U leest het goed: afwijken van de norm doet kinderen te kort in hun mogelijkheden tot het ontplooien van hun mogelijkheden op gebied van gezondheid en ontwikkeling. Borstvoeding is geen bonuskaart voor kinderen van ouders die een extra stap willen maken, die extra-goede ouders willen zijn. Nee, kinderen die geen borstvoeding krijgen, krijgen juist  een valse joker toegespeeld, waarvan maar moet worden afgewacht of die niet erg in je nadeel gaat werken.
Die alternatieven, hoewel in onze contreien veilig klaar te maken, zijn gewoon niet toegespitst op consumptie door kwetsbare, zich nog ontwikkelende jonge kinderen. Daarnaast kunnen er nog fouten in de bereiding worden gemaakt, die het product nog minder analoog aan de behoefte van het kind maken. [Net terwijl ik dit schrijf krijg ik de krant van gisteren onder mijn neus geduwd met daarin in een advertentie van Neerlands grote kunstvoedingfabrikant met de vermelding dat op een bepaalde partij van zijn product een verkeerde gebruiksaanwijzing zit.] In de laatste paar maanden zag een aantal publicaties het licht in wetenschappelijke tijdschriften oer de link tussen latere gezondheid en de voeding die het individu als baby kreeg. Voor alle onderzochte gezondheidsaspecten scoorden kinderen die geen of weinig exclusief borstvoeding hadden gekregen minder goed. In slechts één artikel werd dit ook zo geformuleerd; de andere spreken van voordelen van of betere uitkomsten bij borstvoeding. Binnen de grote Generation R onderzoeken publiceerden Sonnenschein-van der Voort et al over de hogere incidentie van astma-gerelateerde symptomen bij peuters die slechts kort of niet exclusief borstvoeding kregen. De astma symptomen leken eerder infectie gerelateerd dan atopisch van aard te zijn.
In twee verschillende artikelen doen Labayen, Ruiz, Ortega et al verslag van de uitkomsten van hun grootscheepse onderzoek onder Zweedse en Letse kinderen. In het eerste stuk blijkt kortere duur van exclusief borstvoeding ook na correctie voor een flink aantal andere factoren, duidelijk gecorreleerd te zijn aan de hoeveelheid fibrinogeen in het bloed bij schoolkinderen en pubers. Meer fibrinogeen kan wijzen op ontstekingen, een factor voor het ontstaan van cardiovasculaire aandoeningen. Het tweede artikel laat een overtuigende relatie zien, ook weer na correctie voor andere factoren, tussen minder exclusief borstvoeding en een lagere cardiorespiratoire fitheid bij schoolkinderen en pubers.
Silvers, Frampton et al tenslotte keken naar de relatie tussen duur en exclusiviteit van borstvoeding en astmatische symptomen zoals een piepende ademhaling. En ook hun conclusie was dat minder exclusief borstvoeding leidt tot meer astmatische symptomen tot zeker het zesde levensjaar. Een opvallende uitkomst van hen was dat dit bij kinderen boven de drie jaar vooral het geval is bij atopische kinderen.
Laten we de boel niet omkeren en ervan uit gaan dat al dat gepiep bij kinderen en al die ontstekingsreacties in  kinderen normaal zijn en dat je je kind een bonus geeft door borstvoeding te geven. Gezondheid is de norm; het geven van voeding die onder de norm valt maakt het voor kinderen moeilijker om gewoon gezond te groeien en zich te ontwikkelen.
Sonnenschein-van der Voort AMM, Jaddoe VWV, van der Valk RJP, WillemsenSP, Hofman A, Moll HA, de Jongste JC, L. Duijts L: Duration and exclusiveness of breastfeeding and childhood asthma-related symptoms Eur Respir J 2012 39:81-89; published ahead of print 2011
Labayen I, Ortega FB, Ruiz JR, et al. Association of exclusive breastfeeding duration and fibrinogen levels in childhood and adolescencethe european youth heart study. Arch Pediatr Adolesc Med. 2012;166(1):56-61.
Labayen I, Ruiz JR, Ortega FB et al: Exclusive breastfeeding duration and cardiorespiratory fitness in children and adolescents Am J Clin Nutr 2012 95: 2 498-505; First published online January 11, 2012.
Silvers KM, Frampton CM, Wickens K, Pattemore PK, Ingham T, Fishwick D, Crane J, Town GI,  Epton MJ: Breastfeeding Protects against Current Asthma up to 6 Years of Age. The Journal of pediatrics, 2012, 160(6):991-996.e1 

zondag 15 april 2012

Voor de lieve vrede

Foto: Vin Diesel als bodyguard Shane Wolfe, de Pacifier, in de gelijknamige film.
Fopspeen. Een veelzeggend woord. In het Engels heet een dummy, een naam die ook wordt gegeven aan mens-substituten in gevaarlijke experimenten. In het USA Engels heet het een pacifier, letterlijk een vredesbrenger. Fopspeen is een speen ofwel tepel die fopt, voor de gek houdt, een leugentje vertelt. Elke keer dat een ouder een kind een fopspeen in de mond geeft wordt er tegen het kind gelogen. Dit voorliegen van kinderen is zo algemeen en zo algemeen geaccepteerd dat het niet meer als zodanig wordt gezien en dat het zelfs als iets normaals wordt gezien. Moeders die geen fopspeen geven, maar hun kind troosten aan de borst, wordt voorgehouden dat zij zichzelf laten gebruiken als een fopspeen. Hoe verdraaid is dat? Vanaf het moment dat de WHO voorstelde om voor het voeden en verzorgen van kinderen hun biologische norm te volgen, ontstond een onafgebroken stroom van protest. Kinderen zouden niet zonder flessen- en vooral fopspenen kunnen. In feite denken ouders dat zijzelf niet zonder kunnen. Het is al eerder gezegd: moeder of vader worden is het probleem niet; moeder of vader zijn is een heel ander verhaal. Moeder of vader zijn is niet een extra ding in je huis en een extra item in je agenda. Het gaat over jezelf, letterlijk met lichaam en ziel, onvoorwaardelijk beschikbaar stellen voor een ander mens. Veel ouders hebben daarvoor een ontsnappingsroute nodig, Of denken dat nodig te hebben. Een fopspeen is zo’n ontsnappingsroute. Het houdt de baby bezig terwijl je als ouder even niet jezelf hoeft te geven. Dat is het enige doel van een fopspeen, ook al worden er onderzoeken gedaan die lijken aan te tonen dat fopspenen ook voor het kind nuttig kunnen zijn en zelfs levens redden. Moon et al onderzochten twee groepen van elk 260 kinderen (SIDS slachtoffers en gezonde kinderen) en daaruit bleek dat kinderen met een fopspeen significant minder risico van overlijden door SIDS hadden dan kinderen zonder fopspeen direct voor het inslapen. Daar lijkt geen speld tussen te krijgen, ware het niet dat in deze studie de ene onnatuurlijke situatie met de andere vergeleken werd. De biologische norm voor een mensenkind is namelijk om nooit alleen te slapen en ook in de nacht frequente kleine borstvoedingen te nemen. Als je dus wilt gaan onderzoeken of een fopspeen een meerwaarde heeft, moet je dus uitgaan van de nulwaarde (de biologische norm = kind dicht bij moeder en frequent aan de borst) en daar de interventie tegen afzetten. Want als we uitgaan van het gegeven dat een fopspeen een substituut is voor die norm, dan gaat het dus niet om het ding, maar om de actie: het zuigen. Wat dit soort onderzoeken aantoont is dat wanneer je afwijkt van de norm, door bijvoorbeeld verwijdering tussen moeder en kind aan te moedigen, er maatregelen zijn die dit gedrag veiliger, of minder onveilig!, kunnen maken. Een meta-analyse door Hauck c.s. (met gegevens uit 18 goede onderzoeken) toonde onomstotelijk aan dat borstvoeding geven, en met name exclusief borstvoeding geven, een zeer significante beveiliging tegen SIDS is. Alle interventies die borstvoeding geven tegenwerken of verminderen of minder exclusief maken werken dus negatief in op deze bescherming. Een kind met een fopspeen is niet aan de borst. Een meta-analyse (nou, ja, meta, uiteindelijk ging het om twee onderzoeken bij elkaar opgeteld!) door Jaafar et al leek aan te tonen dat fopspeengebruik de duur en exclusiviteit van borstvoeding niet in gevaar brengt. Gebreken in deze studie zijn dat er maar werd gekeken naar borstvoeding tot vier maanden en dat het ging om op tijd geboren, gezonde baby’s met moeders die zeer gemotiveerd waren om borstvoeding te geven. Het bewijs was niet heel erg sterk en men keek alleen naar eindresultaten en niet naar een eventuele toename van problemen waar doorheen gewerkt moest worden. Problemen die in de studie situatie wellicht beter werden begeleid dan bij moeders en baby’s ‘’in ’t wild’’.
Fopspeengebruik wordt door de WHO en andere deskundigen om meerdere redenen afgeraden dan alleen vermindering van borstvoeding, slechte hygiene en wiegendood, maar ik vermoed dat deskundigen die aanbevelingen doen die het gebruik van een fopspeen iets positiefs geven dat vooral doen om de lieve vrede te bewaren en niet tegen cultureel geaccepteerde gebruiken in te gaan.
Moon R, Tanabe K, Yang D, Young H, Hauck F: Pacifier Use and Sids: Evidence for a Consistently Reduced Risk. Maternal and Child Health Journal, 2012, 16(3):609-614. Doi: 10.1007/s10995-011-0793-x

maandag 26 maart 2012

Determinatie

Foto: Brooke Shields als Emmeline en Christopher Atkins als Richard  in The Blue Lagoon waar moeder worden en borstvoeding geven helemaal vanzelf ging.
Het geven van borstvoeding is volgens het algemeen geldende beeld een bewuste keuze die met vastberadenheid moet worden doorgezet. Na minutieuze determinatie van de verschijnsels moederschap, baby en borstvoeding, en uitgebreide stimulatie van de voornemens door overheid en zorgwereld, bedenken ongeveer acht van de tien aanstaande moeders dat ze willen beginnen met borstvoeding geven en doet dat vervolgens ook. Met gedetermineerde toewijding, vaak veel kromme tenen en tanden knarsen, lukt het uiteindelijk 5 van de tien moeders om de eerste maand door te komen met volledig borstvoeding en drie maanden vol te maken zonder andere voeding (er bij) te geven (Lanting et al, 2007). In andere Westerse landen, met als positieve uitzondering Scandinavië, zijn die cijfers vergelijkbaar. De gedetermineerde toewijding blijkt een van de belangrijkste determinanten te zijn voor het bereiken van het doel exclusief borstvoeding voor een bepaalde duur. Om te beginnen is het natuurlijk al absurd dat al dat gedetermineer en die determinatie en gedetermineerdheid nodig zijn om iets volkomen normaals als borstvoeding geven te laten slagen, maar nog absurder is het dat ondanks dat alles zo veel vrouwen het niet voor elkaar krijgen. Ik houd van absurdisme, maar niet in het moederschap en dus wil ik graag weten voer waarom en wat nu. Er zijn inmiddels hele reeksen onderzoeken gedaan over de hele wereld hoe dat kan. En in al die onderzoeken komen min of meer dezelfde determinanten naar voren. Een opvallend stel daarvan is opleiding en sociale omstandigheden. In de jaren ‘70-‘80 van de vorige eeuw waren het de goed opgeleide en goed gesitueerde vrouwen die de fles gaven. Dat was namelijk toen veel wetenschappelijker en beschaafder. Nu is het al weer geruime tijd juist omgedraaid: hoog opgeleide en beter gesitueerde vrouwen zijn meer geneigd borstvoeding te geven. Ook geven wat oudere moeders vaker borstvoeding dan jongere moeders. Een belangrijke factor voor het beginnen met borstvoeding, maar ook voor het ermee doorgaan is steun van de directe omgeving: partner, eigen moeder en vrienden. Een negatief effect op het langer dan de eerste weken doorgaan met (exclusief) borstvoeding zijn een kunstverlossing en het bijgeven van kunstvoeding in de eerste dagen. Opvallend is dat wanneer vrouwen zelf wordt gevraagd waarom zij eerder dan gepland stopten met borstvoeding, deze factoren juist niet genoemd worden; vrouwen zeggen zelf te stoppen als gevolg van te weinig melk, pijn en diverse vormen van ongemak en sociale redenen zoals werk.
Het bereiken van de door WHO en overheden gestelde doelen aangaande borstvoeding heeft dus niet zozeer meer promotie nodig (ruim 80% van de moeders begint er immers toch al aan), maar versterking van de determinanten voor het kiezen voor en doorgaan met borstvoeding, samen met een begeleiding die de door moeders als oorzaak genoemde problemen voorkomt of accuraat oplost. Voorlichting over zuigelingenvoeding moet dus niet alleen worden gericht aan aanstaande moeders, maar ook aan hun partners en moeders. Voor bevolkingsgroepen (jong, lager opgeleid, minder welgesteld) die minder geneigd zijn te kiezen voor borstvoeding is gerichte aandacht nodig, die vooroordelen over zuigelingenvoeding wegneemt en de keuze die de medisch-biologische voorkeur heeft hipper maakt, zonder de tweede keus zwart te maken. Maar nog veel belangrijker dan dat allemaal bij elkaar, dan welke vorm van campagne ook, is het garanderen, met gedetermineerde focus, op het mogelijk maken van het uitvoeren van het besluit om borstvoeding te geven. Niet alleen informatie voor de ouders, maar ook en vooral heel veel en goede gerichte, wetenschappelijk onderbouwde, praktijkgerichte opleiding en bijscholing van zorgverleners. Ik zeg het gewoon nog maar eens. Ik ben daar nogal gedetermineerd in, eigenlijk.
Hauck YL, Fenwick J, Dhaliwal SS, Butt J: A Western Australian Survey of Breastfeeding Initiation, Prevalence and Early Cessation Patterns. Maternal and Child Health Journal, 2011, 15(2): 260-268.
Lanting CI, Wouwe van JP. Redenen en motieven om te starten en te stoppen met borstvoeding. Leiden: TNO Kwaliteit van Leven; 2007.
Kools EJ, Thijs C, de VH. The behavioral determinants of breast-feeding in The Netherlands: predictors for the initiation of breast-feeding. Health Educ Behav 2005; 32(6):809-824.

donderdag 2 februari 2012

Hartenvrouw

Foto: Helena Bonham Carter als Hartenvrouw in Alice in Wonderland (2010)
Stelde ik in een  vorige stukje nog heel boud dat ademhaling, hartfunctie en bloedsomloop helemaal vanzelf gaan, vandaag kom ik daar een beetje op terug. Want ook die zeer automatische, simpele en vanzelfsprekende lichaamsfuncties kunnen worden beïnvloed door andere dingen die we doen. Sommige dingen veroorzaken een heel direct effect, andere dingen merk ja pas na jaren. de directe dingen zijn natuurlijk veel eenvoudiger waar te nemen en te duiden dan die welke een aantal jaren op zich alten wachten. In die laatste gevallen zijn allerlei andere factoren die ook een rol kunnen en zullen spelen. Toch is een team wetenschappers (Labayen et al, 2012) van een aantal Europese universiteiten (uit Estland, Zweden en Spanje) erin geslaagd de verschillende factoren te filteren en tot de conclusie te komen dat de zuigelingenvoeding een factor is bij het gehalte aan bloedstollende factoren in het bloed van adolescenten. Adolescenten die minimaal 3 maanden uitsluitend borstvoeding hadden gehad hadden minder fibrinogeen in hun bloed. Een hogere fibrinogeen concentratie maakt het bloed als het ware dik en dat verhoogt het risico van problemen met het hart en de bloedsomloop. Dit gunstige effect van exclusief borstvoeding voor meer dan 3 maanden bleef overeind na correctie voor factoren zoals leeftijd, geslacht, puberteitsstatus, land van herkomst, vetmassa (als berekend met huidplooimeting) en BMI, cholesterol en triglyceridespiegels, bloeddruk, fysiek activiteitsniveau, geboortegewicht en opleidingsniveau van de moeder. Het risiconiveau voor hart- en vaatziekten wordt dus al voor een flink deel bepaald door de voeding van een kind in zijn eerste levensmaanden. Dit is toch zeker een punt dat aandacht mag krijgen in de preventieprogramma’s van de overheid. Het is namelijk een gezondheid bevorderende maatregel waar de beleidsmakers zelf niets voor hoeven te doen en die ook nog eens niets kost voor de overheid. De enige die er armer van worden zijn de fabrikanten van die andere zuigelingenvoeding en de fabrikanten van speciale vetten voor gezonde harten en de fabrikanten van geneesmiddelen voor stroperig bloed en hartfunctiefalen.
Veel eenvoudiger om relaties te bepalen is wanneer het gaat om directe effecten. Het sterkste bewijs krijg je als er helemaal geen verwarrende factoren zijn. Kinderen die hun eigen controlegroep zijn, die dus worden geobserveerd en gemeten in de controlesituatie en in de testsituatie geven de mooiste statistische betrouwbare cijfertjes. Dat is precies wat Morgan, Horn en Bergman (2011) deden. Maternaal-neonaat separatie (MNS) in zoogdieren is een manier om de effecten van stress op de ontwikkeling van de functie in fysiologische systemen te bestuderen. Het wordt gezien als de meest directe en ‘’succesvolle’ manier om stress te induceren in een jong zoogdier, terwijl dit, vreemd genoeg, in de menselijke geïndustrialiseerde samenlevingen de medische standaard voor zorg is. Fysiologische stress reacties worden georkestreerd  door het autonome zenuwstelsel.  De variabiliteit in het hartritme is een indicatie voor deze acties van het autonome zenuwstelsel. Morgan c.s. observeerden baby’s van 12 dagen oud en registreerden hun hartritme via een ECG terwijl zij ofwel huid-op-huid bij hun moeder ofwel alleen sliepen. Na analyse van de gegevens bleken kinderen die alleen sliepen een met 178% verhoogde stress-activiteit in het autonome zenuwstelsel te vertonen en 86% minder tijd door te brengen in rustige slaap. De onderzoekers concluderen dat alleen zijn voor neonaten een zeer hoog niveau van stress veroorzaakt waarvoor zij waarschijnlijk niet goed zijn voorbereid om mee om te gaan en dat dat potentieel gevaarlijk is.
Moeder<hartje>kind moet, uitgaande van deze onderzoeken, vrij letterlijk worden genomen: moeder en kind horen hart-aan-hart te zijn en baby drinkt de gezondheid voor zijn hart letterlijk aan de boezem van zijn moeder in. Moeder, een hartelijke vrouw.
Labayen I; Ortega FB; Ruiz JR; Loit HM; Harro J; Villa I; Veidebaum T; Sjostrom M: Association of Exclusive Breastfeeding Duration and Fibrinogen Levels in Childhood and Adolescence: The European Youth Heart Study. Arch Pediatr Adolesc Med. 2012;166(1):56-61.
Morgan BE, Horn AR, Bergman NJ: Should Neonates Sleep Alone?
Biological psychiatry 1 November 2011 (volume 70 issue 9 Pages 817-825

maandag 29 augustus 2011

Kleine meisjes worden groot

Afbeelding: ''Poes speelt'', Cornelis Jetses, vroeg 20e eeuw.
Volgens Wikipedia werd ruim een eeuw geleden een meisje gemiddeld kort na haar 16e verjaardag voor het eerst ongesteld. Bijna een halve eeuw geleden was dit al gedaald naar ruim 13 jaar. Tegenwoordig valt de menarche voor Westerse meisje gemiddeld tussen 11 en 12,5 jaar. Men verondersteld dat naast erfelijke factoren ook de voedingstoestand en het lichaamsgewicht bepalend zijn voor de leeftijd waarop de menarche optreedt. Volgens de Duitse Wikipedia correleert de eerste menstruatie met het bereiken van een lichaamsgewicht van 48 kilo. Het ligt dus in de lijn der verwachtingen dat factoren die leiden tot het eerder bereiken van dit gewicht ook leiden tot een vroegere menarche. Recent onderzoek van onder andere Terry et al (2009) wijst uit dat dit zo is. Kinderen die niet of relatief kort exclusief borstvoeding krijgen hebben een grotere kans op een snellere gewichtstoename als baby en meer kans op een hoger BMI in de kinderjaren. Al-Sahab c.s. (2011) tonen een correlatie aan tussen de duur van de (exclusief) borstvoeding en de leeftijd van de menarche (kortere duur van de borstvoeding en vroeger optreden van de menarche), die overeind blijft na correctie voor beïnvloedende factoren. Andere onderzoekers, zoals He et al (2010) in een analyse van 2 cohort studies met in totaal meer dan 200.000 onderzoekssubjecten) lieten het andere uiteinde zien: vroege menarche hangt samen met een verhoogde kans op diabetes type 2 als volwassene. Men kan hierbij natuurlijk, zoals de onderzoekers zelf ook deden, zich de vraag stellen of de vroege menarche de bepalende factor is, of het vroeger bereiken van een hoger lichaamsgewicht en dus de grotere kans op overgewicht.
Al-Sahab B, Adair L, Hamadeh MJ, Ardern CI,  Tamin H: Impact of Breastfeeding Duration on Age at Menarche Am. J. Epidemiol. (2011) 173(9): 971-977
Terry MB, Jennifer S. Ferris JS, Tehranifar P, Wei Y, Flom JD: Birth Weight, Postnatal Growth, and Age at Menarche Am. J. Epidemiol. (2009) 170(1): 72-79
He C, Zhang C, Hunter DJ, Hankinson SE, Buck Louis GM, Hediger ML, Hu FB: Age at Menarche and Risk of Type 2 Diabetes: Results From 2 Large Prospective Cohort Studies Am. J. Epidemiol. (2010) 171(3): 334-344

vrijdag 26 augustus 2011

Gouden bergen

Een uni- en multivariabele analyse (Volpe Holmes et al, 2011) van de Amerikaanse voeding en gezondheidsstatistieken toonde aan dat de combinatie van borst- en kunstvoeding in de eerste levensweek leidt tot minder lang borstvoeding in de totale bevolking, maar niet in de  Hispanic en African American subgroepen. Dat lijkt erop te wijzen dat de effecten van verschillen in borstvoeding beleid sterk sub-cultureel bepaald kunnen zijn. Variaties op de norm die worden geacht een negatief effect te hebben op de kwaliteit en duur van de borstvoedingperiode, kunnen dat effect niet of minder laten zien wanneer die variatie in de eigen subcultuur acceptabel of als norm wordt gezien.
In alle etnische groepen bleek gemengde voeding of kunstvoeding in vergelijking met minimaal 4 maanden uitsluitend borstvoeding het risico van obesitas tussen 2 en 6 jaar te vergroten. (Ook Metzger & McDade, 2010, tonen in een heel ander soort onderzoek de link tussen geen borstvoeding en meer obesitas aan.) In deze analyse werd alleen de factor overgewicht meegenomen in de resultaten, maar eerdere onderzoeken tonen ook voor andere ziekten en aandoeningen een dosis-gerelateerde samenhang: niet alleen de totale duur van borstvoeding is belangrijk, ook de duur van exclusief borstvoeding heeft effect op de uiteindelijke gezondheid.
Met de uit de pan rijzende kosten voor gezondheidszorg staat, naar eigen zeggen, preventie hoog in het vaandel bij de overheid. Want, immers, wie niet ziek wordt behoeft ook geen dure behandeling. En dus kun je van je verzekeraar een bepaald soort spijsolie en daarvan gemaakte vette producten vergoed krijgen, omdat die naar het schijnt gunstig voor het cholesterol zijn. (Terwijl mensen die als kind borstvoeding hebben gehad een van nature gezondere cholesterol huishouding hebben.) Ondertussen gaat de gemeente Amsterdam in zee met nota bene de grootste fabrikant van dikmakende producten, die die producten ook nog eens met misleidende en agressieve reclame aan de man brengt en wordt er in Den Haag en Brussel serieus geluisterd naar de lobby van kunstvoedingfabrikanten om de wetgeving aangaande reclame voor borstvoedingvervangers te versoepelen. De stem van het grote geld schreeuwt hard en nadrukkelijk en belooft gouden bergen; de stem van gezondheidsbevordering wordt daardoor succesvol gedempt. Borstvoeding bevorderen, ja dat is een goed idee, maar het mag niks kosten natuurlijk, liever nog kregen we er geld op toe, net als van de kunstvoeding- en junk-foodproducenten. Investeren in betere begeleiding van borstvoeding? Ja, dat zouden we wel willen, maar dat is toch eigenlijk meer een taak van de zorgopleidingen, die moeten gewoon betere zorgverleners afleveren. Wat zegt u, lactatiekundige zorg vergoeden? Borstvoeding hulpmiddelen vergoeden? Maar dat kost geld, hoor. Ja, overheid: de kost gaat voor de baat. En heus: investeren in gezonde voeding voor zuigelingen, die niet door de groot-geldindustrie wordt gemaakt en geleverd, maar door moeders, levert uiteindelijk grote besparingen in de gezondheidszorg op. Toegegeven, dat vergt enig lange termijn denken en wat rekenkundige vaardigheid, mogelijk niet uw sterkste kanten. Laat u dan voorlichten door echte deskundigen: economen en niet-industrie-gesponsorde onderzoekers die terzake kundig zijn. En, nee, inderdaad, dat levert u op dit moment geen leuke douceurtjes op. Helaas heeft de gezondheidsbevorderende lobby daarvoor geen fondsen. Maar we kunnen u wel gouden bergen beloven, die uiteindelijk nog wel eens waar zouden kunnen worden ook.
Volpe Holmes A, Auinger P, Howard CR: Combination Feeding of Breast Milk and Formula: Evidence for Shorter Breast-Feeding Duration from the National Health and Nutrition Examination Survey, The Journal of Pediatrics, Volume 159, Issue 2, August 2011, Pages 186-191, ISSN 0022-3476, DOI: 10.1016/j.jpeds.2011.02.006.
Metzger MW, McDade TW: Breastfeeding as obesity prevention in the United States: A sibling difference model. Am. J. Hum. Biol. 2010, 22(3):291-296.

donderdag 11 augustus 2011

Een ijzersterk verhaal

Foto: Robert Downey Jr. in Iron Man
Het is algemeen bekend dat appelstroop gezond is, want er zit veel ijzer in. Toch? Dat werd ons toch altijd verteld? De Consumentenbond haalt ons uit de droom. Behalve dat er in de meeste merken ook maar bedroevend weinig appels inzitten, valt de hoeveelheid ijzer ook stevig tegen. En ook nog eens in een moeilijk opneembare vorm. Dat valt vies tegen. Een sterk verhaal dus. Een ander sterk verhaal gaat over ijzer in moedermelk. Dat zou er dus juist niet of maar een beetje inzitten. De waarheid is natuurlijk, niet erg verrassend gezien het succesverhaal van de menselijke evolutie tot dominante soort op aarde, dat er in moedermelk precies genoeg, niet te weinig en niet te veel, ijzer zit. Moedermelk is eigenlijk een ijzersterk verhaal. Een uitgekiende balans tussen voorraden die een kind meekreeg uit de baarmoeder (en uit een uitkloppende navelstreng), een kleine hoeveelheid zeer goed opneembaar ijzer en een eiwit (lactoferrine) dat dat ijzer claimt, zodat ijzerminnende bacteriën in de darm er geen feestmaal mee kunnen aanrichten. Deze ijzerminnende bacteriën leiden dus in de darmen van volledig borstgevoede zuigeling een kwijnend bestaan. Gezonde, op tijd en zonder complicaties geboren zuigelingen hebben ruimschoots voldoende ijzerreserves om met de precies afgestelde hoeveelheid ijzer in moedermelk toe te komen zolang zij uitsluitend borstvoeding krijgen. Schandler et al en Furman reageren dan ook terecht afkeurend op de voorgestelde richtlijn van de Amerikaanse kinderartsen vereniging om aan alle borstgevoede kinderen vanaf 4 maanden een ijzersuppletie te geven. Dat ijzer is minder goed opneembaar en er is onvoldoende lactoferrine om te voorkomen dat de ijzerminnende bacteriën er een feestmaal mee aanrichten. per saldo minder ijzer binnen en darmen die van slag raken. Niet zo’n sterk plan dus.
Nu.nl: Weinig appels en ijzer in appelstroop
Furman LM: Exclusively Breastfed Infants: Iron Recommendations Are Premature. Pediatrics 2011; 127:4 e1098-e1099
Schanler RJ, Feldman-Winter L, Landers S, Noble L,  Szucs KA, Viehmann L:  Concerns With Early Universal Iron Supplementation of Breastfeeding Infants. Pediatrics 2011; 127:4 e1097

zaterdag 6 augustus 2011

Borstvoeding en HIV?

Foto: HIV, het virus
De Wereld Borstvoeding Week wordt in grote delen van de wereld deze week gevierd: de eerste week van Augustus. In andere delen zoals Nederland heeft men gekozen voor week 40. De WHO besteedt deze week aandacht aan borstvoeding door het publiceren vaan lijstje van 10 feiten over borstvoeding. In de eerste 10 dagen van augustus zal ik deze feiten een voor een als thema voor een stukje nemen. Vandaag dag 6: Borstvoeding en HIV?
Kan een moeder die HIV+ is borstvoeding geven? Die vraag is niet met een simpel ja of nee worden beantwoord. HIV is niet bijster besmettelijk en moedermelk is niet de meest voor de hand liggende besmettingsroute. Hoewel het virus wel in moedermelk wordt aangetroffen, net als in alle lichaamsvochten, is er toch contact met de bloedstroom nodig om het over te dragen op een kind. Nu is bloedcontact al gauw gemaakt als de mond of het spijsverteringskanaal van het ergens kapot is. Dit kan gebeuren door bijvoorbeeld reflux met veelvuldig zure maaginhoud opgeven, waardoor de slokdarm kapot gaat, maar vaker nog door microscopische bloedingen in de darm door binnendringen van andere eiwitten dan de menselijke eiwitten uit moedermelk. Om dat te voorkomen zou een kind dus heel erg exclusief borstvoeding moeten krijgen. Onderzoek van Coovadia et al (2007) (uit de onderzoeksgroep van Coutsoudis die al eerder onderzoeken publiceerde met vergelijkbare uitkomsten) toont aan dat het besmettingsrisico via borstvoeding snel toeneemt als kinderen naast moedermelk ook kunstvoeding krijgen (van 6 naar 15%). Toch blijft het een hoog, te hoog besmettingsrisico voor kinderen die HIV- geboren zijn. Een vuistregel aanbeveling is lang gewest dat borstvoeding de voorkeur in omstandigheden waarin geen-borstvoeding een hoger sterfterisico geeft. De meest recente aanbeveling is om bij HIV+ moeders geen borstvoeding te adviseren als vervanging veilig is. Om dit bepalen is er de AFASS rekenhulp.
AFASS is een acroniem, samengesteld uit de beginletters van de woorden: Acceptable Feasible Affordable Sustainable Safe. A: Kunstvoeding geven moet in de sociale omgeving van de vrouw acceptabel zijn (geen borstvoeding geven kan betekenen dat je HIV+ bent en in veel gevallen maakt dat een vrouw tot paria). F: Het moet uitvoerbaar zijn, wat wil zeggen dat de moeder zo nodig met hulp in staat moet zijn de vervangende voeding klaar te maken en te geven. A: Het moet betaalbaar zijn, zonder dat het de moeder zo veel kost dat ze de rest van het gezin niet meer kan voeden. S: De aanvoer van vervangende voeding moet gewaarborgd zijn voor de duur van minimaal een jaar. S: de vervangende voeding moet veilig zijn, dus er moet een betrouwbare bron van schoon water zijn en voldoende mogelijkheden om de benodigdheden schoon te houden en de melk veilig klaar te maken en te geven. Als aan de AFASS voorwaarden wordt voldaan is het veiliger voor een kind van een HIV+ moeder om kunstvoeding te krijgen. Worden de AFASS standaarden niet gehaald dan is voor het kind het risico om ziek te worden en te overlijden groter wanneer het geen borstvoeding krijgt.
Coovadia HM, Rollins NC, Bland RM, ittle K, Coutsoudis A, Bennish ML, Newell M-L: Mother-to-child transmission of HIV-1 infection during exclusive breastfeeding in the first 6 months of life: an intervention cohort study. The Lancet, 2007, 369(9567):1107-1116.

maandag 14 februari 2011

Schisis en borstvoeding

Schisis is een onvolkomen sluiting van de bovenlip, bovenkaak en/of gehemelte. Lippen, kaken en gehemelte spelen een belangrijke rol bij borstvoeding: de lippen zorgen voor een luchtdichte afsluiting, de kaken helpen masseren en het gehemelte zorgt samen met de tong voor druk op de borst. Masseren, druk en zuiging samen zorgen ervoor dat er een toeschietreflex komt en de melk de borst kan verlaten en de baby deze kan doorslikken. Zonder manieren om de mondholte luchtdicht rondom de borst te sluiten en/of om de borst te kunnen masseren en samendrukken, kan het moeilijk zijn om de melkstroom op gang te brengen en te houden. Vaak wordt gedacht (en conform geadviseerd) dat borstvoeden niet of nauwelijks zal lukken, maar enkele onderzoekers hebben toch andere informatie gekregen. Met goede begeleiding en mogelijk aangepaste technieken is het vaak toch mogelijk een kind met een schisis volledig aan de borst te voeden. In Thailand vonden Pathumwiwatana et al dat het vooral moeders waren met een drukke baan buitenshuis die het zelf en exclusief voeden niet volhielden. Garcez cs in Brazilië vonden dat moeders die een kindje met een schisis hadden juist neigden naar langer borstvoeden dan het landelijke gemiddelde. Moeders doen er goed aan zich goed te laten informeren over de conditie van hun kind en hoe die zich verhoudt tot voeden. Een ervaren lactatiekundige kan hen helpen een manier van voeden te vinden die voor hen werkt. Volledig aan de borst voeden zal niet altijd lukken, voornamelijk afhankelijk van de ernst van de schisis, maar het voeden van afgekolfde melk en het niet-nutritief borstvoeden dragen altijd bij aan de gezondheid en het welzijn van dit speciale kind.
Pathumwiwatana P, Tongsukho S, Naratippakorn T, Pradubwong S, Chusilp K: The promotion of exclusive breastfeeding in infants with complete cleft lip and palate during the first 6 months after childbirth at Srinagarind Hospital, Khon Kaen Province, Thailand. J Med Assoc Thai. 2010 Oct;93 Suppl 4:S71-7.
Garcez LW, Giugliani ER: Population-based study on the practice of breastfeeding in children born with cleft lip and palate. Cleft Palate Craniofac J. 2005 Nov;42(6):687-93.

vrijdag 11 februari 2011

Borstvoeding vs kunstvoeding: BMI, gezondheid, voedsel variatie

Twee volledig los van elkaar staande onderzoeken (1 in Noord Carolina, USA en 1 in IJsland/Denemarken) probeerden het inzicht in het verband tussen zuigelingenvoeding, gewicht en gezondheid te vergroten. Gunnarsdottir cs bekeken in IJsland en Denemarken kinderen die meer of minder dan 2 maanden exclusief borstvoeding hadden gekregen en vonden in Denemarken sterker dan in IJsland een link tussen korter exclusief borstvoeding en een hogere BMI op 6 en 12 maanden. Ze concluderen dat levensstijl en het soort vast voedsel waarschijnlijk een bijna even grote rol spelen in het gewichtsverloop dan alleen de soort melkvoeding. Het onderzoek van Strong&Strong e.a. was curieuzer: zorgt het gevarieerde smaakaanbod via moedermelk voor een grotere variatie in groente en fruit consumptie bij 2-3 jarigen? was hun onderzoeksvraag. De uitkomsten waren dat hoger opgeleide moeders gemiddeld een lager BMI hadden en meer borstvoeding gaven en dat hun kinderen meer gevarieerd groenten en fruit aten. Hieruit concludeerden zij dat borstvoeding geen invloed heeft op de smaakontwikkeling. Curieus hoe je cijfers kunt laten zeggen wat je wilt. Een andere hypothese om het verschil in obesitasrisico te verklaren is dat kinderen die de borst krijgen zelf hun inname kunnen reguleren (en dat ook later blijven doen) en dat kinderen die de fles krijgen dat niet doen. Li et al onderzochten of dit een redelijke vooronderstelling is. De uitkomsten van hun onderzoek lieten zien dat kinderen die van het begin af aan de fles kregen - ongeacht het soort melk in die fles - later in de zuigelingentijd meer geneigd zijn hun fles of beker leeg te drinken dan kinderen die van jongs af aan de borst kregen. Het vermogen om te stoppen met eten of drinken als de honger of dorst gestild zijn is een belangrijke beschermende factor bij het behouden van een gezond gewicht.
Li R, Fein SB, Grummer-Strawn LM: Do Infants Fed From Bottles Lack Self-regulation of Milk Intake Compared With Directly Breastfed Infants? PEDIATRICS Vol. 125 No. 6 June 2010, pp. e1386-e1393
Gunnarsdottir I, Schack-Nielsen L, Fleischer Michaelsen K, Sørensen T, Thorsdottir I: Infant weight gain, duration of exclusive breast-feeding and childhood BMI ? two similar follow-up cohorts. Public Health Nutrition(2010), 13:201-207
Strong LCA, Strong E, West D, Brouwer R, Ostbye T, Lovelady C: Relationship of early infant feeding (breast vs. formula) and fruit and vegetable variety in dietary intake of 2–3 year olds. FASEB J. 24: 556.16   

donderdag 10 februari 2011

Exclusief borstvoeding geven

In 2 verschillende onderzoeken werd gekeken naar factoren die een rol spelen bij het exclusief borstvoeding geven. In 19 ziekenhuizen in Californië keken Bramson et al naar het effect van huidcontact tussen moeder en kind na de geboorte en zagen dat hoe langer de periode van direct huidcontact duurde, hoe groter de kans was dat het kind bij ontslag enkel borstvoeding kreeg. Bai et al in Indiana keken naar factoren die bepaalden of een kind de aanbevolen eerste 6 maanden uitsluitend borstvoeding kreeg en zij zagen dat vooral het vaste voornemen van de moeder om voor een bepaalde tijd borstvoeding te geven belangrijk was. Zij bevelen dan ook aan om tijdens de zwangerschap vrouwen te betrekken bij campagnes om tot die positieve besluitvorming te komen. Een andere factor die de exclusiviteit van borstvoeding bedreigt is het traag op gang komen van de rijpe melk, omdat dan de neiging om andere melk bij te geven steeds groter wordt.  Bij vrij veel vrouwen die net een kind hebben gekregen duurt het langer dan de gemiddelde 3 dagen voor colostrum over gaat in rijpe melk (lactogenese II). Dit komt vaker voor bij vrouwen die voor het eerst moeder worden. Andere factoren die meespelen waren volgens onderzoekers Nommsen-Rivers et al van de Universiteit van Californië waren bij de moeder: ≥30 jaar, BMI ≥30, postpartum oedeem en afwezigheid van onaangenaam gevoel in de tepels in de eerste 3 dagen; bij de baby: een geboortgewicht ≥3600 gram en ≥2 keer ''niet goed drinken aan de borst'' in de eerste dagen.
Bramson,  L, Lee JW, Moore E, Montgomery S, Neish C, Bahjri K, Lopez MelcherC:  Effect of Early Skin-to-Skin Mother—Infant Contact During the First 3 Hours Following Birth on Exclusive Breastfeeding During the Maternity Hospital Stay. J Hum Lact  May 2010   vol. 26  no. 2  130-137
Bai Y, Middlestadt SE, Peng C-Y J, Fly AD: Predictors of Continuation of Exclusive Breastfeeding for the First Six Months of Life.J Hum Lact. 26(1):26-34
Nommsen-Rivers LA, Chantry CJ, Peerson JM, Cohen RJ, Dewey KG: Delayed onset of lactogenesis among first-time mothers is related to maternal obesity and factors associated with ineffective breastfeeding.  Am J Clin Nutr (June 23, 2010).

donderdag 20 januari 2011

Middenoorinfecties

Moedermelk bevat naast alle voedingsstoffen in precies de goede hoeveelheden en verhoudingen die een baby nodig heeft om gezond te groeien en zich te ontwikkelen ook heel veel stoffen die bescherming bieden tegen onder andere infecties. Infecties van de hogere luchtwegen en de oren worden door moedermelk en borstvoeding op meerdere fronten aangevallen, namelijk het vermijden van het blootstellen aan irriterende factoren (omdat moedermelk een lichaamseigen stof is, is het geen irritant voor de luchtwegen), het vermijden van blootstellen aan allergenen en het actief ter plekke aanvallen van ziekteverwekkers. Middenoorontsteking komt vaker voor bij kinderen die met een fles worden gevoed en die in een liggende houding worden gevoed (Mumtaz et al 2009). Ladomenou et al vonden in hun zeer goed opgezette onderzoek dat de bescherming die borstvoeding biedt, vooral wordt gezien wanneer kinderen de eerste 6 maanden uitsluitend borstvoeding kregen, zoals beschreven in de aanbevelingen van de WHO.
Ladomenou F, Moschandreas J, Kafatos A, Tselentis Y, Galanakis E: Protective effect of exclusive breastfeeding against infections during infancy: a prospective study. Arch Dis Child archdischild 2010, doi:10.1136/adc.2009.169912
Mumtaz Y, Habib F, Jahangeer A, Habib A: DETERMINANTS OF ACUTE OTITIS MEDIA IN INFANTS. JDUHS 2009, Vol. 3(1): 10-15

maandag 17 januari 2011

Consequenties van geen borstvoeding

Keuzevrijheid is een groot goed, waaraan niet mag worden getornd. Toch hebben ouders een extra verantwoordelijkheid als die keuzes de gezondheid van hun kind beïnvloeden. De voeding voor zuigelingen is zo’n niet helemaal vrijblijvende keuze, omdat het soort voeding, en zelfs de manier van toedienen van die voeding invloed heeft op de gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Kinderen die geen borstvoeding krijgen hebben een verhoogd risico op ziekte nu en later in hun leven. Werd in de begindagen van de onderzoeken naar borstvoeding nog vaak gedacht dat het beschermende effect van borstvoeding vooral relevant was in een omgeving met weinig schoon water, zonder goed sanitair en met slechte gezondheidszorg, meer recent onderzoek bevestigt keer op keer dat ook in een goed voorziene maatschappij kinderen die geen of weinig borstvoeding krijgen meer bloot staan aan allerlei infecties. Zo vonden Ladomenou en collegae dat kinderen die uitsluitend borstvoeding krijgen minder vaak infecties oplopen en als ze infecties krijgen, deze minder ernstig verlopen. Bartick & Reinhold becijferden dat als 90% van de Amerikaanse kinderen 6 maanden exclusief borstvoeding zouden krijgen (de aanbeveling van de WHO, veel overheden en artsenverenigingen) dit een jaarlijkse kostenbesparing van 13miljard dollar op de kosten voor volksgezondheid in de VS zou schelen en 911 mensenlevens, merendeels kinderen, zouden worden gespaard. De Europese statistieken voor borstvoeding verschillen niet zo heel erg veel van die in Amerika, dus naar alle waarschijnlijkheid kunnen we stellen dat ook in ons land kinderen overlijden omdat ze geen borstvoeding kregen.
Bartick M, Reinhold A: The Burden of Suboptimal Breastfeeding in the United States: A Pediatric Cost Analysis. Pediatrics 2010 125: e1048-e1056
Ladomenou F, Moschandreas J, Kafatos A, Tselentis Y, Galanakis E: Protective effect of exclusive breastfeeding against infections during infancy: a prospective study. Arch Dis Child archdischild 2010.

vrijdag 14 januari 2011

Vroeger, later – precies op tijd!?

De borstvoedingwereld werd opgeschrikt door een groot artikel in the Guardian waarin een artikel in het toonaangevende medisch-wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal werd besproken. In dit artikel stellen de onderzoekers dat het wereldwijde advies om de introductie van vast voedsel niet voor de leeftijd van 6 maanden te adviseren fout is.  Breed literatuuronderzoek zou volgens hen hebben aangetoond dat kinderen vaker bepaalde allergische symptomen vertonen als de introductie van vast voedsel wordt uitgeteld tot na 6 maanden. De onderzoekers zijn ook heel stellig in hun ontkenning dat het feit dat meer dan de helft van de onderzoekers is gelieerd aan de fabrikanten van kinder-potjesvoeding. Ondanks de richtlijnen in Europa dat kinderen pas vanaf 6 maanden gaan beginnen aan vast voedsel staat op veel potjes met fruit- of groentehapjes dat ze geschikt zijn vanaf 4 maanden. (Ook in tegenstelling tot de Europese richtlijnen wordt in veel Europese landen al bijvoeding gegeven vanaf 4 maanden en soms zelf al bij 3 maanden. Kinderen die kunstvoeding kregen, krijgen gemiddeld een maand eerder bijvoeding dan kinderen met borstvoeding en Belgische kinderen krijgen gemiddeld het vroegst bijvoeding. Het grootste risico op vroege introductie van vast voedsel lopen kinderen van rokende en jonge moeders en moeders met een lage socio-economische status.) De nadruk die de onderzoekers leggen op het ontstaan van allergieën om de leeftijd van introductie van vast voedsel te verlagen, staat in geen verhouding tot de veel grotere risico’s die vroege introductie van bijvoeding veroorzaakt. Zo is bijvoorbeeld een duidelijk verband aan te tonen tussen vroeger dan 6 maanden bijvoeden en het optreden van obesitas later. Ook in ontwikkelde landen hebben kinderen die geen of kort borstvoeding krijgen een verhoogd infectierisico en ook de risico’s om later diverse vormen van kanker te krijgen worden groter naarmate er minder borstvoeding werd gegeven.
Fresh review of evidence contradicts WHO guidance leaving campaigners outraged and mothers baffled
Boseley S: Six months of breastfeeding alone could harm babies, scientists now say. The Guardian, 14 January 2011
Seach KA, Dharmage SC, Lowe AJ, Dixon JB: Delayed introduction of solid feeding reduces child overweight and obesity at 10 years. Int J Obes, 2010, http://dx.doi.org/10.1038/ijo.2010.101
Schiess S, Grote V, Scaglioni S, Luque V, Martin F, Stolarczyk A, Vecchi F, Koletzko B, for the European Childhood Obesity Project: Introduction of Complementary Feeding in 5 European Countries. JPGN 2010, 50(1):92–98

Welkom bij Eurolac!

Eurolac! is een onderdeel van Eurolac Lactatiekunde

Dit is het oude blog.

Voor de nieuwste berichten en voor diepgaande informatie, achtergrondartikelen, hulp en ondersteuning ga je naar www.eurolac.net. Hier vind je ook de Eurolac Lactatiekunde Webwinkel

Labels

aan-de-borstvoeding aanbevelingen aandacht aangeboren aangeleerd aanhappen aanklikbedje aanleg aanleggen aanleghulp aanname aanpassen aasgieren ABC abces ABM achtergrond achterkamertjes acrobatiek actie acupunctuur ademhaling ADHD adolescent adoptie advies advisering advocaat AFASS afbouwen affectie affectief afhankelijkheid afkoeling afkolven afleiding afsluiten afstamming afstrepen aftellen afvallen afvalstoffen afweer afwijking afwijzen agressie alcohol Alexandre Dumas alledaags alleen allergeen allergie allo-ouderschap allopathie alternatieve zorg aminozuren Amsterdam anamnese anatomie Angelina Jolie angst Anna Staas-Vink anorexia antibiotica anticonceptie antropologie apart apoptose apparaat appels archetype argument asimov ASS assortiment astma asymmetrie atopisch Attachment Parenting attachment theorie attitude autostoeltje baby baby-led-weaning babyverzorging babywise bacteriën bad badzout bakerpraat bakerpraatjes balts baren baring baringsrituelen bed-sharing bedrog beeldvorming begeleiden begeleiding begroting beha behandeling behoefte behoeften belasting beleid beloften beloning beoordeling beperken beroep beschadigen beschermen bescherming besmetting beurs bevalling bevorderen bewaren beweging bewerken bewijs bewijslast bewustzijn BFHI bijgeloof bijhouden bijscholing bijten bijvoeden aan de borst bijvoeding bijzonder bilirubine Biological Nurturing biologie biologisch biologische zuivel bitter blauwdruk bloed bloedarmoede bloedcellen bloeddruk bloedstolling bloedsuikers blootstelling BMI boek bonafide borst borstabces borsten borstkanker borstmassage borstonderzoek borstontsteking borstproblemen borstverkleining borstvoeding borstvoeding.com borstvoedingcafe borstvoedingcijfers borstvoedinginformatie borstvoedingmanagement borstvoedingorganisatie borstvoedingsbeleid borstvoedingsduur borstvoedingsorganisatie borstvoedingsthee borstvoedingvriendelijk borstweigeren botdichtheid botvorming boulemie bouwstoffen Bowlby BPA Brian Palmer brood broodjeaapverhaal buidelen buitengewoon cadeautjes caius calcium calendula campagne candida albicans capaciteit cariës caseine changeling chapeau chefkok chimpansee China chocolade clausule clusteren clusterkolven CMV co-ouderschap co-sleeping Cochrane Code coeliakie cohortstudie colostrum comfortabel commercie commissie communicatie compassie complementair complex complicated congruent consequent consequenties consultatiebureau contra-indicatie controle corrupt cortisol counseling couveuse CT cultuur cyclus D-MER D-TSR DALY's dankbaar darm darmflora darmfunctie David Sackett debat deficientie dehydratie delen demoniseren deskundig determinanten diabetes diagnose Diane Wiessinger diarree diëtiek dik discreet discriminatie discussie dissociatie DNA doel dokters dompelbad domperidon donormelk doorverwijzen doorzetten doula dr. Jay gordon draagkracht draaglast draagling draak dragen drempels drinken drinkproblemen drinktechniek druk dubbele boodschap duimzuigen duurzaamheid dwang E-Sakazakii EBM EBP echografie ecologisch borstvoeden ecologische voetafdruk economisch economische waarde eczeem educatie eenvoudig eerlijkheid eetproblemen eetstoornis eierstokkanker Einstein eiwitten emancipatie emotie emotioneel welzijn emotionele beschikbaarheid empathie energie epigenetica Erikson erotofobie eten ethiek etiket etniciteit eurolac evalueren evidencebeest evolutie examen exclusief excreet excuus experimenteren extreem fabels fabeltjes fabrikanten Facebook factoren familie fanatiek feel-good feest feestdagen feiten feminisme fenegriek filmpje filosofie flash-heating fles flesvoeding flesweigeren flow focus fopspeen forensisch onderzoek forum foto's fouten freakshow frenulum frequent voeden freud functie functional food functionaliteit fysiologie gadgets galactogoog galega gastcolumn gebakken lucht gebit gebonden geboorte geboortegewicht geboortetrauma gedijen gedrag geelzucht geen kwaad doen geheim gehemelte gehemelteplaatje geinduceerde baring geinduceerde lactatie geïnduceerde lactatie . geit geld geloven geluk gelukkig gemiddeld gender genen GenerationR genetische manupulatie Gentiaan Violet George Clooney geschiedenis geur gevaar gevaarlijk gevaren geweld gewicht gewichtsverlies gewoon gezin gezond gezonde voeding gezondheid gezondheid moeder gezondheidsclaims gezondheidsinformatie gezondheidsprogramma gist glucose go with the flow goed goed genoeg goud griep groei groeistandaarden groen groene_leem grondstoffen grootmoeder gulden snede gynaecoloog halfjaar HAMLET handelplan hard drugs harry piekema hart hart- en vaatziekten hartfunctie hechting heks helen helper herinneren hersenen hersenontwikkeling heupdysplasie Hippocrates hirsutisme historie HIV HM4HB HMF holistisch honger hongersignalen honing hormonen horror houdbaarheid houding Hugh Laurie huidcontact huidflora huilen hulp hulp zoeken hulpmiddel hulpmiddelen hulpset hygiene hygiëne hype hyperlactatie hypoglycemie hypolactatie hysterie IBFAN ideaal IFE ijs ijzer IL-10 illusionist immuniteit immunologie immuuncellen Ina May Gaskin inbakeren individu indoctrinatie industrie infectie infecties inflammatie informatie informeren infuus ingetrokken tepels ingewikkeld ingrediënten ingrijpen initiatierite inleiden inschatten instinct instincten instinctief voeden instructie insuline intake intelligentie intentie inter-species zogen interactief interventie intiem intolerantie introductie inventariseren investering invloed invoelen inwikkelen inzet IQ irritatie Ja zuster nee zuster Jack Newman James McKenna JGZ JHL jodium Johan Cruijff Johnny Depp jonge moeder journalist jubileum Kangoeroe Moeder Zorg kanker kansen kapotte tepels karakter KDV keizersnede kennis kennisoverdracht keuze keuzes keuzes maken kiezen kijken kin kind kinderarts kinderdagverblijf kinderopvang kindersterfte KISS klacht kleur klierweefsel klinische lactatiekunde KMC KMZ knippen koemelk koesteren koestering koffie koken kokosolie kolf kolonisatie kolven korte tepels kosten kosten gezondheidszorg Kotlow koude kraam kraamafdeling kraambed kracht krampjes kritiek kruiden kruipen kunstvoeding kwakzalverij kwaliteit laat-prematuur lactaptin lactatie lactatiekunde lactatiekundige lacteren lactoengineering lactoferrine lactogenese LAM lange termijn langvoeden lanoline leefomgeving leiden lekken lengte lente leren leren aanleggen levende cellen levensles lezen lichaamscontact liefde lipriempje literatuuronderzoek LLL lobby logica logopedist loslaten luchtweginfecties luiers luisteren maag maagdarminfecties maaginhoud maagzuurremmers maan maat maatschappij macgyveren machinaal maffia magie magisch malafide mama maneschijn manieren manipuleren mannelijke lactatie marketeer marketing massage mastitis matrix Max Tailleur mazelen meanderen Meatloaf Medela media medicalisatie medicijnen medicijngebruik medische misser medium meerling melk melkbank melklijsten melkproductie melkstase melkstroom melktransfer melkzusters menarche menselijk mensenrechten menstruatie Meryl Streep met rust laten meten methode Michel Odent micronutriënten middenoorontsteking mijmeren milieuvervuiling min Miranda Kerr mode moe moeder moeder en kind nabijheid moeder-en-kind-nabijheid moedergodin moedergroep moedermelk moedermelknetwerk moedermelkvoeding moederschap mondflora mondonderzoek Montessori morbiditeit mores mortaliteit motieven motivatie motorische ontwikkeling MRI MRSA multidisciplinair multimoeder multiple sclerose mythe nabijheid nachtouderschap nachtvoedingen nadelen nadenken nalaten namaak nature-nurture natuur natuurlijk nauwkeurigheid NEC neerslachtigheid Nestle boycot nicotine nieuw nieuwsgierig Nils Bergman niplette non-nutritief noodsituatie norm normaal normen en waarden normwaarde Nurse Jackie nutriënten Obelix obesitas obsceen observeren obstreticus oedeem oefenen oestrogenen ogen oligosacchariden olympisch oma omega 3 omgeving omweg onaangepast onafhankelijkheid onconditioneel onconditioneel opvoeden onderkaak onderscheid ondersteuning ondervoeding onderwijs onderwijzen onderzoek onderzoek retrospectief onderzoeken onderzoeker onderzoekmethodes ongemakkelijk ongewenst zwanger ongewoon ongezond onrustig drinken ontdooien ontmoeten ontspannen ontsteking ontwerp ontwikkeling onvoldoende onvoorwaardelijk onvoorwaardelijk ouderschap onwennig oorlog oorontstekingen oorzaken opbrengst openbaar openbaar voeden opgelucht opleiding opleidingsniveau ouders oplossing opoffering oproep opties opvoeden opvoeding opvolgmelk opzoeken orale anatomie organische chemicaliën osteoporose Oud en Nieuw ouder-kind-interactie ouders ouderschap overdenking overeenkomsten overgewicht overheden overheid overleg overleven overproductie oververhitting oxytocine paced bottle feeding pacifisme pap papa parasiet partner pasgboren pasgeboren passie pasteuriseren patroon Paula Meier PCOS pech pedagoog peer support peercounseling pepermunt perceptie perfectie perinatale sterfte perspectief PET Peter Facinelli peuter pijn pijnbestrijding Pink pink ribbon plaats placebo plagiocefalie plan plan B plannen plezier politiek portie portiegrootte postnatale depressie postpartum bloedverlies powerpoint PPD prematuur prenataal afkolven prenatale depressie prenatale ontwikkeling prestatie preventie prijsvraag primaten prins prinses priorteit probiotica PROBIT probleemgedrag problemen problemen maken problemen oplossen productie professioneel profijt programma prolactine promoten promotie protocol psychologie PTSS puber radicaal ramp Rapley Raynaud RCT reactie realiteit rechten van het kind rechten-van-het-kind reclame redden redenen redeneren referentie referenties reflexen reflux regelen regelmaat regels reinheid relactatie relatie religie respect responsief ouderschap reuk revolutie richtlijn Riley ringsling risico risico van geen borstvoeding risicogedrag rituelen Robert De Niro robot roes roken rollen Romeo en Julia röntgenfoto routines rouw rozengeur RPS ruimte rumenzuur rust rustig RVP safe motherhood sagen salie salma hayek Salmonella samen samen slapen samenspel samenstelling samenwerking SBO congres scan Scandinavië schaamte schaap schade scheiding-van-moeder-en-kind scheidingsangst scheikunde schema schildklier schimmel schimmelinfecties schisis schizofrenie scholing schoonheid schrijven schudden schuim schuld schuldgevoel secreet seksisme seksleven seksualiteit seksuele mishandeling sensitief ouderschap sensitieve zorg SES Shakira show SIDS silicium simultaan voeden sintjanskruid slaap slaapcondities slaapcyclus slaapgebrek slaapomgeving slaappatroon slaapproblemen slaapritme slaaptraining slapen slendang smaak smaakontwikkeling smoes sneeuw sociaal gedrag sociaal netwerk socialiseren softdrugs sondevoeding soortspecifiek SPECT speen speenhoes spelen spelregels spenen spijsvertering sponsoring sport spraakontwikkeling spreken sprongetjes sprookjes spruw spugen stamcellen stand standaard stappenplan start statistieken Stefan Kleintjes stemherkenning sterk steun stoppen storen stress strijdmodel structuur studie stukjes stuwing substituut suiker suikermetabolisme suikerwater suppletie surrogaat symbiose taal taboe tandemvoeden tanden tattoo TBS te veel melk te weinig melk team technieken technologie tegendruk tegenwerken tellen temperatuur tentoonstelling tepelhoedje tepelkloven tepelproblemen tepels terminologie testosteron TGF-beta1 The Bad Mother's Handbook thema therapeutisch flesvoeden therapie thymus tienermoeder tijd tijger TNO toeschietreflex tolerant tong tongriem tortocillis toveren toxinen TRAIL triple P troosten trots trouw trucjes tweeling twijfel twilight type uitkomsten uitvinden Uncle Vernon UNICEF uniek universiteit urban legend utopia vaardigheden vacceenzuur vaccinatie vacuum vader vaderrol vaderschap vak vakantie valentijn vallen vampier variabelen variatie vaste voeding VBBB VBN vechten vegetariër veilig veiligheid verandering verantwoordelijkheid verantwoording verdediging verdriet vergelijking verhalen verkoudheid verliefd verloskundige vermoeidheid verondersteld te weinig melksyndroom verschillen verslikken verstopping vertrouwen verwaarlozing verwachten verwachting verwachtingen verwarmen verwarring verwennen verzadigingsignalen verzorgen verzorging vet vetzuren vies vingervoeding virus visite vitamine A vitamine B vitamine C vitamine D vitamine K vlakke tepels voeden voeden op verzoek voeding voeding moeder voedingesindustrie voedingsbeha voedingscentrum voedingsfrequentie voedingskussen voedingsmethode voedingspatroon voedingsstoffen voedingswaarde voedsel Voldemort voldoende volksgezondheid volledige zuigelingenvoeding volturi voorbeeld voorbereiden voorbereiding voordeel voordelen voorkeurshouding voorkomen voorlichting voornemen vooronderstelling voorschrift voortgezette borstvoeding voorwaarden vorm vraag vraag en aanbod vragen vreemd vreugde vriezer vrijwilligers vroede vrouw vroeggeboorte vrouw vruchtbaarheid vuistregels vulture vuurwerk vzwBorstvoeding waarde waarheid WABA wapens WAPF warmte water waterhuishouding waterpokken waterwereld WBW weeën wereldvrede werkende moeder werkende vader werkgever Weston A Price wetenschap wetgever WHO Whoopi wiegelied wiegendood wijkverpleegkundige wijsheid will smith winkel winkel concept winst wisselkind woede wolf wondermiddel woonomgeving woorden workshop WYSIWYG Yvo Smulders zalf zelfbeschikking zelfregulatie zelfstandig zelfvertrouwen ziektelast ziekteverekkers ziel zien zilver zink zintuigen zitten zoeken zoet zoethoudertjes zonlicht zonnesteek zoogdieren zoogkompressen zorg Zorg voor Borstvoeding zorgen zorggedrag zorgverleners zorgzaam zout zuigbehoefte zuigelingen zuigelingenvoeding zuigen zuigfles zuivelindustrie zwanger zwangerschap zwembad

Drukwerk educatieve materialen

Prijsprinter - copyshop - banner