Foto: Freddie Highmore als Charlie Bucket en David Kelly als Grandpa Joe genieten in Charlie and the Chocolate Factory (2005) van chocolade en de sprookjesachtige chocoladefabriek van Johnny Depp als Willy Wonka
Het woord genot heeft allerlei betekenissen, waarvan een flink deel valt in de categorie plezierige ervaringen, maar een deel gaat ook over bezit. Bezit kan natuurlijk ook genieten zijn, of als genotmiddel fungeren. Toch verstaan we onder genotmiddelen meestal wat anders. Een genotmiddel is iets dat genot verschaft. In de nauwere betekenis gaat het om stoffen die worden gegeten, gedronken, gespoten of gesnoven ten einde in het lichaam of de geest aangename fenomenen te genereren. Dat kan gaan om alledaagse dingen als chocolade en koffie, over alcohol, nicotine of hasj en marihuana, over paddenstoelen, padden, cocabladeren, opium, heroïne, cocaïne, of medicijnen. Door de eeuwen heen en over de hele wereld is de vindingrijkheid van de mens om middelen te vinden om genot te schenken onvoorstelbaar groot. Ook in de dierenwereld is het bekend dat sommige van een borreltje, in de vorm van gegist overrijp fruit, houden. Behalve een flinke kater de volgende morgen houden die dieren er over het algemeen niets aan over. Het overkomt ze dan ook gewoonlijk maar een keer per jaar. Mensen zijn daarentegen vaak geneigd het te overdrijven en het dagelijks te herhalen, soms zo veel dat hun normale leven eronder lijdt.
Sommige genotmiddelen kunnen, met mate genoten, ook positieve gezondheidseffecten hebben. Cafeïne en alcohol hebben invloed op de bloedsomloop en de bloeddruk, chocolade kan helpen neerslachtigheid te verlichten. Chronische pijn patiënten kunnen baat hebben bij een dagelijkse joint. Maar zonder uitzondering hebben alle genotsmiddelen ongewenste bijwerkingen, tijdens het genot en/of daarna. Sommige direct en al bij een enkele keer gebruiken, andere pas na intensief langdurig gebruik. De werkingen en bijwerkingen zijn afhankelijk van de stof, van de dosis en frequentie en duur van gebruik, van de leeftijd en algehele conditie van de genieter. Genot door middelen komt altijd met een prijskaartje eraan. Dat prijskaartje wordt verdubbeld als de genieter een onvrijwillige meegenieter heeft, zoals tijdens zwangerschap en lactatie.
Tijdens de zwangerschap delen moeder en kind het bloed. De placenta wordt vaak gezien als een zeef, terwijl het eerder een vergiet is: er gaat meer doorheen dan ter wordt tegengehouden. Omgekeerd denkt men vaak dat moedermelk een soort bloed is zonder kleurstof en dat alles wat moeder in heer bloed heeft automatisch in haar melk zit. In feite is de scheiding tussen de bloedbaan en de melk ook geen zeef, maar eerder een heel fijn filter. Veel stoffen passen er niet doorheen omdat de moleculen te groot zijn. Vervolgens is wat er in de melk zit niet wat het kind in zijn bloed krijgt. Veel stoffen worden in het spijsverteringsysteem grondig afgebroken en komen niet in de bloedbaan terecht. Wat wel overgaat in het bloed zorgt daar voor een veel lagere concentratie dan die in het bloed van de moeder. Zo is van veel medicijnen bekend dat de dosis die een kind krijgt via moedermelk maar rond de 1% is van wat de moeder krijgt. Dat is over het algemeen te weinig om klinisch significant te zijn, ofwel te weinig om te werken of bijwerkingen te veroorzaken.
Bij het bepalen of het genot van een middel kan samengaan met borstvoeding moeten de risico’s van het middel voor het kind worden afgewogen tegen de risico’s van geen borstvoeding of onderbroken borstvoeding. De risico’s van geen borstvoeding zijn bekend en goed onderzocht, en worden steeds meer bekend een beter onderzocht. De risico’s van veel medicijnen zijn voornamelijk theoretisch en weinig onderzocht. Datzelfde geldt in grote mate voor veel genotmiddelen, maar sommige zijn wel degelijk gevaarlijk. Stoffen die zich binden aan vet of vetoplosbaar zijn, gaan makkelijk over in moedermelk en kunnen daar een concentratie bereiken die hoger is dan die in moeder’s bloed. Vetoplosbare stoffen passeren bij het kind vaak ook makkelijker de bloed-hersenbarriere. Met name voor genotmiddelen is het een minder goed idee om de zich nog razendsnel ontwikkelende hersenen van een baby daaraan bloot te stellen.
Over het algemeen wordt gesteld dat moeders die verslaafd zijn aan het een of andere genotmiddel, beginnend et alcohol en oplopend via soft- naar harddrugs, geen borstvoeding mogen geven. Aan de andere kant kun je overwegen dat een kind dat verslaafd ter wereld komt doordat zijn moeder tijdens de zwangerschap bleef gebruiken, cold turkey moet afkicken als na het afnavelen zijn toevoer wordt drooggelegd. Er zijn deskundigen die stellen dat dat afkicken zachter zal verlopen als hij een lager dosis van zijn genotmiddel krijgt via moedermelk. Maar een veel belangrijker vraag is of die verslaafde vrouw wel in staat is tot verantwoordelijk moederschap. Is zij altijd helder genoeg om te herkennen wanneer haar baby haar nodig heeft, eten nodig heeft, zorg nodig heeft? Zal de zorg en verantwoordelijkheid voor haar kind in staat zijn een hogere prioriteit te krijgen dan haar volgende dosis?
Ook bij minder extreme genietende moeders worden alom vraagtekens gezet. Hoeveel koffie mag je drinken als je borstvoeding geeft? Mag je een sigaretje roken als je het niet doet waar je kindje bij is? Mag je wel eens een wijntje drinken of een avondje uit je dak gaan? Mag je in het weekend eens een recreatief jointje roken of een lijntje snuiven? Alles ja? Alles Nee? Het ene wel, het andere niet? Zoveel vragen dat het genieten van kind en borstvoeding sommige moeder’s vergaat en het hele idee van borstvoeding van de hand doen. Dat is jammer en het hoeft niet zo ingewikkeld te zijn. Om te beginnen mag je je eigen gezonde verstand gebruiken. Goede informatie zoeken, uit betrouwbare bronnen en goed gefundeerd en van alle kanten bekeken kan helpen. Dan nog eens je eigen gezonde verstand gebruiken.
Ten eerste moet je je realiseren dat genotmiddelen die je bewustzijn veranderen ervoor zorgen dat het niet meer de vraag is of je melk geschikt is, maar of je zelf in die conditie geschikt bent. Dus als je overweegt om dronken, stoned of high te worden of met pillen te gaan partyen, kun je beter van te voren zorgen dat er een goede verzorger voor je kind is terwijl jij aan het genieten bent. Als je weer bij zinnen bent, kun je weer moeder worden en is waarschijnlijk de meeste schadelijkheid wel weer uit je melk. Denk er wel om dat je gedurende de tijd dat je geen borstvoeding geeft wel moet kolven om geen borstontstekingen te krijgen of je melk kwijt te raken. Als je een zorgt voor een voorraad gekolfde melk in de vriezers, kan je je kind zijn eigen genotmiddel blijven genieten.
Voor koffie en alcohol geldt: alles met mate. Een enkel glaasje alcohol kan geen kwaad, zolang het geen regelmaat wordt en het bij dat ene glaasje blijft. Wordt het een dagelijkse gewoonte of meer dan dat ene drankje, reken dan per gedronken glas twee uur om de alcohol weer uit je bloed en uit je melk te krijgen. In die tijd voed je je kind of laat je het voeden met je van te voren gekolde melk en zelf kolf je en gooi je je melk weg tot de wacht periode over is. Let op: het gaat per gedronken glas, dus als je twee glazen achter elkaar naar binnen kiept, moet je evengoed vier uur wachten. (Sommigen houden drie uur per consumptie aan).
Roken is een moeilijker te vatten probleem. Roken Nicotine en de verbrandingsafvalstoffen van het roken gaan over in de melk en zijn voor het kind net zo min gezond als voor de moeder. Maar mogelijk is het inademen van de rook van de sigaret die iemand in zijn omgeving rookt schadelijker dan de stoffen die hij via de melk in zijn maag krijgt. Naar alle waarschijnlijkheid is de melk van een rokende moeder nog steeds een kleiner gezondheidsrisico dan een niet-menselijke, industrieel vervaardigde melk.
Het laatste woord is er nog niet over gezegd. Ik zou zeggen: geniet vooral van het moeder zijn, van je kind en van borstvoeding geven, maar rook, drink, blow en snuif toch maar met mate. Of stel het even uit, want de voorpret is ook als puur genieten.